Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Peter Wullen:
Over 'De autist en de postduif' van Rodaan Al Galidi
Over 'Stil Alarm' van Krijn Peter Hesselink
Over 'getande raadsels' van Patrick Conrad
Over Lies Van Gasse, Maarten van den Berg en Hanz Mirck
Over de oorlogscanon van Geert Buelens
Over Vouwplannen van Ruth Lasters
DE MACHTSWIL VAN EEN VROUW
datum 31.10.2007
auteur Peter Wullen
rubriek Literatuur
Ik hou van de poëzie van Ruth Lasters. Deze jonge Vlaamse, die eerder dit jaar ook al debuteerde met haar eerste roman ‘Poolijs’ en er meteen de debuutprijs 2007 voor in de wacht sleepte, schrijft gedichten, waarin ze met woorden en zinnen vat probeert te krijgen op de haar omringende werkelijkheid. Dat leidt tot een weloverwogen en overdachte dichtbundel, die zowel vormtechnisch als inhoudelijk bijna perfect in elkaar steekt.
Ik zou de gedichten uit de bundel integraal kunnen citeren. In mijn hoofd hebben ze intussen al bijna allemaal de status van klassieke gedichten. Maar eerst nog dit: de bundel begint met een verrassende aanhef, niet van een dichter of schrijver, maar van de Amerikaanse topsporter Tiger Woods, de beste golfer ooit: ‘You’ve got to stay patient, stay in the moment, keep grinding’. Onvermijdelijk roept dat een beeld op van een geconcentreerde golfer, die trefzeker en met zijn golfstick in de aanslag het balletje met een welgemikte slag richting hole mept. Er staan in ‘Vouwplannen’ bij mijn weten geen verwijzingen naar de golfsport, maar het vat het onderliggende thema van de bundel wel goed samen. Bij zo’n beeld zie ik de dichter voor me, die grijnzend op de inspiratie wacht om het ultieme gedicht neer te schrijven. Een tik en je stuurt het ding gortdroog en in één vloeiende beweging naar de lezer. Geen golf, maar Lasters heeft het wel over voetbal en over hardlopen. Het gedicht ‘Voetbal’ citeer ik even integraal:

Blessuretijd, kon men hem om de zoveel voetbalwedstrijden
maar samenlassen tot een extra

dag, bestaand dus uit minuten toegekend
voor fouten en waarop bij voorbaat tevergeefs het is

te streven naar volmaakt
geluk. Op die dag sprak ik met je af. Geen van ons twee

kwam opdagen. Er schuilt niets groots in streven naar
onvolkomenheid zolang men wereldwijd met falen

het verwart.

Het valt me trouwens moeilijk om louter stukken te citeren uit de bundel. Bovenstaand gedicht is bovendien zeer typisch voor de poëzie van Lasters. Als je een stuk uit dit gedicht weglaat, dan mis je net de essentie. Het korte gedicht vloeit in elkaar als een kleine stroom naar de monding. Sommigen zullen de plotse woord- en zinsafbrekingen allicht storend vinden en er een bewijs van onvolkomenheid in zien, maar ik vind dat ze hier net heel functioneel zijn en op één of andere manier de continuïteit van de gedachtengang van het gedicht verzekeren.

‘Vouwplannen’ bestaat uit vier delen, die ‘Doorgangen’, ‘Spiertrekking’, Wetmatigheden’ en ‘Gras’ heten. Ook hier valt die bijna ijzeren wetmatigheid op, die zo eigen is aan Lasters. De vier delen bevatten gedichten met korte titels als ‘Hap’, ‘Vries’, ‘Trap’, ‘Minst‘ (uit ‘Doorgangen); ‘Actie’, ‘Scheur’, ‘Kans’, ‘Spring’ (uit ‘Spiertrekking’), ‘Kelder’, ‘Plein’, ‘Eis’, ‘Rat’ (uit ‘Wetmatigheden’); ‘Co’, Gras’, ‘Raam’, ‘Park’ (uit ‘Gras’). In elk gedicht probeert Lasters een aspect van de realiteit onder de knie te krijgen. Over ‘appels’ in het gedicht ‘Hap’ schrijft ze het volgende:

Omdat appels zo mooi stapelen wou ik er
stapelen onder je huid. Je benen, schedel, borst

vol appels, van die gele die vol vlekken en vol
builen. Slechts één rode, glanzende




Elders breekt Lasters af en bouwt ze opnieuw op. In het prachtige gedicht ‘Vries’ vindt ze ‘een kamer uit voor ieder mens waar voor elk voorbij moment één millimeter nieuwe ruimte groeit’. In het merkwaardige ‘Actie’ breekt ze ‘een vensterbank af waarop een vrouw zit’ om hem (de vensterbank!) naar een plas te dragen. Nog elders (in ‘Collecte’) ‘zamelt ze deurkieren in’ om er een ruimte mee te maken of ‘wikkelt ze een avond in dekens om hem naar een tuin te dragen’ (in ‘Deken’). Ik vind het allemaal zeer sterk en verbluffend. Lasters is een buitengewoon talent.

Ondanks het vernieuwende inhoudelijke en formele aspect van deze poëzie en de absolute drang van Lasters om de wereld te beheersen, lees ik ook ontzettend veel gemijmer. De poëzie van Lasters bevat veel gecontroleerd gevoel en ingehouden emotie. Het verst gaat ze daarbij in het gedicht ‘Trap’, dat ik een bijzonder sterk staaltje van lyriek vind. Hier wordt een draaitrap trede voor trede (sic!) afgebroken, om hem dan opnieuw op te bouwen, zodat hij naar een niet nader genoemde ruimte of kamer voert. De schrijfster vraagt aan de ‘je’-figuur in het gedicht om haar te contacteren zodra hij af is, zodat ze de trap kan nemen naar boven naar hem of naar haar in geval van ontreddering. Dichten is voor Lasters dus een ingrijpen in de realiteit om haar voor een stuk beter te maken, al was het maar met woorden. Ze verandert de dingen en ze zet ze naar haar hand. Dat machtsstreven vindt voor mij een hoogtepunt in het gedicht ‘Herverdeling’ (uit ‘Wetmatigheden’), waar ze de radeloosheid als volgt opnieuw uitvindt:

Iedere burger de behoeder van een woord. In plaats van
woordenboeken, lijsten met naast de begrippen

uitleg niet, maat een adres bv. Kastanje: Ruisstraat 20, Temse
daar naartoe te kunnen gaan en er kastanjes vinden op

de vensterbank. Of Parklaan 14
daar achter het raam zien zitten

krijsend, ogen rooddoorlopen,
een mevrouw, niet ter verklaring slechts maar ook om eens

te kunnen aanbellen bij iets als
radeloosheid.




Ruth Lasters – ‘Vouwplannen’
Meulenhoff/Manteau, Antwerpen/Amsterdam 2007
ISBN 978 90 8542 111 5
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie