Wat betreft de box office mogen de Britten gerust zijn, “The Queen” wordt een succes. De visioenen over trossen oscars kunnen ze wat ons betreft echter beter opbergen. Niet dat we de oscars zo hoog inschatten, maar het is niet al goud wat blinkt in The Queen. De fotografie is alleszins top, de schotse Highlands en de kastelen van de Windsors worden adembenemend in beeld gebracht. De show wordt echter gestolen door het genie Helen Mirren. Mirren is the queen, daar heeft ze haar gepolijste, gewapend betonnen en paars gespoten pruik niet eens voor nodig. De andere acteurs spelen node op het tweede plan, al doen James Cromwell als Prince Philip en Michael Sheen als Tony Blair een verdienstelijke poging om uit Mirren's voetlicht te treden. Regisseur Stephen Frears van zijn kant houdt er aanvankelijk goed de pas in en monteert de scènes en raak gekozen archiefbeelden erg professioneel aan elkaar. Helaas kan hij dit tempo niet gedurende de hele film aanhouden. Het script legt de koningin immers een geforceerde catharsis op die knullig verbeeld wordt door een metaforische ontmoeting van de queen met een hert in het park van Balmoral castle.
Over het script valt het een en ander te zeggen. Het vertrekt vanuit het beeld dat royalty-en downingstreetwatchers doorheen de jaren rond de protagonisten gevormd hebben. Wat betreft de gebeurtenissen uit de weken voor en na de dood van Diana heeft Peter Morgan zich gebaseerd op indiscreties uit het hof en uit de omgeving van Tony Blair. Benadert de film dus een waarheidsgetrouwe weergave van de gebeurtenissen? Misschien. Volgens Stephen Frears hoeft dit niet eens een probleem te zijn: hij nodigt iedereen uit een eigen waarheid uit de film te distilleren. Het is genereus van Frears om ons dit relativisme te gunnen, ware het niet dat hij de affaire Diana sterk determineert als een sleutelmoment in de recente Britse geschiedenis met als uitkomst een sterkere band tussen het koningshuis en de eerste minister enerzijds en de koningin en haar onderdanen anderzijds. De catchphrase van “The Queen” luidt: “Tradition prepared her. Change Will Define Her.” Het verdict van Frears is de koningin zonder twijfel bijzonder gunstig gezind. Zij blijft overeind als een solide Brits baken in een koningshuis vol fruitcakes. Wie ook over zijn buikje mag wrijven is Tony Blair. De film herinnert er ons aan dat er ooit tijden waren dat het hip was om de man op je feestje uit te nodigen. Meer nog, “The queen” installeert Blair in de gallerij van staatsmannen en dicht hem de verdienste toe als socialist de monarchie van de ondergang gered te hebben. Elk dissonant of republikeins geluid wordt zonder verpinken in de mond van 's mans vrouw Chérie of die van zijn “sultan of spin” Alastair Campbell gelegd. Naar ons gevoel heeft Frears te nadrukkelijk de kool en de geit willen sparen: de noodzakelijke kritiek op de monarchie passeert ons enkel door de filter van de milde spot die hij als engelsman als geen ander beheerst.






