De Noorse pianist Leif Ove Andsnes was even in het land om in Europese première zijn versie van Moessorgsky's Pictures from an Exhibition voor te stellen. Hij kreeg daarbij de hulp van de jonge Zuid-Afrikaanse kunstenaar Robin Rhode die op 6 projectieschermen zijn ding mocht doen. Samen wilden ze de grenzen van het klassieke concert verleggen. Daar zijn ze jammer genoeg niet in geslaagd.
Na ruim dertig jaar is de Amerikaanse band Sonic Youth nog steeds springlevend. De nieuwe releasesblijven elkaar aan een gestaag tempo opvolgen en nu is er met Sensational Fix ook een koffietafelboek. Op The Eternal, de recentste schijf, laat de groep vooral zien dat ze in eerste instantie (of beter: nog steeds) een erg goede rockgroep is, veel meer nog dan de peetmoe van de artistieke noise.
Non-fictie over klassieke muziek. Klinkt als droge kost? Ten onrechte: de Amerikaanse journalist Alex Ross illustreert met De rest is lawaai hoe de juiste noten op de juiste plaats onze geschiedenis helpen te bepalen. Van Gustav Mahler tot Steve Reich: componisten zijn evengoed de architecten van hun tijd.
Al meer dan tien jaar moeten muzikanten de aandacht van het publiek op andere manieren trekken dan voordien. De grote verantwoordelijke hiervoor, het internet, zorgde voor dalende winsten bij de grote bands en meer financiële onzekerheid bij de kleinere. De digitalisering bracht dan wel een ongebreidelde creativiteit en dynamiek in de muziekwereld mee, maar inventieve 2.0-marketingstrategieën zijn niet voldoende om de verloren gelden via datzelfde internet terug te winnen. Een nieuw ‘stabiel’ businessmodel voor de muziekwereld dringt zich dus op. Gert Keunen, de man achter Briskey, notoir popkenner en docent aan de Rockacademie in Tilburg, is de geknipte man om toelichting te geven bij die overgangsfase.
In een recent interview verbaasde Brian Eno zich over de inhoud van de iPods van de hedendaagse jongere. Doowop, hiphop, indierock en klassieke muziek staan daarop broederlijk naast elkaar en worden eindeloos door elkaar geshuffeld. De traditionele grenzen tussen de geijkte genres komen daarmee meer en meer op losse schroeven te staan. Om als muzikant aan die gigantische poel nog werkelijk nieuwe geluiden of structuren toe te voegen, is vrijwel onmogelijk. Echte vernieuwing schuilt vandaag in het creatieve hergebruik van dit grenzeloze, diverse aanbod. Dit eclecticisme is inmiddels gemeengoed in hiphop, elektronische muziek en indierock, maar de wereld van de klassieke muziek bleef nog altijd hermetisch. De deuren ernaartoe waren potdicht. Totdat drie jaar geleden de jonge, New Yorkse componist Nico Muhly die deuren op een kier zette, en met enkele speelse, avontuurlijke werken het zelfgenoegzame sérieux van de klassieke muziek in twijfel trok.
Waaraan denk jij als je Mick Jagger weer het podium ziet oprennen in een knalroze legging waarin je zelfs niet paste toen je als twaalfjarige een talentvolle afstandsloper bleek? Misschien vind je Jagger een ware trendsetter en ben je ervan overtuigd dat PJ Harvey de mosterd voor haar roze turnpak (1995-1996) bij hem haalde. Mij doet het alvast denken aan Morrissey’s ontzetting daaromtrent, zo’n twintig geleden, toen Jagger ongeveer de leeftijd had bereikt van Morrissey vandaag.
I wish someone would show me where to draw the line
John Cale, Dying on the vine
Als het slecht is, zeggen we het ook. De single ‘Grenzen’ van de jonge zangeres en ‘singer-songwriter’ Mira moet zowat het meest ergerlijk idiote nummer zijn dat Radio1 de voorbije tijd heeft grijsgedraaid. Faut le faire: een al door en door grijs nummer grijsdraaien. Heeft dat iets met de vergrijzing te maken? Of zitten we met quota inzake ‘Vlaams chanson’ opgescheept in combinatie met een gebrek aan talent? Het is niet dat ik van de smaakpolitie ben: iedereen haat of houdt maar van, en de radio kan ik uitzetten. Maar het punt is dat ik de laatste tijd het gevoel heb dat de smaakpolitie zich aan de andere kant bevindt, bij managers en programmatoren die een denkbeeldig publiek van louter gemiddelden willen bedienen en daartoe zo agressief een aantal keuzes door de strot rammen dat ze het nog aan het creëren zijn ook.
Het album Rock Bottom uit 1974 is een van de vele onterecht vergeten pareltjes uit de muziekgeschiedenis. Componist Robert Wyatt - oorspronkelijk de drummer en zanger van de progrockformatie Soft Machine (zie Third) – leverde met zijn tweede soloalbum een van de zeldzame platen die je wereld doet daveren op zijn grondvesten.
Een krakend geluid. Je hoort het krassen van een naald op een versleten grammofoonplaat. Je denkt eerst aan knappend vuur, dan aan golven, aan het zachte klotsen van het water boven je hoofd als je voor even kopje-onder gaat. Het gekraak vermengt zich met een diepe, donkere toon. Dreinend en dreigend. Vanuit de verte klinken violen. De melodie die ze spelen komt almaar dichterbij. Sommige geluiden naderen, andere worden zwakker. Je weet niet zeker of wat je hoort er daadwerkelijk is. De ongrijpbaarheid van de klanken wekt een luciditeit op die te vergelijken is met een koortsdroom. Met het moment vlak voor je in slaap valt, waarop je je realiseert dat je bijna slaapt en dus nog wakker moet zijn.
Aan u valt werkelijk niet te ontkomen. Al minstens honderd jaar bent u de frontman van een combo dat De Laatste Show van deuntjes, tunes en ander geriedel voorziet. In een vlaag van magnifieke genialiteit heeft dat combo zichzelf De Laatste Show Band gedoopt. Voorwaar een visionaire naam is dat, let op mijn woorden.
Het schijnt dat Michael Stipe (REM) de States gaat verlaten als John McCain de verkiezingen wint (bij het ter perse gaan van deze rekto:verso is er nog niet gestemd). Een verdienstelijke poging om de Democraten een duwtje in de rug te geven en de Obama-mania een artistieke portie EPO toe te dienen. Het doet denken aan de verenigde krachten van de Franse hiphopscene (maar ook andere muzikanten) om Le Pen tegen te houden in de tweede ronde van de ‘Présidentielles’ van 2002.
Een meisje, een zes, zeven jaar oud, ligt in haar bloemenjurk op een bed. Ze kijkt naar een jongen van ongeveer dezelfde leeftijd die op de rand van dat bed zit. Haar blik is licht melancholisch en sluit mooi aan bij de sepiatinten van het beeld. Hij kijkt weg van haar, starend in een groot onnoemelijk gat. Zijn blik is dromerig, het lijkt wel of hij op huilen staat, zo diepbedroefd kijken zijn ogen van de wereld en het meisje weg. Er moet iets gebeurd zijn tussen die twee, hij heeft haar pijn gedaan of zij hem, zo vertelt ons de zinderende leegte tussen beide, een leegte die onze volwassen blik maar al te goed te herkent. De jongen lijkt jaren schuldgevoel en seksuele wroeging met zich mee te torsen, het meisje lijkt te weten dat nu de jaren van onschuld definitief voorbij zijn. Alleen: het zijn kinderen.
Deze single van Benjamin Franklin, een pseudoniem van de synthwizard Benjamin Francart (Buffle, ex-R.O.T.) is de eerste release van het Brusselse Lexi Disque-label.
De Waalse rock leeft. Nauwelijks enkele maanden na het puike debuutalbum van The Tellers laat ook de tweede langspeler van Girls in Hawaii horen dat er in Wallonië popmuziek gemaakt wordt die een gewest- en landoverschrijdend publiek verdient.
Het gordijn schuift opzij. Je brengt een hand naar je ogen. Licht verblindt. Stemmen. Er zijn mensen. Je hoort stemmen. Je doet een stap naar voren. Je ziet niemand, nog niet, maar je hoort mensen. Harder nu dan net. Nog een stap. Je ogen raken gewend. De gezichten op de eerste rij worden herkenbaar. Je test de microfoon met twee droge tikken. De fluittoon van de feedback. Weer twee tikken. Je begint een gedicht: ‘You there! Thou bird of the golden wing: how happily would you fit into my nest. You there! … You there! … You people of the planet earth forget yesterday and sorrow fly away with me to my ever living world of tomorrow.’
Madonna en Prince vierden deze zomer hun vijftigste verjaardag. Tom Van de Voorde surfte naar de States op zoek naar het mysterieuze ‘het’ dat de popmuziek sinds jaar en dag haar aura verleent. Hij schudde de kraaienpootjes van zijn vroegere pophelden, telde hun rimpels en keek diep in de ogen van de popgeschiedenis.
Al een hele tijd presenteert u samen met uw maatje Erwin Deckers een programma op de radio. Het foute uur heet dat programma. Omdat ook u recht hebt op juiste informatie, laat ik u bij deze even weten dat Het foute uur een verfoeilijk kutprogramma is.
Hoe komt een avant-gardeband met een verleden in de postpunk, de krakersbeweging en de industrial weg met een toegankelijke popplaat? Het is een vraag die zich opdringt na beluistering van Alles wieder offen, de jongste cd van Einstürzende Neubauten.
Girard Kanard And His Magic Kazzoo is het pseudoniem van de Antwerpse twintiger Joris Van De Moortel, deze gelijknamige EP zijn eerste wapenfeit. Voor mij is Joris Van De Moortel een volledig nieuwe naam in de Belgische experimentele muziek, wat mij extra nieuwsgierig maakte om deze 45 toeren op de draaitafel te leggen.
‘Succes is ongezond voor mij. Als té veel mensen van mijn songs gaan houden, krijg ik het gevoel dat ze niet meer van mij zijn.’ Die angst weerhoudt artistieke duizendpoot Rudy Trouvé er niet van om met een inmiddels ontelbaar aantal bands elk podium, hoe klein ook, te beklimmen en muziek te produceren aan een tempo waar wijlen Frank Zappa een puntje aan kan zuigen. Voor Trouvé klopt die paradox niet alleen als een bus, ze vormt ook de kern van zijn recente werk. Songs and Stuff Recorded Between 2003 and 2007 heet het (voorlopig) laatste deel van een trilogie, en wijdbeense stadionrock en sing-alongs moet je daarop niet verwachten. Met deze plaat blijkt Trouvé een soort rust gevonden te hebben, een evenwicht dat, ondanks de tijdsspanne waarin het album is opgenomen, op de twee eerdere delen, 1999-2002 en 2002-2003,wel eens ontbrak.
Vroeger was de wereld eenvoudig en overzichtelijk. Net zoals de jeugdcultuur. Johnny’s en Marina’s stonden er lijnrecht tegenover new wavers, Chevignon tegenover zwarte slobbertruien, gel tegenover eyeliner, La Rocca tegenover den Twieoo in Gent, camino’s tegenover, euh, de bus. Je stond aan een van beide zijden, tussenin was er enkel saaiheid en kleurloosheid.
Ik had het vermoed. Ik voel het bijna wanneer een meesterwerk op me afkomt. Ik heb gelijk gekregen. Er zijn weinig cd’s die bij een eerste luisterbeurt onmiddellijk zo met je aan de haal gaan als de nieuwe cd van de Franse minnestreel Jean-Louis Murat. Een eerste blik op de hoes, de beginklanken van ‘La légende dorée’ en je weet meteen dat je goed zit voor iets meer dan een half uur en dat je hier met een kanjer van formaat te maken hebt. Oh, je zult hem misschien niet op de radio horen, daarvoor is hij gewoon té goed, maar ‘Tristan’ werkt bijna verslavend en doet verlangen naar meer.
Het leek er even op dat hij nooit meer zou terugkeren. Alain Bashung, de meest poëtische van alle Franse chansonniers, is zeker niet de productiefste. Maar de wegen van een doorleefde zanger zijn ondoorgrondelijk. Meer dan zes jaar na het bejubelde ‘L’Imprudence’ is er eindelijk een nieuw werkstuk van de meest avontuurlijke bard van de hexagone.
Ik spreek na het werk af met Laurent Cartuyvels in het Brusselse café Dada. De aanleiding is een babbel over de one-sided lp “Ceci n’est plus Avioth…/ Ils chantent pour vous” die R.O.T. onlangs op het Gentse Morc Records uitbracht. En als ik dan toch bezig zijn, vraag ik meteen even door naar de stand van zaken bij Moysk, Laserquest, Kobolten en zijn Veglia label.
Wanneer je het over de Belgische underground hebt, kan je niet om Carlo Steegen heen: hij is de man achter het noise-label Audiobot en hij vormt samen met zijn vriendin Eva Van Deuren (tevens Orphan Fairytale en 1/3 van Maskesmachine) de groep Frozen Corpse en zit met diezelfde Orphan Fairytale en Dennis Tyfus in Hardline Elephants. Tot slot vormen hij, Dennis Tyfus, Vaast Colson en John Olson (Wolf Eyes) de band Anti-Freedom. En dan is er nog het hiphopprogramma ‘Schering en Inslag’ dat hij samen met zijn broer Point Dextr op Radio Centraal opvoert.
Black Dice is een groep die intrigeert, door hun grillige muziek en het parcours dat ze in tien jaar tijd hebben afgelegd: van een zootje ongeregeld dat thrashy hardcore produceert over bijna meditatieve doch pulserende experimenten tot platen met net-niet-dansbare maar wel ontregelende ritmes die op het hippe DFA Records van James Murphy zijn verschenen. Hun laatste plaat 'Load Blown' verscheen op het kleinere Paw Tracks label en grossiert in (voor hun doen) opmerkelijk gebalde nummers vol repetitieve gestoordheid. Maar ik wil het hier eigenlijk hebben over hun liveprestatie in de Recyclart op 12 maart.
Op 2 december 2004 overleed Kevin Coyne in het Duitse Nürnberg na een lange, slepende ziekte, zoals dat heet. Coyne was een musician’s musician, op handen gedragen door onder anderen Police-gitarist Andy Summers, rockgoeroe John Peel en, dichter bij huis, Arno Hintjens en Patrick Riguelle. Tijdens de jaren 1970 trok hij volle zalen en de Brit hoort thuis in het rijtje van groten als Captain Beefheart en Syd Barrett. Zijn originele invulling van de blues en invloed op de Britse folkrockbeweging zijn allerminst gering te noemen. Zappend door radioland wordt duidelijk dat dergelijke excentriekelingen geen plaats meer vinden in de ether, dat tot een verzamelplaats verworden is van platte eenheidsworst waar veelal ziel en intensiteit vakkundig is uitgeknepen.
Happy New Ears is een festival voor nieuwe muziek in Kortrijk en Rijsel, al gaat het niet alleen om muziek. De organisatoren gaan op zoek naar de raaklijnen tussen muziek en andere kunstvormen. Tussen muziek en beeld, bijvoorbeeld. Cubing,een audiovisuele performance, past in die optiek.Het opzet van Cubing klinkt veelbelovend: het collectief Artificiel (met twee mannen als performers) speelt onder het oog van een kleine camera met een Rubik- kubus. Die beelden worden omgezet in klank. ‘Via diverse algoritmische processen wordt een scala aan geluiden, van loops tot noise, in werking gezet. De liveprojectie van de verschillende kleurarrangementen van de kubus maakt de interactie tussen kleur, beweging en geluid duidelijk waarneembaar’, aldus de programmabrochure. Alleen jammer dat het resultaat niet om aan te horen is.
Iemand die een stofzuiger gebruikt om een mondharmonica te bespelen, heeft bij mij een streepje voor. Als die iemand een buffetpiano in zijn tuin zet om te zien wat een gure winter ermee aanricht, krijgt die er van mij nog een streep bij. De vergeten blanke blueslegende Jos Steen bracht dit jaar de LP ‘Music For Tape And Turntable’ uit op het Ultra Eczema-label van Dennis Tyfus, een plaat waarop nauwelijks een muziekinstrument te horen is.
Bijna tien jaar geleden ontmoette ik de toen nog compleet onbekende Christian Fennesz toen hij in Brussel was met zijn kompanen Peter Rehberg en Jim O’Rourke voor een oorsplijtende improvisatieperformance op laptop. Een concert van drie mannen op Apple Macintosh: in die dagen was dat nog ongehoord revolutionair. Het waren de hoogdagen van de Weense alternatieve muzieksien. Underground muzieklabels als Sabotage, Cheap en vooral het onnavolgbare Mego deden het kleffe imago van de klassieke muziekhoofdstad vergeten. Fennesz had net zijn eerste album Hotel Paral.lel uit op Mego. Een decennium later speelt hij samen met illustere grootheden als David Sylvian, Ryuichi Sakamoto, Mike Patton van Faith No More en Mark Linkus van Sparklehorse.
Eerlijk: het heeft lang geduurd voor ik een interview met de psychedelische dronerockers van Silvester Anfang deed omdat ik een beetje schrik had van deze groep. Daar zijn de Funeral Folk-website en de hoezen van hun platen verantwoordelijk voor: witte kappen, schedels en hakbijlen all over the place. Dat ik nog steeds zo vatbaar ben voor het imago van een groep is opmerkelijk, want eigenlijk zou ik ondertussen toch al lang moeten weten dat achter de meest heavy imago’s vaak de liefste en de grappigste mensen schuil gaan. Tenzij je Gary Glitter heet, natuurlijk. Maar dit ter zijde. Dat ik dan toch opga in de manier waarop Silvester Anfang zich naar buiten toe presenteert bewijst enkel hoe knap het allemaal in elkaar zit. Of om het met de woorden van Jack White te zeggen: “Coca Cola. Micky Mouse. Ramones. Achter elk goed product zit een goed imago”.
De carrière van de Amerikaanse grootmeester-jazztrompettist Jon Hassell is een voortdurende queeste naar de ultieme trompetsound. Zijn invloed op een jongere generatie van jazzmusici – die tegenwoordig vooral uit Noorwegen komt - is ongeëvenaard. Hassell vernieuwt zichzelf trouwens nog steeds opnieuw. In het kader van zijn Maarifa Street project werkte hij samen met de Belgische videokunstenaar Kurt d’Haeseleer en met de Noor Jan Bang, die eerder al speelde met Nils Petter Molvaer en Arve Henriksen. Het resultaat is een revolutionaire sound, die zijn gelijke niet kent in de wereld van de jazz.
Ash Grunwald, Australisch blueswonder met een voorliefde voor de Delta Blues terwijl er delen Howlin’ Wolf, Robert Johnson, Ben Harper en North Mississippi Allstars in zijn muziek weerklinken, trad maandag en dinsdagavond aan in het tweemaal uitverkochte muziekcafé De Fagot. Vorig jaar had Grunwald tijdens zijn passage langs het Labadoux festival al het mooie weer gemaakt, en dat was het publiek niet vergeten.
Enkele maanden geleden verraste Devendra Banhart met zijn vijfde album ‘Smokey Rolls Down Thunder Canyon’, een avontuurlijk, rijk geschakeerd groepsalbum waarop de kwajongen van weleer grotendeels in een melancholische bui lijkt te verkeren. Omdat de - tot aanvoerder van de new folk beweging gekroonde - hippie, België bij de huidige tournee niet aandeed, dienden we woensdagavond naar het naburige Rijsel af te zakken waar de bebaarde bard in het voormalige bioscoopcomplex Le Splendid met een vijftal volgelingen aantrad.
Op zijn vijfenvijftigste geldt John Zorn nog steeds als het enfant terrible van de New Yorkse jazzscène; zijn naam wordt gehuldigd als grensverleggend avant-gardist en veelzijdig eclecticus. Hoe komt het dan dat zijn catalogus steeds meer sentimentele filmmuziek, heruitgaven van ouder werk en herkauwde ideeën telt? Onder een zorgvuldig bewaakte reputatie lijkt vooral de logica van de dollar te heersen. De liefhebber betaalt.
Lelijke westerse mannen in maatpak hebben in de twintigste eeuw langzaam maar zeker alle melodie en ritme uit de muziek gebannen onder het mom van ‘avant-garde’ en ‘moderne compositie’. Ze lijken ook alle emotie er te hebben uitgefilterd. Of zijn melodie en ritme niet langer noodzakelijke componenten om emotie te verwoorden in muziek? Die vraag lijkt wel een vloek op het hedendaags elektro-akoestische genre, dat lijkt te lijden onder een saai en al te intellectueel imago, en dat bijgevolg geen doorstroming vindt naar een iets breder publiek.
Mijn kennismaking met de muziek van Devendra Banhart was een overrompeling. Ik ben nochtans een en ander gewend. Op het ogenblik van de feiten, baatte ik een praatcafé uit met op vrijdag en zaterdag jazzmuziek, op donderdagen blues en Americana, op zondag wereldmuziek en in de late uurtjes singer/songwriters. Daarvoor had ik jaren als muziekrecensent voor Markant, Teek!, Scoops en RifRaf geschreven. Interviews en cd recensies. Met het café was daar een eind aan gekomen. Mijn broer, die een muziekwinkel uitbaat, had me gewezen op de zonderlinge New-Yorker. Hij had zijn eigen cd-exemplaar meegegeven, en de naam Devendra Banhart deed me eerst aan iets duisters, ontoegankelijks denken, Duitse noise, vergeef het me dude of experimentele rock, in elk geval; het cd’tje met het intrigerende hoesje bleef nog een tijdje op de kast liggen. Tot die dag.
Een festival met 'independent culture' als middlename. De exuberante affiche van ZXZW trekt de aandacht en maakt het de moeite waard om ter plaatse de inhoud van dat label te gaan bekijken en bevragen. We troffen er vooral veel cultuur aan en independent bleek achteraf gezien nog niet zo slecht gekozen als epitheton voor dit muziekfestival hors catégorie.
In zijn Microcosmos-reeks zoomt Joeri Bruyninckx in op muziek die op de zogenaamde micro-labels verschijnt, labels die bewust kiezen voor een kleinschalige aanpak. Ze brengen muziek uit op cdr's en tapes, kiezen voor handgemaakte hoesjes en verdelen hun muziek via postpaketten.
‘Live fast, die young’ luidde het motto van de eerste generatie rockers. Intussen staan ze, met stramme knieën en een ietwat versleten prostaat, nog altijd op het podium, alsof de jaren ’60 en ’70 nooit weg geweest zijn. Krasse knarren met een gitaar: tasten ze de geloofwaardigheid van rock ’n roll aan of bewijzen ze dat je wel degelijk waardig ouder kan worden op een podium?
Het is niet gemakkelijk wanneer je als waarnemer door de zoveelste wrede speling van het lot machteloos moet toezien hoe een zoon die het repertoire van de vader in ere tracht te houden de hele zwik onbedoeld om zeep helpt. De jongen heeft helaas enkel de technische virtuositeit mogen erven en moet het verder zonder de geniale gekte stellen, de onontbeerlijke zuurstof in het oeuvre van Frank Zappa. Nee, dan liever The Asylum Street Spankers, een knotsgek gezelschap uit Austin, Texas. Ze tappen weliswaar uit andere vaatjes dan de meest onwaarschijnlijke presidentskandidaat aller tijden, maar 1. dat de hilarische humor de fantastische nummers nooit ondermijnt, 2. de tintelingen verwekkende muzikale cross-over, en 3. die af en toe snedige, maar fijntjes aangebrachte commentaar op de politieke beleidsmakers, hebben ze alvast gemeen.
Muziek aan den lijve voelen. Kan dat? Ja, als het volume wordt opengedraaid tot de bassen alle organen tot moes schudden en de hoogste tonen als naalden je trommelvlies doorboren. Maar dat lijkt ons nu niet meteen de meest plezante manier waarop muziek kan ‘gevoeld’ worden. Alternatieve wijzen bedenken waarop geluid kan gevoeld worden is echter geen makkelijke klus.
Beeld en geluid. Oren en ogen. Twee zintuigen waar een dagelijkse, levensnoodzakelijke interactie tussen bestaat. Het zicht geeft een gezicht aan het geluid. En het geluid geeft een stem aan wat we zien. Zonder de wisselwerking tussen deze beide zintuigen zou iets als cinema waarschijnlijk ondenkbaar zijn. Want in geen enkele andere kunstvorm komt de dramatische kracht die uitgaat van een spel tussen beeld en geluid meer tot uiting. Dat er op een festival als Happy New Ears aandacht werd besteed aan de relatie tussen beeld en geluid en hoe die vorm gegeven kan worden, was dan ook niet meer dan normaal.
Noémie Dal, een 26-jarige vrouw uit Sint-Gillis met Oekraïense roots, bracht afgelopen zomer haar eerste eigen plaat uit: een C-60 cassette genaamd ‘Norémie’ vol fragiele en intieme lofi-liedjes die doen denken aan Movietone, Christina Carter en Mick Turner. Deze muziek bracht ze uit op haar eigen Kourlyk-label.
Het laatste dat je van Luc Dufourmont kunt zeggen is dat hij bij de pakken blijft zitten. Ooit de onvolprezen zanger van Ugly Papas, waarin hij samen met dr. Dekerpel de plak zwaaide. Dekerpel, samengesteld uit variërende delen Sun Ra, John Fahey en Frank Zappa. Dufourmont, een vreemde mix van Meatloaf, Robert Plant, en Screamin’ Jay Hawkins. Samen verantwoordelijk voor twee onverslijtbare cd’s; ‘Papa Rules, Ok?’ (’91); flink ontregelde, hoekige en explosieve rock’n roll, en ‘Ugly Papas’ (’94), dat omwille van z’n voor die tijd nog ongebruikelijke melting pot aan stijlen en/of compromisloze experimenteerdrift in de van het lam Gods geslagen vaderlandsche pers grotendeels genegeerd werd.
In september lanceert de Ancienne Belgique REWIND. In deze concertreeks voeren Belgische groepen hun belangrijkste album integraal uit. Royalty in Exile (1990) bijt de spits af en brengt de The Scabs na ruim tien jaar even weer samen. Dan volgt Gorky (1992). Deze klassieker wordt echter niet door de originele bezetting vertolkt. Diepe waters scheiden zanger-gitarist Luc De Vos van drummer Geert Bonne en bassist Wouter De Schutter. ‘Vosje’ komt dus met de band die hij na het ontbinden van Gorky oprichtte. Maar kan Gorki Gorky ook tot leven brengen? En vooral: heeft De Vos daar echt zin in?
In zijn Microcosmos-reeks zoomt Joeri Bruyninckx in op muziek die op de zogenaamde micro-labels verschijnt, labels die bewust kiezen voor een kleinschalige aanpak. Ze brengen muziek uit op cdr's en tapes, kiezen voor hangemaakte hoesjes en verdelen hun muziek via postpaketten.
Fré is altijd al een Lemonheads adept geweest. Eergisteren liet hij, op terugweg van hun optreden op de Lokerse Feesten, en zonder al te grote verwachtingen te koesteren, een briefje achter aan de balie van het hotel waar Evan verbleef. ’s Anderendaags gebeurde het onmogelijke: er kwam een telefoontje waaruit bleek dat de opper-Lemonhead een soloconcert in het café waar Fré’s broer één van de uitbaters is - voor z’n terugkeer naar de States - wel zag zitten. Diezelfde avond nog kwam de legendarische voorman naar Roeselare afgezakt. Dankzij wat gsm verkeer liep het café – goed voor zo’n goeie honderd aanwezigen - in snel tijd vol. De arriverende gelukkigen keken bij aankomst nog steeds vol ongeloof om zich heen, als betrof het aangekondigde concert een wrede, sterk verlate aprilgrap.
In zijn Microcosmos-reeks zoomt Joeri Bruyninckx in op muziek die op de zogenaamde micro-labels verschijnt, labels die bewust kiezen voor een kleinschalige aanpak. Ze brengen muziek uit op cdr's en tapes, kiezen voor hangemaakte hoesjes en verdelen hun muziek via postpaketten.
Je hebt luide concerten zoals die van bijvoorbeeld Metallica. Je hebt zeer luide concerten zoals die van pakweg Wolf Eyes. Je hebt menstergend luide concerten zoals dat van Throbbing Gristle een dag eerder. En dan heb je KTL, de groep van Mego Editions-labelbaas Peter Rehberg en Sunn O)))-gitarist Stephen O’Malley. KTL werd in 2005 opgericht met de bedoeling om de theatervoorstelling ‘Kindertotenlieder’ van Gisèle Vienne van een soundtrack te voorzien, maar omdat deze samenwerking de beide heren zo goed beviel, is dit dan uiteindelijk toch een groep op zich geworden, en geen eenmalig project. De muziek die Rehberg en O’Malley samen maken klinkt eigenlijk zoals te verwachten, namelijk als een combinatie van donkere elektronische soundscapes met ultralangzaam voortslepende gitaarriffs. Noem het doomtronics, voor mijn part.
Na vijfentwintig jaar stilte verscheen vorige maand ‘Part Two – The Endless Not’, de nieuwe cd van het legendarische Britse kunstenaarscollectief Throbbing Gristle. Deze plaat kwamen Genesis P-Orridge en co live voorstellen met, op uitnodiging van de groep zelf, Alan Vega in het voorprogramma, die trouwens ook een nieuwe plaat te promoten had.
Je hebt zo van die cross-overprojecten waarvan je het resultaat min of meer op voorhand kunt voorspellen. Raymond van het Groenewoud met groot orkest, Metallica of Portishead goes symphonic of Hooverphonic met strijkkwartet zijn voor de hand liggende voorbeelden. Bestaande muziek krijgt nieuwe arrangementen, de zanglijn blijft doorgaans hetzelfde en de begeleiding wordt uitgeschreven voor nieuwe instrumenten. Soms klinkt het resultaat verrassend en komen er andere muzikale accenten naar boven. Maar cross-over kan veel verder gaan. Bijvoorbeeld wanneer bestaand muzikaal materiaal niet het uitgangspunt is, maar een pop- en een klassieke muzikant samen een nieuw product maken. Zoals de cd A Love Sublime (2006) van Brad Mehldau en Renée Fleming. Twee topmuzikanten, maar dan in uiteenlopende genres: Mehldau is jazzpianist, Fleming lyrische sopraan. A Love Sublime is een album met liederen die Mehldau speciaal voor Fleming componeerde. Vreemd genoeg kreeg de cd haast geen recensies, terwijl eerder werk van Mehldau of Fleming afzonderlijk – gezien naam en faam van de uitvoerders – doorgaans op veel belangstelling en lovende kritieken konden rekenen. Misschien was er geen enkele recensent die wist wat hij er mee aan moest vangen …
Een paar jaar geleden woonde ik een concert van John Cale bij naar aanleiding van zijn album Hobo Sapiens (2003). Bij de eerste noot ging het licht uit en viel de muziek stil. Kortsluiting. Cale liet zich echter niet van zijn stuk brengen en toen het concert even later vooralsnog begon, grapte hij: ‘Now you can all go home and say John Cale gave you a blackout’. Voor de man die ooit een kip slachtte op het podium, was een kortsluiting vermoedelijk niet meteen iets waar hij van onder de indruk was. Integendeel, kortsluiting is het principe waarop Cale zijn carrière heeft gebouwd. En onvoorspelbaarheid is het sleutelbegrip van zijn concerten. Dat wordt nog maar eens bewezen met Circus Live (2007), de dubbele live-set en bijhorende dvd waarmee Cale de balans lijkt op te maken van zijn carrière. De keuze van het materiaal is niet evident: Cale heeft een voorkeur voor minder bekende nummers uit zijn albums of radicaal omgebouwde en afgestroopte versies van oude en nieuwe composities. Maar bovenal keert hij terug naar de experimenten uit het prille begin van zijn carrière, toen hij zich als avant-gardecomponist toelegde op het verleggen van de grenzen van de hypnosemuziek.
Trage stappen, het gelijkmatig neerkomen van de zweep op de reeds zwaar gekwetste rug. De muziek van de onlangs overleden Russische componiste Galina Oestvolskaja klinkt als de zelfflagellatie van religieuze fanatici. Ze is zowel wanhopig als lucide en in staat heviger smart te doorstaan dan zij ooit zal hebben gedacht. De muziek van Oestvolskaja is uniek. Ze lijkt uit een andere wereld te komen, zoals ook de zichzelf kastijdende gelovigen los lijken te zijn geraakt van het aardse. Door het lichaam aan extreem veel geweld te onderwerpen, wordt uiteindelijk de catharsis bereikt waarin de pijn niet meer wordt gevoeld. Deze muziek is spiritueel en heel, heel erg fysiek.
Anno 2007 zijn er nog altijd platenboeren die het vermogen om Stef Bos in hun bakken onder te brengen bij ‘Nederlandstalig chanson’. Áls ze zijn oeuvre al in permanente voorraad houden, want alfabetisch verwante traanklieren als Frans Bauer of Clouseau verkopen natuurlijk nog altijd een stuk beter. Ook door de andere zijde, door alterno’s van muziekfans met steeds nauwer wordende slakkenhuizen, wordt Bos verdrukt. Te zeem, te zoet, te makkelijk. ‘Dit is het land van bange doven, waar een eenoor koning is’, antwoord ik daar met hemzelf op. In mijn rek hoort hij in het vak van de Grote Drie, tussen Bram Vermeulen en Herman Van Veen.
Kunnen rockmuziek en catharsis hand in hand gaan? Met zijn optreden in de Ancienne Belgique afgelopen maart bewees Nine Inch Nails in elk geval dat het antwoord volmondig ‘ja’ kan zijn. In zijn Poëtica dicht Aristoteles het begrip ‘catharsis’ een centrale plaats toe. Volgens hem wekt een tragedie idealiter angst en medelijden op en bevrijdt zij zo de kijker van diezelfde gevoelens. Een tragedie brengt de kijker tijdelijk uit evenwicht met als enige doel dat evenwicht te herstellen. Aristoteles schreef zijn Poëtica met het treurspel in het achterhoofd, maar zijn denkoefening is zonder twijfel ook van toepassing op muziek.
Partkdolg is de wat vreemde naam waaronder de Brusselse recyclagekunstenaar Bram Borloo (tevens lid van R.O.T., Dirk Freenoise en Moysk) zijn junknoise en fieldrecordings uitbrengt op zijn eigen Mototronix-label. Daarnaast bracht hij zijn muziek ook al uit op de Belgische cultlabels Veglia, Imvated en Bread And Animals. Die laatste brengt binnenkort trouwens een driedubbele tape uit met live-opnames van Partkdolg.
Dit voorjaar bracht de Brusselse striptekenaar Bram Devens onder het pseudoniem Ignatz zijn tweede cd uit op het Gentse Kraak-label. Dit simpelweg ‘II’ getitelde album klinkt een stuk songgerichter dan zijn voorganger en kon op een hoop lovende kritieken rekenen. Als gevolg hiervan speelt Ignatz de komende maanden een hoop concerten, waaronder een kleine tournee door de UK. Hierover sprak ik met hem begin april in het Brusselse schaakcafé Greenwich.
Een van de meest bevreemdende aspecten van Siouxsie and the Banshees is dat hun muziek album na album meer kunstmatig werd. Hoe verder ze van hun debuutalbum The Scream (1978) weg evolueerden, hoe meer hun werk een esthetische oefening leek te worden, een spel met muzikale vormen en de iconografische rubrieken van vervreemding, spookhuizen en body horror.
‘well i’ve been here before sat on the floor in a grey grey room where i stay in all day i don’t eat, but i play with this grey grey food desole, if someone is prayin’ then i might break out, desole, even if i scream i can’t scream that loud’ (Damien Rice, uit ‘Grey Room’)
Of ik hen via mijn ‘connecties’ niet aan een extra kaartje voor het optreden van Damien Rice op 26 maart in het Koninkrijk Circus kan helpen. Dat hebben ondertussen al vijf mensen, die schromelijk te laat waren bij de ticketverkoop, aan mij gevraagd. (Het antwoord is: neen, sorry.) Geen idee hoe snel precies zijn derde Belgische passage is uitverkocht – het zal geen record zijn, maar het liep blijkbaar wel een vaart. Dat over de eerste twee optredens – en dan vooral het eerste in de Botanique – op Belgische bodem nog lang werd nagepraat, heeft ongetwijfeld ook een rol gespeeld. Rice is met andere woorden ook in België behoorlijk hot, getuige daarvan de massale vraag op allerhande websites naar extra of overgebleven tickets. En terecht: 9, ‘s mans tweede worp, is opnieuw een parel van een plaat.
Dennis Krokodil is Dennis Pieters, de frontman van het Limburgse free –en junknoisemonster Krokodillenland. En sinds eind vorig jaar ook de fiere maker van ‘Headphone’, zijn eerste solo-cd waarop drones, white noise en vervormde stemmen voor een duistere trip zorgen.
In 1998 bracht een nieuw jazzkwartet rond de jonge trompettist Laurent Blondiau een cd uit die simpelweg Lives heette. De naam van de band was iets minder eenvoudig uit te spreken, maar het openbare leven van Mâäk’s Spirit was een feit.
Sinds het begin van de jaren 1990 domineert Scandinavië de wereld van de extreme metal. Zo is Noorwegen de bakermat van black metal, een muziekstijl die zeker in de beginjaren gespeeld werd door zelfverklaarde duivelaanbidders die er niet voor terugschrokken hun haat tegenover christenen kracht bij te zetten door het platbranden van kerken. Eén land hield zich jarenlang afzijdig: Finland. Tot het zich bijna tien jaar geleden op verpletterende wijze in het strijdgewoel stortte. Met agressie. Maar vooral: met humor.
Popmuziek heeft de eigenschap om zich op een eigenaardige manier in je hoofd en lichaam te nestelen. Het hoeven zeker niet altijd de kwalitatief beste nummers of albums te zijn die zich onherroepelijk aan iemand blijven opdringen. Maar bij sommige begenadigde artiesten lijkt er toch nog iets meer aan de hand. Zij slagen erin om hun muziek al bij voorbaat een soort verdoken nostalgie mee te geven. Paul Simon heeft anno 2007 misschien een eerder stoffig imago, maar hij is hier de onovertroffen meester in.
De Amerikaanse ‘band’ Sonic Youth is sinds jaren een constante aanwezigheid in het mondiale rocklandschap – dat wil zeggen: ze zijn min of meer in hetzelfde ritme min of meer gelijkaardige en evenwaardige platen blijven maken; ze hebben alle ‘trends’ en schokgolven overleefd; ze blijven tweejaarlijks bescheiden wereldtournees ondernemen – en dat sinds 1982. Voor een rockband (men kan het noise-rock noemen wat ze maken, avant-rock, postpunk-rock, alternative rock, wat doet het ertoe) is dat hoogst uitzonderlijk: zonder ooit echt ‘gigantisch’ bekend geworden te zijn, is Sonic Youth een zeer on-klassiek succesverhaal. Nooit gesplit, nooit last gehad van zelfmoorden of overdosissen, nooit uitverkocht, nooit een echte hit gescoord. Een groep is altijd zo goed als haar laatste plaat – en het is inderdaad iedere keer weer die laatste plaat die telkens het nieuwe ‘thema’ van Sonic Youth wordt, dat al de rest in de schaduw stelt. Hoe te spreken over deze in essentie ‘oninteressante’ cultuurproducenten en hun verwezenlijkingen? Misschien kan het nog het best op een uitgesproken onnarratieve, pseudo-postmoderne manier (want Sonic Youth heeft geen verhaal, geen crisis of toppunt waarop ze terug te brengen zijn) – door middel van een quasi-encyclopedisch, non-lineair, feitelijk-anekdotisch abecedarium.
Het verenigde Vlaamse muzikantenambt was die avond naar Gent afgezakt om de nieuwe ster aan het Amerikaanse, en dus aan het gehele Westerse firmament, op het toppunt van zijn glorie te aanschouwen. Sufjan Stevens is een bezig kereltje: de man heeft het ambitieuze plan opgevat om in alle staten van de VS te gaan wonen, en daar een onvervalste roots-plaat over te maken, die altijd een beetje een hommage moet gaan worden.
In Azië afficheren lokale reisorganisatoren hun arrangementen als 'same same but different'. Vrij vertaald betekent dat: bij ons dezelfde service als elders, maar net ietsje beter. De muzikale bewerking van Die Entfhrung aus dem Serail door Wim Henderickx is zeer 'same same but different'. Het origineel blijft herkenbaar en toch is het anders.
Net nu alles wat naar Amerikaans patriottisme ruikt, meteen in de Bush-prullenmand wordt gemikt, bezingt Sufjan Stevens ongegeneerd zijn liefde voor God en vaderland. Niet de Goede Vader uit de misdienaarlyriek of de toornige variant die dreigt met hel en verdoemenis, wél de God die er ook maar het beste van probeert te maken. Stevens doet dat nu eens engelachtig, dan weer bitterzoet, maar altijd even glorieus. Na zijn briljante optreden in de AB Box eerder dit jaar, is op 5 november een uitverkochte Vooruit aan de beurt. Gaat heen en komt bekeerd terug.
Moet er nog Björk zijn? Deze zomer kwam er een luxueuze cd-box op de markt waarin alle soloalbums van de IJslandse diva zijn samengebracht, inclusief alle bijhorende videoclips. Zo’n doos heeft natuurlijk iets van een afgesloten project. Het is een kubieke decimeter oeuvre die op zichzelf staat. En dat is een gelegenheid om de balans op te maken van het parcours dat ‘s werelds guitigste pinguïn tot nu toe heeft afgelegd. Waar is ze begonnen? Waar staat ze nu? En vooral: hoe klinkt het daartussen?
Ik heb al een paar keer gehoord dat ik een beetje op Chris Martin van Coldplay zou lijken. Dat is nogal lullig voor Chris Martin. Niet dat ik zo lelijk ben, maar het zegt wel wat over die arme man. Draai het of keer het zoals je wil, een echte ster ben je niet als je op mij lijkt. Een echte ster lijkt überhaupt niet op een mens. Neem nu Freddie Mercury. Net als Jezus geboren in een eenvoudig gezinnetje, op het voormalige slaveneiland Zanzibar en – dat kan Jezus dan weer niet zeggen – zich opgeknokt tot de hoogste regionen van de popmuziek.
Toen pianist Andrew Hill dit jaar met zijn kwintet te gast was in het Rotterdamse Lantaren/Venster, vertelde de Turkse programmator een treffende anekdote over zijn jeugd in de jaren 1960 in Istanbul. De muziekleraar had iedereen gevraagd zijn favoriete elpee mee te nemen en die aan de klas te laten horen. De programmator had een net verschenen plaat van Andrew Hill meegebracht. Het kwam hem op een aanvaring met de muziekleraar te staan, omdat die dacht dat hij in de maling genomen werd. Hij kon zich niet voorstellen dat iemand die muziek mooi zou vinden.
Nirvana-frontman Kurt Cobain zei het begin jaren negentig over collega Eddie Vedder: 'He's a nice person - but I hate his band' - het is nog steeds de mening van vele kritische, 'hippe' of 'vooruitstrevende' muziekliefhebbers. De strijd tussen Pearl Jam en Nirvana had alles om een klassieke battle of the bands te worden (genre Rolling Stones vs. Beatles of Oasis vs. Blur), maar de tweeloop van Cobain besliste daar anders over. Het bombardeerde Pearl Jam tegen wil en dank tot overlevers, die moesten opboksen tegen torenhoge verwachtingen, massale fans en een hyperventilerende muziekindustrie - en dat in combinatie met de eigen problemen, die op zich al niet min waren! Hun tweede plaat heette dan ook niet voor niets Versus, en had als werktitel Five against one, wat uiteindelijk het refrein werd van de song Animal.
Deze bijdrage over het beste festival van Vlaanderen, of althans het festival met de beste pop- en rockmuziek in Vlaanderen, is natuurlijk alleen tot stand gekomen met het doel om ooit, one day, een perskaart te bezitten en dit soort leukigheid als job te mogen doen. Maar ter zake: op kortere termijn dient dit stukje vooral als reactie op dat soort journalisten en reports die liever een non-item aan Pukkelpop wijden (lees: enkel over erreurs de parcours als Michael Franti en Keane berichten omdat die mensen gemakkelijk interviews geven) dan toe te geven dat ze beter zijn in het uitzenden van badpakkenspecials. Of die Scissor Sisters in hun topdrie zetten.
De cd Cinnabar Red Drizzle van de Amerikaanse Chinees Dajuin Yao liet ons achter in opperste verstomming. Misschien ligt het aan onze Westerse oren. Of misschien is het water tussen beide culturen gewoon veel te diep. ‘Cinnabar’ is een enig mengsel van Chinees-Mandarijnse poëzie en fragmenten uit de traditionele Chinese muziek bewerkt met de allernieuwste computer- en laptopsnufjes. Bij gebrek aan diepgaande kennis van de Chinese taal en cultuur blijft het ding voor ons grotendeels een gesloten boek. Maar we lieten ons wel gewillig meesleuren door de veelgelaagde en exotische combinatie van traditie en moderniteit die Dajuin ons aanbiedt. Het bestaan van een Chinese sonische avantgarde noopte ons tot een gesprek met de in Berkeley residerende Yao.
We houden van muziek, laat daar geen twijfel over bestaan. We voelen ons zo nu en dan zelfs op ons gemak binnen de ons-kent-ons coterie van cultuurcriticasters, maar soms, onvermijdelijk wordt het ons wel eens teveel en moeten we weer met de voeten op de grond worden gezet. Een klein concert van een innemende groep als de Portables kan wonderen doen, bijvoorbeeld, een alcoholdieet in de bruinste kroegen van Vlaanderen ook wel, maar bovenal vinden we de ultieme relativering in de muziek zelf: in plaatjes als die van The Red Egyptians, The Phenomenological Boys of Reaching Quiet. Muziek kan ook gewoon prettig (gestoord) zijn, laat ons dat niet vergeten.
Dat hun nieuwe album La revancha del tango klasse uitstraalt, staat vast. Zaterdagavond speelde een beklijvend Gotan Project in de Hallen van Schaarbeek de pannen van het dak. Hun zuiderse passionele muziek werd in perfecte harmonie begeleid door al even zinnenprikkelende beelden.
"Holy Minimalism" wordt de muziek van Fernando Corona, alias Murcof wel eens genoemd, verwijzend naar de klassieke muziekstijl die zich midden vorige eeuw ontplooide. Net als componisten als Arvo Pärt of Henryk Górecki verkiest Corona eenvoud boven complexiteit, transparantie boven bombast. Op zijn eerste album Martes componeert hij serene elektronische landschappen rond strijkerssamples en minimale beats.
Hoe zou het voelen om verworden te zijn tot een karikatuur van je zelf ? De baanbrekende revolutionair, Prince, zo noemt hij weer officieel, wordt tegenwoordig vooral gezien als een oversekste geile kikker, een lachwekkende travestie en prekerig getuige van Jehova. Missy Elliott laat zich bijvoorbeeld als weinig flatterend 'tribute' zelfs strelen door een look-alike in haar recentste clip 'Work it'.
De elektronische muziek neigt tegenwoordig steeds meer naar noise en industrial, in een blinde drift naar abstractie en deconstructie. Toch lijken sommige muzikanten nog kinderlijk en impulsief te spelen met de blokjes op hun computerscherm, importeren simpele akoestische geluiden in een digitale context –of omgekeerd- en vermengen exotische klanken en naïeve melodieën tot smeuïge potpourri’s. Die komen ons uit alle delen van de wereld toegewaaid: De Japanse componist Asa-Chang heeft met Jun Ray Sung Chang een niet te categoriseren maar uitermate boeiend werk afgeleverd en ook de recente platen van Dídac Lagarriga en Julien Locquet, respectievelijk uit Brazilië en Frankrijk kunnen ons bekoren.
Het gaat zo te merken uitstekend met het Britse experimentele label Touch en zijn offshoot Ash International. Een keure aan artiesten strijkt een week lang neer in de Gentse Vooruit voor een audiovisueel spektakel om je vingers bij af te likken. Tegen de stroom en de commerce in brengt het label de ene na de andere kwaliteitsrelease uit van artiesten als Hazard, de Ijslandse componist Jóhann Jóhansson, geluidsarchitect Chris Watson en gitaar- en laptopvirtuoos Christian Fennesz. Pikant detail? Dezelfde Fennesz legt momenteel de laatste hand aan een nieuwe cd met vokale inbreng van ene David Sylvian. Een samenwerking om naar uit te kijken.
Gevonden in de Van Dale: “Toon (m.)[Fr. ton] 1. klank met een gelijkblijvend aantal periodieke trillingen; geluid waarvan de hoogte, sterkte en duur in verhouding tot die van andere klanken kan worden waargenomen (…) 2. (muz.) klank als onder 1 als interval op een toonschaal, syn. Noot (…) 3. (verzameln.) klanken, muziek (…) 4. harmonisch stelsel, syn. Toonsoort (…) 5. klank als kenmerkend voor een bep. Instrument of een bep. Stem, syn. Timbre, toonkleur (…). Monotoon (bn.) 1. op één toon, syn. Eentonig; 2. saai, vervelend; 3. (wisk.) constant toe- en afnemend (…)”
Tussen het overaanbod van elektronische muziek waarmee we tegenwoordig bestookt worden, blijven toch altijd wel enkele vaste waarden overeind. De Oostenrijkse muzikant Christian Fennesz bouwt reeds een kleine tien jaar aan een oeuvre dat uitblinkt in verbeeldingskracht en finesse. Met behulp van gitaarklanken en mimimale elektronika construeert hij fantasierijke composities die steeds explicieter lonken naar popmuziek - "ik wil de fijne lijn tussen 'cheezy' en goeie smaak verkennen."
De Kortrijkse muzikant Pol Isaac speelde op het festival voor nieuwe muziek Happy New Ears een opvallende creatie met Gerrit Valckenaers, samensteller van het Klara-programma Mixtuur. Tijdens de vierde Page 3ree op vrijdag 22 november in de Gentse Minardschouwburg wordt het project nog eens overgedaan. Deze keer worden bij de muziek echter ook beelden getoond.
De muziekbussiness is een wrede en onrechtvaardige wereld, maar er is wel ambiance, en dat wil toch iedereen. Peter Revalk heeft het allemaal wel eens gezien als een Wizard of Ooze, een van de geniaalste en meest technisch onderlegde groepen uit de Vlaamse popmuziekgeschiedenis. Vrienden uit de Wizard of Ooze spelen nu bij Cartel Deluxe en het recentste vlaggenschip voor de vloot der Vlaamsche popmuziek, Hooverphonic.
Vandaag is Peter Revalk zelf echter niet te beroerd om met een hoogstaand ska- en balorkest “The Internationals” de Vlaamse jeugdhuizen en clubs af te schuimen.
Laat ons voor de verandering eens tegendraads doen: wij zijn niet zo wild van de platen van Sigur Ros. Die jongens maken ‘mooie’ muziek, ja hoor, maar dan ‘mooi’ zoals op National Geographic Channel: de etherische plaatjes van een wereld met kleine en grote wonderen wekken soms verbazing en bewondering op, maar na een kwartiertje liggen we steevast te ronken, nadromend over lange reizen en welgevormde schepsels. Nee, adrenalinekopstoten krijgen we er niet van, kippenvel ook niet, maar het is wel ‘mooi’. Te mooi, wellicht, voor ons die terugschrikken voor alles met een aaibaarheidsfactor hoger dan ons toetsenbord. In een ander, maar soortgelijk bedje ziek: de platen van Godspeed You Black Emperor!. Ja hoor, ze zijn een begrip geworden en ze maken heel ‘epische’ muziek, maar dan ‘episch’ zoals in de Italiaanse zwaard-en-sandalen films van de jaren 1960: de heroïsche gebaren spetteren in widescreen van het scherm, maar van een coherente plot is zelden sprake, enkel van losse ideeën en een voorspelbare sequentie. Fascinerende verpakking, maar een lege doos. Maar goed: in dezelfde muzikale sferen vertoevend, maar een tikkeltje boeiender: recent werk van Early Day Miners en Hangedup.
De Canadese componiste Sarah Peebles leverde een bescheiden meesterwerkje af op het kleine Californische label Cycling74, dat werk uitbrengt van artiesten die de muzieksoftware Max/MSP gebruiken om hun muziek te componeren. Peebles bevindt zich met het fijnzinnige Insect Groove in het selecte gezelschap van experimentele artiesten als Carl Stone, Tetsu Inoue en Kim Cascone. Insect Groove is een bijzonder geraffineerde collectie van insectengeluiden, traditionele Oosterse instrumenten en van door de computer gegenereerde klanken. Het album kwam er niet zomaar. Het bevat een verzameling tracks, die Peebles sinds ’92 componeerde.
Sommige mensen hebben gewoon te veel talent. Connor Oberst, een singer-songwriter uit Nebraska, was veertien toen hij in 1994 voor het eerst wat bekendheid kreeg als zanger en gitarist van Commander Venus. Twee albums en een zelf opgericht platenlabel (o.a. Cursive en Lullaby for the Working Class) later hield het jonge geweld het voor bekeken en besloot Oberst zijn eigen weg te zoeken als Bright Eyes.
Geen enkel muziekinstrument spreekt zo fel tot de verbeelding als de elektrische gitaar. Als symbool van rebellie en vrijheid, maar ook als generator van ongrijpbare oerklanken.
Sinds zijn creatie in 1920 wordt het spectrum van mogelijke tonen, klanken en sferen alsmaar uitgebreid en het blijft een onuitputtelijke bron van inspiratie en vernieuwing. Begin de jaren tachtig luidden mensen als Sonic Youth, Keiji Haino en Glenn Branca een nieuwe periode in van geluidsexploratie en -compositie, zowel beïnvloed door de theorieën van het minimalisme als door de nietsontziende rauwheid van de punkrock. Een rijk en onontgonnen terrein dat nu, haast twintig jaar later steeds dieper ontgonnen wordt door Kevin Drumm, Rafael Toral, Fennesz of ook Oren Ambarchi. Deze Australische componist produceert op uitstekende platen als Insulation en het vorig jaar verschenen Suspension delicate texturen, die traag rijpen tot tegelijk intense en contemplatieve geluidsvormen.
De muziek van The Black Heart Procession is een huis met vele kamers, vol verdoken luikjes en donkere hoekjes. Lange witte lakens zijn gedrapeerd over de meubels, overal hangen vergeelde foto’s die herinneren aan gebroken liefdes en lang vervlogen momenten. De stilte wordt enkel doorbroken door het geweeklaag van schimmen, het gefluister van de wind, echoënde melodieën uit betere tijden. Maar sinds kort heerst er een nieuwe stemming: het spookt er nog wel, maar de spinnenwebben hebben plaats gemaakt voor blinkend huisraad en waar de muren vroeger altijd grauw kleurden, worden nu occasioneel schaduwen geprojecteerd door kleine lichtstralen.
U en wij worden er net niet genoeg op attent gemaakt en dat is de reden waarom u er hier over leest: de Belgische popmuziek is springlevend! In een jaar dat qua muzikale output tot nog toe uitzonderlijk slap is geweest, mogen we gerust ons chauvenisme van onder het stof halen. De grote kanonnen als dEUS, Zita Swoon, Das Pop, Soulwax kwamen niet van pas, maar we hoorden wel -eerder onopvallende maar- heel aardige muziek van jonge wolven als Moxie, Flexa Lyndo, My Cheap Little Dictaphone, Ghinzu en ook van undergroundhelden Grinberg, Orange Black, de Portables, Styrofoam, Daiphlux en vooral Köhn. En het houdt niet op: Thou en Dead Man Ray getuigen met hun nieuwe platen opnieuw van grote, internationale klasse.
Approximate Love Boat van Low Res aka Danny Zelonky uit ’98 is één van die plaatjes waar we nog steeds koude rillingen van krijgen. Het album klinkt tegelijk extreem en gevaarlijk tegendraads, onaards experimenteel en toch relatief toegankelijk. Zelonky was zijn tijd ver vooruit met dat album. Het publiek bleef stom en doof voor zoveel talent. Onze eigenste VRT gebruikte wel de sinistere intro van het nummer ‘Kilter’ als begintune voor een of ander nieuwsprogramma. De eigenzinnige Danny Zelonky doorbrak kort daarna als Crank nogmaals de geluidsmuur met het zinderende Wanton Phenomena (’98). Op het verfijnde Heftibag (’99) gooide hij het over een veel rustiger boeg. Het album klonk nog steeds erg experimenteel maar het accent lag hier al veel meer op melodie, jazzritmes en subtiele sfeerschepping.
Als Alec Empire op bezoek komt in ons landje dan ben ik daar maar al te graag bij. Hij is de ex-frontman van Atari Teenage Riot en het loont meer dan de moeite om je eens te laten overweldigen door stormram Alec. Hij brengt tegenwoordig met een grote regelmaat solo albums uit -zijn laatste is een soort tribute aan de Stooges- en hij runt het platenlabel ‘digital hardcore’. De naam van zijn platenlabel vertelt meteen zeer veel (indien niet alles) over het muzikale genre waarover we spreken. ‘digital’ slaat hoogst waarschijnlijk op het feit dat de muziek op een laptop gemaakt wordt. Gemaakt klinkt wat genuanceerd, het heeft meer zoiets van een laptop waarop je hoogspanning steekt en de wetten der electromechanica hun gang laat gaan. ‘hardcore’ is hier wel het juiste woord op de juiste plaats: ‘laat eens een uurtje lang de meest agressieve beatsalvo’s los op het publiek, op een ver-de-pijngrens-overschrijdend decibelniveau’ lijkt het uitgangspunt. Maar goed je beseft ten minste dat er nog een oplossing bestaat als je zestienjarige zoon (of dochter, red.) de ganse dag naar nu-metal zit te luisteren.
We krijgen er maar niet genoeg van. Nog maar pas bekomen van uitstekende releases van Boom Bip & Dose One, El-P, Fog en de Urban Renewal Program compilatie, worden we deze maand opnieuw bestookt met boeiend werk uit het hip-hop wereldje. Vooral het Californische label Anticon geeft de toon aan in een nieuwe stroming, die bij gebrek aan houvast dan maar ‘avant hop’ gedoopt werd. In hun thuisfront experimenteren muzikanten als Dose One, Jel en Sage Francis volop met klanken, structuren en lyrics, die met visie en durf gekneed worden tot consequent schitterende platen. De twee nieuwe releases, van Alias en Themselves klinken opnieuw voortreffelijk. Ook in België is de eerste epigoon opgedoken: Cavemen Speak heeft met Wooden Cast een mooi visitekaartje afgeleverd.
Joost Fonteyne, programmacoördinator van het Kortrijkse jaarlijkse festival voor nieuwe muziek Happy New Ears, is vanaf 16 september een week lang curator van het programma Mixtuur op Radio Klara. Gedurende 4 uitzendingen mag hij 200 minuten muziek presenteren die een kijk bieden op het Kortrijkse festival voor hedendaagse muziek Happy New Ears, dat in oktober plaatsgrijpt en in binnen- en buitenland steeds meer erkenning krijgt. De combinatie Happy New Ears en Mixtuur belooft muzikaal vuurwerk. Tijd om even de schijnwerpers te richten op het meest eigenzinnige programma van de Vlaamse openbare radio-omroep.
Op een zomerdag in augustus rookt Tony Allen tussen twee interviewbeurten een sigaret buiten aan de deur van het Brusselse café L’Archiduc. Hij draagt een petje van Radio Multicultural en een jeansvest met stiksels in fluokleurtjes. Niemand kijkt van zijn verschijning op of niemand herkent hem. Urbanmag had het geluk even aan het interviewtafeltje te mogen aanschuiven voor het volgende gesprek.
Nog geen vijf jaar geleden zag het er naar uit dat hip-hop op sterven na dood was. Ongeïnspireerde samples, flauwe beats en matige rhymes waren een normaliteit, op enkele uitzonderingen na zoals DJ shadow en Kool Keith die ons toch enigszins alert hielden. Ook de trip-hop, blunted grooves en turntablism varianten uit de Ninja Tune en Mo’ Wax vergaarbak konden ons niet meer warm maken. De laatste tijd worden onze oorschelpen echter toch aardig wat geprikkeld door geluiden uit de hip-hop gemeenschap. Zowel uit de West-Coast (Blackalicious) als de East Coast (Cannibal Ox,Company Flow) van de Verenigde Staten zijn ons leuke platen tegemoet gewaaid en ook in Engeland (Roots Manuva) en Frankrijk (TTC) hebben ze ruimschoots bewezen een potje te kunnen rappen. De grote verrassingen komen uit compleet onverwachte hoek: dwarskoppen die hun hoogst eigenzinnige visie op hip-hop serveren, met invloeden uit indiepop en electronica, jonge veulens zoals Scott Herren (Prefuse 73), Dose One (Clouddead) en Andrew Border (Fog).
De Zweedse technomuzikant Smyglyssna aka Henrik Johansson werd halfweg de jaren negentig opgepikt door het Amerikaanse label Plug Research. Na de pure techno van zijn debuut-ep Dold en twee tracks op de labelcompilatie Research and Development evolueerde hij naar een soort aantrekkelijke Scandinavische cold ambient en naar puur elektroakoestisch experiment op het door het Japanse label Meme uitgebrachte Ellipticiteter. Na een relatieve windstilte van een paar jaar en twee recente ep’s op Vertical Form bracht hij zopas de cd We Can Fix It uit.
De 16de plaat en niets nieuws onder de Sonic Youthiaanse zon. Ze heeft iets langer op zich laten wachten omdat de studio zich in de afgeschermde area bevond na de 11 september-aanslag. Uitgezonderd een dosis stof op de instrumenten en opnameapparatuur
bleef alles intact. Vast staat dat ze bij elke plaat coherenter klinken. Hun geluid is en blijft
uniek en het aantal groepen dat ze met hun stijl besmet hebben is ontelbaar. Gemixed door underground sterproducer Jim O?Rourke, sinds de vorige plaat tevens vast groepslid, blijft Sonic Youth onvervalst Sonic Youth klinken. Je hoort en voelt dat deze oudgedienden van de Branca-school twintig jaar samenspelen. Ze voegen nog weinig toe aan hun gitaaridioom
maar ze blijven beklijven en grossieren in ondertussen tot mainstream (?) geworden popsongs.
Rafael Toral heeft gedurende de laatste vijftien jaar een eigen, unieke klankwereld ontwikkeld, die het begrip ‘gitaarmuziek’ een nieuwe invulling heeft bezorgd. Al even beïnvloed door Sonic youth en My Bloody Valentine als door avant-gardisten als Alvin Lucier en John Cage construeert hij ijle klankcomposities, minutieus gedestilleerd uit experimenten met gitaren en analoge technologie. Met het vorig jaar verschenen Violence of Discovery and Calm of Acceptance bracht Toral zijn exploraties tot een voorlopig hoogtepunt, maar luidde terzelfdertijd het begin van een nieuwe periode in. De toekomst wacht geduldig.
De wereld is onrechtvaardig geschapen. Na jaren verguisd geweest te zijn, dringt het besef door dat het bulkt van het muzikale talent in Zuid-West-Vlaanderen. Kortrijk moet niet langer onderdoen voor Gent of Antwerpen. De culturele renaissance wordt ingezet met het tienkoppige ensemble Galatasaray – onlangs op Page3 – dat een gezamenlijk project opzette met het Kortrijks Symfonisch Orkest. Ook muzikale duizendpoot Piet Goddaer (32), frontman van Ozark Henry en Sunzoo Manley, mocht de puien van het Kortrijkse stadhuis betreden om de Klauwaertprijs in ontvangst te nemen voor zijn verdiensten. Hij blijft merkwaardig cool bij de lofbetuigingen die hem na tien jaar hard werken te beurt vallen in zijn geboortestad. “Het is gewoon een prijs die ik in ontvangst neem”, grijnst de goedlachse zanger die succes oogstte op Werchter en binnenkort als één van de headliners op de affiche van het Dranouterse Folkfestival prijkt. Van zijn derde cd Birthmarks gingen ondertussen al meer dan 20.000 exemplaren over de toonbank…
'Tainted love': met dat nummer (oorspronkelijk in 1964 opgenomen door soulzangeres Gloria Jones) palmde Soft Cell zo’n twintig jaar geleden hitparades én dansvloeren aller landen in. Dankzij dat monstersucces behoeft de groep eigenlijk nauwelijks een introductie, maar naar aanleiding van hun comeback - dit jaar bekroond met een dubbel en dik verdiende plaats helemaal bovenaan de Eurorock-affiche - kijken we toch met graagte nog eventjes in de achteruitkijkspiegel. Kijkt u mee?
Ondanks een mislukte distributiedeal van het Britse undergroundlabel Skam met verdeler Ideal en een manifeste onwil om ook maar enige promotie te voeren of om interviews te doen, werd Bola’s Soup uit ’98 één van de meest besproken en invloedrijkste technoplaten van het decennium. Het fel gegeerde cultalbum plaatste Bola op één lijn met pakweg Boards of Canada, Autechre of Aphex Twin. De geheimzinnigheid rond het project werd nog versterkt bij het verschijnen van de mini-cd Mauver waarop de mysterieuze Bolaman experimenteerde met hiphop en met vokalen. Darryll Fitton treedt met een nieuwe release als Bola en het nevenproject Jello nu eindelijk helemaal uit de schaduw.
Na de latino vibes en de Asian Influence, zorgt nu Afrika voor de nieuwste muzikale hype. De westerse wereld is het ontwikkelingsgebied geworden voor de complexe Afrikaanse percussieve ritmes. De Afrobeat brengt zweterige voodoo-magie in onze discotheken. Europese en Amerikaanse hiphop- en houseproducers prutsen dan ook met veel plezier aan het rijke culturele erfgoed van wat wel eens smalende de Derde Wereld wordt genoemd. Het neo-colonialisme krijgt een nieuwe dimensie. Vlaanderens populairste trendwatchers zongen het al uit, terwijl ze met hun armen zwaaiden: Van Afrika tot in Amerika...
Adam Fenton debuteerde als drum’n’bass artiest op Goldie’s label Metalheadz. Zijn debuutalbum Colours leerde met het aanstekelijke 'Music In My Mind' dierenvriend en voormalige radiostem Chris Dusauchoit naar eigen zeggen het genre appreciëren. De kenners kennen ook Brand New Funk op V Records, maar met KAOS is onze man Adam wel de vetste en meest funky hiphop producer van het moment. Hij schept een geluidsmuur waarin chaos geordend wordt tot complexe gesyncopeerde ritmestructuren en waarop de zwaarste zwarten van over de grote plas een glansrol vervullen. Bovendien vond Janssen ‘Select’ Luc op dit plaatje zijn geliefde sample « Time’s up all you s*ckers ! ».
Alhoewel je met behulp van electronica zowat alle bestaande en theoretische klanken kan opwekken, mis je de directheid, de tastzin en de unieke warmte van een akoestisch muziekinstrument. Steeds meer hedendaagse componisten grijpen in hun zoektocht naar nieuwe geluidsvormen terug naar de organische klanken van blazers, strijkers, snaarinstrumenten, ‘found noises’ en de stem. Zo is er op korte tijd wereldwijd een nieuwe elektro-akoestische beweging hoorbaar geworden, die al die klanken een plaatsje geeft in elektronisch gevormde structuren. Een compositum van het abstracte en het vertrouwde.
Zelf hebben wij nog nooit in een Ijslandse warmwaterbron gebaad, maar we menen wel het muzikale equivalent te kennen: zich onderdompelen in de wonderbaarlijke geluidenwereld van het Ijslandse múm (spreek uit als moem). Je vraagt je af waar de warmte vandaan komt, maar tegelijkertijd besef je dat het er eigenlijk niet toe doet, het enige wat je hoeft te doen, is je ogen sluiten en genieten van de heilzame werking. Sinds hun eerste bezoek aan België (april 2001) en hun debuutplaat Yesterday was dramatic - today is ok, weten we dat we múm voor altijd zullen blijven koesteren. Hun mix van elektronica en conventionele instrumenten (cello, accordeon, melodica, gitaar, ...) veranderde ons leven niet, maar heeft ons al vaak blij gemaakt met het feit dat we er een hebben. En dan hebben we het nog niet over de elfenstemmen van de tweelingzusjes Kristín en Gyôa (spreek uit als Gjeeba), op hun debuutplaat slechts prijsgegeven op een nummer, het hartverwarmende 'the ballad of the broken birdie records'. Op hun recent uitgebrachte tweede plaat, Finally we are no one, is de vocale bijdrage van de meisjes prominenter aanwezig, maar van mateloosheid kunnen we múm alleszins niet beschuldigen. Integendeel, ingetogenheid en subtiliteit vormen net de kracht van dit kwartet.
David Grubbs gaat ongetwijfeld de muziekgeschiedenis in als een van de bezielers van Gastr Del Sol. Dit gezelschap, waar ook duiveltje-doet-alles Jim O'Rourke toe behoorde, maakte in de jaren negentig een vijftal visionaire platen, waarop ze de grenzen van popmuziek aftastten én verlegden. Na de split ging Grubbs zich vooral toeleggen op soloprojecten, die altijd weifelden tussen avant-garde experimenten en traditionele songwriting. Op zijn nieuwste plaat, Rickets & Scurvy, slaagt hij er met brio in beide werelden te verzoenen.
In Wereldbeker-sfeer: anderen geven beter forfait.
Anti Pop Consortium, als hiphop-act, overtreft live al hun soortgenoten. Cannibal Ox, de hiphop revelatie van vorig jaar, passeerde ook de AB onlangs. Hij bleef echter steken in al het negatieve wat dit genre live betekent. Geen aandacht voor het geluid, teveel pose, een te korte show en het systematisch afhaspelen van de gekende tracks. Niets van dat bij APC.
Given that most of the music nowadays is made with electronic equipment, the term ‘electronic music’ has lost its meaning. Since the advent of the digital age the ideas of John Cage, Pierre Boulez, Karlheinz Stockhausen and many others are increasingly being used outside the academic world, now even echoeing in mainstream popmusic. The palette of possible sounds is almost infinite, but then why are so little being used? For the last year or so, we were under the impression the so-called ‘glitch’, ‘microsound’, ‘clicks & cuts’ or whatever was slowly losing its inspiration and vitality, resulting in so many spineless releases. But then, there are always composers breaking the rules, paving the way for new and exciting listeningexperiences. The American duo Twine create a soundworld of their own, rich of texture and emotion, intense and deeply moving.
"Er bestaat een Ierse underground en ik maak er waarschijnlijk deel van uit. Maar ik leef eerder teruggetrokken. Ik ga niet veel uit. Af en toe pik ik wel eens een optreden mee. Ik ben niet de juiste persoon om te beoordelen of ik tot een 'scène' behoor. Ik denk wel dat de mensen hier tegenwoordig in iets anders geïnteresseerd zijn. Elektronica en experimentele muziek zijn er altijd geweest in Ierland maar ze krijgen de laatste tijd meer aandacht. Die aandacht zal in de komende 12 maanden zeker groeien." Aan het woord is Stephen Quinn, jongste telg aan de Ierse elektronica-boom. Als iquinn bracht hij net een eerste album uit op het Keulense Traum. In de loop der jaren slopen nogal wat vreemde elementen binnen in Quinn‘s muziek. Door de cocktail van invloeden bewaart hij iets van de warmbloedige, Ierse ziel. De bodhran-achtige ritmes van ‚In‘ en ‚Grace‘ en de melancholische elektronica van ‚Nus‘ of ‚Release‘ geven het album een onbestemde maar geheel eigen kwaliteit.
Gewapend met een dikke spliff en warrige dreadlocks die wapperen in de koele Gentse avondlucht kwam tot ons met de trein uit het verre Oostende de genaamde Daiphlux oftewel ene Cedric Pil. Op zijn eersteling mbrnjnftr of vrij vertaald ‘a beautiful nightmare’ op Aim Records schetst hij ons met de obligate geestesverruimende middelen een introspectieve en buitengewoon veellagige en eigenzinnige geluidswereld. Een flard Jean-Michel Jarre drijft voorbij. Dan een scheut acid jazz. Vervolgens een fragment musique concrète. Grillige breakbeats wisselen af met gevoelige melodieën. Een beneveld gesprek op het terras van de Gentse Video. Uniek want de mens Daiphlux verlaat nauwelijks zijn kot en reisde na lang aandringen speciaal voor dit interview naar Gent.
Gedurende het laatste decennium kwam de meest vernieuwende en
invloedrijke elektronische muziek ongetwijfeld uit Europa. Er wordt tegenwoordig echter
zo vaak geschermd met namen als Autechre en Oval en blindelings
gerefereerd naar labels als Mille Plateaux en Warp dat we haast vergeten andere
kanten uit te kijken. Richting Noord-Amerika bijvoorbeeld, waar ze aan een
serieuze inhaalbeweging toe zijn. We waren niet zo te spreken over de eerste
golf, die grotendeels bestond uit flauwe afkooksels en pretentieus gezwets, maar
nu lijkt het in ijltempo helemaal goed te komen. Twine en Tim Hecker leveren
alvast indrukwekkende staaltjes af.
Brussel bruist! Het is u misschien niet opgevallen, maar onze hoofdstad gonst tegenwoordig van
fascinerende muziek, visuals en multimedia. Je merkt het aan de output van muzieklabels als Foton
of Elfcut , organisaties als Amor et Psyche
en Constant en webzines als brdf:
hier broeit iets. Er wordt volop geëxperimenteerd, collaboraties en projecten krijgen vorm en
bewegen zich verder in een circuit dat stilaan de stadsgrenzen ontstijgt. Een van de meest
opvallende projecten is Géographique, die enkel met behulp van turntables warme en hypnotische
soundscapes creëren.
Köhn als tegenwicht voor de Ozark Henry’s en de Zorniks van deze wereld? Klote, want daar zal de Vlaamse reus Jürgen De Blonde waarschijnlijk heel hard om lachen. Köhn als vaandeldrager van de vaderlandse experimentele elektronica? Keutels, want een veel te enge zienswijze! Wat doet hij dan op het podium van De Kreun met de rechttoe rechtaan jazzpuristen van Jazztronauts? Om de bomen door het konijnenbos te zien, werpen we ons voor ons gesprek met de man himself nog maar eens vol doodsverachting op de 140 minuten muziek die hij op de dubbelaar Koen, voorlopig zijn magnum opus, voor ons oplepelt.
De wereld van de elektronische muziek is een waar doolhof. Met de bredere toegankelijkheid van nieuwe digitale opnametechnieken, soft- en hardware zijn de mogelijkheden quasi onuitputbaar geworden, waardoor velen gewoonweg richtingloos verdwalen. Toch zijn er nog muzikanten die vertrouwen op hun instinct en koppig hun eigen weg uitstippelen. Köhn en Req maken zo, elk op hun manier en met diverse middelen, pakkende en bijzondere muziek.
Jazz… het is een fenomeen dat me nillens willens blijft ontglippen. O ja, ik krijg wel opstoten van hardnekkige melancholie bij het beluisteren van Miles Davis’ Kind of Blue of Billie Holiday’s Lady in Satin en het werk van mensen als Ornette Coleman, Charlie Mingus of John Coltrane beschikt over een soort vitaliteit die me in meer receptieve dagen menige vurige halleluja’s ontlokt. Maar zelden of nooit blijft ‘jazzmuziek’ langdurig in mijn kleren hangen, in lichaam en ziel woekeren, mijn geest voeden. Tot nu dan… misschien.
het zal wel geen toeval zijn dat het britse lamb en het duitse laub maar één letter van elkaar verschillen/beide vormen een duo (jongen meisje)/beide komen uit de triphophoek/beide draaien de conventies van het genre op zijn kop/bij laub resulteerde dat onlangs in de zeer fijnzinnige cd cd-rom filesharing/zangeres antye greie-fuchs reciteert hierop haar duitse teksten op haakse ritmes en gebroken sounds/onder haar agf-alias verscheen de cd head slash bauch op het amerikaanse orthlorng musork van kit clayton en sue costabile/
Architect en experimentele platendraaier Janek Schaefer maakt het ons niet makkelijk op zijn derde soloexploot Pulled Under. Doorheen de jaren evolueerde hij meer en meer van draaitafelmanipulaties met zijn befaamde Tri-Phonic Turntable – zie de Out-cd op (K-RAA-K)3 - naar puur elektroakoestisch experiment. Pulled Under gaat daarin nog een stap verder en vormt na Above Buildings alvast een bijna logische evolutie. Als luisteraar word je op Pulled Under meegetrokken in een verwaterde wereld waar het geroezemoes en het lawaai van de buitenwereld slechts gedempt in doordringt. Kopje onder in het geluidsbad van Janek Schaefer kortom…
Tip bij Our Noise van Herrmann & Kleine: beluister dit album liefst van achter naar voren. Begin met de slappe pop van ‘Don’t Look Back’, ‘Catch A Snowflake’ en ‘Wonder’. Worstel je door de overbodige Slapp Happy-cover ‘Blue Flower’. Vanaf hier kan het alleen maar beter worden. Geniet dan in omgekeerde volgorde van het in elektronische stemmetjes gegoten ‘Shuttle’ en de fijne drum&bass ritmes van ‘Kissing you at 120 bmp’, ‘Her Tune’ en ‘Drop’. ‘Our Noise’ is de wisselvallige eersteling van het tweetal Thaddi Herrmann en Christian Kleine, de Janssen en Janssens van de Duitse elektronische muziek.
Belgische muzikanten mogen (eindelijk!) een zucht van opluchting slaken. Het nieuwe kunstenaarsstatuut, dat het federale kernkabinet op woensdag 20 maart goedkeurde, waarborgt hen immers een volwaardige sociale bescherming én een aanzienlijke loonlastenverlaging.
Het Vooruit geluid festival presenteert ieder jaar een gevarieerd aanbod aan performances, concerten en installaties. Dit jaar viel het aanbod wat tegen, maar vooral op muzikaal vlak viel er toch heel wat te beleven: traditie en experiment woekerden er vrijelijk naast en door elkaar, met echo’s uit verschillende plaatsen en culturen. Het speerpunt van dit festival was wel de Tsjechische ‘underground’ muziek, die met groepen als Jablkon, MCH Band en Uz Jsme Doma eminent vertegenwoordigd was.
De mysterieuze Angelika Köhlermann bracht zopas een eerste schijf uit op het Keulense Tomlab. Köhlermann’s pseudoniem is eveneens de labelnaam van de Weense technomuzikant Gerhard Potuznik. Verwarring troef dus! Volgens de enen is Angelika een Franse artieste. Volgens de anderen is ze een Japans meisje dat in Parijs verblijft. Köhlermann’s debuut is het verslag van een fictieve reis van Parijs naar Keulen. Angelika ontmoet tijdens haar reis tal van interessante individuen die ze ondervraagt en opneemt voor haar muzikale dagboek. Eénmaal in Duitsland ontmoet ze een muziekproducer die haar aanspoort om muziek te maken en uit te brengen. Care is een collectie naïeve muzikale schetsen doorspekt met gesproken fragmenten van haar Keulense ontmoetingen.
De maartse sprokkeloogst was behoorlijk schaars. Enkele leuke plaatjes hier en daar (The Herbalizer, Jada, Req, ..), maar van het verhoopte verrassingsoffensief hebben we voorlopig weinig gemerkt. Om toch wat sfeer te scheppen ten huize Urbanmag, deden we vooral beroep op de schijfjes van Boards of Canada en Do Make Say Think.
De stap van Sydney naar Lissabon is blijkbaar niet zo immens. Zopas verscheen het nieuwe album Secret Sleeping Birds van de Australiër Paul Gough aka Pimmon op Paolo Raposo’s Portugese Sirr.ecords. Gough zocht contact met Paolo nadat hij een stuk over het label had gelezen. Het voor Pimmon vrij lichtvoetige album kwam tot stand na een lange periode van depressie en inactiviteit. “Eerst wilde ik gewoon een nummer afleveren voor een compilatie”, zegt Gough. “Maar toen werd er al gauw gesproken over een volledig album. De cd is een ouder broertje van Kinetica. De melodische en organische elementen treden meer op de voorgrond.”
Het Belgische (K-raa-k)3
label heeft op enkele jaren tijd een uitstekende reputatie verworven binnen het
Europese circuit van experimentele leftfield-muziek. Niet alleen dankzij hun
consequent kwalitatieve releases, maar ook door hun jaarlijkse festivals, die
getuigen van een doorgedreven eigenzinnigheid en goeie smaak. Op 2 maart was de
Hasseltse Zaal België het decor voor de alweer vierde editie van het (K-raa-k)3
festival en zoals gewoonlijk viel er heel wat te ontdekken.
Hawksley Workman is een zeventwintige jarige klassebak van een songschrijver
uit Toronto (Canada) die ons verleden jaar met twee wonderlijke platen om de
oren sloeg: For Him and the Girls en (Last night we were) the
Delicious Wolves. Hawksley heeft het niet van een opvallend geluid maar van
compositorische veelzijdigheid, gevoel voor passie en dramatiek en teksten om
duimen en vingers van af te likken. Zijn optreden op De Nachten in Antwerpen
haalde ons helemaal over de streep. Wij durfden zijn performance zelfs
beschrijven als een mix van een jonge Tom Waits en een Gavin Friday in een
grappige bui. Bedenk daarbij dat Workman over een stem beschikt die qua soepelheid
en bereik herinneringen oproept aan een artiest die nog altijd niet terug is van
een zwempartijtje in de Mississippi. Hawksley Workman behoort dus zonder twijfel
tot de top van een nieuwe lichting singer-songwriters, maar kreeg tot nu toe nog
niet de aandacht die mensen zoals Badly Drawn Boy en Ryan Adams wel te beurt
viel. We hadden een gesprek met de man net voor zijn optreden in de Brusselse
Botanique op 18 februari.
Het Vlaamse rock-'n-roll-icoon Little Jimmy - officieel heet hij gewoon Marc Claeys - heeft er een turbulente carrière op zitten. Op tweeëntwintigjarige leeftijd liet hij samen met zijn groep The Sharks de single Love at first sight op het Vlaamse land los. En begrijpe wie het begrijpen kan: man achter de knoppen was Rocco Granata! Little Jimmy and the Sharks bereikten hun hoogtepunt in 1966 toen zij het voorprogramma van The Rolling Stones mochten spelen. Sinds 1994 treedt Jimmy opnieuw op en wel onder de naam Don Croissant. Ter gelegenheid van het verschijnen van zijn gloednieuwe CD ging Urbanmag met de man praten over zijn vele projecten, zijn kortstondige carrière als restauranthouder en zijn vriendschap met Chris Whitley.
Nog niet zo lang geleden overleed de Franse socioloog Pierre Bourdieu. Zijn omvangrijke oeuvre biedt ook vandaag nog belangwekkende inzichten voor de studie van populaire en elitaire cultuur en het in kaart brengen van sociale ongelijkheid. Met nooit aflatende ijver legde Bourdieu de mechanismen van onze maatschappij bloot. Ook hij ontsnapte echter niet aan institutionalisering en werd deel van de door hem bestreden culturele elite. Urbanmag haalt Bourdieu opnieuw van stal en ging kijken in hoeverre zijn theorie iets te vertellen heeft over popmuziek.
Vrijdag 1 maart stond al maandenlang met een vette rode cirkel gemarkeerd in Oscar’s Grote Feestagenda. En terecht. Eén naam moest volstaan om dichte drommen zotten naar het landelijke Roeselare te lokken, om de grootste zot van allemaal voor het eerst live aan het werk te zien: Bogdan Raczynski, die knettergekke laptop-punker en het troetelkind van Aphex Twin.
Elegant, verfijnd, verrassend en vol paradoxen. Schijnbaar eenvoudig en op het simplistische af, maar feitelijk buitengewoon complex en ingenieus. Bloedmooi. Uiterst gevoelig. Geraffineerd, verslavend en onvergetelijk. Kortom: niet voor één gat te vangen. Is a woman, zo heet de nieuwe plaat van Lambchop. De titel is in elk geval al heel goed gekozen.
Na zijn medewerking aan nationale en internationale technofestivals organiseert dj W-Sap – Heinz voor de vrienden - op vrijdag 22 februari voor het eerst een eigen ‘Pumpin Distorted’ minifestival in de Kortrijkse technoclub Le Must in Kortrijk. Voor dat gebeuren kon hij een aantal min of meer bekende namen kon strikken. Zo zakt de Canadees Aaron Funk aka Venetian Snares voor hij naar Frankrijk doorreist eventjes af naar Kortrijk. Voor de discotheekgangers is hij voorlopig nog een nobele onbekende maar Funk geniet in undergroundkringen een uitstekende reputatie dankzij plaatjes op befaamde labels als het Duitse Klangkrieg, Hymen en het Britse Planet Mu.
"Het kan verdomme niet snel genoeg januari zijn"
schreven we ergens in september, na het horen van The Notwist 12"
Trashing Days, een verrukkelijke ear-teaser die ons toch wel enkele weekjes zoet
hield.
Voor wie van de geijkte paden der hiphopland wil afwijken blijkt er anno 2002 keuze in overvloed te zijn. Labels zoals Celestial, Big Dada, Mush records, Def Jux, 75ark, BBE, Groove Attack … brengen allen stuk voor stuk interessante plaatjes uit.
Toegegeven: we worden tegenwoordig zo vaak te pas en
te onpas met elektronische bleeps en beats om de oren geslagen, dat het
saturatie-punt toch wel vervaarlijk dichtbij begint te komen. De meest frisse
geluiden komen wellicht uit de richting van de kruisbestuivingen: zo
klooien heel wat jonge grunge of shoegazer adepten met sequencers en samplers en
daar komt af en toe imponerende muziek uit voort. De Britse groep Hood heeft met
het fantasierijke Cold House alvast bewezen dat ook popsongs hun plaats
verdienen binnen het labtop-tijdperk.
De 22-jarige wonderboy
en enfant terrible van de Amerikaanse indie-electronica scene concerteerde
onlangs in de Brusselse AB-club. Geboren in Venezuela als Miguel Depedro
verhuisde 'de kid' reeds op jonge leeftijd naar San Diego. Na het uitbrengen van
een hoop obscuur materiaal debuteerde hij in 2000 met het opmerkelijke Down
with the Scene (uit op Ipecac, het label van Mike Patton). Het is een
compromisloze plaat voortgestuwd door noise, verkapte beats en freaky samples.
Maar vooral de gezonde dosis punk-attitude geeft het werk enige
roetsjbaanallures. Verplichte kost voor muzikale avonturiers! Hetzelfde jaar nog
verscheen tevens PS I Love You (uit op Mille Plateaux), een plaat van een
volledig ander kaliber. Het is een meesterwerk vol serene laptop-elektronica, te
sfeervol om zomaar te catalogeren onder IDM (Intelligent Dance Music). Daarnaast
runt hij ook zijn eigen platenlabel, genaamd Tigerbeat6. Bezig baasje dus, en
bovenal integer as hell. De meerwaardezoeker in ons fluistert dat we Kid606
vanaf nu niet meer uit het oog mogen verliezen. Wij hadden met hem een boeiend gesprek.
2001 was voor velen het jaar van de ontdekkingen, het jaar
waarop het alomtegenwoordige internet zich steeds nadrukkelijker profileerde als
een onuitputtelijke bron van muziek. Iedere muziekliefhebber met een computer heeft
tegenwoordig wel honderdtallen MP3's op zijn harde schijf staan, heeft de
mogelijkheid om dieper te graven, om CD's te bestellen in pakweg Japan en
Nieuw-Zeeland. Nooit eerder is de muziekwereld zo open en tegelijkertijd zo
onoverzichtelijk geweest. Ontzettend veel jonge mensen zijn actief bezig met
muziek, prutsend met sequencers en software, in de weer met nog maar eens een
vers label, magazine of festival… . Nooit eerder is de nieuwsgierigheid zo groot geweest,
maar het houvast van een chart, een label of muziekzender is voor de meesten
ook compleet vervaagd. Wat ook enorm veel gezeik met zich meebrengt, kijk maar
eens op chatbox van het Warp label: de richtingloosheid waarop over muziek wordt
geluld is veelal schrijnend. Then again: is het ooit anders geweest?
De San Francisco Bay Area technolabels en -producers schieten de
laatste maanden zowaar als paddestoelen uit de grond. Nieuw is het
fenomeen niet… Orthlorng Musork, Dial Records, Context en Emanate
zijn in onze contreien niet onbekend. Helemaal mooi werd het toen
we door de directe tussenkomst van David Alcazar aka Video
Televasquez aka Vid twee gloednieuwe releases van zijn eigen
Incomplet label in handen kregen. Onder de noemer Vid bracht hij
zonet een schitterend album uit op het Phthalo label. Het
zinderende Fragrant Stirrings
eindigde hoog in onze eindejaarslijst. We wilden dus wel wat meer
te weten komen over Alcazar's activiteiten als Televasquez. De
Almex 12" is een onconventionele technoplaat vol springerige
beats, weirde samples en rare geluidjes. Incomplet mede-eigenaar,
dj en producer Actual Jackshun (Basement Displacement 12")
beschrijft Incomplet's kleine maar eigenzinnige cataloog als
"misschien iets té vreemd voor de meeste mensen".
Together Is The New Alone is de
nieuwe cd van Donnacha Costello, een Ierse muzikant en producer die na
Growing Up In Public opnieuw zijn soloding mag doen op Mille Plateaux.
Hij toont zich hier met gitaar en elektronica van zijn gevoeligste kant en
citeert invloeden als Eno, Budd en Daniel Lanois. Together Is The New
Alone bevat beatloze en pruttelende ambient met af en toe een lichte
opflakkering zoals het clicks'n'glitches nummer 'Slowly Sinking In' en het met
beats doorwrochte 'And I Got Left Behind'. "Recorded on the fifth floor while
Dublin slept" lazen we binnenin. Aangezien Dublin nauwelijks hoogbouw kent,
waren wij erg benieuwd waar dat dan wel zou kunnen zijn. De vervallen sociale
hoogbouw van Ballymun? Of het poepsjieke Claremont Hotel? Maar Costello blijft
op de vlakte over de ware lokatie van zijn opnamestudio. "Ergens ten zuiden van
Dublin", liet hij ons per mail weten. Toen we tijdens de kerstperiode even naar
Dublin afzakten, planden we een ontmoeting met Costello in het Ierse
filminstituut in het midden van het Temple Bar district.
Recent verschenen twee nieuwe platen van Jim O'Rourke, Insignificance en And I'm happy, and I'm singing, and a 1,2,3,4, die op schitterende wijze zijn veelzijdigheid illustreren. Pop, klassiek, electronica, avant-garde... noem het wat je wil. O'Rourke verwerkt zijn fascinatie voor uiteenlopende muziekvormen in een persoonlijk oeuvre, dat alle genregrenzen overstijgt: "It's all just music, you know".
Een van de meest verrassende platen van het (bijna) voorbije jaar was ongetwijfeld Endless Summer van Fennesz. Deze Oostenrijkse muzikant bouwt met behulp van mimimale elektronika fantasierijke klankbeelden die steeds explicieter lonken naar popmuziek - "ik wil de fijne lijn tussen 'cheezy' en goeie smaak verkennen."
Singalong: "Raindrops keep fallin' on my head…". Yep, mijn Burt
Bacharach en Holland-Dozier-Holland collectie bewijst in deze tijden
van klimatologische en andere crisissen alweer zijn diensten:
warmer dan een schapenwollen trui, ik zweer het je. Ook prima
van pas gekomen: nieuw werk van Hood en The American Analog Set.
Tussen de honderden techno- en elektronica-labels zijn er maar enkelen die echt bovendrijven en opvallen door de inherente kwaliteit waarmee ze releases op de markt gooien. Eén van die toonaangevende labels is het Londense Vertical Form. De releasepolitiek van Vertical Form is stringent. De vormgeving is nagenoeg vlekkeloos. De artiesten op Vertical Form zijn het neusje van de zalm. Een tijdje geleden zorgde het label voor een opvallende samenwerking tussen Arovane en Phonem. Uit de Berlijnse ondergrond verscheen een gloednieuwe cd van de uitgeweken Amerikaan Joshua 'Kit' Clayton ('Surface Fault'). Een eerste compilatiealbum bevat tracks van het kruim van de hedendaagse elektronica: Isan, Monolake, Kid 606, Vladislay Delay, Bola, het Russische EU en het Ijslandse Múm. Ze staan allemaal verzameld op één zilveren plakje van Vertical Form. Tijd dus voor een uitgebreide babbel met oprichter Mark Kirby.
'Wat je zelf doet, doe je beter', moet Stewart Walker gedacht hebben toen hij enkele maanden geleden zijn eigen label Persona opstartte. De rechtstreekse aanleiding van die beslissing was het verdwijnen van zijn officiële tweede album in de prullenmand van een of andere platenmaatschappij waarvan hij de naam niet wil vernoemen. Walker besliste toen om de touwtjes volledig zelf in handen te nemen. Persona's eerste release heette zeer toepasselijk de 'Pleasure Island EP' en was gebaseerd op het verhaal van Pinocchio, de jongen die wegloopt van school (i.e. de gestroomlijnde wereld van corporates en dance labels) om met zijn vrienden te spelen op een magisch eiland waar hij zijn eigen zin mocht doen (i.e. zijn eigen label).
Dat Alejandra Salinas en Aeron Bergman van het in Spanje verblijvende Lucky Kitchen collectief muziek maken met alles wat ze in handen krijgen, is welbekend. In het recente verleden bezorgden ze ons de soundscapes van 'Find The Hits 1 2', 'The Love Album', 'The Children's Album' en de elektronische folk van 'La Rioja' en 'Ruinas Encantadas'. Naar aanleiding van de 'Kitchen'-ep op Fat Cat ondernam het duo een minitournee in Groot-Brittannië en het vasteland. De concertgangers kregen keukengerei in de handen gestopt waarmee ze naar believen konden meewerken aan een interactieve performance. "De tournee verliep niet echt goed", blikt Aeron terug. "Het publiek was erg rumoerig en het was heel frustrerend voor ons om te proberen om er boven uit te komen. We vonden het niet echt geslaagd."
Een plaatje waar we de laatste weken maar niet genoeg van krijgen, is 'Pause' van het wonderlijke elektronica-project if.then.else. We kregen voor het eerst lucht van if.then.else toen we een door (K-RAA-K)3 verdeelde split 12" van het Omco label in handen kregen waar if.then.else de eer deelde met het al even intrigerende Nudge. De melodische IDM van 'Function' en 'Sidewalk' bekoorde ons onmiddellijk. De onfortuinlijke Deno Vichas maakte zijn tweede album 'Pause' net vóór hij voor zes maanden de nor invloog wegens marijuanabezit. Vichas is tevens de bezieler van het Californische label Emanate dat naast zijn eigen project if.then.else artiesten herbergt als OST, Lilienthal en Solenoid. Emanate lag noodgedwongen een half jaar stil terwijl Vichas zijn termijn uitzat.
't Lijkt wat raar. Een muzikant die bekend stond om zijn artistieke integriteit en zijn zin voor experiment brengt na een paar jaar stilte een poppy album uit dat lonkt naar de hoogste regionen van de independent charts. Het album werd uitgebracht op Touch, een label dat eerder bekend staat om het verkennen van de auditieve grenzen dan om pop. Mark Van Hoen aka Locust past niet in dit plaatje. "Ik kan de rest van mijn leven experimentele, instrumentale albums maken die maar gehoord worden door 10.000 mensen", aldus Van Hoen. "Ik zal dat ook wel blijven doen! Maar ik wil meer luisteraars. En ik denk dat Touch het album vooral goed vindt omdat het zo gevoelig is. Touch is een label dat albums uitbrengt waar Mike en Jon voor het volle pond achterstaan…" MP3's.
Binnen het zogenaamde leftfield-circuit van 'experimentele' muziek neemt Duitsland ongetwijfeld de meest vooraanstaande plaats in. De vele actieve platenhuizen zijn constant op zoek naar nieuwe invalshoeken en hun releases getuigen van een doorgedreven professionalisme en passie. Twee gevestigde labels, Staubgold en Hausmusik leveren nu elk hun visitekaartje af.
In de internationale industrial scene is Patrick Stevens (28) uit Sint-Niklaas allang geen onbekende meer. Hij maakte ooit deel uit van het invloedrijke duo Sonar - samen met Dirk Ivens (ex-The Klinik, Dive) - en timmert sinds 1992 aan de weg met zijn soloproject Hypnoskull, waarvan eerder dit jaar het derde album Electronic Music Means War To Us verscheen. Daarnaast houdt Stevens er nog tal van nevenprojecten op na, onder meer Tunnel (met vrouw en freelance model Mieke M.) en < cybernetic:fuckheadz >(met Raoul R. van het Duitse Noisex). Een verhelderend gesprek met een compromisloos bezig baasje…
Finland, een land dat tot de verbeelding spreekt: ijzig, donker
en melancholisch. Adjectieven die ook toepasselijk zijn op het werk van Sami
Sänpäkkilä. Zowel in zijn muziek als in zijn films is hij op zoek naar een
gevoel van 'Litost': tristesse en hoop verstrengeld in emotie.
Melancholics of the world unite! Even onwaarschijnlijk als fjorden in Texas, maar here to stay: Zweedse country. Nina Persson, in het normale leven zangeres van The Cardigans, vond de op het nippertje aan de rolstoel ontsnapte Mark Linkous van Sparklehorse bereid om haar solodebuut te producen.
Alhoewel onbekend bij het grote publiek, geldt Kim Cascone als een
van de meest gerespecteerde componisten binnen de wereld van elektronische
muziek. In het midden van de jaren tachtig was hij de drijvende kracht achter
het Silent Records label, dat ambient muziek introduceerde in de V.S.. In de
jaren negentig was hij dan weer een van de grondleggers van een nieuwe muzikale
esthetiek, die bekend zou worden als 'microsound'. Een gesprek over de digitale
revolutie en zijn naweeën.
Sète, een Frans havenstadje aan de Middelandse Zee met ongeveer 60.000 inwoners. Een groepje bejaarde mannen troept samen om pétanque te spelen of om een pastis te nuttigen. De vele plezierbootjes, huizen in frisse kleuren en visrestaurantjes zorgen voor een typische mediterrane sfeer. Een stadje zoals er zovelen zijn in Zuid- Frankrijk, ware het niet dat de zanger/ dichter Georges Brassens (1921-1981) hier 80 jaar geleden geboren werd, 20 jaar geleden begraven en sinds tien jaar zijn eigen museum heeft.
Na de mooie plaatjes van de Portables en Mogwai (zie archief) viel het aanbod
van gitaargedreven muziek de laatste tijd wat tegen. Dat wordt nu goedgemaakt
door The Strokes en Pinback, die verre van grensverleggend maar wel uiterst
onderhoudend werk afleveren.
Drie uur lang zou DJ Redo de chill-out ruimte van zaal België vullen met beelden en geluiden. Wij komen pas binnen als de strijd al volop aan de gang is. De eerste song die we horen krijgen is er één van eigen makelij. Redo draait niet alleen andermans gerief, maar kan zelf ook aardig overweg met synth en sampler.
Moonlake is een vijfkoppig combo uit Kortrijk dat
normaal gezien in maart zijn Belgische debuut zou maken met het album
'Oscillating Headcom'. Normaal gezien, want platenfirma BMG Belgium besliste
kort voordien - na een directeurwissel - het eigen sub-label Les Enfants
Terribles van Luc Van Acker op te doeken. Het gevolg: nog maar eens een
afgewerkte plaat die nooit het licht zal zien. Genoeg stof voor een gesprek over
een cd die nooit zal verschijnen.
De Noorse groep Motorpsycho is, zo bleek uit de hoge
publiekopkomst, hun cultstatus van weleer ruimschoots ontgroeid. Maar
populariteit staat niet garant voor kwaliteit, wat ook nu in overvloed bewezen
werd. De ontgoocheling over hun mak concert maakte echter al gauw plaats voor
euforie bij het zien van Melt-Banana, die een uur lang de AB-club bestookten met een spervuur van explosieve noises.
Jynweythek Vordhosbn Kladfvgbung Mischk Omgyjya-Switch7 rothatynhe Gwety Mernans Bbydhyonchord Cock/ver10 Avril 14th Mt Saint Michel Saint Michaels Mount Gwarek2 Orban Eq Trx 4 Aussois Hy A Scullyas Lyf Adhagrow Kesson Dalek 54 Cymru Beats Btoum-Roumada Lornaderek QKThr Meltphace 6 Bit 4 Prep Gwarek 36 Father
De herfst is bijna voelbaar. De nachten worden stilaan langer en zo mogelijks nóg eenzamer. Tijd voor introspectie en meditatie, dacht ik zo, en meteen de ideale platen gevonden om me in de juiste stemming te brengen (al helpt een paar grammetjes weed ook wel, naar het schijnt). En ja, alweer Duitsers…
In de maand augustus heerst er bij de platenboer traditioneel een stilte voor de storm - vanaf
eind september worden we dan bestookt met de ene 'onmisbare' release na de andere. De
laatste weken werd mijn constante honger naar nieuw luistervoer dan ook zwaar op de proef
gesteld, enkel getemperd door een aantal korte, maar schitterende 12 inches.
U hoeft Vlaanderens meest omstreden tijdschrift(je) van de laatste weken niet eens gelézen te hebben, om van deze verzamel-cd te kunnen genieten. Bij het pas verschenen tiende nummer van MaoMagazine krijgt u hem er namelijk gratis en voor niks bij, pure winst met andere woorden voor al wie zich (ook al gratis) abonneerde. De 11 bands op “Mao’s audio files” hebben alvast één ding gemeen: ze komen weldra naar de jaarlijkse hoogmis der alternatieve (?) muziek, Pukkelpop in Hasselt…
Internationale klasse. Zo mag je gerust het optreden van Hooverphonic, die vrijdagnacht op de Lokerse Feesten, betitelen. Genieten van de eerste tot de laatste minuut; nog weinig bands zijn anno 2001 in staat om op een dergelijke manier mijn gevoelige snaar te beroeren…
Ze waren een tijdlang het best bewaarde geheim in de Belgische muziekwereld, toen hun anonieme demo¹s wekelijks te horen waren op het StuBru programma Krapuul De Lux. Na verzengende live-sets op de podia van Pukkelpop en de Nachten werd het duo de 'Sid & Nancy van de elektronische muziek' genoemd. Een reputatie die ze bevestigen met hun langverwachte eerste 12", 24h Bambini Chemist : hybride drum 'n' bass met de energie van punk en de dwarsheid van industrial.
Ach, de jaren tachtig… waren wel degelijk - wat
kwatongen ook mogen beweren - prachtig. Voor mij dan toch, want ik werd reeds op
prille leeftijd op het (juiste?) muzikale pad gezet door mijn oudere zus, die in
haar jeugdig enthousiasme (vooral) singles kocht van onder meer Yazoo, Ultravox,
Soft Cell, Men Without Hats, Depeche Mode, Heaven 17, … en The Human League
natuurlijk!
Scandinavië? Smorgasbord, fjorden, vikingen, Abba ..en euh…?
Het hoge Noorden is omgeven door een waas van mysterie: zelden of nooit in het
nieuws en een cultureel leven dat maar mondjesmaat doorsijpelt naar het
internationale publiek. Wie echter de moed opbrengt om ietsje dieper te graven
stuit op een rijkdom aan eigenzinnige culturele expressies, die vaak ook een
bepaalde sfeer gemeen hebben.
De Gentse groep Thou tekende met het vorig jaar
verschenen Put Us in Tune voor een van de hoogtepunten in de recente Belgische
popannalen. Dit door John Parish geproducete album staat vol met verlokkelijke
en gevarieerde popdeuntjes, die pas na enkele beluisteringen al hun details
prijsgeven. Door een samenloop van omstandigheden is noch de pers, noch het
grote publiek in het thuisland overstag gegaan, maar nu volgt een herkansing. De
plaat werd recent uitgebracht in de V.S. en kan daar op unaniem lovende
kritieken rekenen, terwijl de groep, aangevuurd door Bart en Does, reeds volop
aan nieuw materiaal werkt.
Een platenlabel wordt normaliter opgestart als vehikel voor muzikale uitspattingen. 2T9 vond echter zijn drijfveer in het artwork, dat diende als afstudeerproject voor de opleiding grafische vormgeving. Vorm en muziek suggereren de sfeer van een exclusieve nachtclub : Doce Voileta (7") verzoent a-cappella bossa met scratches, Secret Fez Society (10") vindt zijn inspiratie in Italiaanse 70's films en beatnik-literatuur en Soul Survivor (12") brengt melodieuze drum 'n' bass.
Woensdagnacht 12u, de Peace Room van de Ten Days,
Matthew Herbert tikt met z'n vinger op z'n wang en we zijn
vertrokken voor wat hét live concert van deze tiendaagse zal blijken.
Na een teleurstellende live-act van Spacer maandag, was het gisteren uitkijken naar wat het Belgische talent er ging van maken. Uitverkorene voor een live-set was Styrofoam. Arne Van Peteghem (ook Tin Foil Star) is de man achter dit project en runt in zijn vrije uren ook nog eens de platenmaatschappij Point_Misser. Met zijn soloproject Styrofoam brengt hij een mix van hiphop beats en Aphex Twin-achtige electronics.
Op de cover van Daiphlux' mini-cd botsen twee vliegtuigen boven een vallei ergens in de Alpen. De vliegtuigen en het traject dat ze aflegden, zijn een witte lijntekening. Op de achterkant van de hoes zie je ongeveer hetzelfde scenario, alleen hier botsen de tuigen niet. Eerst dacht ik dat dit traject in verbinding stond met dat op de voorzijde. Want Daiphlux' muziek blijft in eerste instantie behoorlijk binnen de lijnen, maar kan het toch niet laten hopeloos de verkeerde weg te kiezen en op bewogen routes op allerlei manieren te crashen. Maar tot zover het luchtverkeer.
Ze zullen het me niet graag horen, de jongens van Funckarma, maar hun muziek doet sterk denken aan die van Autechre. Zowel de geluiden, de melodieën als de arrangementen construeren een duidelijke link in onze hersenen. Veel hippe elektronicamensen zouden dit als negatief beschouwen. 'Al gehoord' is gelijk aan 'niet waardevol', luidt het vaak in die kringen.
Aim Records staat op 18 juli met verschillende
live acts op de Gentse Feesten (naast de Baudelokapel). Samen met Tommy De Nys
kijken we even vooruit op de feiten.
Het onderstaande interview werd via het Internet afgenomen. Het was een kwestie van vraag en antwoord, tot tweemaal toe. Ik schreef Don en Roel met oog op hun concert op de Gentse Feesten (18/07/2001 Aim-avond). Het was communicatie van muzikant tot muzikant, over muziek en wat erachter zit, over vrouwen en sequencers, over pop en nog wat.
Als de muziek van Daiphlux (zie recensie) af en toe van behoorlijk steady beats in gestructureerde chaos overgaat, dan moet men toegeven dat MVFS (alias Joey Mook) net het omgekeerde doet. We horen vooral hectische, nerveuze muziek die ten gepaste tijde afgewisseld wordt met tragere, eerder minimale stukken. MVFS maakt gebruik van 100% elektronische geluiden, denk ik, ze klinken in elk geval zo. Deze geluiden worden op een bepaalde manier gemanipuleerd en gecombineerd dat ze ruimtevullend de ruimte die ze vullen, benadrukken. Daar zorgen vooral de bizarre 'reverb'-effecten voor.
Het vervelende aan een artificieel gecreëerde term als "post-rock", hoe betekenisloos ook, is dat je er na een tijdje niet meer zonder kunt. Nou ja, het is in ieder geval bondiger dan "sonische klanklandschappen in een bedje van ontstemde gitaren en elektronische geluidsmanipulaties… ". Om maar te zeggen dat Starfield Season dat soort muziek maakt, post-rock, dus. Maar mét visie en zonder schrik om te experimenteren met onconventionele instrumenten als de gong en het klokkenspel (!!).
Mike Dred is een bezig baasje. Als Dj maakt hij
graag en veel de dansvloer onveilig op allerlei acidparties, zoals het Gentse
Kozzmozz. Tegelijk is hij een van de veteranen op het beruchte Rephlex-label,
waar hij onder namen als The Kosmik Kommando, Judge Dred en Chimera
experimenteert met venijnige techno- en acidklanken. In 1998 verraste hij vriend
en vijand met Virtual Farmer, een intelligent werkstuk dat complexe
elektro beats koppelde aan bezwerende soundscapes. Op het recente Labtop
dancing
combineert hij het beste van de twee werelden: muziek voor het hoofd én de benen.
Het kan niet alle dagen feest zijn. Het is een zinnetje dat absoluut niet thuishoort bij de Gentse Feesten, maar gisteren toch wel degelijk van toepassing was. Alvast in de Vooruit. Geen files aan de kassa van Ten Days Off gisteren en dus ook geen volk, geen ambiance en nog minder goede muziek. De Peace Room aka het café was zo goed als leeg en enkel die paar mensen die vooraf toch maar wat brol geslikt hadden in de hoop een even spetterend feest als gisteren mee te maken, hadden moeite om hun lijf onder controle te houden.
10
days off startte zowaar met een thema-avond rond één van de meest gehypete
labels van het moment: Compost Records . Je
kon je dan ook verwachten aan volle zalen en goede muziek, want op het
programma stonden toppers als Jazzanova, Fauna
Flash en Les Gammas
.
Soms moet je van de geijkte paden durven
afwijken om mooie dingen te ontdekken. Dat geldt ook -en tegenwoordig misschien vooral- in de wereld van muziek: er is een schat aan muzikale pracht voorhanden die zelden of nooit de radio of mainstream media haalt, en zich een weg baant langs selectieve distributiekanalen en obscure fanzines. Muziek die nooit het daglicht zou zien zonder de gedrevenheid van kleine platenlabels met dwarskoppen aan het roer. (K-RAA-K)3 is er zo een: opgericht in 1997, heeft dit label zich op korte tijd kunnen onderscheiden met een divers aanbod aan intrigerende muziekjes: gaande van melodieuze pop (Wio, de Portables), tot experimentele elektronica (Ovil Bianca, Köhn, ..) en gitaarimpro (Es, Shifts, …). Een ontdekkingsreis meer dan waard.
Tim Wijnant, aka Ovil Bianca is een jonge telg uit
een generatie muzikanten die met behulp van elektronica een aparte
geluidswereld opbouwen. Bij het maken van Gravity = love, zijn eerste uitgegeven werkstuk, was toeval een bepalende factor. Opgepikte of geïmproviseerde klanken werden samengesmolten tot subtiele composities, altijd verrassend en bevreemdend: "Alles wat ik nog niet gehoord heb, vind ik interessant".
Plezier en inventiviteit - het spreekt uit alles wat de Portables doen. De muzikale activiteiten van het Belgische
drietal zijn onderhand niet meer bij te houden: samen of in soloverband bestrijken ze een breed palet aan post-rock,
elektronica en lo-fi, dat zowel in binnen- en buitenland een steeds aangroeiend publiek vindt. Onlangs verscheen hun
voorlopig magnum opus Rosegarden, een fantasievolle plaat vol fluisterzachte popliedjes die garant staan voor een
verslavende luisterervaring.
Het A-Z van de Portables: verslag van een geflopt interview.
"I wish no one on any planet would experience such horror". De Joegoslavische oorlog,
die ruim 10 jaar geleden in alle hevigheid ontbrandde, laat zijn sporen na. Maar chaos
kan evengoed dienen als voedingsbodem voor creativiteit. Het levende bewijs is de
Kroatische groep Lunar, die recent met There is No 1 een opwindende plaat afleverde,
met muziek die refereert aan groepen als Trans Am en Mogwai. Breed uitwaaierende,
epische composities die nu eens aaien en dan weer onverhoeds in het wilde weg klauwen.
De laatste weken vooral mijn oor te luisteren gelegd bij de voorhoede van de elektronische muziek. Oudgedienden als Autechre, Squarepusher en Mouse On Mars bevestigen eens te meer hun talent en vernieuwingsdrang. Maar de grootste verrassingen kwamen toch van Couch en Fennesz, die met hun nieuw werk van grote klasse getuigen.
De Belgische muziekscene gonst tegenwoordig van de bedrijvigheid. In de eerste linie staan groepen als Soulwax, Zita Swoon of Novastar te dringen voor nationale en internationale erkenning, maar onder dat schrale oppervlak houdt zich al jaren nog een wereld van intrigerende muziek schuil, die zich over de landgrenzen beweegt via obscure tapelabels, groezelige fanzines en selectieve distributie- en mediakanalen. Dankzij het Internet, de open grenzen en de goedkopere cd-aanmaak komen meer en meer van die bandjes echter in het gezichtsveld van aandachtige muziekliefhebbers terecht. Daar hebben hardwerkende Belgische labels als (KRAAK)3, Elfcut of Aim zonder twijfel veel mee te maken, maar ook gereputeerde labels als Morr (dat Styrofoam uitbrengt) en Sonig (het label van Mouse on Mars, dat ook het Brusselse Scratch Pet land verdeelt) lijken het Belgische aanbod aan electronica, lo-fi en post-rock toe te juichen.
Muziek wordt meer dan ooit beschouwd als een product, onderhevig aan massaproduktie en -consumptie en de inherente economische mechanismen. Het muzikaal aanbod wordt vooral bepaald door winstverwachtingen, publieksverwachtingen, tendensen en opgeklopte hypes.
In deze context is het niet evident om als muzikant integer te blijven en wars van commerciële motieven een eigen traject uit te stippelen, een internationaal publiek te vinden - en te houden. Deze artikelreeks gaat over muzikanten die daarin met verve slagen, over mensen met een avontuurlijke visie op de evolutie en sociale functie van muziek, eigenzinnig en open-minded, die in geen enkel hokje thuishoren - of in allemaal. Muzikanten met een verleden én een toekomst: de muzikale nomaden.
"De Nachten”. Zo luidt de eenvoudige titel van de (ogenschijnlijk) al even eenvoudige jongste plaat van Sophia, het collectief rond Robin Proper-Sheppard. Een titel die misschien alleen maar refereert aan het feit dat deze plaat een opname is van het optreden van Sophia op “De Nachten” (12/1/2001, Paradiso, Amsterdam, 13/1/2001, De Singel, Antwerpen). Of valt er met die duidelijke verwijzing naar het donkerste gedeelte van een doordeweeks etmaal, méér aan te vangen?
Liefhebbers van avontuurlijke muziek kunnen sinds kort terecht in de Gentse Florijn. Deze koffiebar annex exporuimte serveert iedere donderdag een concert of DJ-set: o.a. Wio, Köhn, Mote en Vote Robot waren er te gast, op 1 mei gaat Swearing at Motorists (poppy, maar ruige rock, ex-Guided By Voices) de buren wakkerschudden.
Op 19 april was het de beurt aan Alasdair Roberts (23), de voorman van het Schotse Appendix Out.
Dit combo serveert al drie cd's lang subtiele country-folk die onmiddellijk doet denken aan vroege
Palace/Will Oldham, al was het maar wegens de door merg en been snijdende, gebroken zang van Roberts.
De nieuwe plaat The Night is Advancing klinkt heel wat dynamischer en veelzijdiger dan zijn voorgangers
en laat nu ook o.a. klarinetten, bagpipes (!!) en primitieve electronica horen.
Tortoise. De naam van een groep die bij velen eerder pejoratief bedoelde connotaties oproept. Verwijten als ‘hol intellectualisme’ en ‘koele afstandelijkheid’ zijn voortdurend hun deel. Over Millions Now Living Will Never Die, de plaat die in 1996 werd uitgebracht, en die gezien wordt als Tortoise’s ‘doorbraak’, schreef een criticus ooit dat het ‘een extreem experimentele plaat’ was, ‘zo geleerd als een wetenschappelijk onderzoek en zo analytisch als een wiskundig theorema’. Niet erg vriendelijk natuurlijk, maar er zijn redenen te vinden voor de weinig constructieve kritiek die rond de muziek van Tortoise ontstond. En toch moet er meer aan de hand zijn met deze muziek. Want vele anderen prijzen haar de hoogte in. Sommigen gaan zelfs zover Tortoise ‘één van de belangrijkste groepen ter wereld’ te noemen. Een polemiek die vaak lijkt uit te draaien op een bittere impasse. Een polemiek ook die voortdurend balanceert op het smalle onderscheid tussen vernieuwende kunst en holle experimenteerdrang.
De liefde voor de jazz
is er één die zich doorheen de liefde voor muziek langzaam aan je opdringt.
Eenmaal de smaak te pakken, is er geen weg meer terug. Platendraaier Skallie is
iemand die volledig overmeesterd werd door die jazzmicrobe. Drie jaar geleden
richtte hij de Born to Jazz Movement op, een dj-collectief met als streefdoel
jazz te promoten en de scene waarin jazz beluisterd en gespeeld wordt groter te
maken. Interessant genoeg om eens naar Kortrijk af te zakken en te luisteren wat
opperhoofd Skallie te vertellen heeft, dachten wij.
Tijdens zijn studies film en televisie besefte Lee Jones dat hij met zijn computer wel meer kon doen dan pacman spelen. Het duurde dan ook niet lang voor hij de soundtracks schreef voor zowel zijn eigen filmprojecten als deze van zijn medestudenten. Die eerste tracks werden in '98 uitgebracht door Ninja Tune onder de naam EVA, maar na de eerste single verloor het platenlabel alle interesse en dus concentreerde hij zich sindsdien meer op zijn solo materiaal. Het resultaat is Residue, het fantastische debuutalbum van de zesentwintigjare Hefner.
"Tederheid". Er was een tijd dat de betekenis van het woord me ontglipte. Tot voor kort, toen ik kort na elkaar geroerd werd door twee tedere en vertederende schouwspelen. Het eerste, in de bioscoop: ' Le fabuleux destin d'Amélie Poulain', het tweede, tijdens een interview: een spel van liefdevolle blikken, kleine, zachte gebaren en woordenloze verstandhouding.
Protagonisten in deze zijn Jennifer Charles en Oren Bloedow, partners in het
leven en in de muziek: samen vormen ze de spil van de New Yorkse groep Elysian
Fields.
Het gaat niet goed met de Buena Vista Social Club, zoveel is zeker. Daar was het concert dat de Cubaanse groep in Vorst Nationaal gaf het mooiste bewijs van. Het concert was matig, het geheel een beetje zielig.
De nieuwste hiphoprevelatie is ongetwijfeld het Amerikaanse trio
cLOUDDEAD. Ze brachten net hun eerste album uit op het Britse Big Dada en
bewijzen nog maar eens dat goede hiphop niks te maken heeft met gouden tanden en blitse sportkarren. Maar dat wist u natuurlijk al langer.
Excuses for Travellers, is de titel van de plaat die de Londense groep Mojave 3 in 2000 op de wereld losliet, en die ik enkele dagen geleden, eerder bij toeval, ontdekte. Ze kon me aanvankelijk hoegenaamd niet boeien. Vol simplismen, alles al gehoord, vergeven van clichés. Normaal belandt zo’n schijfje zonder enig commentaar in één van de vele godvergeten hoekjes die oude huizen doorgaans rijk zijn. Maar heel soms, met een statistisch toeval dat aan de waanzin grenst en zelfs zonder bewuste bijbedoelingen, heb je dan op de repeat-knop van je cd-speler gedrukt. De muziek nestelt zich stilaan in je oren vast. Totaal ongevraagd maar daarom niet minder krachtig. Gelukkig vind je dat intussen meestal helemaal niet meer zo’n probleem.
Het gaat goed met de Duitse dansmuziek scene, dat is het minste wat je ervan
kan zeggen. Eén van de leidende actoren in die scene is het Münchense Compost
Records dat in 1994 door Michael Reinboth werd opgericht. Het label staat garant
voor kwaliteit en vooruitstrevend denken en wordt ook door de groten der aarde
op handen gedragen. Ondertussen heeft Compost Records al een twintigtal groepen
getekend. Eén ervan is Fauna Flash, zij komen zaterdag naar de Kreun in
Bissegem.
Viva Velinx, Tongeren, vroeger nog het veelzijdige
Bazar Curieux, is ondertussen uitgegroeid tot een evenement dat ook dit jaar
mocht rekenen op heel wat bezoekers. Een goedgevuld programma wees de weg tussen
hedendaagse bands van eigen bodem en hoofdacts als Swell en Bob Log. Al vroeg op
de avond tref ik Tim Vanhaemel, bekend van de Evil Superstars en dEUS. Tim
staat in de startblokken om met zijn eigen groep, Millionaire, het podium te
beklimmen, voor het zesde optreden. Met zijn vijven, opstelling: rockgroep met
keyboard, staan ze gereed en Tim doet zijn tactiek nog even uit de doeken. Dave
(Vandal X) zal de drums gewoon platrammen en Aldo (Orange Black) maakt ruimte vrij om electronica binnen te laten sijpelen. Twee getalenteerde gitaren en een bas
sturen het geheel de rock-richting uit. Met de vrije keuze om op verschillende
manieren te experimenteren, zoals bijvoorbeeld met een stemvervormer.
Het vroegere Oost-Europa werd op het vlak van popmuziek altijd al als een bastaardkindje behandeld.
Als we de westerse media mochten geloven, woonden er enkel muzikale analfabeten en als er al interessante
acts uit die contreien op de West-Europese markt terechtkwamen, zoals Iva Bittova of Deep Sweden werden
die met veel aplomb in de “wereldmuziek” rekken gedeponeerd.
Zaterdag 21 april kwam Saul Williams even afgezakt naar Brussel om er een spetterend optreden te geven in de Botanique. Zoals verwacht was er niet zo heel veel volk, maar dat belette SW niet om de microfoon ter hand te nemen en het publiek te bewerken met zijn geliefde medium: het woord. Over die grote liefde had Urbanmag enkele uren daarvoor een gesprek met Saul Williams, de woordensmid die zich deskundig in een hoekje van het Botanique-café verscholen had.
Earl Zinger is meer dan muziek alleen, de
perfect onderhouden en door prominente muziekbladen gerespecteerde mythe
zorgt voor een totaalconcept dat boeit, en dit vooral doordat het geheel
zich afspeelt in de marge van het muzieklandschap. De man heeft zelfs het
privilegie een eigen biograaf te hebben, Arnold Brackenbridge, die de
wereld voorziet in fragmentaire, maar weliswaar gedetailleerde
gebeurtenissen uit het leven van Zinger.
Het was lang wachten op Saul Williams' debuutalbum Amethyst Rock Star, maar nu ligt hij eindelijk in de winkel. Het album is niet minder dan verwacht. Williams raast als een wervelwind en neemt je mee op een trip die slechts eindigt lang nadat het laatste woord gevallen is.
Veel en jong volk dinsdag in de balzaal van Vooruit voor Japanorama: Celebration of the Japanese Underground. Zij die gekomen waren om zich te laven aan Japanse noise kwamen bedrogen uit. Het werd uiteindelijk een gevarieerde avond in twee delen met aandacht voor noise, maar ook voor pop en traditionele of klassieke muziek. De improvisatiemomenten zorgden echter voor de hoogtepunten. Opvallend was dat de muziek steeds sereen en ingetogen klonk waardoor er toch eenheid in de diversiteit zat. Voorts was het vooral de uitgekiende line-up die voor evenwicht zorgde.
Vooruit Geluid verkent wekelijks muzikale grenzen. Dinsdagavond staat Japanorama: Celebration of the Japanese Underground op het programma. Japanorama is een idee van curator Otomo Yoshihide en moet ons een beeld geven van wat Japan momenteel op muzikaal vlak te bieden heeft. Wim Wabbes en Eva De Groote, de muziekprogrammatoren van kunstencentrum Vooruit, hadden hier meteen oren naar. Een gesprek met Wim en Eva over Vooruit Geluid en Japanorama.
Er zijn van die groepen die elk jaar een nieuwe LP afleveren, er zijn er die er bewust voor kiezen dat niet te doen, of waarvan dit gewoon zo is. Attica Blues, ooit een Mo’Wax coryfee is terug, en hoe!
Er zijn zo van die platen die je bij de haren
nemen om je daarna met je smoel tegen de muur te kwakken en met een
glimlach 'dank u' te horen zeggen. Wel, The Unbound Project
is er zo een. Dit is een plaat waar zowel West als East Coast
hiphoppers en 'spoken word'-kunstenaars hun krachten bundelen in poging
het verzet tegen de gevangenneming en dreigende executie van Mumia
Abu-Jamal uit te schreeuwen. Het album is gebaseerd op de geschriften van Abu-Jamal.
Er zijn van die concerten waar je met een kar vol vooroordelen naartoe trekt. Dat van Rumplestitchkin was er zo een. Een groep met de status van 'finalist in Humo's Rock Rally' wekt mijn interesse doorgaans niet. Maar als je gratis binnen mag en uitgenodigd bent door vrienden denk je algauw: "je weet maar nooit wat het geeft". Mijn gevoelens waren dubbel voor ik vertrok, nu niet meer.
Enkele jaren geleden hoorde 'the Future' tot
het basisvocabularium van iedere D'n'B mc. Het genre werd vanuit het
milieu als de toekomst van de dansmuziek bestempeld. Wel, da's gedaan. The
Future is Now! Stilaan wordt het maximum aan mogelijkheden bereikt.
Met 'Need' en 'I Might As Well' bespreek ik de eerste twee platen van Synthemes, het elektronisch project van Mathieu Coppens. We spreken over drum 'n bass en electro met jazzinvloeden. De muziek van Synthemes kenmerkt zich door warme geluiden die in regelmatig veranderende ritmes gepresenteerd worden. Afwisseling, daar houd ik van. Een goed voorbeeld is 'Just Like That'. Deze song is eerder minimalistisch van aard en doet sterk denken aan de stijl die Photek hanteert op 'Modus Operandi'. De ritmes bieden zich - gescheiden door keurige breaks - sequentieel aan. Ze worden door slechts enkele andere geluiden begeleid. Deze piepen en zuigen in de hoop melodie de produceren.
Outcaste Records is een Londens label dat in 1995 werd opgericht. Het label beschouwt zich als - The world's most prolific label for music of Asian origin -. Weest niet bevreesd, het betreft hier geen new age muziek waarmee uw spiritueel begeesterde overbuurvrouw haar ochtendlijke tai chi-sessies begeleidt. De betrachting van de man achter Outcaste, Shabs voor de vrienden, is om een fusie tussen traditionele Indische muziek en de Londonsound anno 2000 te stimuleren. Simpel gesteld: Sitar 'n Breakbeats.
Een interview met Tommy De Nys, oprichter en bezieler van Aim Records is voor mij eerder een gezellige babbel met een ex-collega muzikant. Hij heeft koffie gezet en enkele drum 'n bass beats de ether ingestuurd. Tabak ligt klaar, geen pen en papier, de bandopnemer in gereedheid. Play-record :
Na
hun 'Three'-remix voor Attica Blues (Mo'Wax) wou ik meer van dit. Helaas liet Anti-Pop Consortium solo lang niets van zich horen. Het
herfstnummer '98 van 'Straight No Chaser' meldde dat ze net een LP hadden
opgenomen die zou verschijnen tijdens diezelfde herfst. Uiteindelijk
wordt hij gereleased op 22 februari 2000, met de zopas verschenen 12"
als voorbode.