Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Dirk Deblauwe:
(Christel Stalpaert)
(Pieter De Buysser en Benjamin Verdonck)
(Ole Kloss & Jochen Stechman)
EEN NABESCHOUWING: KIJK/VOICI (PSK, BRUSSEL)
datum 07.02.2001
Thierry de Duve is veel: charmant, hoffelijk, erudiet (ongetwijfeld), ... Dat bleek uit de lezing die de curator van de tentoonstelling Voici/Kijk (PSK, Brussel) gaf aan de Gentse Universiteit. Dat de discussie rond de geslaagdheid van deze tentoonstelling nogal wat beweging kent is misschien aan velen voorbijgegaan. Recht voor de raap stellingen zoals deze van Camiel van Winkel (Hoe is het mogelijk dat de gewaardeerde auteur van Kant after Duchamp, een boek dat als geen ander 150 jaar avant-garde wist te doordenken, zich met deze tentoonstelling opeens voegt naar de vlotte slogans van educatoren en marketeers.) illustreren echter de klappen die er uitgedeeld worden.
En ja, het moet gezegd: Voici/Kijk overtuigde niet. De Duve wou de 'Actuele' Kunst aan het ruime publiek gaan openbaren als een toch niet zo hermetische discipline. Intussen lijkt het toch wel overduidelijk dat dit wel het geval is, en dit omwille van de theoretische lading, of toch in substantiële mate. Wat echter niet veronderstelt dat een waarderend kijker de theoretische basis dient aangereikt te krijgen om enige vorm van appreciatie of waarde te gaan ontwikkelen voor het object an sich.

Het opzet was de bezoeker te overtuigen dat het kunstobject het al altijd over hen heeft gehad en dit doorheen drie thema's: Me Voici/Dit ben ik, Vous voici/Daar ben je en Nous voici/Hier zijn wij. Kortom presentatie en representatie in hun volle glorie. (Enige nuancering is vereist. Heeft actuele kunst het ook wel niet heel erg veel over kunst in het algemeen en het object zelf?) De titels suggereren een natuurlijke band tussen object en kijker, een omarming als het ware maar dan vanuit het kunstwerk zelf, die ene richting, want het kunstwerk spreekt tot de kijker. Komt het echter tot een natuurlijk gesprek? Waarschijnlijk niet. Of hoe verklaar je dat koptelefoons door middel van bezwerende woorden het binnenoor van de kijker hoeven te kietelen? Waar is die uiteindelijke absolute relatie, het alleenrecht van kijker en object, naartoe, als er een derde actor het canvas bewandelt?

De inkomhal was het startpunt van het parcours, Me voici/Dit ben ik, en ze toonden zich met of zonder voetstuk, de rode draad doorheen dit hoofdstuk. Manzoni en Duchamp, weggestopt, ergens tussen twee zuilen, middenop de trap naar de eerste rotonde. Twee kanjers van werken die het juist voorbijgestapte veld, rijk aan elkaar confronterende beelden en enkele expliciet duidende werken, overschaduwen. Wat staat die Manzoni daar nu te doen, dat ding heeft een functie, eentje die de toeschouwer beter aan den lijve zou ondervinden, nu ja er is nog altijd iets als conservatie, behoud dat leidt tot een stille dood van het object, nooit ofte nimmer meer terug te vinden in de oorspronkelijke functie, en als een of andere vreemde zeeaal die besproken wordt doorheen het speakersysteem in een aquarium aan de zee, lonkend naar vrijheid. Het voetstuk zou die kijk-bezoeker de enige echte dé-clic gegeven hebben.

Het parcours en de achterliggende tactische overwegingen bevatten tal van dubbelzinnigheden. Of wat dacht je van dit: om de natuurlijke band tussen kijker en object wat te helpen leek het gunstiger om van de tentoonstelling geen show te maken, dit door van een aantal kunstenaars niet de meest gekende of representatieve werken te etaleren (Mondriaen). Een zinnige redenering, ware het niet dat er nog altijd iets bestaat als naamplaatjes. De regelmatige museumbezoeker zal ooit wel al eens het kijkgedrag van de andere onder de loupe genomen hebben. Daaruit blijkt dat naar alle waarschijnlijkheid de wandelende kijker zich kort fixeert op een werk, om dan het naamplaatje te bekijken, en pas dan de echte confrontatie met het werk aangaat. Het is dus nogal nutteloos om als je de naamplaatjes laat hangen, niet evidente werken van die ene of andere te kiezen. De neutralisatie van de tactische overweging ligt dus volledig bij het niet doordenken van de strategie.

Kijk/Voici is, ondanks wat er misschien beweerd wordt, geen tentoonstelling met een vernieuwend concept. Kunst kan niet meer naar periode getoond worden, nee, het thema staat aan het roer van de overwegingen van de curator, zoals Hoet graag speelt met confrontatie, nu opnieuw met de tentoonstelling Tuymans - De Keyzer. Komt men dan niet ongewild tot de confrontatie, relatie van de kijker en een verzameling van objecten, werken? Wie spreekt er dan uiteindelijk: de curator of het kunstwerk zelf? Of is deze vraag al teveel gesteld?
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie