Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Architectuurkritiek versus architectuur
DE GESLUIERDE ARCHITECT: EEN BEDREIGING?
datum 13.12.2006
rubriek Architectuur
De algemene teneur in het luik over de Biënnale van Venetië kent een wel erg uitgesproken depressieve nasmaak bij het lezen van de verslaggeving. Woorden als "extreem deprimerend", de "crisis van de architectuur", de "urgente situatie van de architectuur" tot zelfs het stellen van de onmogelijkheid om aan architectuur te doen, komen meermaals terug in diverse bijdragen. Nu ik me net verheug over de nieuwe realisaties en de verscheidenheid aan projecten overal te wereld, krijgen we hier een wel erg bittere pil te slikken. Is de architect en haar discipline ten dode opgeschreven? Is het dan zo erg gesteld met de architectuur en/of stedenbouw als men hier laat blijken? Is het niet langer een plezier om het beroep van architect uit te voeren?
Gelukkig kunnen we een iets voorzichtigere houding vaststellen uit de antwoorden van de geïnterviewden: zowel Joachim Declerck als Kersten Geers proberen de vragen te nuanceren en duiden op positieve elementen in de voorgestelde deluge. Hebben architecten of beter heeft de architectuurkritiek niet vaak vanuit een depressieve houding gereflecteerd over haar discipline en haar onderwerp? En heeft het politiek instabiele klimaat van de globalisering ervoor gezorgd dat de architect meer dan ooit in het politieke debat wil meespelen? Een ding is duidelijk, de verleiding tot het verbale politieke spel is van alle beroepen wellicht het grootst bij architecten. Blijkbaar valt er geld te verdienen in deze nieuwe wereld. De businesswereld weet al langer dan vandaag dat het spel achter de politiek vaak nodig is om projecten te kunnen realiseren. En nog meer dan vroeger is het bouwen van nieuwe steden een spel van politieke beslissingen. Stedenbouw is een belangrijk apparaat in het organiseren van een samenleving maar vaak is het de verleiding van het geld die de uiteindelijke doorslag bepaald. De gebouwde microkosmosarchitectuur van vorige eeuw gevoed door samenlevingsmodellen heeft het vaak laten afweten en dat wordt bewezen door de meermaals onbevredigde droom van de architect. De democratische architect en criticus faalt altijd maar dit mag geen uitgangspunt worden.
 
Nu de architectuurkritiek steeds meer in omvang toeneemt in West-Europa, wat wellicht te wijten is aan de afname van architecturale projecten, zien we dat het verhaal van de architectuur zich steeds meer pal naast dat van de architect gaat stellen. Gesproken architectuur verliest zich in de poging praktijk met theorie te verzoenen. Soms raken ze elkaar in gedaantes zoals OMAMO maar ook daar is de splitsing nu al een feit. De hardcore architect kan zich niet verenigen met de hardcore architectuurcriticus. Misschien is dit een perfecte situatie voor beiden maar laten we ons als jonge architecten niet verleiden aan deze strikte scheiding. Het behandelen van de schoonheid van beide domeinen is ons beroep. Vergeet vooral niet dat de hardcore architect houdt van het kneden van de maquettes, het renderen van zijn impressies, het berekenen van de details en dat architectuurkritiek dit wellicht pas kan begrijpen als ze zelf aan dit handelen heeft deelgenomen of als ze die conditie heeft aanvaard. Architectuurkritiek houdt van het benoemen van de dingen. Echter de schoonheid van een onderbouwde denkpiste zorgt dat kritiek wel degelijk een basis kan vormen voor het denken in architectuur. De zuiverheid van de taal is iets waar ook de architect zal van houden.
 
Terwijl de markt bepaalde delen van onze wereld overspoelt met investeringen zien we dat in andere delen een tekort aan projecten ontstaat. Deze lebensraumpolitiek van de markt heeft de architect buiten haar grenzen gebracht. Culturele verschillen zijn sinds lang een gegeven voor de architect. Het internationale karakter dat velen nastreven, heeft ook de architectuur doen wijzigen. De architectuurkritiek is op dit vlak echter blijkbaar dood. De taal is nochtans niet veranderd en kan nog steeds even duidelijk als in andere contexten worden gebruikt. De mondialisering heeft namelijk tal van pijnpunten in de architectuur blootgelegd. De landen die tot de mondiale architectuurwereld zijn toegetreden, hebben vaak niet de tijd gehad om een architecturaal antwoord te formuleren op de bouwwoede. Er ontstaat een plots urgent gebrek aan kwalitatieve architectuur in deze gebieden en een onderbouwende architectuurkritiek is er zeker aan de orde. De architectuurkritiek is er strikt lokaal en dient enkel om de kleine architectuurwonderen te beschrijven. Een rijke geschiedenis is er dan ook niet aanwezig. Gevolg is dat de plotse toename in het domein van de architectuur pover of slechts in encyclopedische vorm wordt besproken. Dit houdt in dat kleine verschuivingen in het architectuurdenken worden gekoppeld aan grote stromingen uit sprekende architectuurbewegingen. Een sterke architectuurkritiek zou hier dus wel op zijn plaats zijn.
 
Beide interviews vermelden het ludieke project van de jonge staat Letland. Dit voormalig Sovjetland zit midden in een stroming van wat in voorgaande werd besproken. Het was dan ook interessant om te zien hoe dit land zich presenteerde op de Biënnale en hoe het zich kenbaar heeft laten opvallen. Dit "opvallen" werd in eigen land warm onthaald. Maar ook in Letland ontstaan de eerste depressieve buien van het nog prille architectenbestaan. De weinige architecten die het land rijk is, beginnen de spanning tussen architectuur en haar kritiek in vraag te stellen. Na de 10de Bienale van Venetië zien we de filosofische vraag Wat is goede architectuur? verschijnen. En ... sommigen beginnen het pad van de gesluierde architect te bewandelen. Toch kan gesteld worden dat het bienale idee nog een vorm had gekregen. Deze vorm had bij de bezoeker iets teweeg gebracht. Daardoor mag het idee dan wel een speelse en falende poging geweest zijn om de lijnen te doorbreken, het ontwerpbureau heeft met het architectuurproject getracht hun idee te vertalen. Deze gedachte had lange tijd geen gedaante maar werd uiteindelijk toch in een goedkope kartonnen versie gerealiseerd. Dit theoretisch gebouw werd de zoveelste vertaling in een rij van projecten die de hippie drang van het naar-buiten-treden symboliseert. Het zal een falen van de architect blijven: het ontwijkt immers de wetten van de architectuur.
 
Tenslotte moeten we misschien het pijnlijke punt aankaarten van de "te koop staande" architectuurkritiek. Het is al langer een uitgeschreven feit dat tijdschriften een imago aannemen waarbij ze pretenderen een antwoord te zijn op dit probleem van de architectuur. De ene denkt zich volledig aan de architect te richten, de andere probeert een theoretisch discour op te bouwen maar beiden begeven zich in een doodlopende straat. Zo zien we dat in het laatste Archis tijdschrift, volledig gericht op het theoretische discour, zich gaat verkopen aan de zogezegde nieuwe Chinese markt. Wie gaat nog langer dergelijke architectuurkritiek geloven als alles in teken staat van het verkopen. Crisis! What crisis? Schreeuwt de cover. Maar waar hebben we het hier over? Een nog nieuwere voeding voor de gesluierde architect? Misschien moeten we dit wel vaststellen: Architectuurkritiek moet ook verkopen. Weg met het idealisme van de criticus, het geld heeft hem verleid. Het noodlot is dan wel toegeslagen.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie