
Het beeld verdwijnt, Pere Faura keert zich met zijn rug naar het doek. Dan klinkt een voice over: ‘Ok, you in the green: watch this. Five, six, seven, eight.’ En op commando voert Faura braaf zijn dansoefeningen uit, alsof hij auditie doet. Dat is ook zo, en dat doet hij niet alleen, blijkt als hij plots synchroon danst met een scène uit de musicalfilm A chorus line. De danscommando’s zijn van Michael Douglas, de choreograaf voor wie Faura zich samen met de vele anderen op het doek in het zweet werkt in een poging het best aan het ideaalplaatje te voldoen. Zijn dansbewegingen zijn identiek en even perfect als die van zijn mededansers. Maar zijn silhouet tekent zich scherp af tegen het doek.
Het haast onvermijdelijke gebeurt, als hij zich begint af te vragen hoe hij eigenlijk door de ander gezien wordt. Hij trekt een parallel met de liefde: What is the best picture to offer from yourself? What is the best picture? Who am I anyway? Genoeg vragen om rijp te zijn voor een identiteitscrisis. Hij besluit niet langer naar de pijpen van de choreograaf te dansen maar een dans met zichzelf aan te gaan. Hij verruilt zijn schoenen en tapdanst er even later vrolijk op los, omhuld door de muziek en beelden van Singing in the Rain.
Tot zover lijkt hier een lichtvoetig, nostalgisch en bovenal romantische worstelaar aan het werk die vooral eenzaam is en waar iedereen die wil wel iets herkenbaars in kan vinden. Of op zijn minst een aangename avond door kan beleven. Het hierbij laten zou de voorstelling echter tekort doen. Als af en toe de nostalgische film (bewust) hapert, hapert Faura keurig mee. Deze Brechtiaanse stops worden zo overduidelijk gemaakt dat het voor het publiek onmogelijk wordt zich te laten meeslepen door de romantiek van het verhaal. Door het intelligent inzetten van film als medium toont Faura zijn authenticiteit als live performer. Middels deze slimme verhouding tot het witte doek en de continue flirt met het publiek weet hij de reflecties op zijn eigen ik, die bestaan uit complexe tegenstellingen van beeldvorming door de ander versus zelfbeeld, kijken en bekeken worden, zijn en er niet zijn, op ludieke manier uit te buiten.
Daarmee krijgt de worsteling van ‘deze jongen die zichzelf niet kent’ een ontroerende openheid, die de danser omgeeft met kwetsbaarheid maar hem tegelijk ook kracht en durf geeft. Het is vooral dat vernuftige verbeeldingsvermogen dat deze voorstelling iets heel aangenaams geeft om naar te kijken. Something to feel good op Something Raw: daar kan toch niemand iets op tegen hebben.
Door Nicole Willemse. Gezien in de Brakke Grond op 27 januari 2007. In het kader van Something Raw, Amsterdam.
CREDITS
concept en dans: Pere Faura,
video: Adnan Hasovic,
muziek: Ivo Bol,
licht: Ellen Knops,
dramaturgie: Jeroen Fabius,
productie: Gasthuis






