Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Christophe Van Eecke:
Chris Burden ramt het Middelheim
De verloren taal van de dia
Virginie en het neomoderne
Balanceren tussen kunst en kitsch
Over het proza van Jan Cremer
De spreidstand van de betere film
VULVA NON GRATA
datum 05.11.2006
rubriek Film + TV
Exhibition (1975) van Jean-François Davy is misschien wel de meest succesvolle pornofilm uit de Franse geschiedenis. Zo succesvol dat Davy een reeks opvolgers maakte die nu (samen met een paar andere van zijn films) in een luxueuze dvd-box zijn samengebracht. In Exhibition 2 (1976) en Exhibition 79 (1979) laat Davy ons binnengluren in de wereld van de vroege pornofilm. Dat klinkt leuk. Dat vonden ze ook bij het prestigieuze tijdschrift L’Avant-scène Cinéma, dat Davy eerder dit jaar als auteur canoniseerde door een volledig nummer aan Exhibition te wijden. Maar waarom al die drukte rond een paar pornofilms van dertig jaar oud? Omdat de Exhibition-cyclus een ijzersterke oefening is in ‘geënsceneerde reportage’, cinéma vérité die creatief omspringt met de vérité. Daarin was Davy niet alleen een voorloper van de hedendaagse mode voor reality-tv, zijn films zijn ook stukken beter dan wat tegenwoordig voor kritische vérité moet doorgaan. Vooral de trend om de kritische blik gewoon gelijk te stellen met het ‘verder gaan’ en (nog) meer onthullend te zijn dan ooit tevoren is een stuitende ontwikkeling. En dat zeg ik niet omdat we preuts zijn en niet van porno houden. Maar omdat vérité en human interest zo de excuustruzen bij uitstek zijn geworden voor wie zijn lauwe vingers in broeierige papjes wil dompelen zonder te hoeven erkennen dat hij eigenlijk gewoon aan porno wil doen.
Marijn Dionys

EXHIBITION
(1975)

Exhibition kwam per toeval tot stand. Met ambitieuze films als Le seuil du vide (1971) had Jean-François Davy een plaatsje proberen te veroveren in het pantheon van de tweede generatie Nouvelle Vague-auteurs. Bij gebrek aan succes zag hij zich genoodzaakt de wijk te nemen naar softseksers als Bananes mécaniques (1972) en Prenez la queue comme tout le monde (1973). Met Q (1974) maakte hij zelfs een heuse pornofilm. In 1975 was hij de producent van Change pas de main (een woordspeling die zich ook laat lezen als ‘demain’, maar dan klinkt het minder stout) van Paul Vecchiali, een poging om een ‘serieuze’ film met pornoscènes te maken. Tijdens de opnames van die film maakte Davy kennis met Claudine Beccarie, een van de actrices in de pornoscènes en een rijzende ster in de jonge pornowereld. Hij begon haar te interviewen voor de camera, waarbij hij vooral nieuwsgierig was naar haar leven buiten de set. Aanvankelijk was het de bedoeling om uit die opnames een kortfilm samen te stellen als voorprogramma voor Change pas de main. Maar Davy voelde dat er potentieel in het onderwerp zat en besloot de interviews uit te bouwen tot een volwaardige film. Het resultaat was Exhibition, een hybride vorm van cinéma vérité waarin bijna alles in scène werd gezet, ook de scènes die zogezegd tijdens de opnames van een pornofilm werden gedraaid. Alleen de interviews werden niet voorbereid. Beccarie wist nooit vooraf welke vragen Davy zou stellen, waardoor de gesprekken een grote spontaneïteit hebben. Het resultaat is documentaire noch fictie: het is gereconstrueerde realiteit.
Die dubbelzinnigheid maakt van Exhibition een krachtig document, vooral omdat Davy heel goed de star quality van Beccarie weet uit te spelen. Maar uiteindelijk laat hij die glamoureuze façade ook afbrokkelen om ons iets te tonen van de persoon achter het masker. Davy doet dat enerzijds door heel subtiel de zelfenscenering van zijn ster bloot te leggen, anderzijds door constant de illusie van vérité te doorprikken, waardoor Exhibition, ondanks een aantal expliciete pornoscènes, vooral indrukwekkend is als psychologisch document. Reeds tijdens de openingstitels confronteert Davy ons met Beccaries zelfdramatisering. Beccarie is aanwezig bij de montage van een scène en geeft commentaar. Ze maakt zich zorgen over de combinatie van interviews en pornoscènes en het beeld dat het publiek van haar zal krijgen. Dit confronteert Davy met een interview waarin Beccarie beweert dat de meeste pornofilms stom en banaal zijn en dat ze zich (dus) zelden volledig geeft in een seksscène. Even later zit ze samen met een paar collega’s op een bed en bespreekt ze haar beroep. Beccarie domineert de hele scène. Ze beklaagt zich erover dat de actrices zich met hart en ziel in de strijd werpen terwijl de producenten alleen op geld uit zijn. Ze meent dat ‘de meeste’ mensen die in de seksindustrie werken aan porno doen uit frustratie en probeert ook een intellectueel en mysterieus aura rond haar persoon te creëren. Zo benadrukt ze dat ‘je ne tourne pas un film érotique. Je tourne un film qui démontre la profession érotique’. Beccarie is met andere woorden ‘une comédienne qui fait des choses érotiques’. Ze verklaart ook met de nodige gravitas dat ze ‘une conception très spéciale de l’érotisme’ heeft, waarna ze een dramatische stilte laat vallen. Later zal blijken dat in die speciale opvatting geen plaats is voor ‘zieke geesten’ die van extreme dingen houden.
Beccarie probeert zich tijdens de interviews voor te doen als een goedlachse, vrijgevochten vrouw, maar haar berekende glimlach verraadt dat ze een gewiekst spel speelt. Hoe spontaan Beccarie ook is, het is gespeelde spontaneïteit, soms zelfs met een net niet hysterisch kantje. Wat ze ons wil verkopen, is ‘Beccarie la star’. Maar geleidelijk komen er scheurtjes in die façade. Een zeer indringend moment doet zich voor wanneer Davy haar vraagt of ze gelukkig is. ‘Très,’ klinkt het resoluut, ‘très heureuse’. Maar ze slaat de ogen neer en haar lichaamstaal vertelt een ander verhaal. Een verhaal dat beetje bij beetje naar buiten komt. Bijvoorbeeld in een gesprek met haar moeder, wanneer blijkt dat Claudine tussen haar vijftiende en negentiende in een verbeteringsgesticht verbleef (over haar met prullaria volgestouwde flat vertelt ze dat het de meisjeskamer is die ze nooit heeft gehad). Meteen daarna trouwde ze met een beroepsmilitair. Omdat hij zeker een kind van haar wilde, bond hij Claudine ooit vast aan het bed om vrijelijk met haar zijn gang te kunnen gaan tijdens de bevruchtingsactiviteiten. Na de echtscheiding verzeilde Claudine in Spanje, waar ze enkele maanden als prostituee werkte in een bordeel. Die herinneringen gaan haar niet gemakkelijk af en ze is zichtbaar aangedaan als ze vertelt over een collega die zelfs het bed niet meer uit kwam om zich te wassen tussen de klanten. Ze lag daar maar en liet iedereen over zich heen gaan.
Maar Davy breekt niet alleen met zijn interviews door de façade. De hele film ondermijnt de zelfmystificatie van Beccarie. Naar het einde toe is er een briljante scène waarin een kleine orgie wordt georchestreerd. Twee dames en een heer zijn op een tapijt met elkaar in de weer. Een (geklede) tweede jongeman kijkt verveeld toe en Beccarie (gekleed) geeft instructies. Hier zien we haar nuchtere, koelbloedige kant. Die konden we al vermoeden in een eerdere seksscène met een geïntimideerde jongen die duidelijk in verlegenheid is gebracht door de charmes van de ster met wie hij de set deelt. Als hij onwennig treuzelt voor hij haar begint te beffen, duwt Beccarie zacht maar nadrukkelijk zijn hoofd richting onderbuik. ‘Ca se passe là’, zegt ze droogjes. Diezelfde onsentimentele, seksuele efficiëntie keert terug in de orgie die ze orchestreert. Maar Davy doet er nog een schepje bovenop, want alsof het beeld nog niet genoeg met figuren is volgestouwd, zit een vierde (geklede) vrouw een pornografische tekst expressi
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie