Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Gunther De Wit:
MARS speelt 'Sunday Smile'
Over 'De Versie Claus' van Het Toneelhuis
Over Zand erover!? van Victoria Deluxe
Theater, muziek en randfenomenen te Parijs
LE TOUT PARIS I: FESTIVAL D'AUTOMNE
datum 12.12.2006
rubriek Curiosa
Wat betekent een weekje Parijs, opgebouwd rond twee festivals, een overdosis expo’s en een heuse cashflow de naam ‘lichtstad’ meer dan waardig? We zochten het proefondervindelijk uit, althans: ‘we’ in de eerste helft van de week en het eerste deel van dit omvangrijk verslag, een solitair ‘ik’ in de tweede helft ervan. Hoewel ...
Le grand spectacle

Thersites, de vereniging van kunstkritiek in Vlaanderen, houdt wel van een goed geplaatste practical joke. Zo wordt ons gelobbyd verblijf in de Belgische ambassade, in een zijstraat van de majestueuze Champs Elysées, toch gepercipieerd door onze ambassadeur. Maar omdat de man zich nogal graag progressief profileert, terecht en geheel natuurlijk (verwantschappen met naamgenoten uit het groene politieke kamp zijn alsnog onbewezen), mag het zootje ongeregeld dat op theaterbezoek komt, toch zijn verlaten kwartier op de derde etage bezetten, en ook verder rustig zijn gangen gaan. Met een gesponsorde volle maag kunnen we er bovendien weer ruim anderhalve dag tegenaan. De sloten wijn die we vriendelijk maar kordaat krijgen voorgeschoteld, sporen aan tot ongekende inspiratie en scherpt onze daadkracht aan, zodoende zelfs dat niemand het onoverkomelijk erg schijnt te vinden dat de schermen van de Forsythe-installatie in het Louvre (het Louvre!) niet blijken te werken. En slechts na veel drukdoend gsm-verkeer weer operationeel geraken. Kijk, dat noem ik nu eens een van mijn favoriete gemiste kansen. Om een of andere reden verkies ik Bacon zonder dat die uitvergroot onder een transparant wordt gelegd, nogal onnozel, of zonder dat die uitgeleend wordt aan dansdoeleinden die hun moment van extase, hun momentum, aardig mislopen. Als er nu tegelijk nog eens aan actionpainting wordt gedaan, ja, dan… Zelden zo’n onhandige breakdancers gezien.

Misschien zit ik in gedachten al volop bij de expo Downtown 1981, en dan wordt ontgoocheling algauw een onvermoede constante. Niet dat je zoiets van tevoren weet. In dat geval zou zelfs de ferventste kunstliefhebber zich een zoektocht per metro naar het andere uiteinde van de stad besparen. Al is de façade van het ongetwijfeld met overheidsgeld getunede kraakpand wel het bekijken waard, en al is de vormgeving ervan met wilde graffiti ongetwijfeld afgestemd op de expo’s die er hun behuizing in vinden, er valt geen Basquiat of Warhol of Haring in velden of wegen te bekennen, en nochtans: er zijn daar nogal wat velden en wegen in die buurt. Volgekladderd, beklijvend, afstotend, hoe dan ook, ze zíjn er. Net zoals een plaatsvervangende fototentoonstelling, waarvan de low-profile curator zeer fotogeniek is, maar die haar keuze voor deze locatie klaarblijkelijk niet als een volle reden ziet om ook maar iets af te weten van wat zich zoal afspeelde voor zij er haar intrek nam. Een goed geplaatst ‘c’est fermé’ doet vervolgens de kous af. Professional die ik ben, besluit ik toch maar een kijkje te nemen. De naam van de tentoonstelling betekent vrij vertaald iets als ‘Vage grenzen’, wat uiteraard kentekenend mag heten voor de totaalopzet: de expo gaat werkelijk overal over, als het maar met lens, papier en dubbelzinnigheid te maken heeft. Een nogal amateuristische slideshow geeft de aftrap voor méér amateuristische slideshows in le tout Paris, waar ze kennelijk nog niet in de multimediale openingen zijn gedoken op de vanzelfsprekende manier die wij dan weer iets te hoog in ons vaandel dragen. Faut le faire. En de foto’s? Die getuigen eveneens van een stilstand, al klinkt ‘stagnatie’ beter en respectvoller. Want respect verdienen ze: de onderwerpen zijn uiteenlopend, altijd esthetisch, soms gruwwekkend, maar dus nooit erg vooruitstrevend wat de onderwerpen betreft. De tijd is wat verzadigd in Parijs, krijg je de indruk bij het bekijken van zovele, expliciet anti-Amerikaanse spotprenten. Burka-vrouwen op een bankje, gezeten rond een stenen Ronald McDonald. Die clown, jawel. Wie in Parijs regelmatig een écht restaurant of bistro binnenloopt voor een koffie of een nouveau beaujolais, kan dat begrijpen: wie heeft er behoefte aan nuance, als het goed leven is in een stad die niets anders nodig heeft van buitenaf?

(Ik maak even een sprong in de tijd. In een subjectief verslag moet zoiets kunnen. Enfin, in mijn auberge de jeunesse, ‘Dartagnan’, spelfout inbegrepen, voel ik me een vierde musketier van de kunsten, en een indringer in zoveel Parijse eigenheid. Die wordt getroubleerd door de buitenlandse inwijkelingen die er achter de balie werken,  zoals de Engelse loketbediende uit Manchester die om de dag door te komen The devil wears Prada leest in pocketversie. Ze is een stiekeme raver. In Manchester hou je ofwel van Oasis, ofwel van drugsfeestjes. Haar officiële functie belet zulks in de herberg, natuurlijk, maar waar ik naartoe wil: volgens haar kan je de anti-Amerikaanse amateurkunstwerken in de refter, waar nochtans veel Amerikanen komen, gewoon kopen. Niet dat ooit iemand dat doet. De meesten die hier logeren zijn dan ook geen Parijzenaars en niet zo tuk op peintures die passées zijn.)

Het Festival d’Automne, hoofdactiviteit de eerste drie dagen, is meer dan theater alleen. Al krijgt het wel een ereplaats in het programma. Velen gaan kijken naar de nieuwe Castellucci, en keren onverdeeld enthousiast terug. Bij ons te zien in deSingel, april. (Kan iemand ook Quartett naar pakweg Brussel halen, alstublieft? Dank u). Anderen gaan naar Crimp. Zijn verveeld, óók al onverdeeld. Groepsvisies raken de participanten onderling, daar kan je vanuit gaan, maar daar is niets mis mee, kan gerust naast de individualistische beleving staan. Niettemin blijven de kritische beschouwingen niet uit. Het vertrek naar huis van mijn collega’s houdt een discussieronde over de verdiensten van Quartett beperkt tot een over en weer van boutades, en ik pleit schuldig. Graag had ik een genuanceerd vervolg gezien, dus laten we die ronde-tafelconferentie vooral verderzetten.

Randanimatie

Rewind: Het Festival d’Automne, hoofdactiviteit de eerste drie dagen, is meer dan theater alleen. Zo is er ook muziek, om maar iets te noemen. De voorstelling rond een compositie van Georges Benjamin, verhaald naar het podium door Martin Crimp, draait rond het bekende verhaal van De rattenvanger van Hamelen, en heeft de naam Into the little hill meegekregen. Een underground-narratiefje op maat gemaakt voor de Opéra Bastille, waar het design de niet-harmonische, want hedendaagse vioolpartijen strak opvangt. Met een gewillig publiek dat duidelijk niet aan zijn proefstuk toe is, en de Engelse tekst geen onoverkoombare hindernis vindt, met enthousiast applaus als het logische gevolg van een zeer sterke opvoering, met twee zangeressen op een catwalk die zich goed in hun vel voelen, en hun stem goed in het vet.
    Was dat ook maar het geval in de debattenreeks ‘Double Look’, over de invloed van de Hollywoodfilm op het Franse kijkgedrag, over de omgekeerde beweging, en over de vele grijszones die daartussen vallen. Een werkelijk slaapverwekkend onderonsje onderhoudt de aanwezige, en dus al niet zo modale toeschouwer geheel niet, en laat artistieke Engelsen alstublieft van dat dwangmatige, slechte Frans afstappen wanneer hen die oprechte kans wordt aangeboden. Zelfs wanneer ze al eens in een feature film meedoen, geapprecieerd in zowel de heimat als in l’hexagone. Zelfs wanneer het bewuste debat dan over ‘acteurs’ gaat. De aanwezigheid van regisseur Jean-Pierre Gorin brengt even soelaas, en een verkwikkend aandachtsshot – konden we maar hetzelfde zeggen van zijn in de jaren ’80 opgenomen, als tegengif voor het musculair geweld in Rambo- en Terminatorfilms bedoelde filmpje, Routine pleasures, dat we na afloop integraal te zien kregen. Als je een film monteert rond de centrale plek van speelgoedtreintjes, dat als metafoor moet doorgaan voor vrijblijvende locatiewisselingen zonder verhaal, dan hoeft het niet vreemd te heten dat zoiets maar een beperkte attention span beroert. Ik druk me uit in eufemismen, maar over het geheel van dit filmprogramma kan men kort zijn: met het exemplarische niveau dat die avond getoond wordt, kan men de conclusie trekken dat de wederzijdse kruisbestuiving tussen de Amerikaanse en de Franse film op een dood spoor zit. Of dat het discours daarover hooguit speelgoedtreintjes tevoorschijn tovert, of vastzit in een donkere tunnel. Jammer.

Lees ook Le tout Paris II: rencontres Paris / Berlin

Gezien op het Festival d'Automne van 20 t/m 22 november 2006, te Parijs.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie