Pol Hoste wees er meteen op dat dit debat slechts een veralgemening en vereenvoudiging zou worden. Hij pleitte voor een wetenschappelijk onderzoek naar alle vormen van culturele berichtgeving en verontschuldigde zich van meet af aan voor zijn uiterst subjectieve en polemische kijk op het culturele bedrijf. Aldus hoopte hij tot een eerste creatieve gedachtenwisseling te komen. Wat hem vooral opviel in de berichtgeving over cultuur, was de evidentie waarmee selectiecriteria gebruikt en misbruikt worden. 'Een daadwerkelijke discussie wordt uit de weg gegaan, men verschuilt zich steeds achter het beperkte financiële kader,' aldus Hoste. Volgens hem wordt de eigen subjectiviteit te weinig getoetst aan wetenschappelijke inzichten. Die houding kadert binnen de hedendaagse afkeer van het rationalisme. Daarenboven wordt toegankelijkheid maar al te vaak gebruikt als lapmiddel voor oppervlakkigheid, zo vond de schrijver.
De vroegere rationele schriftcultuur heeft plaats geruimd voor een emotionele beeldcultuur. De positie van de criticus is dus grondig gewijzigd. Bijgevolg zit ook de berichtgeving ter zake er volledig anders uit: in de loop van de laatste decennia evolueerde men van een wekelijkse lijvige literatuurbijlage volgeschreven door erudiete en autoritaire achterkamercritici naar een dagelijkse supplement over lifestyle en cultuur. Meer en meer kwam de nadruk op het journalistieke te liggen en verdween het academische op de achtergrond. Aan de basis van die evolutie ligt uiteraard een veranderende visie op het fenomeen 'cultuur'. Ook in politieke programma's worden kunst en cultuur steeds vaker dooreen gehaspeld: zowat alles is immers cultuur geworden. 'Is kunst dan nog een onderdeel van de cultuursector?' zo vroeg Hoste zich af. Kan kunst nog losgekoppeld worden van het politieke beleid? Het antwoord van Hoste was duidelijk: ja. Met veel enthousiasme hield hij dan ook een pleidooi voor een nieuwe autonome kunst. L'art-pour-l'art is back again! Het wordt maar eens tijd, zo vond Hoste, dat de artiest bevrijd wordt van het politieke discours. Maar al te vaak wordt men immers vastgelijmd binnen een set regels waaraan men moet voldoen. Hoste besloot zijn betoog dan ook met een oproep aan de cultuurjournalisten om op te komen voor hun eigen positie. Zowel de onderzoeksjournalist, die op intuïtieve en begrijpelijke wijze over cultuur bericht, als de kunstcriticus, die een eerder theoretisch discours huldigt, dienen opnieuw zelfbewust worden.
In het debat dat daarop volgde, werden enkele fundamentele zaken eventjes aangeraakt. Regine Clauwaert wees erop dat de wijze van cultuurberichtgeving misschien toegankelijker geworden is, maar dat er toch een zekere schroom bestaat tegenover populairdere onderwerpen als de musical. Klaas Tindemans benadrukte dat er binnen elke subcultuur verschillen tussen hoge en lage cultuur bestaan (de muziek van Radiohead is immers niet de muziek van Aqua), en dat de plaats van de scheidingslijn enkel afhangt van de eigen machtspositie. Voor Karl van den Broeck heeft een krant in de eerste plaats een journalistieke opdracht en geen academische. Cultuurberichtgeving is bestemd voor zowel de expert als de geïnteresseerde leek. Schrijven en berichten over alles wat gesubsidieerd is, beschouwt hij als een plicht. Mensen moeten weten waar ze belastingen voor betalen. De 'boom' van het gesubsidieerde aanbod en de opkomst van de commerciële cultuur hebben het er niet makkelijker opgemaakt. Vaak moet er immers gesnoeid worden. Jammer genoeg ging de moderator niet dieper in op de selectiecriteria die hierbij gehanteerd werden. Belangrijk voor van den Broeck is dat het debat in gang gehouden worden. Cultuurberichtgeving moet de discussie op gang brengen en het veld in beweging zetten. Tenslotte hield Bruno Verbergt een merkwaardig pleidooi voor de afschaffing van de subsidies voor de VRT en voor de oprichting van een Vlaams Arte. Verder betreurde hij de teloorgang van de 'geëngageerde berichtgeving' en wees hij op de toenemende verstrengeling van media en culturele sector via sponsoring. Volgens hem heeft men vandaag het Bildungsideaal achterwege gelaten en is cultuur in de eerste plaats consumptie geworden. Dat bovenstaand statement slechts een halve waarheid is, wordt echter bewezen door de beleidsnota van ex-minister Anciaux. Uitgaande van begrippen als culturele participatie en competentie gelooft het beleid immers dat je van cultuur rijker wordt. Wie deelneemt aan het gesubsidieerde aanbod, is een beter mens, aldus de Beleidsnota. De stelling van Verbergt wordt dus niet gevolgd door het beleid.
Jammer aan de hele discussie was dat enkele fundamentele zaken uit de weg gegaan werden. Zo werd met geen woord gerept over de criteria voor het al dan niet coveren van een evenement, over de geoorloofde graad van subjectiviteit, enzovoort. Wat kan en wat is onverantwoord? Wat is een kritische beschouwing en wat is een persoonlijke afrekening? Dergelijke vragen werden jammer genoeg niet behandeld. Daarenboven ware het interessant geweest om te horen wat enkele theatermakers vinden van de berichtgeving over hun werk.
Na afloop van de discussie werd de Thersitesprijs uitgereikt. Dit jaar koos de jury ervoor een jong talent, een verdienstelijke figuur uit de marge een duw in de rug te geven. Met recht stapten zij af van de bekroning van de carrière van een gevestigde waarde. Ook prijzen zijn er immers om het veld in beweging te zetten. Winnaar werd Dans in Kortrijk. Leider Koen Kwanten nam de prijs in ontvangst.
Info Thersites - Vlaamse Vereniging ter Bevordering van de Theaterkritiek, Vlaams Theater Instituut, Sainctelettesquare 19, B-1000 Brussel
tel. 32 495 52 53 55 (Bruno Koninckx)
Info Dans in Kortrijk - www.dansinkortrijk.be






