Tijdens zijn leven heeft Anton Tsjechov (1860-1904) bij vele stukken niet direct de appreciatie gehad die hij verdiende. Dat is ook bij Platonov, uit 1878 en dus een jeugdwerk, een debuut zelfs, niet anders. Pas na Tsjechovs dood heeft men het stuk eigenlijk herontdekt en is men het beginnen waarderen.
Als je kijkt naar de versie die vertaler/bewerker Bart Meuleman er van gemaakt heeft, weliswaar met ingrijpende veranderingen, dan kan je dat wel begrijpen. Misschien was men in het Rusland van de negentiende eeuw nog niet rijp voor een hoofdpersonage dat zo erg de moderne mens typeert. Maar we mogen niet vergeten dat het script net als de moderne mens niet meer hetzelfde is als toen. Op het podium zien we niet de Russische mens van op het einde van de negentiende eeuw, maar de mens van vandaag, hoe Russisch zijn baard er ook moge uitzien.
Door deze zoektocht , die geen bevredigend antwoord krijgt, staat hij eigenlijk zichzelf in de weg om gelukkig te worden. En zo raakt deze verscheurde mens van de weg af, of daar nu pillen, drank, drugs of zelfmoord te wachten liggen.
Onze Platonov is een filosoof die voortdurend naar het waarom jaagt, een woord dat als een rode draad over het podium echoot. Hij denkt dat hij een mening, dat hij principes heeft en dat hij die ook moet hebben om een mens te zijn, maar hoe verder het verhaal vordert, hoe meer hij de controle verliest. Uiteindelijk blijkt hij in een passieve rol te zijn gedrongen, de mens die niet slaagt, maar slaag krijgt, een speelbal, een pispaal van de anderen.
Hoewel de mens er uiteindelijk duidelijk alleen voor staat, wijst het stuk Platonov ook op de grote rol van de ander, hier uitgebeeld door personages die stuk voor stuk karikaturen zijn van een bepaald type mens, zelfs elk met een eigen tongval. Platonov is ook nog altijd een verhaal over vriendschap en liefde en de vage grens daartussen.
Binnen die visie vervult Platonov duidelijk de rol van het publiek. Hij is het niet die als een regisseur de touwtjes in handen heeft. Hij kan slechts toekijken hoe alles steeds meer verloopt volgens banen die hij absoluut niet gepland heeft. Het zijn de anderen die de actie ondernemen, die hem tot reageren dwingen of gewoon als boksbal gebruiken. Tegen zijn wil in wordt hij in de rol van acteur gedwongen, gedwongen te re-ageren. Wie is dan zijn regisseur? Dat moet dan wel het noodlot zijn, zeker.
De frank, eurocent of roebel, begint te vallen als een personage de frase “Ik zal je naar het licht brengen” in de mond neemt. In zijn allegorie van de grot gebruikt Plato voor de moderne mens van zijn tijd (en dat gaat voor die van nu ook nog op) het beeld dat we in een grot opgesloten zitten en dat achter ons dingen gebeuren die we enkel waarnemen doordat ze als een schaduw (veroorzaakt door het licht van een vuur) op de grotwand voor ons geprojecteerd worden. Het is nu het doel van de mens zich daarvan te bevrijden en de grot uit te gaan, waar hij het echte licht en de echte werkelijkheid zal kunnen waarnemen. Vandaar dus misschien die lichten op het podium, dat ons net als de grot een werkelijkheid voorschotelt die ook maar een afspiegeling van een echte werkelijkheid is.
Nog een interessant gegeven om van onder deze bril te bekijken, is Sofia, met wie Platonov in het begin een platonische liefde blijkt te hebben, die dan later uitmondt in echte liefde die onmogelijk blijkt te zijn. Maar naast een naam is Sofia ook het Griekse woord voor wijsheid, een begrip waar Plato evenzeer naar smachtte als Platonov naar zijn Sofia.
De opzet van het decor is eigenlijk ook al vrij minimalistisch en weinig verrassend. Ik sprak al van de spots, maar verder beperkt het zich eigenlijk tot een arsenaaltje rekwisieten zoals drankflessen, een typmachine en twee stoelen. Doordat de cast echter de hele tijd op het podium staat, maken zij toch ook enigszins deel uit van het decor.
Een andere keuze, op het niveau van de tekst, is dat men het komisch karakter dik in de verf heeft willen zetten. In het algemeen vond ik het vrij geslaagd hoe men de spanning van het om zijn inhoud toch wel zwaar geladen stuk af en toe in een lach heeft kunnen kanaliseren, maar het einde, dat met een geforceerde kwinkslag zorgde voor een anticlimax nadat we een man te zien kregen die op het toppunt van een existentiële crisis stond, heeft me wel wat teleurgesteld. Zou dit dan de conclusie zijn die we uit het stuk moeten trekken? Life sucks,maar voorlopig kunnen we er gelijk wel om lachen?
Gezien op 24 oktober in de schouwburg van het NTGent. Platonov is een coproductie van theater Antigone en theater De Zuidpool. De voorstelling trekt nog langs de culturele centra en theaterzalen tot midden december.
CREDITS
tekst: Anton Tsjechov
vertaling: Bart Meuleman
regie: Raven Ruëll
spel: Jorgen Cassier, Sofie Decleir, Katleen Geens, Lorenza Goos, Johan Heldenbergh, Serge Larivière, Joost van de Casteele, Tania Van der Sanden, Koen van Kaam, Dominique Van Malder, Jos Verbist.






