Deze methode ontwikkelde hij proefondervindelijk. Hij groeide op in de Bronx in een Pools joods-orthodox migrantengezin tijdens de jaren ‘30. Zoals zoveel migrantenkinderen worstelde hij met zijn eigenheid en kwam door zijn interesse in Engelse literatuur in conflict met zijn orthodoxe omgeving. Uiteindelijk proefde hij van beide walletjes en studeerde theologie en engelse literatuur. In 1955 vertrekt hij als rabbijn in het leger naar de Koreaanse oorlog. Hij ontdekt er een Koreaanse traditie losstaand van ieder joods herkenningspunt, en naar Potoks mening toch “respectabel”. Hij komt uit de oorlog terug, als rabbijn, met een rugzak vol vragen. Het jodendom blijft zijn traditie, maar de thematiek van ontmoetende/botsende culturen en het sporadisch respectabele van andere tradities laten hem niet meer los.
Chaim Potok is dus een interessante schrijver, maar god beware ons van interessant literair werk. Er bestaan stapels interessante filosofische/sociologische boeken – het mag dus wel iets meer zijn. En met welk boek begin je best om zijn oeuvre te ontdekken?
Een aantal van zijn boeken zijn vertaald naar het Nederlands, en sommige zijn nog makkelijk te vinden in de betere boekhandel. Davita’s Harp is daar eentje van, en het boek is meteen een inloper voor mensen die niet vertrouwd zijn met de joodse tradities.
Davita is een meisje dat, net zoals Potok zelf, opgroeit in New York tijdens de jaren ’30. Haar ouders komen – hoe raad je het - uit verschillende tradities. Haar vader is opgevoed tot goede WASP, haar moeder tot orthodoxe jodin, maar beide vinden elkaar in het atheïstische communisme. New York in de jaren ’30 is woelig. De beurs is ingestort; het politiek en sociaal klimaat is intolerant en aan de andere kant van de oceaan warmt men zich op voor het grote werk. Haar vader is journalist en verzorgt als communistische verslaggever het nieuws over de Spaanse burgeroorlog, vanuit Spanje. Davita blijft in New York met haar moeder die de communistische idealen blijft verdedigen, tot Stalin een niet-aanvalspact sluit met Hitler. Doorheen het grote geweld in de wereld maakt Davita, door invloed van haar moeders familie, kennis met het orthodoxe jodendom. Davita is een hyperintelligent kind. Ze moet voor zichzelf uitmaken wat ze wel en niet wil, en waarin ze wil of niet wil geloven.
Potok schrijft vanuit het perspectief van Davita. Een kind-perspectief zorgt altijd voor leuke effecten en geeft een schrijver de gelegenheid om luchtig om te springen met Grote Thema’s. Potok laat jammer genoeg hier en daar een steek vallen. Hij wisselt net iets te vaak, en op het verkeerde moment, de intelligente vragen van de hyperintelligente Davita af met naïeve opmerkingen van het kind Davita. Een complex betoog door een hyperintelligent kind hoeft geen probleem te zijn, alleen mag Potok iets subtieler duidelijk maken dat Davita ook nog een gewoon kind is. Het komt de cohesie van het karakter niet ten goede.
Bovendien zitten er in de Nederlandse versie hier en daar uitermate vervelende vertaal- en spellingsdebacles. Als je een Engelse versie op de kop kan tikken: kopen.
Los van die kleine, maar vervelende cesuren blijft het een gestroomlijnd geheel dat leest als een trein en zich nooit vastrijdt in ellenlange zinnen - een ziekte die vaak voorkomt bij boeken die vanuit een beperkt sleutelgatperspectief vertellen.
In Davita’s harp moet je doorheen een aantal Hebreeuws en Jiddische woorden en begrippen spartelen. Laat je niet afschrikken - er zit een verklarende woordenlijst bij - maar hou er rekening mee dat de rest van Potoks oeuvre nog meer van dat betekent. Als je na Davita’s Harp al genoeg hebt van al dat jodendom, dan begin je beter niet aan de rest. Weet wel, je mist veel moois en – nu ja, over de actualiteitswaarde moet ik het niet hebben.






