Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Gunther De Wit:
MARS speelt 'Sunday Smile'
Over 'De Versie Claus' van Het Toneelhuis
Over Zand erover!? van Victoria Deluxe
SMAAKVOLLE ODE AAN DE AGRESSIE
datum 11.09.2006
rubriek Podium
In een stoffig oud goederenmagazijn in Antwerpen-Noord doet het Wunderbaum-collectief stof wild rond zich opwaaien, en slaat krachtig nagels op koppen. Soms letterlijk. En soms ernaast, wat dan weer nieuwe stof tot discussie is. Het Theaterfestival is daar dan ook het perfecte moment voor…
Een man in de verte op een stoel zit al te stamelen wanneer het publiek nog volop zijn zitje uitkiest. Een zaal is dit niet, en dus krijgen we een tribune in een magazijn dat voor ons uitgestrekt verscheidene opstellingen verraadt, en waarvan slechts stelselmatig duidelijk wordt waarvoor die nu precies dienen. De man die aan het woord is en nog even blijft, uit zijn ongenoegen over allerlei mensen die hij wel zou kunnen slààn in uiteenlopende situaties – gaande van, en ik parafraseer, ‘mensen die schuifelen in plaats van lopen’ over ‘jongetjes die domme dingen zeggen terwijl ze Marsen zitten te vreten’ tot ‘macrobioten met leren sandalen die zeggen dat ze nog niet van hun leven ooit een paar Nikes zullen kopen’. Ondertussen dwaalt onze blik over het immense magazijn, en hopen we dat die garant zal staan voor een onconventionele, boeiende voorstelling.

We voelen ons na afloop niet verraden. Nog tijdens de erg grappige en herkenbare jammerklacht van die ene man op die stoel, beginnen nieuwe elementen zichzelf te introduceren. Een vrouw loopt spurtjes diagonaal over de oppervlakte, andere vrouwen gaan op hun hoofd staan, nog een andere gaat consequent bowlen aan het andere eind van de ruimte, en doet dat gericht op een stel kegels (die ze nadien weer zorgvuldig opstelt) maar eigenlijk ook op de man die zo onderhand aan het besluit zit van zijn ingehouden tirade. Wanneer hij het echt voor bekeken heeft, meer uit verveling dan uit opgehouden verveeldheid met de vervelende situaties en mensen die schijnbaar onuitputtelijk zijn, gaat hij als eerste aan een tafeltje zitten vlak voor de tribune. Een andere man volgt hem, en tenslotte ook de twee vrouwen. Het viertal dat vanaf dan de hoofdmoot van de dialogen en actie zal leiden, begint dan aan de systematische afbraak van de tafel. Het begint met gepulk aan het tafelvlak, een irritante bezigheid die je weleens op café ziet, en dat wordt ingezet door de man die net nog zijn monoloog van de irritatie heeft zitten afsteken – alsof het nu de beurt is aan het publiek, in theorie ook onuitputtelijk, om zich kwaad te maken op hém. Tot iemand een vondst doet: als je dat tafelvlak nu eens gewoon kapot maakt door aan te trekken, door het te scheuren, door op de tafel te gaan staan, keihard naar beneden springt met afgescheurde repen tafel in de hand, en die in één beweging (en systematisch) kleiner maakt, decimeert, doet verdwijnen? Toegegeven, het tafeloppervlak is wel erg dun, en ze houden het schoon: na afloop verzamelen ze alle stukjes tafel op vier min of meer gelijke hoopjes, die ze vervolgens, met de spots op hen gericht, etaleren aan het publiek. Deze geste blijkt niet meer dan een roep om aandacht: ze vertellen allemaal hun grootste geweldfantasie, en doen dat later in een geweldig energieke maar behoorlijk nonsensicale live-muzieksequentie nog eens over. In deze fantasieën zien zij lelijke, arrogante loketbedienden op een drukke openbare plaats verkracht worden ‘in hun onaantrekkelijke droge kut’, of slaan zij racefietsers in volle vaart op de tanden met een loden pijp – uit haat, maar ook omdat het goed klinkt.

De voorstelling doseert haar momenten goed, en houdt er de variatie in. Zoals gezegd is er live-muziek, die de voorstelling mee haar punkgestalte verleent, en bij tijden erg aanstekelijk werkt. Meer dan eens bekruipt het gevoel mee te gaan dansen, om mee duivels te ontbinden samen met een stelletje malcontent ongeregeld dat sympathiek bleef, ook al maakte het van het uiten van ongenoegens een sport, of zelfs een ritueel of een beloning voor andere activiteiten (‘gaan we het straks dan doen?’). De associatie met Kubricks A Clockwork Orange, maar ook met het verzamelde oeuvre van David Lynch,is nooit ver weg.

Een van die andere activiteiten is het leutige, spontane idee van een van de meisjes om ‘een varken na te doen’. Sven wordt hiervoor aangeduid, en een lange lijdensweg voor de jongen, alsook het systematisch afbreken (een constante in de voorstelling) van elk afzonderlijk lid van deze viertallige vriendengroep. Voor Sven wordt een cirkel getrokken met flessenwater, wat zijn hok moet voorstellen. Met hetzelfde water wordt kwistig een modderpoel geënsceneerd die leidt naar een denkbeeldige varkenstrog, samengesteld uit stukken uitgespuwde komkommer en de hoopjes tafel van daarstraks. Het slachtoffer moet zich inleven in zijn rol, want in het echte leven is hij nogal bangig, vindt de rest, en dus is dit goede therapie. Hij dient zich ook te ontkleden, want dat roze, vlezige lijkt toch beter op een varken – wat uiteindelijk, en op voorspraak van zijn collega-man, leidt tot de full monty. De klus laat zich niet zomaar klaren, want onderweg zien zijn vrienden in deze grap de ultieme gelegenheid om hun agressie de vrije loop te laten: als er stokken waren geweest, hadden ze hem dààrmee geslagen, en dus niet met enkel flessen zoals nu.

Toch zijn niet alleen rollende spierballen aan de orde. Wanneer die namelijk even moe worden, of niet weten wat ze nu weer aan moeten met de opgewekte energie, dan worden de personages een seconde breekbaar, gaan ze twijfelen, gaan ze tegen of om de schouders van degene vlak naast hen aanvallen, of, bij gebrek daaraan, op de grond. De treffendste keer dat we dit zien, is wanneer het groepje van vier aan het technodansen slaat, daar weliswaar variatie en genoegen in vindt, maar ook de dubbelzinnigheid laat zien. Massa-evenementen blijven al bij al een nogal solitaire bezigheid, en wanneer de moeheid inslaat of de concentratie even verslapt, komt de eenzaamheid inderdaad ongenadig oprukken, wat dan een acute nood aan affectie veroorzaakt. Aan lichamelijkheid ook. De meisjes gaan dan om de nekken van de jongens hangen, of vice versa. Ze zien er bovendien wanhopig uit, de agressie is even murw geslagen. De voorstelling gaat dus niet alléén maar over agressie, maar ook over het gebrek daaraan. Als de personages door hun vrienden in hun blootje worden gezet, bijvoorbeeld, en hun zwakten zo pijnlijk worden onthuld, dan is de plaatsvervangende schaamte bij de toeschouwers nog groter dan bij het tot moes slaan van Sven-het-varken, of bij de vele mono- of dialogen waarin de ergerlijke dingen centraal staan waar zij ook zichzélf wel eens op betrappen – hoe ludiek of dolkomisch die scènes soms ook worden gespeeld.

De voorstelling is goed gebalanceerd, en put uit een rijk gamma aan beelden, disciplines en speelwijzen. Zo contrasteert de intimiteit in het laatste deel mooi met de afstand aan het begin. Toch hebben we het trucje dat wordt toegepast aan het einde van de voorstelling eerder al – in dezelfde week om precies te zijn –  al in Platform gezien. NTGent iemand?

 
Gezien op 1 september 2006 op locatie, in stadsmagazijn Marnex, Natiestraat 4 te Antwerpen
 

CREDITS

Van en met: Walter Bart, Wine Dierickx, Matijs Jansen, Maartje Remmers
Live muziek: Mascotte
Vormgeving: Maarten van Otterdijk
Dramaturgie: Koen Tachelet, Jeroen Versteele
Kostuums: Lemondedumas
Regieassistente: Elly van Eeghem
Productieleiding: Marijn van Raak
Productie: NTGent (in co-organisatie met Vooruit) en Productiehuis Rotterdam

Locatievoorstellingen geproduceerd door festivalpartner kunstencentrum Monty

www.ntgent.be

www.monty.be

www.theaterfestival.be

Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie