Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Daan Goor:
Testament, Abattoir Fermé
Blindelings - Blindenrestaurant
Maar geef mij in godsnaam wel een eigen zoon!
Platform van NTGent
UIT LIEFDE VOOR VERNIETIGING
datum 20.09.2006
auteur Daan Goor
rubriek Podium
Met een explosieve cocktail van geld, seks en geweld consumeert de westerse mens het lichaam. Jaagt hij daarbij zichzelf voortdurend de vernietiging in door enkel de bevrediging van het eigen genot na te streven? Of probeert hij ook dat andere, naaste lichaam te laten genieten? Met Platform bewerkt Johan Simons voor NTGent het gelijknamige boek van Michel Houellebecq. In zijn enscenering wil Simons de hoop van het hoofdpersonage Michel laten doorschemeren. Een hoop die ijdel blijkt te zijn, wanneer de droom door een rake klap vernietigd wordt. Net na de aanslag op dat geliefkoosde lichaam van Valérie keren we terug naar het begin. Om in de puinhoop op scène een gebarsten beeld terug te vinden van deze westerse mens, maar ook van een vijand die beweert hun reddende engel te zijn.
Platform behoort tot Simons’ drieluik van romans die hij afgelopen seizoen 2005 – 2006 voor NTGent bewerkte. Zowel Asielzoeker, naar Arnold Grunberg, Robinson Crusoe, de vrouw en de neger, naar Foe van J.M. Coetzee, als Platform concentreren op het failliet van het onaantastbaar gewaande westerse mensbeeld. Met elk van deze bewerkingen wil Simons de huidige mogelijkheden van het individuele menselijke geluk in een maatschappijvorm afwegen ten overstaan van de beperkingen die het van buiten uit opgelegd krijgt. In Asielzoeker zorgde een vreemdeling voor een sociale patstelling van Beck, het mannelijke hoofdpersonage. Zijn echtgenote moest voor haar eigen dood eerst letterlijk ‘vreemdgaan’ met een ‘andere’ man, voordat Beck de ware betekenis van liefde leerde kennen. Met Robinson Crusoe, de vrouw en de neger regisseerde Simons een opmerkelijke bezinning op de postkoloniale positie van de westerse vrouw en de Afrikaanse kleurling. Bevrijd van onder het blanke masculiene juk blijven er vijandigheden bestaan tussen ‘Foe’, als een combinatie van Defoe en Crusoe, langs de ene kant en de vrouw en de neger langs de andere kant. Voor Platform durft Simons te zweren bij de troostende gedachte van een waardige en meer doortastende omgang met pijn en lijden, om zeker niet aan het genot en het ongeluk ten onder te gaan. Een mogelijk gevoel van vertroosting wil Simons doorgronden door onmiddellijk aan te vangen met een indrukwekkende dreun: de aanslag waarmee Houellebecqs roman eindigt. Met deze specifieke keuze suggereert Simons in zijn bewerking van Platform het voorstel om op zoek te gaan naar een begrip van de liefde voor vernieling en vernietiging.   

Een uitvergrote luchtfoto van een dichtbebouwde stadskern bekleedt en bakent het speelvlak van de scène af. De slagzin ‘midden in de wereld’ werd hiermee voordien in Asielzoeker reeds kracht bij gezet. De zaalverlichting is nauwelijks gedimd of er volgt een oorverdovende inslag die een ware ravage op scène achterlaat. Vanuit de nok van de toneeltoren worden allerlei zaken met een verleden als consumptieartikel rampzalig de scène opgejaagd, van halfgeopende tassen, gehavende kledij en bestofte matrassen tot plastiek tuinmeubelen, lege bierbakken en verpakkingen van karton en piepschuim. Van onder de brokstukken van de aanslag kruipen enkele halfnaakte lichamen rechtop. Sommigen blijven levenloos liggen. Sommigen slepen zich aarzelend en verward voort doorheen de puinhoop die eerder aan een vuilnisbelt doet denken, dan aan een luxueuze toeristenbestemming. Drie vrouwen en drie mannen, die wellicht net voor de inslag nog in short en bikini aan het zwembad lagen te zonnebaden.  Stuk voor stuk slachtoffers van een religieus geïnspireerde zelfmoordaanslag op een exotisch vakantieoord in Thailand. Of kunnen ze niet stuk voor stuk beticht worden van mededaderschap? Tijdens de opvoering van Platform in de Antwerpse Bourla voor het Theaterfestival 2006 vereist het alleszins een krachttoer te onderscheiden wie de rol van slachtoffer en wie die van dader van de aanslag toebedeeld krijgt.

Na de fatale inslag op scène treedt het verhaal van de personages terug in de tijd om de voorafgaande gebeurtenissen te reconstrueren. Beiden afkomstig uit Parijs ontmoeten Michel (Steven van Watermeulen) en Valérie (Els Dottermans) elkaar pas tijdens een georganiseerde groepsreis naar Phuket in Thailand. Michel omschrijft zich als een uitgebluste staatsambtenaar. Met gevoelige, rood omrandde ogen en een gebrek aan zelfvertrouwen benadert hij Valérie, een flamboyante zakenvrouw die met inventieve kunstgrepen en financiële constructies de top van de toeristensector bereikt heeft. Beiden verhouden zich aanvankelijk vrij onwennig, maar schamen zich niet hun drang naar seks verhuld te laten. Tijdens hun eerste gesprek volgt er op elke gesproken zin van beide spelers telkens een terzijde. Met deze ingreep adresseren Michel en Valérie, afzonderlijk van elkaar, de eigen dieperliggende fantasieën en gedachten rechtstreeks tot het publiek. Het blijkt een typische, aftastende ontmoeting die bij de personages haast een tienergevoel opwekt. Wanneer Michel een matras vanuit de puinhoop haalt en vooraan, in het midden van de scène, op de grond legt, ontstaan er meer innige momenten met Valérie waardoor hij zijn masker van onzekerheid kan afwerpen. Michel ontpopt zich tot een ware libertijn die de popularisering van prostitutie propagandeert. Valérie trekt allerminst de wenkbrauwen op bij de idee van deze libidineuze utopie. Integendeel, aangezien ze maar wat graag de spelregels van het kapitalisme respecteert, broedt ze samen met haar zakenpartner Jean-Yves (Ward Weemhoff) op de megalomane onderneming overal ter wereld, onder de sprankelende benaming van Eldorado Afrodite, seksdorpen als vakantiebestemming aan te bieden.

Net als Jean-Yves, duiken er uit de brokstukken na de aanslag geregeld andere spelers op. Vanuit de vuilnisbelt springen ze als het ware het verhaal in. Het verhaal van een ontluikende liefde, van Valérie en Michel. Met het Marokkaanse kamermeisje verleggen ze voor de eerste keer hun seksuele grenzen, doorspekt met sappige, expliciete beschrijvingen van Michel. Het contrast met de relatie tussen Jean-Yves en zijn vrouw, Audrey (Maartje Remmers) kon niet groter zijn. Met een gekscherende uitspatting lanceert Audrey zich onverwacht hevig in de richting van haar echtgenoot. Ze verwijt hem haar seksuele appetijt te verwaarlozen, waardoor ze hem onmogelijk trouw kan blijven. Hun echtelijke relatie ligt compleet in puin, omdat Jean-Yves eerder in termen van het ‘time is money’ - motto denkt. Vooral Audrey, maar ook Jean Yves lijken zich net als de brokstukken bij een vernietigende ontploffing, als pulsaties in alle hevigheid door de lucht te verplaatsen. Terwijl Jean-Yves een broek, die hij net uit de puinhoop plukte, met vallen en opstaan aanprobeert, veert hij gevaarlijk op en neer en van links naar rechts tussen de brokstukken door. Deze energieke aankleedpoging ontstond vlak na de hilarisch groteske penetratiescène waarin Jean-Yves zich hortend en stotend tussen twee op elkaar geklemde matrassen wringt. Valérie en Michel staan gans de tijd wat vreemd toe te kijken op deze uitspattingen van de losgeslagen westerling. Terwijl het verlangen naar liefde de verhouding tussen Valérie en Michel beheerst, merken we in de confrontatie van Audrey met Jean-Yves de vernietigende potentie die elke vorm van liefde kan opblazen. De scène waarin Audrey zich uitstort in een aangrijpende beschrijving van persoonlijk beleefde sm-praktijken zindert in dit opzicht nog steeds na. Radeloos zwaait ze naar het einde toe zelfs met een tafelpoot. Waar het verlangen richtingloos woekert, zaait de drift onverbiddelijk vernietiging.   

De enige die nagenoeg ongedeerd uit de puinhoop oprijst en als een ijzige afwezige statig de scène afdweilt is de terrorist (Oscar van Rompay). Met een sacrale waardigheid stelt hij ‘zuiver te willen zijn’ als deel van een harmonieus, organisch geheel. Afstandelijk schuimt deze halfnaakte boodschapper van de goddelijke gratie alle kanten van de scenische puinhoop af. Balancerend langs de rand of op de verhoogde rand van het speelveld, dat afgebakend wordt door een halve meterhoge wand, isoleert deze vreemde vogel zich van de rest op scène. Op bevreemdende wijze wijst hij de seksuele uitspattingen van de toeristen terecht. Zijn woorden wekken slechts een flauwe frons boven de ogen van de andere personages. Staat er dan liefde voor zijn God gebrand in de ogen van de terrorist? De accenten die dit personage af en toe worden opgelegd, zoals de kartonnen doos over het hoofd, doorbreken de ascetische sereniteit van een moslim. Kan terrorisme zomaar geassocieerd worden met een moslim? De blanke huid en de strakke boxer suggereren het alvast niet. Zou het niet gewoon een gek zijn die uit een bizarre voorliefde voor vernietiging de boel opblaast? Of toch iemand die met deze liefde voor vernietiging als inzet dezelfde boel meent te kunnen herscheppen? Om zo, dankzij deze catastrofale daad, gratie en respect af te dwingen bij een hogere, ongrijpbare macht. De terrorist wijst de losbandige zeden van de sekstoerist duidelijk met de vinger. Ongetwijfeld percipieert Michel het voorval van een andere kant wanneer deze terreurdaad niet alleen het lichaam van Valérie vernietigde, maar ook de liefde die zo intiem ontlook als in een droom.

Stuk voor stuk voegen de personages het woord bij de daad van een catastrofaal gebaar. De terrorist spreekt even liefdevol over de aanslag als over een boreling. De aanslag vormt de inslag voor de voorstelling, maar ook de uitslag ervan. Als een soort doodsengel wil de terrorist het verlies van waarden gewelddadig ondervangen. De toeristen spreken over seks alsof het over een deftige maaltijd gaat. Als participanten van de westerse, kapitalistische consumptiecultuur gelijken deze toeristen op roofdieren die door hun genotstreven elk waardebesef verloren hebben. In de lijn van Houellebecqs roman confronteert Simons met de scenische bewerking van Platform de problematiek van sekstoerisme met fundamentalistisch moslimterrorisme op ingenieuze wijze, zonder enigszins te vervallen in compromitterende verwijten of moraliserende vingerwijzingen.

Als enige blijkt het personage van Michel een ontwikkeling door te maken, zowel op scène als in het verhaal van Houellebecq. Het beeld van Valérie als zijn ‘zachtaardig roofdier’ begint hem te dagen als mogelijk ideaal. Michel komt langzaamaan tot het besef dat de houding van de genotdriftige westerling onhoudbaar wordt. Deze verlangt volgens hem vooral liefde, maar verwart het met oppervlakkige, seksuele genietingen. Via het lichaam zouden we elkaar weer moeten leren kennen zoals we ‘echt’ zijn, zo spuwt Michel in een vurig pleidooi uit. Seks heeft te maken met een onbewuste drift van het lichaam om zich voort te planten. Erotiek erkent daarentegen het vooruitzicht van liefde, om met liefde het voortbestaan te bestendigen en het leven op elkaar te enten, om de vernietiging door de dood tegen te gaan. Het seksuele handelen wil Michel tot een erotisch handelen verheffen, omdat erotiek ons niet tot brute indringers van een ander lichaam maakt. Integendeel, vanuit het erotisch contact leren we elkaar ontdekken, vanuit een overgave aan het lichaam van de andere, vanuit een wederzijds respect en aanbidding. Wie weet, kan er zelfs liefde uit opbloeien. Dit besef slaat echter in als een bom, wanneer Platform eindigt met het begin. Valérie sterft tijdens een zelfmoordaanslag in het massagesalon. De liefdesdroom wordt vernietigd door een fundamentalistische terrorist, die in tegenstelling tot losbandigheid en prostitutie, de nietigheid van de mens afkondigt, uit liefde voor vernietiging.

Ongeacht de evidente keuze om met dezelfde plattegrond als uit Asielzoeker het ‘midden-in-de-wereld-gevoel’ uit te drukken, dwingt Platform op een internationaal niveau maatschappelijke relevantie af. De wereld wordt steeds kleiner, zeker wanneer we het op satellietfoto kunnen bekijken. De wereld wordt een dorp waarin elke desastreuze gebeurtenis ons rechtstreeks, dan wel onrechtstreeks aanbelangt. De zondagavond na de eigenlijke theatervoorstelling in de Bourla op zaterdag 26 augustus 2006 treft een reeks aanslagen het toeristisch hart van Turkije. Een betere, maar uiterst betreurenswaardige illustratie van militant fanatisme hadden Simons en NTGent zich wellicht niet kunnen inbeelden voor deze levensnoodzakelijke voorstelling.

Gezien in de Bourla te Antwerpen, Theaterfestival Vlaanderen 2006

CREDITS

Tekst: naar Michel Houellebecq
Bewerking: Tom Blokdijk
Oorspronkelijke vertaling: Martin de Haan
Regie: Johan Simons
Spel: Wine Dierickx, Els Dottermans, Maartje Remmers, Steven Van Watermeulen, Oscar Van Rompay en Ward Weemhoff
Dramaturgie: Koen Haagdorens
Scenografie: Bert Neumann
Kostumering: Nina von Mechow
Productie: NTGent

www.ntgent.be
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie