Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Gunther De Wit:
MARS speelt 'Sunday Smile'
Over 'De Versie Claus' van Het Toneelhuis
Over Zand erover!? van Victoria Deluxe
Quartett, Robert Wilson
STRIPPOKER
datum 04.12.2006
rubriek Podium
Om Quartett te hebben gezien – van Robert Wilson en een dubbele bewerking: van Heiner Müllers toneeltekst, gebaseerd op Laclos’ brievenroman Les liaisons dangereuses – moest je al naar Parijs afzakken zo’n kleine twee weken geleden. En reken maar dat onze delegatie van Thersites (nvdr: vereniging ter bevordering van de theaterkritiek: www.thersites.be)  zich dat niet beklaagd heeft! Natuurlijk stond er wel meer op het spel, letterlijk: het Festival d’Automne bood voor elkeen wat wils, en die keuze à la carte kwam onze grillige karaktertjes uiteraard goed uit. Toch bleek deze nieuwe voorstelling rond een aloud, dankbaar thema van jaloezie, vol intriges van kakelende, aristocratische kippen, topprioriteit nummer 1. Vooraf, maar a fortiori ook a posteriori.


Laat dat meteen de duurste woorden zijn die ik zal gebruiken in deze recensie. Want op een overall niveau, is deze voorstelling er eentje voor alle klassen en alle gezindten, al kan het als een voordeel bestempeld worden de verhaallijn van Les liaisons dangereuses te kennen (voor anderhalve euro al te koop in de betere straatwinkeltjes in de Quartier Latin, of bekijk gewoon de film die ze met absolute zekerheid tussen dit en twee maanden alweer uitzenden). Het vierkant waarvan sprake in de titel, is die tussen de hoofdpersonages Valmont, Mme. de Merteuil, Mme de Tourvel en Cécile Volanges. U merkt het al: drie vrouwen en één man, daar komt altijd herrie van. Zeker als de meest vooraanstaande vrouw in het gezelschap, de markiezin de Merteuil, ook de gewiekste is. Zij durft ervoor wedden dat Valmont, haar oude amant, de naïeve Mme de Tourvel niet versieren kan. Als hij daar in slaagt, biedt ze namelijk zichzelf aan – in dat perverse universum net datgene wat Valmont het liefste wil. Valmont lukt uiteraard in de weddenschap, maar krijgt ook nog eens de zeer jonge Cécile op een dienblaadje, voor eigen voorzichtig gebruik. Dat is de spreekwoordelijke brug te ver: niet alleen wordt Merteuil nu wel heel jaloers (het bewijs van haar menselijkheid, achter de perfiditeit), maar krijgt Valmont het ook nog eens aan de stok met Céciles verloofde, in de film de sulligste rol die Keanu Reeves ooit gespeeld heeft. Het einde laat zich, naar geheel 18de-eeuwse normen, volledig raden.

Op toneel oogt dat allemaal een stuk ingewikkelder. Regisseur Wilson kiest ervoor om de personages zeer hybride voor te stellen. Mme de Merteuil en de Tourvel worden door één actrice gespeeld, maar wat voor één: Isabelle Huppert! Als er een iemand twee rollen aankan, dan is zij het wel. Valmont daarentegen, krijgt dan weer twee gezichten: Ariel Garcia Valdès, die bijzonder veel op mijn leraar Frans lijkt en dus a priori overtuigend is, en een ietwat clowneske bejaarde, die de straffe spanning vooral moet opleuken, waardoor alles in feite nóg luguberder wordt. Hoe kan er gelachen worden – met mime en slapstick, overdadig aanwezig, ook in de serieuze gedeeltes – als er op het podium volop gelogen, bedrogen en scherp gemanipuleerd wordt? ‘Postmodern’, hoor ik u al denken, en ja, die term gaat wel enigszins op – ook voor de rest van de scenografie en mise-en-scène. Daarin zitten wel meerdere referenties aan het clowneske persona, diede eenduidigheid van het thema moet ondergraven, en slechts deel uitmaakt van de vele vormen waardoor aan dit thema een interessante variatie wordt verleend.

De grenzen tussen de personages onderling worden niet duidelijk afgelijnd, maar in het spel van de acteurs zelf zien we aan deze doelbewuste afbrokkeling een krachtig halt toegeroepen. Zij grijpen terug naar geweldige uitvergrotingen in hun personage. Zij gedragen zich als stripfiguren, jawel, als Jommekes en Miekes met een serieuze hoek af. Zo is Valmont, de jonge versie, een kruising tussen Suske, Markies de Sade en een vileine toreador; Merteuil is een regelrechte Cruella de Vill, of een Tante Sidonia die het in de hoogste kringen serieus in haar bol gekregen heeft, ontploft kapsel incluis. Reken daar nog eens de trage mime-stukken bij die aan het beste van Abbatoir Fermé doen denken (zoals in de weergaloze openingsscène: nog nooit zo’n verontrustend ‘banquett’ meegemaakt), en de tragische, zelfbewuste herhalingen van Merteuil (alsof ze haar plaat laat hangen ter wille van de totale manipulatie), en je hebt een indringend stukje toneel.

Zoiets dient alleen maar de totaalopvatting van deze bewerking, die eigentijds overkomt, en met een hele resem nieuwe invloeden. Kostumering, kleur (van gifgroen over donkerrood tot helgeel), afwisseling tussen belichting die soms fungeert als een kader voor het bevriezen van de ene verhaallijn ten voordele van een andere. Het resultaat is zeer filmisch te noemen, vandaar de associatie met Abbatoir Fermé in zijn meest slow-mo momenten, maar een titel als ‘Sin City’ komt evengoed voor de dag.



Alle middelen zijn dus goed om ons in een tijdloos maar modern anti-sprookje te wanen, met elke afzonderlijke scène als een wondermooi tableau vivant (als tegenstelling met het doek voor aanvang, dat een echt tableau is en een romantisch jachttafereel uitbeeldt, maar dood is, en bij het ophalen door de personages tot leven wordt gewekt). Dit tableau wordt bevolkt door onheilspellende prinsen en prinsessen die de moraal aan hun pasgeboende laars lappen, maar in stijl. De muziek die de passages begeleidt en overbrugt is angstaanjagend, en het spel doet daar niet voor onder. Integendeel. De scène waarin Merteuil en Valmont elkaar de loef afsteken in een rechtstreeks verbaal duel, betekende een zelden geziene aanval op zenuw- en ademhalingsstelsel. Begeleid door muziek uit een spaghettiwestern lopen ze rondjes rond een symbolisch neergezette zwarte schijf, die, met een beetje verbeelding, een uitgedoofde zon is in hun universum, en in de voorheen zo blauwe, veelbelovende hemel die op het decor geschilderd staat. Eros en thanatos, Docteur Jekyll et Mister Hyde.

Deze voorstelling draait om zijn as, stopt weer, doet een flashback of een personageflash ter hoogte van een ander decadentisme op een ander kasteel, maakt dezelfde sprong in dezelfde beweging terug, altijd bombastisch, maar altijd in stijl. Dit is ongekreukt estheticisme, en velen zullen er hun neus voor ophalen. Het maakt wel dat de vormgeving er bijzonder goed in slaagt een geloofwaardige façade op te trekken van etiquette, maniërisme en personae, waarachter de op uitbarsten staande personages hun plannetjes kunnen uitvoeren. In het geniep. Die opgetrokken muur krijgt het weliswaar hard te verduren: zij wordt van meet af aan belegerd, doordat de oppervlakkigheid in het spel van de personages zodanig wordt uitvergroot, dat zij niet anders kan dan hen meteen, au fond, te typeren. Hun oppervlakkigheid ís hun diepgang, met andere woorden, en zoiets valt niet lang te maskeren.

Conventionele psychologisering, van bijvoorbeeld zo’n Merteuil, blijft dan ook uit. Misschien een heikel punt, maar laten we niet vergeten dat zowel Merteuil als Valmont al dubbelgangers met zich meezeulen, zijnde Tourvel en de andere acteur die Valmont speelt. Dubbelzinnigheid en verwarring genoeg zou ik zo zeggen. Het kaartenhuis dat deze voorstelling door zijn totaalenscenering voor zichzelf heeft opgebouwd, zou bovendien hopeloos inzakken mocht hieraan verder gehoor gegeven worden, door personages bijvoorbeeld keuvelend kiezelweggetjes in hun uitgemeten tuinen te laten bewandelen, of door hen in parlando een theekransje te laten doen: wég dreigende atmosfeer, wég flitsende verhaaltrant, wég tijdloos niemandsland. En bovenal: wég theatrale consequentie. Er is een keuze gemaakt en die is te nemen of te laten. We nemen hem, ober, saignant. Dit stuk blinkt aan alle kanten, ook in zijn donkerste hoeken.

Gezien op 21-11-06, in het Théâtre de l’Europe de l’Odéon, Parijs. In het kader van het Festival d’Automne.  

Credits:
tekst: Heiner Müller
vertaling: Jean Jourdheuil en Béatrice Perregaux
regie, scenografie en belichting: Robert Wilson
originele muziek: Michael Galasso
kostuums: Frida Parmeggiani
met: Isabelle Huppert, Ariel Garcia Valdès, Rachel Eberhart, Philippe Lehembre, Benoît Maréchal
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie