urbanmag*



A Day in A Life van Nicolas Daenens in de remix van VJ Boemtjak was de winnaar op Ciné Public, een filmfestival voor niet-professionele cineasten in Studio Skoop in Gent.
Corpus Kunstkritiek
Kunstkritiek raakt steeds verder gemarginaliseerd in de geschreven en gesproken pers. Toch zijn we overtuigd van het belang van kunstkritiek als noodzakelijke schakel tussen kunstwerk en publiek, tussen kunstenaar en samenleving – maar ook als geheugen van de artistieke praktijk.
Daarom biedt het Vlaams Theater Instituut sinds augustus 2007 een groep kunstcritici een volledig jaartraject aan. De deelnemers krijgen de kans om gespreid over het seizoen elk tien kritische stukken te schrijven over podiumvoorstellingen. Zonder premičredruk en tegen vergoeding, zodat ze echt een deel van hun tijd kunnen vrijkopen om aan degelijke teksten te schaven. Regelmatig gaan ze met elkaar in gesprek of worden ervaren critici en kunstenaars uitgenodigd om samen te reflecteren over hun materiaal. Deelnemers aan dit traject zijn: Bram De Cock, Daniëlle De Regt, Seba Hendrickx, Wouter Hillaert, Anna Van der Plas, Elke Van Campenhout en Christophe Van Gerrewey.

Begin februari werd een eerste reeks recensies gepubliceerd op de websites van Urbanmag* en het VTi. Tijdens het voorjaar zullen regelmatig nieuwe teksten online verschijnen.

Meer info over het Corpus Kunstkritiek op: www.vti.be/kritiek
Naar Andorra, Theater Stap
datum 07.02.2008
rubriek Podium

Een groot wit podium, leeg, op drie houten konijnenhokken na. Nog tijdens het vollopen van de zaal betreden twee acteurs de speelvloer. Ze dragen een kistje waarin levende konijnen zitten. Liefdevol worden ze opgepakt en elk in het eigen hok gezet. Dan kan de voorstelling echt beginnen: een verteller neemt ons van op zijn stoel mee naar een andere wereld, aandachtig meekijkend naar de scènes. We zijn in Andorra, waar de mensen in pais en vree leven als één grote familie. Idyllische tafereeltjes trekken aan ons voorbij: een heer met een kruiwagen, een dame met een bussel prei en drie leden van de fanfare. De jonge vrouw Barblin staat met een emmer witsel in de hand te dromen. Ze is verloofd, zegt ze tegen de soldaat die haar van op een afstand beloert, ‘dus laat me met rust’. En met deze opmerking is het eerste scheurtje in de schijnbaar veilige wereld van Andorra een feit.

Alias de wanprater, BRONKS
datum 07.02.2008
rubriek Podium
Wanneer het zaallicht dooft, openbaart zich een ruimte die aan de linkerzijde is bezaaid met muizenvallen. Ze staan op scherp, zo valt te merken wanneer een van de personages zich na enkele scènes van het verhoogde speleiland laat vallen en door het mijnenveld van dichtklappende muizenvallen springt. De verhoging is letterlijk en figuurlijk een eiland waarop alle actie plaatsvindt, het staat in het midden van het toneel en is de focus van het podium, volgestouwd met schijnbare rommel en te veel mensen. Het is het eiland waarop Alias en zijn broer wonen, ze zijn alleen thuis en wachten op hun ouders.
Tien geboden: Deel 1, NTGent/Wunderbaum
datum 07.02.2008
rubriek Podium
Het theaterseizoen van NTGent opent dit jaar met Tien geboden, of althans met het eerste deel ervan. De laatste vijf geboden zijn, samen met een afsluitende marathonvoorstelling, voorzien voor het seizoen 2008-2009. Het stuk is, na bijvoorbeeld ook Het leven een droom van vorig jaar, een nieuwe samenwerking tussen de vaste ploeg van het Gentse stadstheater en het jonge acteurscollectief Wunderbaum. Er bevinden zich dan ook gedurig veel mensen op scène: de acht acteurs vertolken, afwisselend per hoofdstuk en per gebod, bewoners van een appartementsgebouw, dat is ingebed in de stad die min of meer samenvalt met het publiek.
Sister, Vincent Dunoyer/Rosas
datum 07.02.2008
rubriek Podium
King Lear, Ro Theater/KVS
datum 07.02.2008
rubriek Podium
Deze King Lear, een coproductie van Ro Theater en KVS, begint terwijl de zaallichten nog branden. De scène is symmetrisch ingedeeld: vanuit de orkestbak lopen enkele traptreden naar boven, die zich vervolgens over de hele breedte van de zaal uitstrekken, en dood lijken te lopen op een groot paars gordijn. Zowel links als rechts is er vooraan een klein vlak voorzien. De nar, met de grote ogen van Lukas Smolders, die angstig en wereldvreemd heen en weer blikkeren, staat op een van die laatste treden en speelt op een fluitje. Ogenblikkelijk barst in de zaal het eerste gegniffel los. Het is duidelijk: hier mag gelachen worden, totdat het, natuurlijk, omslaat in bittere ernst – Koning Lear is een tragedie.
The Porcelain Project van Grace Ellen Barkey (Needcompany)
datum 07.02.2008
rubriek Podium

Gratie, eer, lof, pracht,

Verblijven hier dag en nacht.

Lichamen

Kloek en krachtig

Met een geest

Gewis en waarachtig

Achtervolgen hier met man en macht

Gratie, eer, lof, pracht.

Hedda, t Arsenaal
datum 07.02.2008
rubriek Podium

Hedda Gabler heeft alles wat haar hartje zou kunnen begeren en toch is ze ongelukkig. Zo zou je de klassieker van de Noorse toneelschrijver Hendrik Ibsen kunnen samenvatten. Het stuk werd geschreven in 1890 en wordt nu ruim een eeuw later nog regelmatig gespeeld. Bij toneelstukken die tot het repertoire behoren, wordt altijd de actualiteitsvraag gesteld: welke noodzaak is er nog om een tekst van 125 jaar oud op te voeren? ’t Arsenaal heeft daar een eigen antwoord op gevonden. Het Mechelse gezelschap speelde vorig seizoen HEDDA in regie van Michael De Cock.

Müller/Traktor van Jan Decorte/ Bloet, Kaaitheater en De Roovers
datum 04.02.2008
rubriek Podium
Er is een bom ontploft, maar het stof is al neergedaald en het puin bijeen gevaagd. Zo oogt het decor van Müller/Traktor: netjes postapocalyptisch. Vooraan ligt een bergje kasseien, een paar stappen verder een hoopje zand en helemaal achterin staat een grote verroeste constructie die spookachtige schaduwen op de muren werpt. Dit toneelbeeld zit de loodzware poëzie van Heiner Müller als gegoten, zwanger als die is van het gevoel van een eindtijd. Vijfentwintig jaar na zijn double bill Mauser/De Hamletmachine bij Het Trojaanse Paard gaat Jan Decorte opnieuw de confrontatie aan met het weerbarstige, moeilijk ensceneerbare oeuvre van hét Duitse theatermonument van de vorige eeuw na Brecht. En dit keer haalt hij daarvoor de schaar boven.
Hamlet van Piet Arfeuille in HETPALEIS
datum 04.02.2008
auteur Bram De Cock
rubriek Podium
‘Horatio, ik sterf, jij leeft!’ Altijd tijd voor Shakespeare. Zo denkt HETPALEIS, zo juicht freelance regisseur Piet Arfeuille en dat moeten wij ook beamen, nu hun Hamlet uit 2005 opnieuw wordt opgevoerd. Samen met een solide en overtuigende groep spelers stelt Arfeuille een heldere, stuwende en actieve Hamlet voor die jong en oud kan bekoren. Dat is op zich een grote verdienste. Wie vreest dat een bewerking voor jongeren automatisch tot versimpeling en behaagzucht leidt, krijgt hier lik op stuk. Arfeuille biedt een subtiele interpretatie aan die recht doet aan het oorspronkelijke verhaal en op een originele manier een aantal eigen accenten legt. Arfeuille slaagt erin de Hamletfiguur te verjongen en te revitaliseren zonder te vervallen in verkleutering en banalisering.
Wolfskers van Toneelhuis
datum 04.02.2008
auteur Bram De Cock
rubriek Podium
Wolfskers is het tweede deel van de triptiek van de macht van regisseur Guy Cassiers. De voorstelling ontleent haar naam aan een plant met uiterst giftige bessen. De wolfskers wordt zo een metafoor voor de vergiftiging van de macht. In Mefisto for ever, het eerste deel van de trilogie dat vorige zomer op de theaterhoogmis van Avignon stond, ging het over de verleiding van de macht. Eind 2008 mogen we het sluitstuk Atropa verwachten, dat zal scherpstellen op de slachtoffers van de macht.
Liefde/Zijn handen van LOD
datum 04.02.2008
auteur Bram De Cock
rubriek Podium
Voor Liefde/Zijn handen liet theatermaker Josse De Pauw zich inspireren door een beeld van de bekende Belgische schilder Thierry De Cordier (‘Handworst’, 1990). Het betreft een krijttekening van twee schijnbaar vergroeide onderarmen waaraan slappe handen bengelen. Misschien bevriest het beeld wel twee momenten van een opwaartse beweging van één en dezelfde hand. Waar de hand naartoe wil - of hij iets wil grijpen of aanraken - is onduidelijk. In vergelijking met het classicistische en maniëristische ideaal van ‘schone’ handen is dit eigenlijk een ‘lelijk’ beeld. Een beeld dat misvorming uitdrukt. De opgeheven arm is onnatuurlijk gebogen en die anatomische anomalie versterkt de indruk van verzwakking en krachteloosheid. Over vrienden of geliefden wordt wel eens gezegd: ‘Ze zijn als twee handen op één buik’. Zo kan men het beeld ook zien: als een kromtrekking van het gevoel van vergroeidzijn.
Onomatopee van Maatschappij Discordia/ tg STAN/ Dood Paard/ De KOE
datum 04.02.2008
rubriek Podium
Een scherp voetlicht zet de scène blank. Ze vormen een komisch plaatje, de vijf obers in witte kostuums vooraan. Wat ongemakkelijk zitten ze bij elkaar gedrumd op een veel te klein en rommelig podium, en turen met spleetoogjes naar het publiek dat druppelsgewijs de zaal binnenkomt. Het decor van Onomatopee heeft vaagweg iets van een kombuis op een groezelig schip. Een houten raamwerk waaraan grote vellen papier zijn gehecht doet dienst als achterwand. In deze muur zitten klapdeuren met ronde raampjes. De helft van het publiek mag mee op scène. Er staan stoeltjes en tafeltjes tot op enkele meters van de acteurs opgesteld. Gevaarlijk dicht dus. Treiterig biedt Damiaan De Schrijver een late toeschouwer een lege stoel aan, op de eerste rij en pal voor het stel grijnzende obers. Al gauw wijzen vijf behulpzame handen in de richting van die ene lege stoel waar niemand nog durft zitten. Gegniffel loopt door de zaal. Is het stuk nu al begonnen of niet? Ook de acteurs lijken het niet zo goed te weten. Ze beginnen een schier eindeloos gesprekje over de vermoedelijke herkomst van de suiker die ze bij hun thee doen. Sigaretten worden steeds net niet aangestoken. Plots stelt iemand voor ‘om er nu maar eens mee te beginnen’. ‘Maar we zijn toch al bezig?’ repliceert een ander naast hem.
Abattoir Fermé speelt Hard Boiled
datum 04.02.2008
auteur Bram De Cock
rubriek Podium

Het is al lang geen nieuws meer dat het Mechelse theatercollectief Abattoir Fermé graag de vertelkracht van beeldend en tekstloos theater onderzoekt. De eliminatie van de draagkracht van de dramatekst maakt plaats voor visueel overdadige taferelen die naar de strot grijpen en het associatievermogen van de kijker op de proef stellen. In de lijn van Moe maar op en dolend (2005) en Tourniquet (2007), levert regisseur en iconoclast Stef Lernous met Hard Boiled opnieuw een overwegend zinnenprikkelende voorstelling af.