Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Daan Goor:
Testament, Abattoir Fermé
Platform van NTGent
Maar geef mij in godsnaam wel een eigen zoon!
Blindelings - Blindenrestaurant
ALSOF JE EEN TONG EVEN TOT IN JE OREN PROEFT
datum 23.10.2006
auteur Daan Goor
rubriek Podium
Schoorvoetend betreed je een ruimte waarin je met geopende ogen even lijkt te slaapwandelen. De duisternis van het Blindenrestaurant zet niet alleen de perceptie van het meest vertrouwde zinorgaan op het spel, maar daagt ook elk ander zintuig uit. Vòòr en tijdens de maaltijd staat een blinde of slechtziende ober ons in het donker geduldig bij. Wanneer we na de maaltijd terugkeren naar een verlichte zaal vragen zij of wij bereid zijn hen verder te begeleiden. Niet zozeer angst of beklemming, als wel verwondering en verrassing volgen op de confrontatie met de verhullende sluier van duisternis die tijdens dit culinaire concert Blindelings over onze ogen wordt uitgeworpen.
Dineetje bij kaarslicht of bij zonsondergang, zonder enig probleem? Hoe ga je echter te werk als het er volstrekt donker zou zijn? Probeer vooral eens op voorbeeldige wijze je bord leeg te lepelen. Lijkt deze formule voor jou iets nieuw te brengen onder de zon – of toch zonder zonlicht – of bestond het reeds langer? Een exquise curiositeit blijkt het lang niet meer. Hoe kan het ook anders, eenvoudiger lijkt me ondenkbaar. Nodig enkele fijnproevers uit voor een diner, maar vergeet vooral niet het licht vooraf uit te knippen. Zorg voor een maaltijd die een avontuurlijke dimensie oplevert, zodat we in het donker moedig van onze eigen anonimiteit kunnen proeven.

Het concept ‘Blinde Kuh’ ontstond officieel begin jaren negentig in Zwitserland. Gelijkaardige initiatieven volgden al gauw, onder meer in Duitsland (l’Unsicht-Bar in Berlijn en Keulen), Frankrijk en Groot-Brittannië. Met een eigen, maar tijdelijke versie van dit blindenrestaurant bijten het Festival van Vlaanderen en Vooruit voorlopig de spits af in België. Meer dan alleen maar een culinair avondje kunnen we deze versie belichten als een sociaal experiment, als een kennismaking met de sensuele rijkdom van andere zintuigen dan het oog. Dagelijks moeten blinden zich immers oriënteren aan de hand van geluiden, geuren, smaken en vormelijke texturen. De intensiteit van deze zintuiglijke kwaliteiten eist de geldigheid op van een specifieke en eigenzinnige verbeelding. Blindheid wordt tijdens Blindelings niet als een visuele kwaal voorgesteld, maar als een uitnodiging om de intensiteit van andere zintuigen dan het oog quasi spontaan te verkennen.

Nog voor we het verduisterde restaurant in groepjes van vijf of zes binnengeleid worden, krijgen we alvast een aperitief van champagne of vers fruitsap aangeboden. ‘Waarom ben jij hier?’ Vraagt een jonge man naast me, terwijl hij met glazige ogen dwars door me heen lijkt te kijken. ‘Waarom?’ Even twijfel ik mijn aanwezigheid te moeten rechtvaardigen. ‘Ik wil kunnen zien dat ik, zonder alle andere zintuigen te gebruiken, eigenlijk niets kan zien’. Instemmend wiekt zijn hoofd op en neer. Zijn nakende blindheid weerhoudt me enigszins dezelfde vraag tot hem te richten. ‘Heb jij al eerder aan zulk initiatief deelgenomen?’ De jonge man steekt honderduit van wal over het helse geschreeuw tijdens zijn bezoek aan het blindenrestaurant in Parijs. Abrupt wordt zijn geëngageerd vertoog onderbroken door een hostess. ‘We zien elkaar binnen wel!’ Euhm (…) Groep per groep worden we verzocht in een lange rij, met de handen op de schouders van de voorganger, de begeleiders met hun blindenstok te volgen. Als een van de laatste schuifel ik het onheilspellend gapende gat van de duisternis in.

De ene hand gekneld om de linkerschouder voor me, tast ik met de andere aarzelend opzij, maar voel niets, geen enkel obstakel, geen stoelen of tafels. Enkel het geluid overheerst inderdaad alom. Tientallen stemmen die al zoemend één oorverdovend gesprek voeren, doorzeven het zwartgeverfde zicht. Zelfs een enkel schamel afgeborsteld streepje licht ontbreekt. ‘We komen aan bij onze tafel,’ deelt de begeleider mee ‘en jullie mogen me vanaf nu Rita noemen’. ‘In orde, Rita,’ hoor ik enkele stemmen in koor reageren. Dankzij deze bevestigende reactie kan ik relativerend inzoomen op de flux van het fladderend geschetter en de stoel voor me evenwel aan een tafel situeren. Eén voor één introduceren we elkaar kort volgens voornaam. Voor mijn reeds bevriende tafelgenoten blijf ik een onbekende verschijning. ‘Waarom ben jij hier?’ Euhm (…) ‘om te zien dat ik niet zie’. Aan de hand van een bepaalde stembuiging proberen we elkaar vrijwel onmiddellijk, maar tevergeefs een gedaante toe te schrijven. ‘Weelderige haardos’, ‘integendeel’. ‘Blauwe ogen’, ‘toch niet’. Ondanks de verschillende dimensies blijft een stem weliswaar continu herkenbaar. Een ongekende stem draagt echter geen specifieke verwijzingen uit naar de uiterlijke verschijningsvorm van deze persoon. Wanneer we dan enkel op de variabele intonatiepatronen van een stem zouden vertrouwen, maken we komaf met velerlei vooroordelen en typologische veronderstellingen. Zo wordt een herkende stem niettemin de drager van een onvatbaar veranderlijke en continue veranderende identiteit.

De rode wijn waarmee Rita onze glazen op wondere wijze volschenkt – zou ze haar vinger tot in het glas gehouden hebben? –, blijkt een Cabernet Merlot. ‘Door voorzichtig met de handpalm over de oppervlakte van de tafel te glijden,’ zo maant Rita ons aan het wijnglas te benaderen. Geen seconde later weerklinkt de lokroep in het donker de glazen te heffen. Aan de hand van het stemgeluid oriënteer ik de arm met het glas naar het midden van de tafel. De vooropgezette doelstelling blijkt allerminst overmoedig wanneer er vijf afzonderlijke glazen tegen het mijne geslagen worden. ‘Mochten jullie me missen, dan ben ik naar de keuken,’ laat Rita vriendelijk weten. Plots geen reactie meer. Geruisloos is ze reeds vertrokken.

‘Via de rechterkant zal ik het bord voor je op tafel plaatsen,’ even onverwacht als ze was verdwenen, duikt de stem van Rita weer achter me op. Behendig vinden we het voorgerecht terug, in het veronderstelde midden van een bord. ‘Huisgemaakte terrine van herfstgroentjes’ spiek ik na afloop op de menukaart. Smaken en geuren worden hoe dan ook makkelijker herkend wanneer we het gerecht voor onze ogen kunnen aanschouwen. Toch hoor je telkens iemand aan tafel met een kreet een volgend ingrediënt ontdekken. Tegelijk glijdt het stemgeluid vanaf de tong tot in de oren van een andere aanwezige die hetzelfde meent te kunnen herkennen. Via de oren rollen diverse smaken over tafel, als het ware van tong tot tong. Even lijkt het alsof je de tong van een andere tot in de eigen oren proeft!

Wanneer we tijdens het voorgerecht nog beleefd mes en vork gebruikten, menen we voor het hoofdgerecht instinctief de handen instrumenteel te kunnen inzetten. Op die manier val je tenminste niet, met elke schep die je wil nemen, bedrogen uit. Deze aftastende verkenning laat niet alleen toe enkele gladde pastavelletjes te ontdekken op het bord, maar ook een tomaatje met een iets hardere kruidenkorst er rond. Opgevrolijkt met enkele zachte groentjes herkennen we de pastavelletjes als een soort lasagne, die een sterke oreganosmaak nalaat vooraan op tong. Ook het witlof brengt een vreemde, gecarameliseerde sensatie teweeg, maar dan achter aan de mondholte. Het dessert wil echter niet zomaar betast worden. Het blijkt een al te weke massa die door de warmte van de handen langs de vingers heen begint te smelten. Tussen de gangen van het uitgekiende menu door schudden enkele muzikanten even gewiekst de stem als de handen los. Het verblinde lichaam van de aanwezige wordt als het ware zorgvuldig gemasseerd door de onzichtbare delicatesse van hun zinnenstrelende intermezzo’s. Na het voorgerecht vraagt Daan Vandewalle terecht onze zieltogende aandacht voor drie korte, klassieke pianoconcerto’s van Brahms. Tussen het voorgerecht en het hoofdgerecht houdt Roland dan weer zijn gitaar in aanslag voor de humoristische toonzetting van enkele jazzy bluesnummers.

De proef op de som genomen brengt Blindelings een gebalanceerde beleving van een verduisterde omgeving waarin enkel blinden onze gids konden zijn. Want wij zijn slechts vertrouwd met het licht, de blinden met duisternis, waarbij zij voordeel genieten op ons, die zich ziende zichtbaar weten, door er een onzichtbaar pad van geluiden, vormen, smaken en geuren in te herkennen. Door te zien dat ik niet zie, worden andere zintuigen onwennig geïnfecteerd door verschillende prikkels. Visueel verlies levert zo toch een onverhoopte winst op voor het tactiele geheel van een lichaam dat ook op andere manieren kan waarnemen. Deze controversiële ervaring als een delirium van duisternis wikt het uitsluitende belang van het oog als ordenend orgaan, en weegt het af ten overstaan van het zingevend vermogen van andere zintuigen die door hun verrassende versmeltingen en entingen onontgonnen ordeningen van een omgeving tot stand brengen.

Of eenvoudigweg hoe fascinerend het eigen lichaam in deze duisternis verkend kan worden, wanneer ook wij beseffen dat we niet meer aangekeken kunnen worden. Of hoe je toch even de tong van iemand anders tot in de eigen oren meent te proeven.


CREDITS

van 19 september - 24 september 2006 in Vooruit Gent, in het kader van Festival van Vlaanderen
Muziek: Daan Vandewalle, Osama Abdulrasol & Melike Tarhan, Roland & Peter Vermeersch
Coproductie Festival van Vlaanderen Gent, Blindenzorg Licht & Liefde, Vooruit Gent
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie