Andreas Gursky – São Paulo Sé, 2002Andreas Gursky’s oeuvre is het ijkpunt van deze tentoonstelling. Bij het binnentreden van de zaal eist hij dan ook meteen de eerste blik op met zijn impressionante tableaus van de modernistische grootstad. Deze fotograaf staat bekend voor zijn massieve beelden van enorme complexen gaande van fabrieken, appartementsgebouwen tot hotels, kantoren en warenhuizen. Gursky’s metropool is er één van overmatige consumptie. Hij confronteert ons met de ingrijpende transformaties die de stad heeft ondergaan in de tweede helft van de twintigste eeuw. De scheiding tussen stadskern, periferie en platteland verdween. De kerk heeft afstand moeten doen van haar centrale plaats en sindsdien is de stad haar eenduidige betekenis verloren. Haar schizofrenie aan identiteiten heeft het centrum uitgehold. Er was de toevlucht naar de stadsrand waar vele suburbane woonwijken oprezen en verschillende economische activiteiten verspreidden zich over het gehele stadsgebied. De stad eigende zich een utilitair karakter toe. Het gevolg daarvan is dat vandaag de stad geconsumeerd en weer achtergelaten wordt. De stad is herleid tot een wegwerpartikel. Gursky’s wereld is er één van veelvouden. São Paulo Sé [2002] toont een station waar niet één, maar zes verdiepingen in één foto zitten vervat. De fotograaf toont het hele stationstelsel, inclusief de wachtende mensenmassa. Door de afstand die Gursky neemt, bereiken de beelden een niveau van abstractie. Het zijn steeds werelden die we wel ergens van kennen, maar niet vanuit dat bevreemdende standpunt. Zijn blik is vraatzuchtig, hij wil en zal alles gezien hebben. Het is een blik die de hele wereld in één foto wil vatten. Dit streven naar de totale beheersing van het beeld wordt doorgedreven in het toepassen van beeldmanipulatie. Zijn foto’s worden fictionele tableaus, de werkelijkheid wordt op een extreme wijze geënsceneerd en gepolijst. Hij creëert een eigen narrativiteit met zijn hyperesthetische beelden. Het is een indrukwekkende, maar vooral onbestaande stad.
De Nederlandse fotograaf Frank Van Der Salm drijft de abstractie en formele kwaliteit eveneens door. De snoepkleurtjes die van het beeld afspatten, verblinden de blik van de kijker en maken het geheel nog artificiëler. Deze stad kent enkel het ‘nu’ en het ‘morgen’, haar vermogen tot herinneren is ze verloren. De overmatige gestructureerdheid van haar bestaan heeft haar narratieve karakter eveneens herleid tot een zinderende leegheid.
B-kant van de stad
In contrast hiermee staat de blik die zich niet laat verblinden door het glinsterende oppervlak. De intentie is om verder te kijken dan de etalages die een glamourwereld laten zien. De voor de hand liggende steden als New York, Bangkok en Parijs worden niet in de kijker geplaatst. De aandacht gaat uit naar steden die kwetsbaarder en gevoeliger voor de lens lijken te zijn. Thomas Struth heeft in zijn fotoreeks van 2003 afstand genomen van de grote metropoolsteden en hij tracht de structurele indeling van Lima [Peru] te ontrafelen. Struth staat fotograferend met beide voeten op de grond, aangepast aan de eerder bescheiden anatomie van het stedelijke weefsel in Lima. De beeldtaal van Bernd en Hilla Becher – de vader en moeder van de documentairefotografie in de jaren vijftig - is hier nooit ver af: de axiale opstelling, iconische frontaliteit en centraal perspectief komen vertrouwd over. Maar Struths beelden bevatten een flexibiliteit die de Bechers niet kenden. In tegenstelling tot dit fotograferende echtpaar, dat enkel gebruik maakte van zwartwitfotografie, past Struth wel kleur toe. Maar het zijn milde kleuren. De overheersende witte sluier lijkt ervoor te zorgen dat de kleuren bijna oplossen in de papieren afdruk. Terwijl de kleuren à la Gursky en konsoorten van het blad afspatten en de kijker een licht onbehaaglijk gevoel geven, word je nu meer aangezet toenadering te zoeken tot het beeld.

Thomas Struth – Jiron Cailloma-Lima,Peru, 2003
Edgar Cleijne toont Caïro aan de hand van zijgevels. De grootte van het fotoformaat is bescheiden. Deze beelden kennen geen pretentie en hebben geen last van een groot ego. In zijn serie voel je de menselijkheid van deze bouwstructuren. Dit is geen architectuur meer die schreeuwt om gefotografeerd te worden. Het zijn bouwsels die de lens net lijken te ontwijken. De was die buiten hangt en de vensters die openstaan, laten de kijker beseffen dat er vele gezinnen gehuisvest zijn in deze warboel van opeengestapelde bakstenen. We hebben enkel het raden naar het comfort en de levensomstandigheden van deze bewoners. Met dit besef krijgen de foto’s er een sociale realiteit bij: een belangrijke realiteit die nog niet eerder toe te schrijven was aan voorgaande beelden. Dit is een gelaagde stad die zowel sporen van een oude als een recente geschiedenis in zich draagt.
Het stedelijke landschap buiten de stad heeft eveneens menig fotograaf kunnen intrigeren. Zones met een specifieke functie die binnen de stad geen plaats vinden, krijgen aan de rand of ver daarbuiten wel een plek toegewezen. En dit heeft merkwaardige gevolgen; het contrast tussen het desolate landschap en de vreemdsoortige constructie die er wordt neergepoot komt zeer unheimlich over. Hallucinant is het beeld Paranal [2005] van Geert Goiris dat niet kan onderdoen voor het echte marslandschap enkele planeten verder. Dan Holdsworth wist in IJsland het ultieme bevreemdende landschap vast te leggen. Ook Bas Princen gaat op zoek naar de absurditeit en de surreële contrasten van structurele elementen in het landschap. Train Depot [Hexagon exoskeleton] [2005] toont een excentriek bouwwerk dat eveneens geïnterpreteerd kan worden als een beeld van de toekomst. Het doet erg bizar aan zodat je moeilijk kan geloven dat dit het hier en nu is.
De kartonnen stad
Thomas Demand tast nog verder de grenzen af tussen fictie en realiteit, tussen verbeelding en afbeelding. Deze fotograaf maakt eigenhandig zijn stad in papieren vorm. De transitzone lijkt hem te intrigeren. Maar vooral de verpletterende leegte en de stilte die overheersen in zijn beelden, brengen een hoge suspendfactor met zich mee. Oliver Barbieri speelt met scherpte en onscherpte. Het Las Vegas dat hij laat zien zou door Demand in elkaar geknutseld kunnen zijn. Wie van beide fotografen fotografeert de echte bestaande stad en wie toont de kartonnen variant? Oliver Boberg kan je in dezelfde categorie plaatsen. Hij toont het verval van de stad en vestigt de aandacht op de identiteitsloze plaatsen waar niemand nog een binding mee heeft. Maar ook hier wordt de kijker misleid en wordt de grens tussen opbouw en verwoesting afgetast in het eigen atelier. Edwin Zwakman wijkt af van de publieke ruimte in de stad en gaat op zoek naar de self-space van een woning. Door middel van het tonen van binnenkoertjes en achtertuinen – eveneens in de vorm van maquettes - word je geconfronteerd met het menselijke, het private.

Thomas Demand – Model, 2000
De topografische stad
De tijd van het flaneren lijkt onherroepelijk verleden tijd. De pittoreske intieme straattaferelen à la Henri Cartier-Bresson lijken niet meer te bestaan, of ze worden alleszins verdrongen achter de superficiële glitter and glamour van de grootstad. De publieke plaatsen van nu zijn lege plaatsen waar zware commercie wordt gevoerd en waar de toevallige ontmoeting niet meer het belangrijkste is. In deze hectische tijd wordt er niet meer gewacht op ‘le moment décisif’. Dit ongeduld en het niet slagen in het maken van keuzes, heeft ervoor gezorgd dat de blik massaal heeft uitgezoomd. De stad is te overweldigend geworden. Vanaf een veilige afstand wordt deze alles verzwelgende entiteit bekeken, de lens wordt op alles scherpgesteld. Fotografen opteren voor het globale beeld, voor de democratisering. Men gaat geen confrontatie meer aan met het individu in de stad, maar met de stad als identiteit. De fotografische blik van de volgende fotografen is getransformeerd in een topografische kijk op de stad. Deze luchtfoto’s leggen zich toe op de ruimtelijke en architecturale structuren van het stadslandschap in zijn geheel. Naoya Hatakeyama, Balthasar Burkhard, Taiji Matsue en Vincenzo Castella tonen de stad vanuit de lucht, neerkijkend op wat zich er beneden allemaal afspeelt, als een almachtig ziener – overal en nergens tegelijkertijd – met een gevoel dat je heerst en verdeelt. Deze nieuwe planologen zoeken naar een overzichtelijke structuur in het kluwen van wegen en knooppunten. De stad wordt hier gereduceerd tot een grid, ingevuld door een vakkundig licht- en lijnenspel.

Vincenzo Castella – Madrid #07, 2006
De nachtelijke stad
Todd Hido weet op magische wijze de nacht in de suburbs van Californië zeer dramatisch weer te geven. Deze banale omgeving krijgt ’s nachts een heel andere betekenis. De overdag onschuldig aandoende woonwijk wordt geassocieerd met misdaad en intriges. De verlichting, de mist, de troebelheid van het zien in het donkere zorgen ervoor dat je jezelf in een filmdecor waant. De straat wordt gepresenteerd als een podium voor denkbeeldige scenario’s met David Lynch op de regisseurstoel. Thomas Ruff lijkt eveneens met een vertroebeld zicht te kampen in het nachtelijke licht. In zijn serie Nächte [1992-1996] doorzoekt hij Düsseldorf met een nachtkijker. Zijn tunnelvisie is beklemmend en je waant je in gevaarlijk oorlogsgebied.
De grenzeloze stad
Op de expositie tonen de vele foto’s van de toekomst steden naar de eigen verbeelding. Ieder gaat op zoek naar zijn utopie of grootste nachtmerrie. Voor de één is de formele betovering het ultieme streefdoel, voor de andere mag inhoudelijke kritiek niet ontbreken. Armin Linkeheeft hierin een gulden middenweg gevonden. Zijn vijf boeken bevinden zich in een uithoek van de tentoonstellingsruimte en sluit daarmee het hele bezoekerstraject in schoonheid af. Zijn reeksen vormen een heus lexicon, een encyclopedie dat waardevolle visies op de wereld toont. Deze honderd panoramische beelden geven een ruime, nuchtere kijk en stemt tot nadenken. Zijn stad kent geen grenzen meer. Zijn stad is de wereld en vice versa.

Armin Linke – Ground Zero, New York USA, 2001
De combinatie van foto’s met ogenschijnlijk willekeurige landschappen zoals de muur die de Protestanten en de Katholieken in Belfast van elkaar scheiden, hotel Las Vegas in Venetië, fans op een concert in een shoppingcenter in Hong Kong-China, Ground Zero in New York en de verjaardagsparade van Saddam Hussein in Karkut-Irak…is niet vrij van connotaties. Linke gaat echter subtiel te werk, dringt de toeschouwer niets op en laat het over aan hen om tot interpretatie over te gaan of niet. Wat deze atlas zo waardevol maakt is dat het voorbij de façade gaat. Hij laat zich niet verblinden door de megalomanie van de metropool. Hij schuwt de esthetische beeldtaal niet, maar hij blijft oog hebben voor de context van de omgeving. Zijn blik is niet gelaten en verdoofd, maar is opmerkzaam en heeft gevoel voor absurditeit en ironie. Het worden maatschappelijk relevante beelden. Cartier-Bresson en de flaneur roepen misschien enkel nog nostalgie op, maar Linke weet op een nieuwe wijze de stad en de wereld te doorkruisen. Het is een doorgedreven pas, een zelfzekere en doelgerichte wandelstijl. Snel en gevat van aanpak met een heldere en alerte kijk op de dingen.

Armin Linke - Saddam Hussein’s Birthday Parade, Karkut Iraq, 2002
De Spectaculaire Stad toont aan dat het stedelijk gebied verder gaat dan haar ruimtelijkheid en fysieke aanwezigheid. De stad is haar architecturaal omhulsel ontgroeid en leeft verder in de beelden die we en masse ervan te zien krijgen. Deze foto’s van de toekomst tonen ons de stad als een media-entiteit waar ze conceptueel, maar vooral uitermate fotografisch is.
CREDITS
De Spectaculaire Stad - foto’s van de toekomst is nog tem 7 januari 2007 te bezichtigen in het Nederlands Architectuurinstituut, Museumplein 25 te Rotterdam
De catalogus Spectacular City – Photographing the future is samengesteld door Emiliano Gandolfi, met bijdrages van Steven Jacobs, Jean-François Chevrier en Aaron Betsky en beelden van de deelnemende fotografen, uitgebracht bij NAi Publishers






