Frank Vercruyssen levert een bewonderenswaardige prestatie met deze monoloog van bijna drie uur slechts onderbroken door enkele nicotinepauzes en wat muziek. Frank deed er met veel charisma alles aan om me te blijven boeien, al vraag ik me af of zijn soms onnatuurlijke spreekpatroon gewild was. Enkele momenten had ik de indruk dat hij zijn tekst stond af te rammelen, maar meestal kreeg zijn betoog daarna weer een aanstekelijke intensiteit.
Inhoudelijk probeert Vraagzucht kleinmenselijke verhalen, zoals bijvoorbeeld het schitterende stuk van Kureishi over vier blauwe stoelen, te combineren met bedenkingen over of vermeldingen van enkele actuele wereldproblemen. Vormelijk is de monoloog behoorlijk heterogeen, er wordt uit verschillende taalregisters geput. Sommige fragmenten vallen bijvoorbeeld door een nogal stroeve schrijftaal die Frank dan zo natuurlijk mogelijk mag proberen laten klinken.
Naar mijn mening verdient ook het publiek bewondering, wanneer het de hele tijd geboeid kan blijven luisteren. Ik moet toegeven dat ik daarin heb gefaald. Bij door beelden van militair materieel ondersteund het cijfermateriaal over Irak ben ik werkelijk in slaap gedommeld. Dit spijtige voorval is wellicht het resultaat van een zware werkweek, een hectische rit naar de theaterzaal Monty met ellendige files in Brussel en de moeite om een parkeerplaats te vinden, waardoor ik daarenboven het begin van de voorstelling miste.
Het was verwarrend in te vallen terwijl de zondvloed aan vragen al een tijdje bezig was, maar een vraag zoals “Hoeveel vrienden heeft u op dit moment?” greep me bijzonder naar de keel. Ik heb het moeilijk met het concept of instituut vriendschap, dat mag u weten. Bij andere vragen was mijn emotionele verbondenheid totaal afwezig en leek het of een kameraad een enquête uit een damesblad aan het voorlezen was.
Bij een hele resem vragen omtrent het huwelijk, bedacht ik nog veel te jong, dom en onervaren te zijn voor dit soort theater. Hier mag iedereen die wil aan toe voegen dat ik dan zeker te jong ben om er over te schrijven, maar het spijt mij, ik doe het blijkbaar toch.
Al maak ik soms blunders, ik ben ook geen volslagen malloot. Wanneer Frank Vercruyssen begon te vertellen over de verjaardagstaart voor Scottie, herkende ik "A small good thing” meteen, het kortverhaal van Raymond Carver. Als ik me weer niet vergis, gebruikt Robert Altman dit verhaal ook in zijn film ‘Short Cuts’. Vanaf de eerste herkenning kon ik echt puur beginnen genieten van Frank’s speelstijl.
Ik kreeg het warm, wanneer ik bedacht hoeveel plezier een belezen, ‘oudere’ man of dame aan deze voorstelling zou beleven, als een bijna nostalgische jukebox. Het viel me echter ook op hoe in deze monoloog het verhaal abrupt in het midden wordt afgebroken, zodat weer andere vragen konden worden aangesneden. Zonder dat de clou van Carver’s kortverhaal werd verteld.
Uiteindelijk deed ik niet echt de moeite om echt ontroerd of opgewonden te geraken door de monoloog (even dacht ik aan het woord preek) van Frank Vercruyssen. Ik probeerde deze ervaring dan maar te beleven zoals Peter Sloterdijk televisie beschrijft: een oefening in onverschilligheid. Dus, werd de voorstelling voor mij iets kleins en breekbaars, maar ook wat onbeduidend.
Als theatervoorstelling schat ik ‘Vraagzucht’ dus niet zo hoog in, al moet ik toegeven dat het mantra van vragen me nog een heel weekend heeft achtervolgd. Hoe zit dat nu weer met die vriendschap? Praat ik het liefst over relaties waarin ik of iemand er een eind aan maakte? Ben ik geflitst, toen ik met hoge snelheid de vertraging van de files probeerde in te halen om op tijd in de theaterzaal te geraken? Hierbij moet dan wel opgemerkt worden dat het gaat om mijn eigen kleinmenselijke bekommernissen en onzekerheid, en niet om een ergernis om die onvermijdelijke oorlogsspiraal.
Mijn slotbalans houdt het dus op een mislukte oefening in onverschilligheid.






