
Abstracte, hedendaagse dans als een bezwerende, bijna hallucinatorische trip, waar je je ogen bij uitwrijft? Het kan. Zo’n ervaring bood deze zomer de installatie Viewmaster op Theater Aan Zee. Het Brusselse trio Heike Langsdorf, Ula Sickle en Laurent Liefooghe bouwde een simpele triplex box met twee kamers die in een rechte hoek op elkaar aansluiten. Een schuin spiegelglas scheidt beide kamers, volgens de principes van de negentiende-eeuwse machine ‘Pepper’s ghost illusion’. Met wisselende belichtingen kun je het publiek, dat via een centraal raam de box inkijkt, de illusie geven dat er twee dansers, elk in hun eigen kamertje, op dezelfde plek dooreenvloeien als geesten, als in een live videoclip. Het zorgde voor een van de hoogst denkbare artistieke ervaringen. Je ogen bij de neus genomen.
Nieuwsflash. Er lijkt iets tot bloei gekomen in het sociaal-artistieke werk. U weet wel, al die projecten met mensen die geen echte acteurs zijn maar wel echte problemen hebben, en dus door de ware kunsten minder serieus genomen worden. Dat werk bestaat precies vijftien jaar. Een knappe tussentijdse balans over verworvenheden en nieuwe uitdagingen biedt de beweeglijke theatervoorstelling Vidi Vici van Victoria Deluxe.
auteurs Wouter Hillaert en Tom Van Imschoot
Kiezen is de kunst. Met het oog op de verkiezingen vroeg rekto:verso alle Vlaamse politieke partijen welke specifieke cultuurpolitiek zij in de komende legislatuur willen hanteren om de samenleving waar ze naar streven een stapje dichterbij te brengen. Een vraag naar ideologie en concreet beleid ineen, dus. We zetten de antwoorden voor u op een rijtje, en zwijgen. Zodat u straks beter weet wat u te doen staat.
U kent ze wel. Die schattige deurmatjes met ‘welcome’ erop. Een korte close-up van zo’n matje in de nieuwe film van de Franse cineast Philippe Lioret levert meteen de titel van de prent. Ironie, natuurlijk. Welcome zoomt in op de hekken rond Europa, tegen al te veel aankloppende vluchtelingen. U kent ze wel. Die mensen waaraan we onze voeten vegen. Ze leveren in Welcome het soort sociale film dat we in Vlaanderen nooit zien.
Geen Vlaming of Nederlander die de grens oversteekt, of hij komt terug met de indruk dat het theater aan weerskanten uiteendrijft. Over het aantal Vlaamse voorstellingen in Nederland bestaan er cijfers, over de verschillen in cultuurbeleid is er gedegen onderzoek. Maar over de artistieke kant van dat aangevoelde verschil leven alleen clichés. Reden genoeg voor Simon van den Berg, recensent voor Het Parool, en zijn Vlaamse collega Wouter Hillaert van De Standaard om eens dieper op die kwestie door te gaan. Elke maand sturen ze elkaar naar een nieuwe Vlaamse of Nederlandse voorstelling, en kruisen ze daarover de pennen. Niet alleen in rekto:verso, maar ook in het Nederlandse theatervakblad Theatermaker. Allemaal ter eer en glorie van beide naties en vorstenhuizen.
Het grote repertoiredebat dat de theaterwereld momenteel opjaagt, dreigt een politieke schijndiscussie te worden rond cijfers en definities. Laten we liever een artistiek meer fundamentele vraag stellen. Wat is nog de status van (nieuwgeschreven) tekst in het hedendaagse podiumlandschap? Wij kondigen graag even de noodtoestand af, maar Arne Sierens, Michael De Cock en Piet Arfeuille helpen meteen nuanceren. Én komen met een concreet voorstel om de theaterauteur terug in de armen te sluiten.
Geen Vlaming of Nederlander die de grens oversteekt, of hij komt terug met de indruk dat het theater aan weerskanten uiteendrijft. Over het aantal Vlaamse voorstellingen in Nederland bestaan er cijfers, over de verschillen in cultuurbeleid is er gedegen onderzoek. Maar over de artistieke kant van dat aangevoelde verschil leven alleen clichés. Reden genoeg voor Simon van den Berg, recensent voor Het Parool, en zijn Vlaamse collega Wouter Hillaert van De Morgen om eens dieper op die kwestie door te gaan. Elke maand sturen ze elkaar naar een nieuwe Vlaamse of Nederlandse voorstelling, en kruisen ze daarover de pennen. Niet alleen in rekto:verso, maar ook in het Nederlandse theatervakblad Theatermaker. Allemaal ter eer en glorie van beide naties en vorstenhuizen... Lees ook delen 1 en 2 uit rekto:verso 32 en 33.
Waarom kunst over kunst? Voor wie het Vlaamse theater een beetje volgt, dringt zich tegenwoordig geen fundamentelere vraag op. Eén op drie voorstellingen gaat over kunstenaars, over creëren of acteren en de twijfel die daar blijkbaar bij komt kijken. Theater in tijden van subsidiedossiers? De verplichte beleidsmatige zelfbevraging die ook het podium besmet? Er is meer aan de hand, toont de spijtige mislukking die Kunstminnende heeren bij het Toneelhuis is geworden.
In dit nieuwe format wordt ingezoomd op een actueel artistiek kleinood: één song, één foto, één dialoog … Wie het kleine niet eert, ziet het grote verkeerd.
auteurs Wouter Hillaert en Simon Van Den Berg
Geen Vlaming of Nederlander die de grens oversteekt, of hij komt terug met de indruk dat het theater aan weerskanten uiteendrijft. Over het aantal Vlaamse voorstellingen in Nederland bestaan er cijfers, over de verschillen in cultuurbeleid is er gedegen onderzoek. Maar over de artistieke kant van dat aangevoelde verschil leven alleen clichés. Reden genoeg voor Simon van den Berg, recensent voor Het Parool, en zijn Vlaamse collega Wouter Hillaert van De Morgen om eens dieper op die kwestie door te gaan. Elke maand sturen ze elkaar naar een nieuwe Vlaamse of Nederlandse voorstelling, en kruisen ze daarover de pennen. Niet alleen in rekto:verso, maar ook in het Nederlandse theatervakblad Theatermaker. Allemaal ter eer en glorie van beide naties en vorstenhuizen... Lees deel 1 uit rekto:verso 32 hier.
auteurs Wouter Hillaert en Simon Van Den Berg
Geen Vlaming of Nederlander die de grens oversteekt, of hij komt terug met de indruk dat het theater aan weerskanten uiteendrijft. Over het aantal Vlaamse voorstellingen in Nederland bestaan er cijfers, over de verschillen in cultuurbeleid is er gedegen onderzoek. Maar over de artistieke kant van dat aangevoelde verschil leven alleen clichés. Reden genoeg voor Simon van den Berg, recensent voor Het Parool, en zijn Vlaamse collega Wouter Hillaert van De Morgen om eens dieper op die kwestie door te gaan. Elke maand sturen ze elkaar naar een nieuwe Vlaamse of Nederlandse voorstelling, en kruisen ze daarover de pennen. Niet alleen in rekto:verso, maar ook in het Nederlandse theatervakblad Theatermaker. Allemaal ter eer en glorie van beide naties en vorstenhuizen...
Toen in maart plots meerdere theatergroepen met hetzelfde soort deurenkomedies uit de garderobe vielen, hadden ze ook allen hetzelfde wegwuivende antwoord klaar op de vraag waarom ze juist met meer waren. Gewoon, toeval! Toeval? Hangt de klucht in de lucht, dan is dat niet om te lachen. Of toch? Best verwarrend voor de zure criticus in mij: ineens moest hij eens serieus gaan klappen met zijn zoete collega. Over hoog en laag en de breuktijd die op til lijkt. Wat is wenselijk, wat verdacht?
Soms stoot je op van die voorstellingen die al de rest in theaterland in een ander daglicht zetten. Glanzen van Lampe en De Koe werd er zo een, een paar speelbeurten na de mislukte première. Tegenover economische wetmatigheden verdedigen Claudia Schiffer en David Copperfield met veel plezier terug meer metafysica in theater. En werkelijk: een plus een maakt hier drie.
Anno 2007 zijn er nog altijd platenboeren die het vermogen om Stef Bos in hun bakken onder te brengen bij ‘Nederlandstalig chanson’. Áls ze zijn oeuvre al in permanente voorraad houden, want alfabetisch verwante traanklieren als Frans Bauer of Clouseau verkopen natuurlijk nog altijd een stuk beter. Ook door de andere zijde, door alterno’s van muziekfans met steeds nauwer wordende slakkenhuizen, wordt Bos verdrukt. Te zeem, te zoet, te makkelijk. ‘Dit is het land van bange doven, waar een eenoor koning is’, antwoord ik daar met hemzelf op. In mijn rek hoort hij in het vak van de Grote Drie, tussen Bram Vermeulen en Herman Van Veen.
Beste Abattoir Fermé,
Mannen, ik had plannen! Ik zou eindelijk eens dat eerste artikel schrijven dat wat dieper op jullie werk inging dan krantenrecensies doorgaans vermogen. Mijn epistel zou zichzelf voornemen – in dogma 07-stijl – om alvast drie woorden absoluut te mijden: ‘horrortheater’, ‘het afwijkende’ en ‘falluskunst’. Het zijn de vaste termen geworden waarmee we jullie werk steevast op onze krantenpagina’s vastnagelen, ‘terwijl het Abattoir daar helemaal niet om gaat’ (repliceren jullie intussen ook standaard, met altijd die mysterieuze grijns). Ik zou het mysterie kraken, of toch minstens voor mezelf de dingen eens doordenken. Ik zou jullie Chaostrilogie als kapstok nemen. Ik had die rond, ik zag de lijnen, het was me klaar en duidelijk (ook ik heb zo mijn orgasmen). Maar toen kwam laatst in januari ineens Lala-land, de afsluiter van wat in Indie en Tinseltown was aangezet als de finale ontworsteling van jullie oeuvre aan de spuwende, vies-visionaire tekstlappen uit pakweg Dial H for (2003) of Life on the Edge (2004). Met die laatste Lala-monoloog schoof alles grondig scheef. Samen met jullie machtige beelden werd ineens ook mijn hele theorietje naar de vuilnisbak verwezen, plus mijn artikel. Het is 0u48, ik heb keiharde techno opgezet. Ik schrijf jullie een brief.
