Riga, hoofdstad van Letland en centrale pool in de Baltische staten, tracht zich dezer dagen los te trekken uit een eng nationaal verleden. De stad was ooit een bloeiende hanzapool gelegen aan de rivier de Daugava. Tijdens de Sovjet periode bleef het de rol als toegangspoort tot Europa spelen maar grote investeringen bleven uit door de communistische onderdrukking. In 1991 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen en in 2005 trad Letland uiteindelijk toe tot de Europese Unie. Vandaag de dag merken we op dat internationale investeringen het land overspoelen. Ieder jaar worden nieuwe records gebroken waardoor het land in een ongekende economische welvaart leeft, althans wat de private markt betreft. De staatskist blijft echter ongevuld. Maar de Letse overheid blijft niet vanop de zijlijn toekijken naar dit private schouwspel. Na 60 jaar van culturele inactiviteit door diverse bezettingsideologie-en, kiest deze jonge ondernemende stad(sstaat) er nu resoluut voor om drie grote projecten mee te financieren. Op deze manier wil Riga (en Letland) het culturele belang van de stad een internationaal elan meegeven. En hoe kan dit beter dan door te investeren in city branding? Architectuur en urbanisme worden immers overal ter wereld ingezet om steden opnieuw aantrekkelijk te maken. Geschiedenis wordt er verbannen en er wordt plaats gemaakt voor de private markt. Hierdoor veegt men echter ook in Riga het gebouwde Sovjetverleden uit. Men worstelt dan ook met diverse vragen rond het karakter van hun stad. In deze bijdrage zullen wij kort de gekozen (architectuur)weg van Riga schetsen.
DE EERSTE STAPPEN TOT VERZELFSTANDIGING
De drang naar totale vernieuwing binnen het historische weefsel van Riga is groot. Het duistere Sovjetverleden van Letland is hiervan grotendeels de oorzaak. Een haat-liefde verhouding met hun nieuwe overheerser Europa is dan ook niet verbazingwekkend te noemen. Riga wil het heft liever in eigen handen nemen.
De eerste stap tot verzelfstandiging werd reeds enkele jaren geleden genomen: door het oprichten van een nieuw stadsagentschap The Three New Brothers Kan men tegenwoordig diverse nieuwe projecten ondersteunen. Als een uiterst bekommerde moeder stortte de minister van cultuur, Helena Demakova, zich samen met dit stadsagentschap op de tot standkoming van de goedgekeurde projecten. Dit werd dan ook haar inzet bij de laatste verkiezingen en met grote overmacht won ze deze verkiezingen. Haar tegenstanders die menen dat het geld beter geïnvesteerd kan worden in sociale woningbouw, moesten het onderspit delven. De investeringskeuze voor cultuur of voldoende betaalbare woningen blijft echter een waar heikelpunt voor staten met een beperkt budget. Riga trekt hierbij duidelijk de kaart van de drie prestigieuze cultuurprojecten: een museum, een concertgebouw en de bouw van een nationale bibliotheek die reeds jaren aansleept. Een succesverhaal in city branding lijkt te zijn geschreven .
Een tweede stap tot verzelfstandiging komt van de private kant. Oost-Europa is reeds enkele jaren het nieuwe speelveld van grote investeerders. Projecten schieten er als paddenstoelen uit de grond. UNESCO heeft daarom reeds meerdere malen een noodkreet uitgezonden naar de historische stad. En dit lijkt zich ook te vertalen in een bewustwording bij de stadsdiensten: het kwaliteitsmerk UNESCO is immers broodnodig voor het toerisme, de belangrijkste bron van inkomsten. Het afnemen van dit kwaliteitslabel zou een weinig democratische stap zijn in de eenmaking van Europa. Desondanks zit de schrik er bij de stadsdiensten sterk in. Het doet hen in aller ijl nadenken over een degelijk hoogbouwbeleid. Hun kortzichtige visie heeft echter reeds veel kapot gemaakt. Over het resultaat zijn de meningen verdeeld maar wat momenteel op deze steden losgelaten wordt, is huiveringwekkend én volgt de wetten van de grote economie. Schema-voorstellingen, bestaande uit een simpele lijntekening, zoals die door de stadsarchitect worden gemaakt, zullen het private geweld niet kunnen tegenhouden. Het is al te makkelijk om naar de overzijde van de rivier te kijken en te mijmeren bij een pentekening hoe de doorsnede van de stad er dan wel zou moeten uitzien. Op deze manier lijken ze het de markt wel erg gemakkelijk te maken. Hoeveel er ook geschreeuwd wordt, de private markt blijft nieuwe concepten realiseren. Het is nu eenmaal het hedendaagse proces van zelfstandig worden.
INTREDE VAN DE GROOTTEN EN DE INTERNATIONALE HONGER VAN RIGA
Twee jaar terug werd in Riga het startsein gegeven voor de komst van enkele grote architectuurmeesters. Op een rode loper werden ze naar de stad geleid om er in een groots opgezet colloquium na te denken over de toekomst van Riga en haar concertgebouw. En dat het een succes werd, bleek uit het enthousiasme van de talrijk aanwezige cultuurvertegenwoordigers. Er viel nauwelijks tijd te verliezen. Riga moest en zou een concertgebouw hebben en liefst zo snel mogelijk meende de toenmalige overenthousiaste minister van cultuur. Haar plannen waren echter buiten Europa gerekend: Letland trad dat jaar net toe tot Europa en de periode die een openbare instantie krijgt om zonder Europese aanbesteding een architect te kiezen was helaas verstreken. Maar men liet het enthousiasme niet koelen en organiseerde kort na de heuglijke happening een internationale wedstrijd: Snowhetta, Coop Himmelb(l)au, Henning Larsens Tegnestue A/S, Behnisch, Behnisch & Partner Architekten, Kada Wittfeld Architektur en enkele lokale bureaus formuleerden hun antwoord op een specifieke site. Er werd uiteindelijk voor een meester uit eigen huis gekozen: het architektenbureau ‘Silis, Zabers en Klava’ gingen met de eer aan de haal. Een weloverwogen ontwerp op de peninsula in de rivier de Daugava werd goedgekeurd.2

De internationale honger was hiermee echter niet gestild. Men wou verder en groter: Riga moest op de internationale markt een belangrijke speler worden. Het reeds langdurende verhaal over het Lichtkasteel, een voorstel voor de nieuwe nationale bibliotheek, met de Amerikaans-Letse architect Gunars Birkerts heeft dan wel een (kleine) internationale input, het bevredigt de grote droom niet3. De zoektocht liep voort en met resultaat: er werd een investeerder gevonden voor de oude historische haven gelegen net naast het middeleeuwse centrum. Deze investeerder nodigde op zijn beurt niemand minder dan de tandem OMA-Ove Arup uit om naar Riga te komen met een schetsvoorstel voor het gebied. Rem Koolhaas bracht InsideOutside, het interieur-exterieur bureau van Petra Blaisse, mee om na te denken over een uniek landschap. Voor Ove Arup was dit niet het eerste bezoek aan Riga. Ze waren reeds betrokken in een andere studie even verderop in de rivier de Daugava waar ze de mogelijkheid onderzoeken voor een gelijkwaardige ontwikkeling van het media-eiland, Zaku Sala. Riga is zich internationaal duidelijk aan het profileren.
DE UITWERKING VAN DE PLANNEN
Ondertussen is het schetsontwerp een feit en liggen twee ruim uitgewerkte volumes klaar om het masterplan te realiseren. De twee magazines, Research en Masterplan, zijn het resultaat van een 6 maanden durend onderzoek door OMA/Ove Arup en bieden een schat aan informatie over de stad. De overmacht aan data en schema s heeft haar doel duidelijk bereikt. Dergelijke getrainde en snel reagerende apparaten bezit de Letse architectuurwereld niet en reageren op een dergelijke ontwikkeling, zit er dan ook niet in. Ze kijken dan ook met verontrustende blikken toe. De investeerder en natie zijn alvast overtuigd: aan een dergelijke private overmacht valt niet veel te doen. Het is nu alleen nog wachten op het tekenen van de contracten. Met de ontwikkeling van 2.975.776 vierkante meter krijgt OMA het grootst onmiddellijk te ontwikkelen gebied op haar palmares. De ontwikkelaar verantwoordelijk voor het project beheert namelijk het hele gebied. Dit maakt dit project dan ook zo uitzonderlijk voor Riga. Op deze manier zou men het idee, indien de staat het project omzet in de juiste vergunningen, direct kunnen implementeren met toekomstige contractanten. Gevolg: een snelle omzet is nu al verzekerd voor diegene die wil investeren in dit gebied.
Inhoudelijk biedt het masterplan een set van regels en principes om na te denken over het gebied. Het doel van de eerste fase van het plan was om de gebiedsmogelijkheden aan te tonen. Nu dit duidelijk is geworden, kan men tot de uitwerking van het masterplan overgaan. Het plan toont de dense stad zoals die door OMA wordt nagestreeft waarbij hoogbouwontwikkeling op een grid van sokkels wordt geplaatst. Er worden duidelijke assen getrokken waarbij voorzichtig wordt omgesprongen met het UNESCO erfgoed. De zichtassen vanuit de historische binnenstad worden hoogbouwvrij gehouden. Perfecte citybranding zo lijkt want de torens vormen op hun beurt dan weer de spotpunten op de stad. Het masterplan schrijft voor dat de bovenste verdieping van de torens tot het publieke domein moeten horen om op die manier de bewoner maar wellicht de in massa toenemende toerist een gelegenheid te bieden de (toeristische) stad vanuit vogelperspectief te overschouwen.
Het plan zelf wordt opgebouwd uit drie banden evenwijdig met het waterfront, orthogonaal hierop zes zones en een centraal knooppunt, de spin. Deze elementen zorgen ervoor dat een schaakbord van 18 velden met eigen identiteiten ontstaat. It is establishing a basic order wherein almost infinite flexibility can be achieved and even identities can be adapted to current demand or changing conditions4. Bovenop dit idee van het grid wordt ook de positie aan het water ingezet. Naast een direct waterfront wordt een tweede front verderop van de kaaien in het plan voorzien. Beiden binden zich aan dezelfde opgezette waterfrontregels. Op die manier hoopt men het vaak trager ontwikkelende achterliggende gebied even snel te laten evolueren.
Een typologische studie toont het principe van de mogelijke ratio die de gebouwde vorm kan aannemen. Minimum en maximum criteria liegen niet: Riga moet uitbarsten tot een metropool. Het voorgestelde transportsysteem kiest resoluut voor het grootstedelijke. Typologieen zoals boulevards, lanen, ... iets wat eigenlijk niet in Riga terug te vinden is, vormen de gridlijnen van het transportschema. Ruime aandacht wordt tenslotte besteed aan de open ruimte die door Petra Blaise en haar InsideOuside team wordt ontworpen. InsideOutside stelt een patches and scrapes-landschap voor waarop een flow van voetgangers een weg baant naar hun atmosfeer. Inlandse bomen worden volgens diverse patronen op het gebied ingepland. Zoals het bij een afgewerkte studie hoort, beslaan de laatste pagina s van beide volumes rijk gedetailleerde datatabellen en tal aan kleurrijke modellen. Alles blijkt weer beter gedocumenteerd te zijn dan mogelijk uit onderzoek.

Mocht dit alles zijn waarvoor Koolhaas naar Letland is aangetrokken, dan hebben we het volledig mis. Het plan mag geen papier blijven, zo luidt het. Om het masterplan en daarmee het gebied tot een aantrekkelijke pool in de stad te brengen, werkt Koolhaas dan ook zijn voorgestelde spil uit: het museum voor hedendaagse kunst. City branding is immers vaak gepind op culturele ontwikkeling en dat blijkt uit andere voorbeelden geen slechte denkwijze. Het museum moet dan ook een fikse grondprijstoename van het oude desolate havengebied veroorzaken. En dat is toch wat de investeerder finaal het meeste interesseert.
Wat in het masterplan wordt beschreven als een heropwaardering van de oude verlaten havenartefacten vat OMA samen in haar visie op het nieuwe museum. De traditionele Letse barnsteen, een gelig transparante steen, vormt de inspiratiebron van het ontwerp. Het ontwerp van OMA bestaat uit de herontwikkeling van een oude elektriciteitscentrale uit 1905, waarbij het grooste deel van de historische facetten bewaard blijft. Het gebouw zal een bibliotheek, auditorium, cafee en kunstenaarsateliers huisvesten en zal ingepakt worden in een nieuw Miesieaanse Kunsthal van 4,000 m2. Het volledige ontwerp beslaat 16.000 m2. Het ontwerpidee gaat uit van een museum als multifunctioneel centrum voor hedendaagse cultuur. Naast internationale tentoonstellingen en een permanente collectie hedendaagse Baltische kunst is er ruimte voor seminars, concerten en theatervoorstellingen. Het zal het eerste nieuwe Letse kunstmuseum worden in honderd jaar. Oplevering van het gebouw wordt verwacht in 2011.

Het project staat onder leiding van OMA partners Rem Koolhaas en Reinier de Graaf die ook verantwoordelijk zijn voor het masterplan Riga Port City. Voor het museum in Riga worden Koolhaas en De Graaf ondersteund door OMA-associates Beth Hughes en Miho Mazereeuw.
TOT SLOT ...
Het is duidelijk: alle fases van het ontwerp zijn in grote vaart doorlopen. We missen enkel de gebouwde realiteit. Maar het gebouw en haar masterplan zijn nu al geschiedenis. De snelheid waarmee de markt in deze delen van de wereld reageert is te nemen of te laten. Alhoewel, het is niet iedereen gegeven: deze Oost-Europese markt heeft veel van haar geheimen nog niet prijsgegeven. Laten we hopen dat Rem Koolhaas hieraan ontsnapt. Het trekken van een verkeerde architectuurkaart behoort nog steeds tot de mogelijkheden. En daar staat of valt ieder masterplan toch mee.
Zie ook: http://www.j3b.gov.lv/eng/museum en http://www.insideoutside.nl
1 OMA, Ove Arup, InsideOutside: Book 2 Part Contents, Riga Port City, Masterplanstudy for Riga, september 2006, p.9
2 http://www.j3b.gov.lv/eng/concert_hall
3 http://www.j3b.gov.lv/eng/library
4 OMA, Ove Arup, InsideOutside: Book 2 Part Contents, Riga Port City, Masterplanstudy for Riga, september 2006, p.15






