Zoals dat vaak gaat met gemediatiseerde arenagevechten, heeft de muziek van Pearl Jam nauwelijks iets gemeen met die van Nirvana. Cobain was meer hongerkunstenaar dan frontman - het verouderingsproces van platen als Nevermind, naast de corrosieve recuperatie ervan tijdens het MTV-tijdperk, illustreert dat, net als zijn zelfmoord. Cobain was niet zozeer een frontman als wel een performance-artiest die zijn twee andere groepsleden hanteerde als de tralies van de kooi waarin hij ijsbeerde, en het publiek als de toeschouwers die zijn zuurstof verzuurden - en dat bleek ook uit zijn eendimensionale nummers, die dreven op drie of vier akkoorden van een overstuurde gitaar. Dat doet geen afbreuk aan de ruwe kracht van zijn leven-door-zijn-werk, die ook en vooral tijdens MTV Unplugged overeind bleef. Maar het illustreert wel dat het Pearl Jam steeds om iets anders te doen was: om complexe, klassieke en slechts hier en daar ontregelde rocksongs, onversneden en al te ernstige emotionaliteit, de totale afwezigheid van ironie, het grote gebaar en het grote verhaal van de eigen turbulente geschiedenis, de een-op-een-relatie van dappere artiest en liefhebbende fan. Dat heeft Pearl Jam een positie en een integriteit gegeven die uniek is in de world history of rock'n'roll.
Het maakt ook dat het moeilijk spreken is over de Amerikaanse band. De 'muzikale' enscenering van een zonsondergang boven zee, een onweer boven een bos, een huilend kind, een gebroken maar nooit vergeten eerste liefde, een schietpartij op een middelbare school, een oorlog in Irak, het overlijden van een goede vriend zonder dat je afscheid kon nemen - het is haast onmogelijk om daar niet over te praten zonder het precies over die onbemiddelde presentatie (het is misschien zelfs geen representatie) van onversneden gevoelens te hebben. Pearl Jam is (in die zin) rock zonder de roll, zoals ook Neil Young of Bruce Springsteen daar voor stonden (of staan): donker, op leven en dood, betrokken, ongelukkig zonder echt wanhopig te zijn. Het is bijna onethisch om dergelijke romantische eerlijkheid te 'bekritiseren' - elke kritiek is steeds gedeeltelijk een moderne ontmanteling, een superieure deconstructie, een (ironisch) spelletje Dokter Bibber: bij Pearl Jam gaat de bel rinkelen en de neus branden van zodra men zich nog maar over de patiënt buigt. Er is geen bot dat uit het corpus van hun oeuvre geplukt kan worden zonder dat het daarna overboord moet - en het effect, de werking en de kracht van hun muziek aan diggelen ligt.
2.
Die 'onbespreekbaarheid' en 'overgevoeligheid' voor kritiek is iets dat (in meer of mindere mate) eigen is aan alle pop- of rockmuziek. Natuurlijk kan men beweren dat rockmuziek gewoonweg niet 'gelaagd' of 'goed' genoeg is om aan gedegen kritiek onderworpen te worden - dat wil zeggen: aan kritiek die het discours van esthetische en emotionele appreciatie overstijgt. Het (postmoderne) slechten van barrières tussen hoge en lage cultuur is ook daar dus blijkbaar niet drastisch genoeg te werk gegaan. Maar anderzijds is rock net een reservaat dat daarvan gevrijwaard is - of zelfs moet worden. Rock is de enige kunstvorm waarin onversneden emotionaliteit, zonder ironiserend zelfonderzoek, nog mogelijk is. Literatuur, beeldende kunst, podiumkunsten, film, architectuur - het is een onuitgesproken idée reçue dat uitingen van deze kunsten die zelf niet kritisch staan ten opzichte van hun eigen medium, waardeloos zijn en slechts thuishoren in het domein van de massacultuur, de commercialiteit of de premoderne, haast folkloristische dommigheid.
Zoals de personages in de songs van Pearl Jam (of Springsteen of Young of Cash - Bob Dylan is wat dat betreft een ander, moderner, onbetrouwbaarder geval) slechts bestaan en slechts 'vertellen' omdat ze nooit aan (psycho-)analyse onderworpen zijn en dus ook nooit echt volwassen (of modern) geworden zijn, zo bestaat de muziek van Pearl Jam (en bij uitbreiding alle echte en 'initiële' rock) slechts bij gratie van de onbemiddelde, onbereneerde en kritiek-loze ervaring. Rockmuziek is het domein van de 'ervaring', de 'sensatie', de 'emotie', zoals het 'echte' avontuur in een mensenleven slechts kan bestaan in het domein van de tienerjaren. De liefde, het verdriet, het verlangen, de woede, de verontwaardiging, het geluk - het zijn ervaringen die in een volwassen leven onmogelijk geworden zijn, en aangetast, verdrongen of zelfs vervangen worden door ironie, deconstructie, inzicht, zelfbewustzijn, omwegen, berekening of - simpelweg - intelligentie. De muziek van Pearl Jam is nooit of nergens 'intelligent'! Betekent dat dan dat er ook niet intelligent over te spreken valt?
Eens kijken wat de Vlaamse dagbladen er mee aanvangen, daags na het allereerste optreden van Pearl Jam op Belgische bodem. De Standaard heeft het over 'rocken als topsport' en looft vooral de 'tomeloze inzet' van de groep; in De Morgen wordt het optreden kort omschreven als een 'ware hoogmis in de harde rockliturgie'. Dat getuigt van een begrijpelijke want overmijdelijke oppervlakkigheid die met elke verslaggeving of journalistiek gepaard gaat, en die al decennia lang de rockkritiek in België overheerst - met de (ook steeds korter wordende en 'hipheid' of 'actualiteit' nastrevende) teksten in Humo als historisch fundament sinds de jaren zeventig. Buiten de zeer verdienstelijke maar al te onopgemerkt gebleven kritiek van enkele auteurs (de reeks popmuziek-essays van Bart Meuleman in Yang en De Witte Raaf bijvoorbeeld), of de uitbreiding tot zogenaamde 'kritische lengte' van de traditionele rockverslaggeving in Rekto:Verso, wordt er in Vlaanderen niet indringend of met een breed kritisch perspectief over hedendaagse populaire muziek geschreven. Nochtans moet het op een of andere manier mogelijk zijn om de gigantische diepte, de grootse populariteit en de unieke positie van (bijvoorbeeld) Pearl Jam te beschrijven of te onderzoeken zonder dat ook maar iets van de effecten van deze muziek aan kracht inboet. Dit is een groep die hun zogenaamde pre-moderne 'dommigheid' op een prachtige, betrouwbare, nooit echt ergerlijke of tenenkrullende, en dus eigenlijk wel degelijk intelligente manier kan tentoonspreiden - met zeer veel succes, want het optreden in het Sportpaleis was op een dag uitverkocht en leidde tot een haast religieuze ontvangst.
3.
Misschien was dat ginds in Antwerpen ten tijde van de concertreeks van Clouseau (In het midden) ook het geval, dat zou kunnen, en dat is ook mooi. Er zijn zeker overeenkomsten. Maar toch is het onwaarschijnlijk dat de groep van Koen Wauters op dezelfde manier een interne diepte weet te realiseren. Moderne, hedendaagse, 'goede' kunst realiseert geen diepte maar wel een oneindige meerlagigheid die de intrinsieke armoede aan verhalen moet bedekken - rockmuziek heeft één laag, één huid, en daaronder ligt een zuivere, echte, maar nooit bodemloze oceaan van intense emoties en ervaringen.
De strijd die de vijf leden van Pearl Jam leveren, is er ook een tegen hun eigen status, die een zuiver symptoom is van de economische logica waar ze deel van uitmaken - ze willen een 'moloch zijn met swung', zoals De Standaard schreef. Daarom weigeren ze al jaren om videoclips te maken, en zijn ze meer dan eens de strijd aangegaan met woekerende kapitaalmonsters als Ticketmaster. Radiohead, naast U2 die andere grote groep met mondiaal succes, heeft - sinds OK Computer - dezelfde problemen met de eigen status: het heeft bij hen geleid tot afkeer, tot een jammerende Thom Yorke, tot zeldzame platen en een extreme experimenteerdrift. Pearl Jam is met de regelmaat van de klok 'klassieke' platen blijven maken, als het ware tegen beter in - en nu en dan ook met wisselend resultaat. Toch is het cliché dat hun debuut Ten nooit overtroffen is, op misverstanden gebaseerd. Hun derde plaat, Vitalogy, was ook recalcitrant, en getuigde ook van gewetensonderzoek en interne problemen - de grillige en gevarieerde opvolger No Code was misschien wel het echte meesterwerk van de groep. Ze hebben afstand genomen van de galmende stadionrock en hun klassieke geluid - beperkt - opgeladen met invloeden uit de underground: het hoekige geluid van Fugazi, bijvoorbeeld; de gitaarspinsels van Sonic Youth; psychedelische geluiden; of het engagement van Neil Young, met wie ze samen het (opnieuw) onderschatte Mirrorball maakten. Ze hebben getourd met kleine, beginnende, 'hippe' groepen in het voorprogramma: Sonic Youth, Sleater-Kinney, My Morning Jacket, Wolfmother. Ze zijn, met andere woorden, als 'groep' blijven bestaan en 'hedendaags' gebleven - de geroemde overgave tijdens het concert in Antwerpen is slechts het bewijs dat het bestaan van Pearl Jam voor alle leden een voorwaarde is voor hun eigen persoonlijke bestaan.
Er is op de wereld geen andere gitaargroep die zijn eigen geschiedenis zozeer deel laat uitmaken van hun muziek en het daarbijhorende aura. Het lijkt wel alsof ze de incidenten en de rampen zelf opgezocht hebben! Er was de teloorgang (het 'uitbranden' eerder dan het 'uitdoven', zoals Cobain in zijn afscheidsbrief Neil Young parafraseerde) van de Seattle-scene; de zenuwinzinkingen van Vedder; de klassieke drummer-wissels; de heroïne-verslavingen - en als klap op de vuurpijl: de negen slachtoffers tijdens het optreden in Roskilde. Pearl Jam heeft die rampspoed geïncorporeerd en tot een eigen mythe gemaakt, die de sterkte van hun 'sfeer', van hun vijf-eenheid tegen de rest van de wereld, alleen maar groter heeft gemaakt. Het herhaaldelijke mirakel van elk van hun optredens is dat ze bij het publiek de illusie kunnen opwekken dat het in dat grote verhaal, telkens weer, een bijzondere positie bekleedt.
Zo ook in Antwerpen - zo ook bij de Belgische fans: het openingsnummer was Corduroy (een verwijzing naar het ribfluwelen vestje dat Vedder zo graag droeg, en dat daardoor tot een mode-item werd) - met als openingsvers: The waiting drove me mad/You're finally here and I'm a mess. In die regel wordt de kracht van Pearl Jam (en van rockmuziek in het algemeen) samengevat: het was toen dat nummer uitkwam, een verwijzing naar de druk van het grote succes; het kan ook geïnterpreteerd worden als een uiting bij een langverwachte maar net daarom problematische liefdesrelatie; en in het Sportpaleis werd het plots een beginselverklaring bij de 'blijde intrede' in België. Al die betekenissen overlappen elkaar maar bestaan gelijktijdig, en dragen bij tot de gekwadrateerde intensiteit van de muziek.
4.
Tijdens een optreden van Pearl Jam worden talloze doodverklaarde 'grote verhalen' opnieuw tot leven gewekt. Het belangrijkste daarbij is dat de biografie van de groep zelf, slechts een omweg is waarlangs het leven van de toeschouwer wordt geviseerd. Muziek bevat de verborgen macht om alle mogelijke verhalen tot stand te brengen. Het gevoel deel uit te maken van de natie België werd plots een zaak van levensbelang - het werd een uiting van ongevaarlijk en feestelijk nationalisme dat meestal is weggelegd voor belachelijke en verzuurde politieke meetings. Waar elders kan men op een betekenisvolle, menslievende en lichtelijk bombastische manier met 17000 andere mensen samen zijn, dan onder het bouwvallige dak van het Sportpaleis tijdens een rockconcert? En fans van Pearl Jam zijn traditioneel niet van de mooiste of de subtielste van Gods scheppingen!
Vedder sprak het publiek toe in het Engels, 'because even you can't decide whether you want to speak Dutch or French'. Iemand gooide een T-shirt op het podium met de Belgische vlag op de voorkant, en op de rug de tekst: 'We've played for four hours in Belgium.' Waarop Vedder: 'We owe you six.' Vaderland, vriendschap, liefde, rechtvaardigheid, familie, hoop, letterlijkheid - ouderwetse noties die geen weldenkende mens in andere omstandigheden met al te veel ernst kan volhouden - worden plots, voor de duur van het optreden, weer iets vanzelfsprekend, iets hartverwarmends en ontroerends. Het is die paradijselijke utopie van een groots en onversneden leven die door rockmuziek in stand wordt gehouden - en geen groep doet dat beter dan Pearl Jam.
Ze zijn daardoor Amerikaanser dan men zou vermoeden - het is een andere kant van de Verenigde Staten die door hen wordt belicht, een universeler en humanistischer aspect van de American Dream. Met de door hen zo verfoeide Bush-adminstration, en de buitenlandpolitiek daarvan, heeft dat niets te maken. 'It's time to say goodbye,' zei Vedder. 'When Americans visit a country, they don't say goodbye - they occupy it.' Achter dat cynisme gaat opnieuw een grote strijd schuil, die hen tot verzetshelden in de linkse kringen van het eigen land heeft gemaakt. Tekenend daarvoor is de jubelende, al te positieve recensie door Rolling Stone van hun laatste plaat. Het is hun integriteit, hun open-minded-ness en verantwoordelijkheidsgevoel dat hiermee wordt benadrukt, en dat toont hoe belangrijk rockmuziek kan zijn voor een land dat donkere tijden doormaakt.
Hetzelfde geldt natuurlijk voor een mensenleven in dezelfde omstandigheden. Wie is er niet groot mee geworden - met die anthems van Pearl Jam, die tienerverdriet een stem gaven, een versterker - en daarom: een plaats, een schoonheid, een betekenis. Jonger dan twintig waren de toeschouwers in het Sportpaleis dan ook niet. Het leek soms alsof men teneergeslagen op de wei van Rock Werchter moest hebben gestaan, tijdens de doorregende zomer van 2000, toen het optreden van Pearl Jam ter elfder ure werd afgelast na het drama in Roskilde - en woedend de vervangers Live (wie heeft daar recent nog iets van vernomen?) van in de verte moest hebben gadegeslaan, om nu, zes jaar later, naar Antwerpen te kunnen komen. Nostalgie speelt daarin zeker een rol, maar het is een ander soort nostalgie dan die van de soixante-huitards die naar de Rolling Stones gaan om Satisfaction nog eens te horen. Pearl Jam heeft wel degelijk fantastische en relevante nieuwe songs - en de idealen (net als de teleurstellingen) waarop de songs en de levens uit de nineties drijven, moeten in de eenentwintigste eeuw nog dagelijks van cynisme gevrijwaard worden.
5.
Die reddingspogingen komen tot uiting in even zoveel songs - en met zesentwintig stuks waren die ruimschoots aanwezig tijdens het optreden in Antwerpen. Pearl Jam heeft een aantal type-nummers, die traditioneel (Neil Young-gewijs) uiteenvallen in de harde, door drie elektrische gitaren aangedreven rocksongs, en de eerder akoestische, melancholische ballads. Vaak excelleert de groep echter ook in tussenvormen, in lichtelijk vreemde, afwijkende hybrides.
Het concert opende met een viertal nummers van de eerste soort: Animal; de licht sarcatische ode-aan-de-liefde Hail, Hail; het openlijk tegen de oorlog in Irak gerichte World Wide Suicide en het recente Severed Hand. Ook het Sportpaleis, als akoestisch fenomeen, diende daarbij overwonnen te worden - dat maakt nu eenmaal deel uit van de status van een wereldband. Sommige drumpartijen werden met een vertraging van twee seconden herhaald ergens ter hoogte van het dak. Gaandeweg verbeterde het geluid: misschien lag dat aan gewenning, misschien werd de balans bijgesteld, of misschien speelde de groep gewoon beter. Not For You, uit Vitalogy, was een van de meer ongewone songs: halverwege volgde een explosie, en een hoekige gitaarsolo van Stone Gossard. Restless soul/Enjoy your youth/Can't escape from/The common rule/When you hate something/Don't you do it too, zong Vedder: een van de vele zanglijnen die niet uitblinken in nuance of subtiliteit, maar het is net datgene waar Pearl Jam in uitblinkt. Die duisternis en existentiële nausée - voornamelijk aanwezig in de beginjaren - is wat hen bindt met contemporaine (maar ondertussen opgedoekte) bands als Nirvana, Alice in Chains of Soundgarden, maar Pearl Jam is nooit ten onder gegaan aan die persoonlijke getormenteerdheid. Present Tense, uit No Code, volgde, en werd een onbetwist hoogtepunt: een langzaam druppelende gitaarintro, contemplatieve lyrics (Do you have ideas on how this life ends?), en een imploderende finale waarin de drie gitaristen, Vedder op kop, uiteindelijk uit de chaos van de bridge bij hetzelfde herhaalde akkoord uitkwamen. In het (aanvankelijke) akoestische Elderly woman behind the counter in a small town werden de banden met het publiek nog eens aangehaald: My god it's been so long/Never dreamt we would make it - Vedder wijzigde voor de gelegenheid de tekst, maar het deed geen afbreuk aan de tomeloze melancholie en de drukkende onbereikbaarheid van het verleden, die zo weggelopen leek uit The Remains of the day.
Tijdens de eerste bisronde nam het publiek collectief het heft in handen: de grootse ode aan de 'premier amour' Black (I know someday you'll have a beautiful life/I know you'll be a star/In somebody's elses sky/But why... why... why/Can't it be mine?) werd, lang nadat de song door de groep tot een eind werd gebracht, nog door hen verdergezet. Vedder keek toe, glimlachend, verwonderd - volgens Het laatste nieuws kwamen er zelfs bij hem tranen aan te pas, maar dat kan niet bevestigd worden.
Nog een uur later eindigde het optreden met het vroege b-kantje Yellow Ledbetter: een sterrol voor gitarist McCready, onsamenhangende, onbegrijpelijke maar desondanks opnieuw massaal meegezongen lyrics - het illustreerde tot slot perfect hoe iedereen aan de haal kan met deze muziek, en met muziek in het algemeen: goede rockmuziek kan zelfs een gescandeerd telefoonboek tot een persoonlijk lamento van de luisteraar maken.
Daar is uiteindelijk niet meer dan bereidwilligheid voor nodig - maar zeker ook niet minder. De wazige grens tussen doorleefdheid en pathetiek is het terrein van Pearl Jam, en de muziek die uit dat jarenlange verblijf voortkomt appeleert aan doorgaans verborgen gehouden, of zelfs voor dood gewaande, humeuren en sentimenten. Het blijft misschien een genoegen voor eeuwige pubers, voor stiekeme liefhebbers van tranerige weekendfilms, voor deels onvolwassenen reactionairen die de moderniteit betreuren - maar rock and roll will never die. En daar is, voor zolang het duurt, geen greintje ironie mee gemoeid.






