MOEDER
Ik weet bijgod niet waar je het over hebt.
Noem een voorbeeld.
MEISJE
Eh... Nah... dat je bijvoorbeeld laatst, het is een stom voorbeeld, het gaat dus niet om het voorbeeld... Maar dat je mijn wollen vest had gewassen. Dat kan ik dan gelijk weggooien. Jij zegt daar dus nie eens sorry voor.
MOEDER
Je kan ook je eigen kleren wassen hoor.
Geen probleem.
MEISJE
Nee, daar gaat het niet om.
Je kan toch gewoon sorry zeggen
MOEDER
Jij kan ook gewoon je eigen was doen.
Dan hoef ik geen sorry te zeggen
MEISJE
Ik had niet je niet gevraagd om dat vest te wassen. Het lag hier toevallig. Jij hebt het gewassen.
MOEDER
Het was hartstikke vies.
MEISJE
Ik heb je toch niet gevraagd om het te wassen.
Heb ik jou gevraagd: Mam, was dat vest even?
Ik woon hier niet eens.
MOEDER
Je had het toch hier laten liggen. Het was vies.
MEISJE
Het was niet vies.
Ik had het mee, als het wat kouder zou worden.
Ik neem toch geen vest mee dat vies is.
MOEDER
Ik vond het maar een vies vest.
MEISJE
Dank je wel.
MOEDER
Ja... neem dan geen vies vest mee.
MEISJE
Mam...
Het doet het er niet toe.
Het maakt me geen ruk uit dat hele vest.
MOEDER
Let een beetje op je taal ja.
MEISJE
Het maakt me dus niks uit dat vest.
MOEDER
Blijkbaar wel.
MEISJE
... zucht...
Het was maar een voorbeeld.
Daarom wilde ik geen voorbeeld noemen.
Het gaat erom dat je nooit sorry zegt.
Dat is altijd zo geweest...
MOEDER
ALTIJD...?!
MEISJE
Mam, ik wil gewoon echt weten waarom dat je geen sorry zegt.
MOEDER
Sorry voor wat dan?
MEISJE
Gewoon voor van alles grote dingen, kleine dingen, stomme dingen
MOEDER
Moet ik me nu ineens voor van alles gaan excuseren.
MEISJE
Nee gewoon voor alles wat je fout doet.
MOEDER
Ow... dus nu doe ik weer ALLES fout?
MEISJE
Dat is niet wat ik bedoe...
MOEDER
Gaat lekker zo.
Ik ga mijn tweede kop koffie pakken.
Mama gaat naar de keuken.
Meisje zit alleen aan de tafel. Kijkt naar haar vader.
Vader kijkt terug.
VADER
Heb jij die papieren nog geregeld?
MEISJE
zucht...
Ik was bij dat kantoor, maar de computer daar zegt dat het nog steeds op de Banningstraat staat. Maar mijn verzekeringsagent zegt dat het al op de Leopold De Waelstraat staat. Daar word ik dus gek van.
VADER
Zucht...
Tja.
MEISJE
Ik weet gewoon niet wat ik ermee moet doen.
VADER
Tja.
MEISJE
Kwaad worden heeft dus geen enkele zin.
VADER
Nee.
MEISJE
Maar niemand beweegt.
Dus ik moet wel iets.
VADER
Ja.
MEISJE
Maar ik weet niet zo goed wat.
VADER
Nee.
Stilte.
Moeder komt terug binnen.
MOEDER
Zeg... nu moet je eens even goed luisteren.
Als ik sorry moet zeggen.
Kan jij dan ook even sorry zeggen voor je vaders auto die je in elkaar hebt gereden.
MEISJE
Toen was ik negentien...
MOEDER
Dat je hier altijd je post nog toe laat komen, die stomme reclame-blaadjes. Dat je hier altijd maar te pas en te onpas verwacht dat wij altijd voor je klaar staan. Laatst ook met die cacao-doppen die je voor je tuin nodig hebt. Jíj moet die dingen hebben en je vader moet dat dan maar gaan halen in Gelderland. Die man rijdt helemaal naar Gelderland en dan blijkt dat een te grote zak te zijn. Die kan helemaal niet in zijn auto..
MEISJE
Hij moet dat helemaal niet gaan halen. Ik heb het aan hem gevraagd of hij dat wil doen. En als hij dat wil doen, dan wil hij dat toch doen. En ik had hem gezegd dat een grote zak was...
MOEDER
Jij weet even goed als ik dat je vader dat gewoon doet als je hem dat vraagt!?
MEISJE
Hij kan toch nee zeggen.
En hij zegt heus wel nee tegen dingen als ik hem dat vraag...
Aaahhrgh....
meisje grijpt naar de buik.
MOEDER
Wat heb je?
MEISJE
Hij schopt keihard.
Stilte.
MOEDER
Ik wou voor jou een nieuwe maxi cosi kopen.
Dan moet je een keer mee naar de winkel.
MEISJE
Ik heb die oude van Anja gekregen
MOEDER
Okee dan.
Stilte
Ik dacht ze wil vast een nieuwe.
MEISJE
Nee.
Ik hoef niks.
Ik heb alles al.
lange stilte
MOEDER
Dadelijk heb je een botsing en dan zit je met zo’n ouwe maxi cosi.
Dan is je kind dood.







