Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Gunther De Wit:
MARS speelt 'Sunday Smile'
Over 'De Versie Claus' van Het Toneelhuis
Over Zand erover!? van Victoria Deluxe
Brel 2 door Toneelgroep Oostpool
'K ZAG 2 BRELLEN
datum 19.09.2006
rubriek Podium
Vooraf had ik het in mijn malle hoofd gekregen om Brel, de zoete oorlog niet te zien. Hoewel het toen wel klopte: om een voorstelling rond het fenomeen Brel - démi-chansonnier démi-cheval - te gaan bekijken, smaken en mogelijk ook nog eens naar wààrde te schatten, moet je op z'n minst al met de basis van deze 'Grote Belg' hebben kennisgemaakt. Voorheen typeerde ik Brel meer zoals Hans Teeuwen doet in zijn hilarische 'literair-cafésketch', ietwat lacherig dus met het beeld van linkse, zichzelf héél serieus nemende intelligentsia die bij elke bijeenkomst over hetzelfde praten. Dat Brels werk hier het exacte tegendeel van vormt, zoals onder meer te horen valt in zijn cultklassieker 'Les bourgeois', moest ik per accident zelf aan den lijve ondervinden. En dat muzikale smaak rijpt met de jaren zoals goede wijn, zou hijzelf ook wel onderkend hebben.
Spijtig dan dat drinken en roken, in het geval van Brel niet met mate, zo slecht voor de gezondheid zijn. Het is één van de catchphrases waar het inleidende deel het moet van hebben. Nu vergeet ik wel de vernoeming van ‘hard werken’ in die opsomming, beter nog, ik wilde hem opsparen omdat hij boven alles ook van toepassing is op Jeroen Willems’ acteren. Zijn staat van verdienste is bijna even lang als het in de persmap eveneens meegeleverde, volledige tekstboekje van vertaalde songs waar deze Willems uit put. En elke avond wordt het wat anders – zoals bij een echte setlist bij een echt concert. Want dat is het namelijk.

Het tegendeel, of de nuancering hiervan – het concert is níet echt, want de performer doet alsof hij Brel is maar bakt daar uiteraard niets van, want die is uniek – vergeet zelfs de aandachtigste toeschouwer na anderhalf liedje. Ik kan niet spreken vanuit het gehoor van de verzamelde toeschouwers (wie uit zijn oor kan praten, is pas een waar artiest), maar langer duurt het namelijk niet om gewend te geraken aan een volledig Nederlandse Brel, en aan een stemtimbre dat nog niet in de verste verte lijkt op dat van de meester. Dat is in het begin een echte schok, maar een nieuwe meester staat al snel op: Willems verstaat de kunst van een nieuwe discipline, de ‘adaptatio’ in plaats van ‘imitatio’ of ‘aemulatio’. Brels hoge tonen raakt hij niet, maar dat weet hij ook. Wanneer die zich aandienen op het tijdstip dat ze dat doen in de originele liedjes, vervangt hij ze wijselijk door een goedgekozen pauze, of door een goed neergezette trance. Daarin schiet hij, nogmaals in vergelijking met het sujet van deze voorstelling, óók te kort. Dat is opnieuw niet erg, want Brel beschikte over tien paar longen en inlevingsvermogens als je de hele en halve legendes uit de hele en halve overleveringen en documentaires mag geloven, en aan zo’n halfgod…
Laat ik het anders stellen: Willems’ prestatie is een goede vertolking die prima camoufleert waar nodig, retoucheert waar nodig, en toevoegt waar níet nodig – want laat dit toch een uitschuiver van formaat heten in researchmatig opzicht: Brel heeft naar het schijnt in zijn hele carrière geen bisnummer verricht, maar Willems is wellicht teveel acteur en applausgevoelig (Brel niet dan?) om daaraan te weerstaan. En trouwens: waar zijn Brels obligatoire whisky en sigaret?

Dat gezegd zijnde, denk ik te moeten terugkomen op de unieke voorstelling die ik gezien heb. Ondanks de kleine minpuntjes, die naturalistisch gedetermineerd zijn en waar men derhalve weinig of niets aan kan doen, gaat het om een geïnspireerd eerbetoon aan en eigenzinnig onderzoek naar de liedjesschrijver, performer én persoon die velen op zijn beurt heeft geïnspireerd. Willems zet de Brel neer die wij kennen als lallend en aandoenlijk, als energiek ondanks zijn gezondheidsproblemen, als bevlogen, eloquent, humoristisch, stijlvol en op de rand van het zelfverlies en de uitputting. En het is vooral in de inleidende monoloog dat dit laatste duidelijk wordt. Want hoezeer het personage van Brel zijn gezondheids- en andere problemen ook relativeert in de nadagen van zijn carrière, met filosofische oneliners, milde ironie en gelach bij het publiek als resultaat, hij is een schuifelende, oude man geworden, en de tien longen zijn ingeklapt. Les vieux ne bougent plus… Naast het verbale gekscheren, het goedlachse optimisme, en de altijd voortlevende charme, gunt Brel, op het kale toneel dat zijn huiskamer moet voorstellen, het publiek ook enkele zeldzaam transparante inkijkjes in zijn ziel. Heel even wordt hij zijn situatie, die ook op het gebied van de liefde niet al te veel illusies meer biedt, namelijk gewaar, en dan bréékt het publiek – ditmaal niet van het lachen.

De magisch-realistische overgang tussen de oude, vermoeide Brel in zijn woonkamer, naar de Brel als performer, is een hoogtepunt. Enkel het neergehaalde doek en de klassieke setup van de begeleidingsband doen helemaal geloven dat het eerste nummer (‘Madeleine’) van het concert-in-de-voorstelling, ook als zodanig wordt ingezet, en dat het geen flashback is die ons terugvoert naar Brels gloriejaren in de Olympia. De setlist biedt daar ook het nodige bewijs voor: zo bevat ze het nummer ‘Jojo’, geschreven na het overlijden van Brels chauffeur en trouwe compagnon-de-route, in 1977 – wat zelf zijn voorlaatste levensjaar zou worden.
Willems voert ons doorheen Brels oeuvre in een concert dat functioneert in diens eigen tijd, maar ook daarbuiten. Het concert wordt namelijk nù gehouden, en in Amsterdam. Het gelijknamige liedje mocht hoe dan ook niet ontbreken, en dat deed het ook niet. Het publiek voelt zich direct aangesproken, en in die zin werkt de opgevoerde illusie perfect. Liedjes die thematisch in dezelfde ruimtelijk-thematische lijn zitten – al dan niet na aanpassing van de titel – heten ‘Wie volgt/Au suivant’ (over een hallucinant bordeelbezoek), ‘De dronkeman/L’ivrogne’, ‘Schiphol/Orly’, ‘Leerdam/Vesoule’ en het uitmuntende ‘Laat me niet alleen/Ne me quitte pas’. En ‘La chanson de Jacky’ wordt gepersonaliseerd tot ‘Het lied van Jeroentje’. Daarom wordt het ook een beetje Willems’ concert, van en door hemzelf, en zoveel eer màg hij ook opstrijken. Want hoeveel tics hij ook overneemt van ‘Jacky’ – zoals: de eerder aangehaalde trances, de handbewegingen, de lieflijk klauwende dronkenschap –, hij blijft vooral Jeroen Willems, en niet alleen door zijn zangtechnische mankementen. Hij zorgt voor een geheel eigen invulling waar je óók voor naar de schouwburg trekt. Als Nederlandse vertolker van een Franstalig repertoire kan dat tellen!

Zoveel lof ten spijt, zou je kunnen argumenteren dat deze voorstelling meer muziek dan theater bevat. Ikzelf hoopte ook wel een beetje op een terugkeer naar de verhalende formule en dus naar de pratende en schuifelende Brel – met de rede, weliswaar, want het hart wilde muziek horen. Om theaterspecifieke redenen had een betere verdeling tussen monoloog en concert – het liefst van al níet in een omarmende structuur met monoloog aan begin én einde – het geheel immers ongetwijfeld meer evenwicht gegeven, al had het in scenografisch opzicht misschien wat moeilijker gelegen. Toch zaten er over het algemeen genoeg theatrale elementen in deze hoofdzakelijk muzikale voorstelling om van echt theater te spreken. Zonder meer is het een krachttoer dat Jeroen Willems ten allen tijde zichzelf kan blijven, en er tegelijk in slaagt Jacques Brel voldoende in zijn interpretatie te incorporeren. Dat als tweespalt vermomde noodzakelijk kwaad (kom terug Jacques!) ontroert en zorgt voor kippenvel, en zoals gezegd voor écht theater, met Willems’ fascinatie voor Brel en zijn eigen duizendpoterigheid als vertrekpunt. Het geeft niet dat het beoogde effect dan niet langer dan een avond en voormiddag standhoudt, en niet de meerwaarde brengt die men van onversneden theater verwacht, maar achteraf gezien is die betrachting – bij déze voorstelling – ook behoorlijk faut pas le faire. De rechtlijnigheid en eenduidigheid, maar ook de eenvoud, die in en tussen beide delen wordt gehanteerd – met de terechte gevoeligheid bij het concert – bleek uiteindelijk de goede keuze voor een avondje pretentieloos genieten van woord en muziek.

Brel 2 van Toneelgroep Oostpool gezien op 8 september 2006 in Stadsschouwburg Amsterdam, Theaterfestival Nederland TF-1

CREDITS
tekst: Jacques Brel
regie: Rob Ligthert
vertaling (lied)teksten: Ernst van Altena, Rob Klinkenberg, Peer Wittenbols e.a.
spel/zang: Jeroen Willems
piano: Leo Bouwmeester
accordeon: Oleg Fateev
bas: Peter Bjørnil / Dion Nijland
slagwerk: Victor de Boo
dramaturgie: Rob Klinkenberg
muzikale leiding: Wim Selles
decorontwerp: Matt Vermeulen
kostuumontwerp: Dorien de Jonge
lichtontwerp: Marc Heinz
www.oostpool.nl
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie