Brel 2 opent met een monoloog waarin een bejaarde Jacques Brel, veel ouder dan hij in werkelijkheid ooit is geworden, terugblikt. We krijgen een korte blik op Brels aparte levensvisie. Met grijze pruik en dikke, borstelige wenkbrauwen, verkondigt de oude man dat je het op je zeventiende allemaal al wel hebt gehad. Je hebt alles geproefd, iets echt nieuws komt er niet meer. Alleen besef je dat maar op je veertigste. Een mens heeft eigenlijk nog maar iets aan het leven na zijn zeventiende als hij erin slaagt ook dan nog echt te durven dromen, levend als een nomade.
Jeroen Willems kwam al meermaals in aanraking met de Belgische kunstscène: Bij ZT Hollandia speelde hij in De Metsiers (Hugo Claus), werkte al meermaals samen met Johan Simons, Gerard Mortier, Paul Koek en Guy Cassiers. Het zeer gesmaakte Brel, de zoete oorlog heeft Willems blijkbaar overgehaald om er een vervolg aan te breien. Hij doet daarin niet iets volledig nieuws. Het concept blijft hetzelfde: een monoloog, gevolgd door een theaterconcert. Dat hij enkele van de nummers herneemt die ook al in Brel, de zoete oorlog te horen waren, vormt geen bezwaar, wellicht ook niet voor wie deze voorstelling heeft gezien. De manier waarop Willems het ‘Brel-oeuvre’ op de planken brengt, kan alleen maar doen uitkijken naar een bis. Die kwam er ook in de Amsterdamse Stadsschouwburg, eentje recht vanuit het hart. Drie extra nummers, gratis en voor niets, met als apotheose Amsterdam, recht naar de spionkop.
Het is duidelijk dat Willems een zingende acteur en geen acterende zanger is. Hij is als zanger verre van perfect. Vooral in de trage gedeeltes, die vaak ook zachter en gevoeliger zijn, blijken Willems vocale beperkingen. Hij maakt dat alles echter ruimschoots goed door de intensiteit en de inleving waarmee hij Brel op het podium brengt. Willems is nu eenmaal niet Brel, maar zijn poging om hem tot leven te wekken op de planken kan wel meer dan geslaagd worden genoemd. De eerste die deze prestatie in de totaliteit denkt te kunnen overtreffen, mag meteen opstaan, maar hij zal heel wat in huis moeten hebben om te tippen aan de sfeer die Jeroen Willems met zijn vertolking weet te brengen. Het is maar zeer de vraag of een geschoolde stem de rauwheid van Brels karakterstem beter had kunnen vertolken. De schitterende muzikanten tillen met hun talent en samenspel elkaar en ook Jeroen Willems naar een hoog niveau. Pianist Leo Bouwmeester leidt de band daarin met verve. De jazzdrum klinkt heerlijk: men waant zich haast bij Brel, temidden van de intimiteit van een Brusselse jazzclub, in plaats van bij Jeroen Willems in de Stadsschouwburg van Amsterdam.
De Amsterdamse toeschouwer die waarschijnlijk minder over Brel weet dan de doorsnee Belg, kan de heerlijke liedjes die hij hoort terugkoppelen aan de informatie uit de monoloog. Dat geldt onder meer voor de nummers De dronkeman en Nuchter. Zelden wordt een dronken personage zo overtuigend op een podium gebracht, dat alles nog wel al zingend. Ook in de monoloog heeft Willems het over het rook- en drinkgedrag van Brel: “Ik drink toch eh… ik drink. Ik zeg niet dat ik een alcoholist ben, maar ik weet ‘m toch aardig te raken. Ja. Ik rook. maar ik rook wel veel minder dan vroeger. Ik rook hard en ik werk hard.” Alles is volgens Brel immers slecht voor de gezondheid, vooral het leven zelf.
De woorden in het refrein van De stervende (Le Moribond) kunnen als een soort manifest van Brel worden gezien dat Jeroen Willems hanteert voor Brel 2: “’k wil een lach, ‘k wil een dans, ‘k wil wat blijdschap bij mijn lijk.” Het is inderdaad allemaal wat grauwer en rauwer, maar des te intenser. Ondanks al de zwarte, donkere kanten van Brel die Willems naar boven haalt, blijft de humor steeds opvallend in deze voorstelling aanwezig, zij het met een wrange smaak. Het is aandoenlijk, haast vertederend, hoe de halfdronken vrouwenloper Brel er in Knokke-het-Zout Tango van droomt een viriele Spaanse of Argentijnse loverboy te zijn, maar uiteindelijk belandt op het strand, met zijn “pik in ’t zand”. Willems laat Brel wellicht nooit meer los en geeft met Brel 2 een stevige aanzet voor anderen om dat ook niet te doen. Brel 2 is veel meer dan een ode aan een favoriete zanger. Wat doorschemert is een eeuwigdurende fascinatie, passie en diep respect.
Brel 2 van Toneelgroep Oostpool gezien op 8 september 2006 in Stadsschouwburg Amsterdam, Theaterfestival Nederland TF-1
CREDITS
tekst: Jacques Brel
regie: Rob Ligthert
vertaling (lied)teksten: Ernst van Altena, Rob Klinkenberg, Peer Wittenbols e.a.
spel/zang: Jeroen Willems
piano: Leo Bouwmeester
accordeon: Oleg Fateev
bas: Peter Bjørnil / Dion Nijland
slagwerk: Victor de Boo
dramaturgie: Rob Klinkenberg
muzikale leiding: Wim Selles
decorontwerp: Matt Vermeulen
kostuumontwerp: Dorien de Jonge
lichtontwerp: Marc Heinz
www.oostpool.nl






