Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Robin Dhooge:
Ça serait si beau...
Rodrigo Garcia, La Carnicería Teatro, Madrid. (zaal Monty, 23 & 24 mei 2003)
The power of love.
‘People don’t take trips, trips take people.’
TF 2003 - SONIC BOOM
datum 06.09.2003
auteur Robin Dhooge
rubriek Podium
Op zo’n trip doorheen de werelden die Wim Vandekeybus steeds weer oproept laat ik me in principe graag meetronen.  Zeker wanneer eerbiedwaardige grijsaards als Titus Muizelaar, Kitty Courbois en Joop Admiraal mee hun opwachting maken.  Voeg daar nog een tekst aan toe van Peter Verhelst, muziek van David Eugene Edwards (Woven Hand/16 Horsepower), en zo’n samenwerking tussen dansers van Ultima Vez en de acteurs van tg Amsterdam moet haast wel ongeziene vonken opleveren, toch ?

Het lijkt een van die zwoele zomeravonden.  In het schemerduister waren eenzame zielen rond die de slaap niet kunnen vatten.  De nachtradio voelt met hen mee en scheldt hen uit, creëert doorheen de ether een weerbarstige pseudo-verbondenheid in deze luie hitte. 

Op zoek naar prikkels, een intensiteit die hun bestaan nieuw leven kan inblazen, worden de onverschillige zwervers neergeslagen door de dwingende mokerslag van een vliegtuig, dat zich een weg baant door de geluidsmuur.  Ze kijken er amper van op.  Tijdens een sinister ‘Simon says’ spelletje van de machtsgeile nachtelijke deejay laat een man zich willoos in elkaar slaan.  De rode striemen op zijn lichaam zijn duidelijk echt. Het haalt niks uit, toch snakt hij naar meer, en probeert uiteindelijk zijn polsen over te snijden.  Dansers spuwen elkaar steeds weer in het gezicht, er wordt geschopt, geslagen, een druppel bloed stroomt langzaam langs een borst naar beneden…  Als je er recensies over Fabre, Vandekeybus of Platel op naleest lijkt het er de laatste tijd een beetje op dat het succes van hedendaags danstheater afgemeten wordt aan het aantal toeschouwers dat voortijdig de zaal verlaat.  Bijna altijd onterecht: de poëtische spankracht die opgeroepen wordt in deze voorstellingen vindt nu eenmaal grotendeels haar oorsprong in het bewust opzoeken en aftasten van grenzen.  Grenzen van lichamelijkheid, emoties en intuïtie, waar niet iedereen zich gemakkelijk bij voelt, natuurlijk, maar toch houden deze theatermakers zich per definitie ver van het opzoeken van gemakkelijke shockeffecten of provocaties.

Daarnaast bevat de voorstelling ook meer ingehouden passages.  Haast onopgemerkt geeft iemand de strijd op, en springt over de reling van een brug.  Joop Admiraal waagt zich aan een paar schuchtere danspasjes, het lijkt alsof hij elk moment door zijn oude, magere knoken kan zakken.  Zeldzaam mooie momenten.  De acteurs bezweren het verhaal van een ontmoeting, die veel weg lijkt te hebben van een moment vol intens geluk en samenzijn, maar eigenlijk uitmondt in een mislukte zelfmoordpoging.  Toch leveren de kansen die Vandekeybus aanreikt om dansers en acteurs een ander medium te laten verkennen amper het resultaat op waar ik in deze samenwerking met het theatergezelschap op gehoopt had.  Waar het deze hele voorstelling naar mijn gevoel aan ontbreekt is dramatische opbouw, wat mee veroorzaakt wordt door het feit dat dansers en acteurs elkaar letterlijk voor de voeten lopen.  Dynamische choreografische momenten worden onderuitgehaald door de statische, onbeholpen aanwezigheid van de acteurs op de scène.  Dialogen missen dan weer hun impact omdat dansers zonodig de aandacht moeten afleiden met hun geschuifel.  Blush, de vorige creatie van Ultima Vez, was gewoon helemaal àf.  De choreografie op dreigende muziek van Edwards vloeide naadloos over in de teksten van Peter Verhelst, de videobeelden en het decor maakten op een verbluffende manier integraal deel uit van de voorstelling, elk hoekje werd verkend in een gevoelsmatig, zinderend geheel.  Alles werkte perfect op elkaar in, een krachtige symbiose die hier wat mij betreft niet herhaald wordt.

In gedachten droom ik weg, vluchtend in de videobeelden van Barbed Hulla (2000), gemaakt door Sigalit Landau uit Jeruzalem, en tijdens Het Theaterfestival te zien in de wandelgangen van deSingel in het kader van Urbanmag’s Borderlines tentoonstelling.  Schuimende golven spoelen aan, er wordt een sfeer opgewekt die rust en intense beleving combineert.  In de branding staat een lichaam, waarvan het gelaat ons ontzegd wordt. Tevergeefs probeert zij een hoepel draaiende te houden om haar middel, het onding is gemaakt van vlijmscherp, striemend prikkeldraad.  De pijn, het fysieke geweld roept een stroom van connotaties op, zowel op persoonlijk als politiek vlak, die in schril contrast staat met de leegte die het grootste deel van de avond rondwaarde op het podium een paar meter verder.

Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie