Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Yves Joris:
Summerschool Kunstkritiek
La fille du régiment met Dessay en Flórez op het podium
Op verhaal komen, moderne sagen en geruchten uit Vlaanderen -- Stefaan Top
Dialogues des Carmélites
Een directeur gaat koffie schenken en wordt gelukkig
Het festival van de lokale horeca
WATOU LIGHT
datum 23.07.2009
auteur Yves Joris
De poëziezomer van Watou is dood, leve ‘Watou 2009-Verzamelde Verhalen #1’. Een bestaand gerecht werd overgoten met een nieuwe saus. Spijtig genoeg smaakt het geheel niet naar meer.
De laatste sporen van de 28ste poëziezomer van Watou waren amper verdwenen toen organisator Gwij Mandelinck het persbericht de wereld instuurde dat hij ermee ophield. De jaarlijkse zoektocht naar subsidies en sponsors werd teveel voor de 71-jarige bezieler. Een opvolger diende zich niet onmiddellijk aan. Vanaf 2009 zou Watou niet langer synoniem zijn voor de symbiose tussen kunst en poëzie. Maar zoals het bij een spannende thriller hoort, diende zich op het laatste ogenblik een deus-ex-machina aan in hoofde van Jan Moeyaert. De horeca van Watou haalde opgelucht adem.

2 juli 2009. Het belooft een stralende dag te worden. Wellicht een extra reden waarom de parochiezaal van Watou volgelopen is. Alle aanwezigen zijn opgedaagd voor hét culturele zomerevenement: de poëziezomer van Watou is dood, leve ‘Watou 2009-Verzamelde Verhalen #01’. Niets dan stralende gezichten bij de organisatoren. Het eerste rondje hoogwaardigheidsbekleders is één en al lofrede over het nieuwe project dat op zo'n korte tijd in elkaar gebokst werd.
Daarna is het woord aan Jan Moeyaert, intendant van de vzw Ku(n)st die een toelichting geeft over het nieuwe concept: '(...) Watou 2009 wil plaatsmaken voor experiment, voor levende verhalen binnen en buiten, voor wederzijdse bevruchting van verschillende generaties, van verschillende disciplines (...)’.
Heb ik dat al niet eerder gehoord met betrekking tot de Poëziezomer van Watou? Het grote verschil met de poëziezomer is dat men dit jaar is afgestapt van één curator die zorgt voor een concept dat door gans Watou loopt. Ditmaal zorgen vijf verschillende curatoren (Joost Declercq, Peter Verhelst, Willy Tibergien, Hans Martens en Angelique Campens) voor hun eigen invulling van de poëziezomer.
Jan Moeyaert bedankt verder nog alle curatoren en hun medewerkers voor de ongelooflijke prestatie die ze geleverd hebben om op zo'n korte tijd dergelijk project tot een goed einde gebracht te hebben. Vervolgens genieten de aanwezigen van een heerlijk hommelbiertje en een walking lunch die aangeboden werd door de lokale middenstand. Deze laatste is prominent aanwezig in de nieuwe editie. Zonder kunsthappening dreigt Watou immers één van de talloze dorpjes te worden waar fietsers en wandelaars in de schaduw van een terrasje even uitrusten, op weg naar hun volgende bestemming.

Ermias Kifleyesus (Objets Trouvés) foto: Koen De Waal
Ermias Kifleyesus Objets trouvés
Foto: Koen De Waal

Het Grensland is een bekende locatie voor de Watoubezoeker. Naast het gedenkteken van Eddy Van Vliet heeft gastcurator Hans Martens, artistiek directeur van het HISK, zijn kunsteiland gecreëerd. Hij doet hierbij beroep op participanten (‘noem hen zeker geen studenten’, dixit Martens) van het HISK. Niet minder dan 27 artiesten dingen naar de gunst van de bezoeker: teveel tentoongestelde werken in een beperkte ruimte is het resultaat. Ook de kwaliteit loopt sterk uiteen. Voor zijn werk ‘A written history full of lies’ plaatst kunstenaar Ermias Kifleyesus verschillende voorwerpen, voorzien van tekstflarden tegen een muur: objets et mots trouvés. De video-stills van de Zwitser Niklaus Rüegg lijken net iets teveel op werk van David Claerbout en hoeveel gedemonteerde voorwerpen - die zichzelf een air van kunst aanmeten (zoals ‘Bell’ van de Zuid-Afrikaanse kunstenares Ruth Sacks) - moet ik nog aanschouwen? Gelukkig is er ook werk aanwezig dat een zweem van appreciatie kan wegdragen. De videofilm waarop allochtone voetballers een match spelen tussen de rails van een verlaten station (werk van de Zuid-Afrikaan Simon Rush) toont ons langs de ene kant de creativiteit van mensen, terwijl langs de andere kant toch ook weer even het belerend vingertje van de multiculturele samenleving komt bovendrijven. Een ander gesmaakt video-experiment is van de Amerikaan Adam Leech die met zijn werk ‘Speech bubble’ (on)bewust verwijst naar de opkomst en val van de spraaktechnologie rond Ieper. In de catalogus die bij de tentoonstelling hoort, noemt Hans Martens het geheel een polyfonie, een meerstemmigheid die de diversiteit van het hedendaagse veld van de beelden kunsten benadrukt. Bij het buitengaan van de Grenslandlokatie duizelt het me. Teveel indrukken, waarvan er te weinig blijvend zullen zijn. Soms verzandt de polyfonie in een kakofonie van middelmatige overdaad.
De sterkste werken van dit nieuwe kunstenevenement bevinden zich dit jaar in de Sint-Bavokerk. Gastcurator en directeur van het Museum Dhondt-Daenens, Joost Declercq, plaatst slechts twee werken in het reeds drukke interieur van de kerk. Het werk ‘Reciprocal Platform’ van de Engelse kunstenaar Liam Gillick toont ons een raamwerk waarin verschillende kleuren glas geplaatst werden. Door de ophanging boven hoofdhoogte in het middenschip van de kerk, biedt dit werk niet alleen een extra bescherming van wat er ons (al dan niet letterlijk) boven het hoofd hangt, maar versmelt het bovendien met de glasramen van de kerk . Het Deense duo Elmgreen & Dragset tekent met hun werk ‘Uncollected (baggage reclaim)’ voor het sterkste kunstwerk van de ganse tentoonstelling. Een eenzame koffer op een stilgelegde transportband wacht op een (nog) niet opgedaagde reiziger. Als toeschouwer beland je als het ware in het midden van deze luchthavenscène en word je door vragen overmand: waar is de passagier die onderweg was van Bangkok naar een Canadese luchthaven? Heeft hij zijn verbindingsvlucht gemist? Is er iets misgelopen? Heeft hij een verkeerde tas meegenomen? Tientallen vragen dienen zich aan en alleen de verdwenen passagier kan ze beantwoorden. Als toeschouwer voel je je als Vladimir en Estragon. Een tweede en diepere betekenis krijgt dit kunstwerk door de omgeving waarin het geplaatst wordt. Luchthavens zijn non-plaatsen, een niemandsland in deze geglobaliseerde wereld. Is de reiziger een vluchteling? Zitten in de tas die voor ons staat zijn schamele bezittingen? Is hij nooit door de immigratie geraakt? Reizen kan immers ook vluchten betekenen.
Voorgaande overweldigende ervaring wakkert mijn culturele appetijt aan om ook de zes andere plekken te bezoeken. Sinds begin maart heeft Watou 2009 er een nieuwe en zevende locatie bij: het klooster tegenover de kerk. Hier transformeert kunstenaar Jan verhaege de eerste verdieping in een ‘Restricted Art Zone’. Hier bevinden zich drie kunstwerken waarvan alleen ‘Voyeur!’ sterk uit de hoek komt. In grote letters lees ik ‘Rien à voir’ op de muur, een citaat dat de artiest heeft ontleend aan Simone de Beauvoir die schreef: 'Je n'ai rien à voir avec les autres.' Combineer deze geknipte zinsnede met de tientallen meters pellicule die op de grond liggen en als toeschouwer voel je je in een onbekend censuurlandschap. Wat staat er op de film die nu onbruikbaar op de grond ligt? Hoe sterk is de censuur van een macht die een zin zo verknipt dat de oorspronkelijke tekst een totaal andere betekenis krijgt? De uitspraak van de Beauvoir, dat ze niets te maken wilde hebben met de anderen, krijgt in verknipte vorm plots de dreigende ondertoon dat er niets te zien is. Wil de kunstenaar ons waarschuwen dat we soms een boodschap krijgen zoals anders willen dat we ze zien?
In de kelder van de brouwerij bengelen tientallen witte poëzieballonnen ongedurig tegen het plafond van een totaal zwarte ruimte. Gastcurator Willy Tibergien, directeur van het Poëziecentrum van Gent, is verantwoordelijk voor de poëtische invulling van de tentoonstelling. In deze ruimte wachten tientallen ballonnen met dertig verschillende gedichten om gelezen en opnieuw in de ruimte losgelaten te worden. Een leuke doch totaal onpraktische gimmick: wie heeft het geduld om op zoek te gaan naar deze verschillende gedichten?
In het voormalige rusthuis voert Joost Declercq enkele topwerken uit de collectie van kunstverzamelaar Vanmoerkerke ten tonele. Tijdens de persconferentie wees gastcurator Declercq de aanwezigen erop dat rusthuizen zelden een positieve uitstraling hebben: ze zijn meestal de laatste halte op weg naar de dood. De grauwe kamers kregen een felrode, gele of blauwe kleur. ‘Who's afraid of Red, Yellow and Blue’ is een overduidelijke knipoog naar Barnett Newman. Ook hier zou een beperktere opstelling sterkere momenten opgeleverd kunnen hebben. Het is teveel kunst in te weinig ruimte. Nergens is een moment van contemplatie mogelijk. Een volgende ruimte in het rusthuis dient zich aan. Als uitschieters noteer ik hier het werk van de Amerikaanse kunstenaar Toni Matelli die met zijn werk ‘Fuck'd’ de wreedheid op labodieren toont: een aap doorboord met allerlei scherpe instrumenten staart de toeschouwer recht in het gelaat. In de hoek van de kamer geven twee zeehonden elkaar een afscheidskus, de pels van één van de dieren is besmeurd met ruwe olie.
In de tuin voor het rusthuis staat een poëziecontainer in de blakende zon. Binnenin wachten zes oude cinemazetels op toeschouwers. De Antwerpse dichter en videast Jess de Gruyter dook in het archief van het Poëziecentrum en distilleerde daaruit een 50 minuten durende documentaire van beeld versus woord, oud versus jong, voordragen versus fulmineren: Gust Gils, Piet Paaltjens, Dirk van Bastelaere en vele anderen passeren de revue. Mooi, flitsend en origineel zijn de eerste gedachten die me te binnen schieten. De container is broeierig heet. Na tien minuten verlaat ik met een nat t-shirt en een onaf gevoel deze would-be sauna.
De parochiezaal waar de persvoorstelling plaatsvond, is ondertussen verlaten. De meeste mensen zijn uitgezwermd over de verschillende locaties. In het huis naast de parochiezaal wordt op de bovenste verdieping een hommage gebracht aan de veel te jong overleden dichteres Ingrid Jonker. Breyten Breytenbach en Antjie Krog lezen gedichten van Jonker voor in het Zuid-Afrikaans, terwijl aan de hand van getuigenissen haar leven in beeld gebracht wordt. Een mooie hommage aan de dichteres, maar weer stel ik me de vraag wie hier de ganse documentaire blijft uitzitten. Op het gelijkvloers tref ik werk aan van Renaat Ramon, wellicht één van de weinige visuele dichters in deze contreien.
In het Blauwhuys, de enige locatie die zich niet echt in de dorpskern bevindt, is gastcurator en schrijver Peter Verhelst aan het werk getogen. Zo schetst kalligraaf Brody Neuenschwander zijn letters in de lege ruimte en zijn wij getuige van de gestileerde beweging van zijn lichaam, maar niet van het resultaat ervan. Zijn braakbal van inkt en letters maakt me nieuwsgierig naar de werken die opgeofferd zijn voor dit kunstwerk. Ook Maud Bekaert wijkt - op vraag van Verhelst - af van haar traditionele woorden in steen. In de verduisterde ruimte staart het resultaat me aan. In de catalogus lees ik: 'Het kloppende hart van het Blauwhuys is een woord, of beter gezegd een zwarte leisteen waar Maud Bekaert een woord in heeft gebeiteld. Het is meer dan een woord. Het is een steen die een woord bevat dat een eigen leven is gaan leiden (...).' Wanneer ik voor het kunstwerk in kwestie sta, snap ik dat het woord inderdaad in zoverre een eigen leven is gaan leiden dat het nog slechts een spel van lijnen is, waarin met moeite het woord licht te herkennen valt.
In een andere sauna annex poëziecontainer verderop geniet ik van een selectie poëtische teksten van o.a. Italo Calvino. Maar ook hier weer jagen de hitte en muggen me na enkele minuten buiten.
De laatste kunstlocatie bevindt zich in het oude gemeentehuis waar gastcuratrice Angelique Campens haar strategie voor een verloren landschap aan de bezoeker voorstelt. Hierbij wordt het Schrevedorp aan een architecturale reflectie onderworpen, op zoek naar een ingrijpend herverkavelingsplan voor Watou. De jonge curatrice is enthousiast, dat is duidelijk op te merken aan de diepgaande uiteenzetting die ze aan een bezoeker geeft over het concept. Maar zonder haar aanwezigheid word je als toeschouwer aan je lot overgelaten: topografische kaarten en menselijke ingrepen in het landschap maken niet meteen veel duidelijk. Gelukkig kan ik het concept nalezen in de bijhorende catalogus. Deze geeft trouwens een mooie (doch noodzakelijke) aanvulling bij de gehele tentoonstelling.

Tony Matelli 'Fuck'd'  foto:Koen De Waal
Tony Matelli Fuck'd
Foto: Koen De Waal

Het is half vier. Op een gezapig tempo deed ik er nog geen drie uur over om de ganse tentoonstelling te bezoeken. Na afloop op een terras, met een hommelbiertje om de dorst te lessen, vraag ik mijn echtgenote wat zij ervan vond. Ze heeft hetzelfde gevoel als ik. Deze tentoonstelling mist iets wat er bij de poëziezomer wel was: de synergie tussen woord en beeld. De scheiding van deze twee complementaire elementen in Watou 2009 is nefast voor de totaalbeleving: het is een of/of-geheel geworden. In de poëziecontainer is er poëzie, op de kustlocaties is er kunst. Er is geen sprake van een gedicht dat een extra dimensie geeft bij het werk van Neuenschwander. Het werk van Jessica Stockholder blijft zwijgen met de woorden van een ander. Als ik alles nog eens nalees, lijkt het wel dat Le Nouveau Watou qui est arrivé, niet het beste kunstjaar zal worden. Intendant Jan Moeyaert vertelde reeds tijdens de persvoorstelling dat er enorm veel werk verricht werd door het ganse team op korte tijd. Voor mij klinkt dit nu als een excuus. Het lijkt er eerder op dat ze hebben moeten roeien met financieel kortere riemen die ze op het allerlaatste moment opgedrongen kregen van een ervaren voorganger.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie