Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Sébastien Hendrickx:
'Actuaris' - Unie der Zorgelozen
Festival 'Corps Urbain'
Müller/Traktor van Jan Decorte/ Bloet, Kaaitheater en De Roovers
Onomatopee van Maatschappij Discordia/ tg STAN/ Dood Paard/ De KOE
We People, Union Suspecte
Over Stillen, Lotte Van den Berg
VALLEN EN OPSTAAN
datum 07.12.2006
rubriek Podium
Voor spektakel hoef je niet bij Lotte Van den Berg te zijn. Ook haar jongste voorstelling, Stillen, blinkt uit in doorwrochte eenvoud en helderheid. Een dik uur lang valt geen woord. Toch verslapt op geen enkel moment de spanningsboog. Met een traag bewegingstheater en een streepje muziek worden onbeschaamd de grootste onderwerpen aangeraakt: leven, lijden, de dood, en gelukkig ook veel hoop.


Na Braakland en Het Blauwe Uur ruilt Van den Berg de openbare ruimte opnieuw in voor de theaterzaal. Het Blauwe Uur speelde zich voor dag en dauw af in een straat in een doodgewone woonwijk. Theater schuurde tegen de realiteit van alledag aan, totdat de grenzen tussen beide werelden troebel werden. De metatheatrale vragen die deze voorstelling toen opriep, zijn in Stillen niet echt van belang. Dit lijkt meer één grote poging om de werkelijkheid van een mensenleven te ontvlezen tot enkel het naakte skelet overschiet. De zwarte doos van de theaterzaal zorgt voor de nodige concentratie en focus.

Met mondjesmaat verschijnen zes heel diverse acteurs op de scène. Hun bewegingsvrijheid wordt aan banden gelegd door een spekglad speelvlak, keurig geplaveid met duizenden tegels bruine zeep. Her en der staan wat kapotte stoelen en een piano waar af en toe wordt op gespeeld. Stillen begint met gefnuikt verlangen. Een jongeman wil een vrouw aanraken, maar zij weert hem telkens zacht maar zeker af. Zijn vergeefse pogingen om nadien zichzelf te omhelzen, ontaarden in razernij. Gek van eenzaamheid en machteloosheid glijdt de man uit en valt op de grond. Zijn bewegingen laten sporen na: enkele tegels zeep komen los en zijn broek zit onder de vlekken. Stillen toont het wrede spel van aantrekking en afstoting tussen mensenlichamen, met een afstandelijkheid die voorbijgaat aan psychologische motivering, schaamte en beoordeling. 

Op bepaalde ogenblikken werkt deze onthechte presentatie bevrijdend. Bijvoorbeeld wanneer een oudere vrouw op haar rug gaat liggen, met de benen in de lucht, en steeds nadrukkelijker geluiden uit van seksueel genot. Of wanneer de oude man levenloos van zijn stoel glijdt. Terwijl de volwassenen verlamd toekijken, wast een meisje van vijf, zes jaar hem met water en zeep. Op deze lichaamsbeelden –ouderdom en seksueel verlangen, het dode lichaam- wordt vaak met schaamte, angst of afschuw gereageerd. In Stillen shockeren ze echter niet, maar worden via een merkwaardig manoeuvre menselijk, herkenbaar, intiem.   



Met haar sobere, bewust armoedige stijl staat Van den Berg niet alleen. Ook bij een Sanne van Rijn of een Benjamin Verdonck –om er enkele te noemen-betekent “less” vaak “more”. Met de rug naar het spektakel en zijn gladde beeldbombardementen, grijpen deze jonge theatermakers terug naar alledaagse objecten als een stuk brood, zeep, een stoel, om deze in te zetten in een eigenzinnige theatertaal. Ze nemen doorgaans ruim de tijd om hun verhaal te vertellen, en doen dat liefst zonder woorden. Hun werk lijkt zich niet “midden in de wereld” te positioneren, maar een beetje erbuiten. Als dat nog kan.

In Stillen resulteert deze aanpak in een wondermooie existentiële fabel. Er wordt allesbehalve een rooskleurig beeld van een mensenleven opgehangen. Dat beweegt immers voort op een gladde, onberekenbare grond: de dood is steeds een onverwachte gast. Toch verschijnt de mens er niet als een slachtoffer, maar eerder als een trotse Sysiphus, de absurde held bij Albert Camus. Steeds opnieuw draagt die zijn levenslast, maar doet dat met een onbegrijpelijke vreugde. Hij glijdt uit, valt, maar staat telkens weer op. Binnen het “ensemble van theatermakers”, dat het Toneelhuis morgen wil worden, is Lotte Van den Berg alvast een ijzersterke schakel. 


Credits:
Spel: Luc Boyer, Annalisa Derossi, Stephan Jurichs, Gerindo Kamid Kartadinata, Lucia Meeuwsen en afwisselend Emily Elflein, Linze Steeno en Emma Simons
Regie: Lotte van den Berg
Dramaturgie: Suzanne Jaeschke
Scenografie: Dries Verhoeven
Kostuumontwerp: Magadalena Musial
Lichtontwerp: Jörg Bittner
Productieleiding: Stefaan Deldaele
Techniek: Sanne Roels en Sharp
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie