Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
TF 2003 - SCHREEUWEN ZONDER GELUID
datum 06.09.2003
rubriek Podium
Een duidelijk verband tussen de praktijken van de dadaïsten en de performers uit de jaren zeventig was de scheiding tussen kunstenaar en publiek, dit in tegenstelling tot de happenings uit de sixties. Het was niet langer de bedoeling de toeschouwers te betrekken in een collectieve, rituele roesbeleving. Er werden nog wel rituelen opgevoerd, maar ze hadden net als bij de dadaïsten eerder een provocatief karakter. Michel Journiac bv. bood het publiek een pudding aan, die hij met zijn eigen bloed had gemaakt ('Messe pour un corps', 1969).
Begin jaren zeventig analyseerden kunstenaars als Gina Pane zichzelf met het mes, letterlijk en figuurlijk. Er werd in het eigen vlees gesneden om zichzelf te confronteren met angst en de grenzen van pijn-drempels, niet zelden in de hoop die angst te 'overstijgen'. De Franse kunst-criticus, Francois Pluchart, noemde dit 'risk as the practise of thought', wat volgens hem een gemeenschappelijk kenmerk was van de 'performance and body art' uit die periode. De kunstenaar als martelaar, als offer.

Het gevaar opzoeken. Chris Burden en Marina Abramovic gingen hierin erg ver. De 'dood' werd uitgedaagd, bijna tastbaar gemaakt. Dat de aard van de beoogde catharsis bij het publiek nogal kon verschillen met wat wij er doorgaans onder verstaan, werd duidelijk met Abramovic's performance 'Rhythm 0' (1974). In een galerij in Napels presenteerde ze zichzelf, liggend op een tafel naast 72 objecten, waaronder een zweep, een geladen revolver, een mes en een rozetak. Het publiek werd de galerij ingelokt met de uitnodiging dat ze vrij waren om te doen wat ze wilden. Na 16 uur werd de performance stopgezet, ze was ontkleed, in de nek gesneden en van een doornen kroon voorzien...

Het lijkt op een extreme versie van Yoko Ono's 'Cut Piece' (1964), een 'fluxus-event' waarbij het publiek voorgesteld werd om haar de kleren van het lijf te knippen, wat een aantal jongeheren in maatpak niet aan zich voorbij lieten gaan. Ono vertelde later dat een aantal van haar mannelijke collega's (uit de 'Fluxus-beweging) dit werk verwierpen 'for being animalistic'. Ono beschreef haar 'events' als 'dealing with oneself' in tegenstelling tot het 'get-togetherness' van de meeste happenings.

In 'Sonic Boom' komen een aantal elementen uit deze geschiedenis duidelijk op het voorplan tijdens de martelspelletjes die de performers/dansers worden opgelegd door 'Simon'. "Simon says: cut your chest." De jonge danser deed dit ook effectief en hoewel het op een voorzichtige wijze gebeurde, hoorde ik het meisje dat naast me zat, eventjes zenuwachtig zuchten. De betekenis van de dwingeland 'Simon' is zo breed als de oceaan en toch herkenbaar. Hij is 'Big Brother' of het patronaat, de regisseur, onze oompjes met vieze gedachten, het slechte vriendje of het zogenaamde beestje in en rond ons. We hebben het al eens eerder gezien of gehoord en het wordt stilaan vervelend en weinig hallucinant. Maar blijkbaar niet voor het meisje dat naast me zat.

Ik vraag me af of je zo'n 'acties' wel kan theatraliseren. Het gebeurt wel 'in real time', maar het risico is fake.

Allesbehalve fake is de stem van David Eugeen Edwards, die man kan zelfs het weerbericht indringend laten klinken. Een van zijn meeslepende songs ondersteunde wat voor mij het mooiste 'dans-moment' uit de voorstelling was. De duo's die elkaar opvangen, net voor ze op de grond vallen. Daarvoor hadden de dansers van Ultima Vez de slepende monotonie van de voorstelling al onderbroken met een wild partijtje 'folk and sports dance'. Steve Paxton, integreerde laatsgenoemde ingrediënten al vanaf begin jaren zestig in zijn presentaties van zijn onderzoek naar de bewegingen van het 'alledaagse'.

Alledaags is het verhaaltje van 'Sonic Boom' niet te noemen, maar het is wel wat cliché. Kortstondige minnaars van enkele zwoele nachten, ontmoetten elkaar reëel of virtueel (wat maakt dat uit in een theatervoorstelling?), na enkele decennia die gekleurd werden door afstand en verlangen. En teksten over 'verlangen', daar kent Verhelst wel iets van, maar ik vraag me af of de man niet aan productiedwang lijdt. Bij momenten leek zijn tekst op een pastiche van zijn vroegere theater-teksten, gelukkig was er ook het tegengewicht van 'de eenvoud van woorden op zoek naar vervoering'.

Maar zelfs de ironische DJ van het radio-station 'Sonic Boom', kon bovenvernoemde elementen niet aan elkaar monteren. Alles bij elkaar, een weinig verassende voorstelling met een paar piek-momenten.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie