Met een testament verbeeldt de levende zich postuum een stem. De macaber afwezige klank hiervan laat regisseur Stef Lernous alle kanten van de scène uittrillen tot de stembanden een spanningsgraad bereiken waarop her en der scheurtjes met scherpe kantjes ontstaan. Na de hilarische oubolligheid van een soft - erotische filmversie waarin Alice ronddartelt in Wonderland, stelt Lernous ons warempel een even rake hardcore variant voor. Achter de doorzichtige kanten rouwsluier, die de ganse scène van het publiek scheidt, lijkt een schim, met de contouren van een jonge dame (Kirsten Pieters), een gestolde kreet te slaken. Een stevige mondbeugel spant haar lippen angstaanjagend open. Doorheen een metalen darm inhaleert ze telkens, met langgerekte teugen, waarna ze het gehoor met een kokhalzend geschreeuw geselt. Een SM–patiënte die haar eigen lichaam hartgrondig uitbuit? Door de wazige indruk sleept het beeld mee als een afgrijselijke prelude die een onvermijdelijke afloop aankondigt. Met een ruwe stoot grijpt ze naar de schaamstreek. Dit wezen smeekt haast dat we bij haar binnenkijken, tot in haar lichaam. Hetzij via de opengesperde mond en de slokdarm, hetzij via de vulva, waarlangs we afdalen in het infernale hartje van Alice dat zo eenzaam en verlaten klopt in dat ondermaanse land waarin wonderen verdwenen zijn. Ondergronds echter worden leven en dood inwisselbaar, waardoor leven in dood en dood in leven verandert.
Momenten van verstilling slaan genadeloos toe temidden van de chaos en de verspilling. Na het pseudo-wetenschappelijke experiment met de dildo’s die als drilboren beginnen te trillen, vangen we op een groot scherm achteraan de grove incisie van een mannelijke borstkas op. Tegelijk met de dissectie van dit lijk kunnen we met het hoofd in de nek, op drie kleinere schermen, de bewegende echografie van een ongeborene volgen. Pril geluk voorafgegaan door een afschuwelijke rilling. Met apensprongen jagen de scenische beelden de allures van het obscene na, zowel in leven als dood, zowel prenataal als post–mortem. Testament navigeert op de vervagende grens ertussen, daar waar wij ons nu samen aantreffen.
Het pestilente spektakel op scène wordt een aards slijkdrama waarin de loop van een eeuwigdurende soap continue doorbroken wordt. Een lichaam dat levenloos achteraan hangt, boven de metalen afvalberg van een autokerkhof, wordt langzaam neer getakeld. Vooraan, vlak achter het gaas, grijpt deze lede figuur (Pepijn Caudron) als een soort rockabilly ceremoniemeester of televisiepresentator de microfoon stevig vast. Zijn tong lijkt wel onmiddellijk vuur te vatten. Ondertussen werpen twee sinistere assistenten – Chiel van Berkel als een entartete clown en Pieters als een exuberante variété–danseres met riante pauwenveren, en nog steeds met dezelfde mondbeugel in– felle geschenkdozen over en weer naar elkaar. De meest banale schilderijen in stoffige, antieke kaders worden één voor één aangedragen. Hoewel de groen geviseerde letters op het grote scherm verkeerd aftellen, vullen deze twee de ontsporende woordenstroom van de presentator met strak getimede handelingen onthutsend aan. Als eerste prijsbeest tovert de clown een levend wit konijn uit één van de dozen. Bij het nekvel vast, poseert hij er even akelig stil mee, om het wat later met een grijns op scène te laten ontsnappen. Met het verslindende ritme van haar groteske glamour en dito circusgehalte wil deze revueshow de toeschouwers uit hun comateuze toestand sleuren. Hallucinant hoe Testament als een requiem der afvalligen ontaardt in een dwaaltocht van obsessieve buitensporigheid die de steriele, materiële vuldrang van de westerse sterveling illustreert en tegelijk onontkoombaar in de tang neemt. Ook het ontklede lichaam van de presentator zelf wordt een kwetsbaar relikwie, vol gekleefd met dieprode glitters.
Testament leeft als een lichaam in extase, door sporen van bondageseks in opperste staat van ontbinding gebracht, als een levend lijk dat niet op sterk water gezet wil worden opdat verrotting de lachspieren enkel zouden opspannen, opdat enkel de lach ons minder angstig zou stemmen met dit pandemonium van de dood in het vooruitzicht. Op scène slaat een wild draaiende benzinemotor haast op hol. Niet te geloven, het ontzag dat me het lachen allerminst kon ontnemen. Om deze obscene anthologie te verwerken, zouden we eerder de witregels dan de alinea’s moeten lezen, eerder de kloven en de gaten tussen de woorden dan ganse zinnen. Geheven in een sci – fi harnas kraakt de stem van de cyberclown nog net hoorbaar het woord ‘hart’. Probeer je over te geven aan deze apocalyptiek van de hartstocht. Verlies jezelf in het verlies van jezelf. Als de pijp uit is, verdwijn je liefst doorheen de konijnenpijp, onder de grond. Maar zolang de tijd rijpt masseert Testament de zintuigen onverzadigbaar en martelt tegelijk door een onafwendbare afwezigheid van zin. Abattoir Fermé vult de verwerpelijke leegte van de doodsput, tot barstens toe.
Gezien op 18 oktober 2006 in KC Nona te Mechelen
CREDITS
Regie: Stef Lernous
Spel : Kirsten Pieters, Pepijn Chaudron en Chiel van Berkel
Score: KRENG
www.abattoirferme.be
Momenten van verstilling slaan genadeloos toe temidden van de chaos en de verspilling. Na het pseudo-wetenschappelijke experiment met de dildo’s die als drilboren beginnen te trillen, vangen we op een groot scherm achteraan de grove incisie van een mannelijke borstkas op. Tegelijk met de dissectie van dit lijk kunnen we met het hoofd in de nek, op drie kleinere schermen, de bewegende echografie van een ongeborene volgen. Pril geluk voorafgegaan door een afschuwelijke rilling. Met apensprongen jagen de scenische beelden de allures van het obscene na, zowel in leven als dood, zowel prenataal als post–mortem. Testament navigeert op de vervagende grens ertussen, daar waar wij ons nu samen aantreffen.
Het pestilente spektakel op scène wordt een aards slijkdrama waarin de loop van een eeuwigdurende soap continue doorbroken wordt. Een lichaam dat levenloos achteraan hangt, boven de metalen afvalberg van een autokerkhof, wordt langzaam neer getakeld. Vooraan, vlak achter het gaas, grijpt deze lede figuur (Pepijn Caudron) als een soort rockabilly ceremoniemeester of televisiepresentator de microfoon stevig vast. Zijn tong lijkt wel onmiddellijk vuur te vatten. Ondertussen werpen twee sinistere assistenten – Chiel van Berkel als een entartete clown en Pieters als een exuberante variété–danseres met riante pauwenveren, en nog steeds met dezelfde mondbeugel in– felle geschenkdozen over en weer naar elkaar. De meest banale schilderijen in stoffige, antieke kaders worden één voor één aangedragen. Hoewel de groen geviseerde letters op het grote scherm verkeerd aftellen, vullen deze twee de ontsporende woordenstroom van de presentator met strak getimede handelingen onthutsend aan. Als eerste prijsbeest tovert de clown een levend wit konijn uit één van de dozen. Bij het nekvel vast, poseert hij er even akelig stil mee, om het wat later met een grijns op scène te laten ontsnappen. Met het verslindende ritme van haar groteske glamour en dito circusgehalte wil deze revueshow de toeschouwers uit hun comateuze toestand sleuren. Hallucinant hoe Testament als een requiem der afvalligen ontaardt in een dwaaltocht van obsessieve buitensporigheid die de steriele, materiële vuldrang van de westerse sterveling illustreert en tegelijk onontkoombaar in de tang neemt. Ook het ontklede lichaam van de presentator zelf wordt een kwetsbaar relikwie, vol gekleefd met dieprode glitters.
Testament leeft als een lichaam in extase, door sporen van bondageseks in opperste staat van ontbinding gebracht, als een levend lijk dat niet op sterk water gezet wil worden opdat verrotting de lachspieren enkel zouden opspannen, opdat enkel de lach ons minder angstig zou stemmen met dit pandemonium van de dood in het vooruitzicht. Op scène slaat een wild draaiende benzinemotor haast op hol. Niet te geloven, het ontzag dat me het lachen allerminst kon ontnemen. Om deze obscene anthologie te verwerken, zouden we eerder de witregels dan de alinea’s moeten lezen, eerder de kloven en de gaten tussen de woorden dan ganse zinnen. Geheven in een sci – fi harnas kraakt de stem van de cyberclown nog net hoorbaar het woord ‘hart’. Probeer je over te geven aan deze apocalyptiek van de hartstocht. Verlies jezelf in het verlies van jezelf. Als de pijp uit is, verdwijn je liefst doorheen de konijnenpijp, onder de grond. Maar zolang de tijd rijpt masseert Testament de zintuigen onverzadigbaar en martelt tegelijk door een onafwendbare afwezigheid van zin. Abattoir Fermé vult de verwerpelijke leegte van de doodsput, tot barstens toe.
Gezien op 18 oktober 2006 in KC Nona te Mechelen
CREDITS
Regie: Stef Lernous
Spel : Kirsten Pieters, Pepijn Chaudron en Chiel van Berkel
Score: KRENG
www.abattoirferme.be






