
‘Succes is ongezond voor mij. Als té veel mensen van mijn songs gaan houden, krijg ik het gevoel dat ze niet meer van mij zijn.’ Die angst weerhoudt artistieke duizendpoot Rudy Trouvé er niet van om met een inmiddels ontelbaar aantal bands elk podium, hoe klein ook, te beklimmen en muziek te produceren aan een tempo waar wijlen Frank Zappa een puntje aan kan zuigen. Voor Trouvé klopt die paradox niet alleen als een bus, ze vormt ook de kern van zijn recente werk. Songs and Stuff Recorded Between 2003 and 2007 heet het (voorlopig) laatste deel van een trilogie, en wijdbeense stadionrock en sing-alongs moet je daarop niet verwachten. Met deze plaat blijkt Trouvé een soort rust gevonden te hebben, een evenwicht dat, ondanks de tijdsspanne waarin het album is opgenomen, op de twee eerdere delen, 1999-2002 en 2002-2003, wel eens ontbrak.
Op 2 december 2004 overleed Kevin Coyne in het Duitse Nürnberg na een lange, slepende ziekte, zoals dat heet. Coyne was een musician’s musician, op handen gedragen door onder anderen Police-gitarist Andy Summers, rockgoeroe John Peel en, dichter bij huis, Arno Hintjens en Patrick Riguelle. Tijdens de jaren 1970 trok hij volle zalen en de Brit hoort thuis in het rijtje van groten als Captain Beefheart en Syd Barrett. Zijn originele invulling van de blues en invloed op de Britse folkrockbeweging zijn allerminst gering te noemen. Zappend door radioland wordt duidelijk dat dergelijke excentriekelingen geen plaats meer vinden in de ether, dat tot een verzamelplaats verworden is van platte eenheidsworst waar veelal ziel en intensiteit vakkundig is uitgeknepen.
Onlangs nam ik samen met nog vier (!) andere gegadigden plaats in het grootste bioscoopcomplex van Gent voor de première van Control. Deze biopic is het alom geprezen debuut van de bekende Nederlandse rockfotograaf Anton Corbijn, een man wiens grofkorrelige beelden van legendes als Johnny Cash, Bono en Marianne Faithfull op menig netvlies gebrand staan.
