Meest recente artikels:
Architectuur in het werk van Herman van Ingelgem
twee theatervernieuwers brengen opera tot leven.
Fiona Mackay at Lokaal 01
jong talent en wezenlijk experiment
Meer artikels van Martin Desloovere:
Het kunstenaarstijdschrift GAGARIN tentoongesteld in het S.M.A.K.
Boek en tentoonstelling van Loek Grootjans in het S.M.A.K.
SPOREN VAN TWIJFELS IN HET STOF
datum 04.05.2010
In 2008 publiceerde het S.M.A.K. in samenwerking met het Museum van Bommel van Dam en P-Pers Publishers een bijzonder fraai boek over het werk van de Nederlandse conceptuele kunstenaar en ‘dode monochromenschilder’ Loek Grootjans. In aansluiting daarbij loopt in datzelfde S.M.A.K. nog tot 16 mei onder de titel Leaving Traces, een tentoonstelling van drie grote installaties die de vele facetten van Grootjans’ intrigerende en inspirerende oeuvre tonen.
Het boek uit 2008 kreeg als titel de naam van de stichting die Loek Grootjans in 1998 oprichtte en die sindsdien in Engeland geregistreerd en gevestigd is: Foundation for the Benefit of the Aspiration and the Understanding of Context (formerly known as the institute for immediate knowledge, real perception and logic features according to the most contemporary monochrome paintings).

Hoewel de kunstenaar het belangrijk vindt dat deze lange naam telkens in zijn volledigheid wordt vermeld, lijkt het mij voor dit artikel toch maar aangewezen om verder kortweg naar “de Foundation” te verwijzen. Dit enkel om praktische redenen, zeker niet omdat de lengte van de naam mij “idioot” zou overkomen, zoals een recensent van Het Financieel Dagblad uit Nederland de benaming onlangs meende te moeten bestempelen. Indicatief voor de nauwkeurigheid van de kunstenaar en zoals veel van zijn werk niet gespeend van een snuifje humor, dat wel. Ten gronde ingaan op alle diverse facetten van de naam zou ons hier te ver leiden; wij verwijzen daarvoor naar de analyse van Ulco Mes die onder de titel In the Name of in het boek opgenomen is en een aantal citaten van één van Grootjans’ grote inspiratiebronnen, de filosoof Spinoza, als leidraad neemt.

In een andere, sterk aan te bevelen tekst in het boek, verwoordt Frank Maes naar mijn gevoel uitermate treffend wat de stichting voor de kunstenaar betekent: “een gigantische constructie rond iets wat in het oeuvre van Loek Grootjans sinds enige tijd onmogelijk en fysiek afwezig is, maar precies daardoor met des te meer kracht alles wat hij onderneemt en creëert, bepaalt en doordringt: de (Monochrome) Schilderkunst.”

Dode Schilder

Aan de kunstschool afgestudeerd in 1978, was Grootjans vooral gefascineerd door de monochromie en door schilders als Yves Klein en Barnett Newman. Samen met Mondriaan constateerde Grootjans dat “schilderkunst kan verhalen over het leven”. Maar het enthousiasme van de jonge artiest werd de kop ingedrukt door onder meer Rudi Fuchs, die hem vertelde dat hij nooit meer over die grote schilders van het monochroom heen kon komen. Daarnaast ook gedreven door de opmerking van Spinoza als zou de waarneming inferieur en incompleet zijn, wilde Grootjans proberen toch iets te bewerkstelligen: hij sloot zichzelf op in zijn compleet verduisterde atelier en spendeerde één maand in het totale donker. Hij omschrijft de ervaring als “de hel inkijken”: na een paar dagen flitsende beelden uit zijn geheugen te hebben ‘waargenomen’, zag hij daarna vooral een donkerroodbruine kleur. Toen hij na die vier weken terug buiten kwam en onder begeleiding van een arts zijn ogen weer met heel voorzichtige stapjes aan het licht moest doen wennen, maakte dat bruin plaats voor diepzeegroen. Die twee uit zichzelf voortgekomen kleuren zouden die van zijn monochromen worden: hij liet een grote hoeveelheid verf in die kleuren aanmaken.

De bestelde voorraad verf slonk in de loop der jaren en Grootjans besliste om te stoppen met schilderen op het moment dat ze op zou zijn. Dat leidde dan weer tot de eerste van de drie installaties in het S.M.A.K.: The Final Remains of a Monochrome Painter, of “het DNA van een schilder die stopt”. In zeventwintig op sokkels geplaatste vitrinekastjes staan evenveel petrischaaltjes met daarin de verzamelde resten uit de titel. Het gaat om restjes verf gekrabd van penselen, roerstokken en paletmessen, van ateliervloeren en –muren, maar ook om stukjes nagel, haar, oorwas, speeksel, urine, adem, tranen, sperma, enz. van de stoppende schilder. In het glas bovenin de kastjes zit een vergrootglas verwerkt, zodat de bezoeker een heel gedetailleerd beeld van de materies krijgt. Tegen de wand achter de vitrines hangen kadertjes met teksten betreffende de resten in kwestie. Geschreven in samenwerking met wijsgeer H. van Boxtel, gaat het de ene keer om filosofische, poëtische overpeinzingen, een andere keer om een zorgvuldige en zakelijke registratie van hoe, waar en/of wanneer de resten ‘geoogst’ werden.

Zo wordt bij vitrine zeventien met “paint flakes” ingegaan op het monochrome schilderij en de uitspraak van Yves Klein, “Ik heb geleefd, dus ik ben”: “Hiermee wordt Descartes’ cogito uit het moment van constateren getild. Kleins cogito gaat voorbij aan het lichamelijk bestaan, en impliceert een vorm van voortbestaan. (…) De materiële resten spreken een vermoeden uit naar de onstoffelijke vorm van het werk, dat werkelijk is, en voor hem ook het eigenlijke werk is. Wat voorbij is, is. Hoe dan ook.”
Bij nummer acht wordt betreffende het getoonde bloed opgemerkt: “Bloed, afgenomen uit de linker armholte, door Annemiek Wintjes met een naald: BD Venflon, REF 391457, 18 GA 1.26 in 1.2 x 32 MM 80 ml/min nummer 020607 242 J 2007-06 op 11-02 2003 in het atelier.” Die laatste soort van registraties doet denken aan de talloze opsommingen in Het leven: een gebruiksaanwijzing van Georges Perec, niet toevallig een tweede belangrijke inspiratiebron en geestesverwant van Grootjans.

Wanneer men als bezoeker even de tijd neemt om al het tentoongestelde materiaal echt aandachtig te bekijken en de teksten te verwerken, krijgt deze op het eerste gezicht zakelijke uitstalling een prangende en ontroerende impact, en dat niet alleen bij vitrine zeventwintig met daarin een oude zakdoek waarin de laatste adem van de stervende vader van de kunstenaar is gevangen. Waarbij dan bijna terloops wordt opgemerkt: “De eerste adem is verloren gegaan.”

Departementen

Nu was het Grootjans - nog tijdens zijn leven als monochrome schilder - opgevallen dat er door het publiek op een toch wel oppervlakkige manier op zijn werk werd gereageerd. In een poging om een ernstiger onderzoek te voeren naar de betekenis van zijn oeuvre, vatte Grootjans in 1998 - ook bergbeklimmer in zijn vrije tijd - het plan op om een reisbureau, Sugar Mountain Travel, op te zetten. Hij wilde een beklimming van de Zuckerhütl in Oostenrijk organiseren, een reis van 14 dagen. Hijzelf zou de gids zijn. Maar niet zomaar iedereen kwam echter in aanmerking: fitheid en enige ervaring met bergbeklimmen waren uiteraard vereisten, maar daarnaast moesten de deelnemers ook een behoorlijke kennis hebben van kunstgeschiedenis en filosofie, met daarenboven interesse om deel te nemen aan het uiteindelijke doel van de reis/beklimming: een uitgebreid gesprek over “het inzicht en uitzicht ten opzichte van het monochrome doek” dat op de top van de berg zou gehouden worden. Een beetje tot zijn eigen verbazing bleken 8 mensen niet alleen over de nodige kwaliteiten te beschikken, maar dus ook in het project geïnteresseerd te zijn. De reis vond plaats in juli 1998 en het reisbureau werd de aanleiding tot de oprichting van de Foundation.

Die Foundation omvat inmiddels zes ‘offices’ en meer dan vijftig ‘departments’ en ‘sub-departments’. In het boek wordt elk departement omschreven, telkens volgens eenzelfde stramien: een “description”, enkele bijkomende “remarks” en een opsomming van de “exhibitions” waar het departement in kwestie zich gemanifesteerd heeft, en dat alles geïllustreerd met foto’s en facsimile’s van documenten en/of publicaties.

Twee installaties in het S.M.A.K. behoren tot deze departementen. Good Care neemt een verkiezingsslogan van Silvio Berlusconi uit 2001 als uitgangspunt: “He who takes good care of himself, takes good care of those who choose him.” Het trof Grootjans als een merkwaardige stelling vanwege een politicus en deed hem denken aan uitspraken van de Franse filosoof Paul Ricoeur die in zijn boek Soi-même comme un autre poneert dat men zich nooit in de plaats van de Ander kan stellen. Een en ander leidde tot een werk waarin de slogan in grote letters bovenaan een muur is geschilderd, met daaronder een diagram met ‘definities’ van mogelijke Anderen. In 2001 in Rome waren alle ‘omschrijvingen’ (zoals “who enjoy a future without prospect” of “who seek comfort in excess”) enkel in het Engels. In de loop van latere manifestaties van het Good Care-departement werden daar de talen Nederlands, Frans, Duits, Russisch, Turks en Arabisch aan toegevoegd. Dit werk kreeg ook een uitgebreidere neerslag in een publicatie met ruim vijfhonderd van deze “constateringen”, Visoen van de overkant, andermaal geïnspireerd door Spinoza en Georges Perec, met dit keer ook Grootjans’ derde inspiratiebron Pier Paolo Pasolini erbij, en opnieuw geschreven in samenwerking met H. van Boxtel.

Stofmagazijn

Bekijkt men de Good Care-installatie met een vermenging van een glimlach en een frons van herkenning en/of verwondering, dan verrast de emotionele impact van het laatste werk, een manifestatie van The Remembering Department. In twee kleinere zaaltjes van het museum zijn over de hele breedte en hoogte van de muren witte houten rekken aangebracht. Hierop werden alle attributen gelegd die de kunstenaar ooit gebruikt heeft voor kunstwerken gemaakt onder de vlag van de Foundation. De ruimtes werden dan afgesloten en daarna werd stof in dat magazijn geblazen, stof dat jarenlang verzameld werd in de leef- en atelierruimtes van de kunstenaar en na filtering bewaard was. Vervolgens werden alle objecten weggenomen, zodat enkel het (niet-gefixeerde) stof op de legplanken achtergebleven is, waarin alleen de contouren van de attributen nog te onderscheiden zijn. Leo Delfgaauw schetst in zijn tekst Hopeful Failure in het Foundation-boek enkele krachtlijnen in Grootjans’ oeuvre, en vermeldt daarbij: “Art for him is an intelligent form of doubting”. In het stofmagazijn van The Remembering Department zijn er alleen nog maar sporen van die twijfels. Het licht is er sterk gedempt, de geur van vergankelijkheid is penetrant, zelfs de temperatuur lijkt hier lager: een bijzonder eenvoudige installatie bewerkstelligt een onverwacht hevige confrontatie met de eindigheid.

Tenslotte vermelden we nog even dat in het Foundation-boek ook departementen gedocumenteerd staan die zich nooit effectief gemanifesteerd hebben. Zo was The Impudence Department een project voorzien voor Art Basel/Miami Beach in december 2001, maar die manifestatie ging toen niet door in de nasleep van 9/11. Ook de niet-gerealiseerde plannen dragen echter bij tot het verkrijgen van een accuraat en meeslepend beeld van de gedrevenheid van deze kunstenaar en de wereld die hij gecreëerd heeft in zijn zoektocht naar de onderstroom van het leven.



Het boek "Loek Grootjans – Foundation for the Benefit of the Aspiration and the Understanding of Context (formerly known as the institute for immediate knowledge, real perception and logic features according to the most contemporary monochrome paintings)" is verkrijgbaar in de bookshop van het S.M.A.K.
De tentoonstelling Leaving Traces loopt nog tot 16 mei 2010 - www.smak.be
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie