Bij het binnenkomen in de zaal zit Xavier Le Roy nonchalant aan een wit tafeltje. De zaal is gehuld in een sterk neonlicht en de ruimte kan omschreven worden als een witte kubus. Het doet meteen denken aan de minimal art uit de jaren ’60. De danser wacht op de stilte van het publiek om te beginnen. Wat volgt is een in vraag stellen van de culturele constructie van het lichaam en de perceptie ervan. De wisselwerking danser-toeschouwer speelt daarbij een belangrijke rol.
De toeschouwer krijgt beelden aangereikt die niet gedefinieerd zijn. Dat wordt mogelijk gemaakt door het over hoofd en schouders trekken van iets wat op een zwarte elastische rok lijkt. Zo worden de armen plots benen en vice versa. Afhankelijk van de eigen context geeft iedereen een andere interpretatie aan de beelden. Net zoals bij gestaltillusies is er soms een moment van niet-definiëring. Het ogenblik tussen het overschakelen van de ene interpretatie op de andere brengt verwarring teweeg. Door de witte ruimte en het diffuse licht zijn aanknopingspunten zoals een schaduw niet aanwezig. Na verloop van tijd heeft het lichaam geen sekse meer door een spel met de codes die man en vrouw onderscheiden.
Vormelijk wordt er gerefereerd aan een loop. Een ingenieus detail geeft daartoe de aanzet. Wanneer de danser op de radio vooraan afstapt en op de knop duwt, wordt muziek verwacht. Die komt er echter niet. Was al het vorige muziek en werd de radio uitgezet? Dit vermoeden wordt nog versterkt wanneer Le Roy iets opzij hellend achteruit wandelt. Het lijkt wel een teruggespoelde film. Het terug aantrekken van de kleren en het uitvoeren van dezelfde patronen als in het begin, luiden het nakende einde in. Wanneer de toeschouwer zich eindelijk zeker acht over wat gaat komen, wordt die weer een hak gezet. Xavier Le Roy zet de radio aan en loopt de deur uit op muziek van Diana Ross.
Een voorstelling die stof tot nadenken geeft, zonder tierlantijntjes, in een uitgepuurde ruimte. Een onderzoek met de analytische precisie van een wetenschapper. Dit maakt het er niet makkelijker op om het publiek geboeid te houden. Vijftig minuten was dan ook het absolute maximum voor mensen die een ‘beeldenstorm’ gewoon zijn.






