Joris en Jan als theatermakers, maar ook als personages. Joris zit bovenop vijf hoge krakkemikkige kasten. Boven zijn stoel hangt een ouderwetse lampenkap. Er klinkt muziek die van een LP lijkt te komen. Joris kijkt geamuseerd naar het publiek. Een zonderling op zolder? Hij begint aan een snelle monoloog over zijn ouders die een muur tussen hen in het huis hebben gebouwd. Zelfs de foto van Joris hebben ze in tweeën gescheurd en eerlijk verdeeld. De jongen vertelt dat hij van niemand wil houden, omdat dat alleen verdriet doet. Net op dat moment valt Jan vanuit een boom naar beneden, recht één van Joris’ zolderkasten binnen. Hij vergeet zich aan het publiek voor te stellen, zo energiek vertelt hij over Marijke, die hij vanuit zijn boom zat te begluren.
Joris is de denker van de twee jongens, hij wil zich het liefst terugtrekken op zijn zolder en gerust gelaten worden met zijn boekjes en zijn verbeelding. Op zijn kasten op zolder. Jan is een extroverter type en springt de hele tijd over het podium. Hij praat honderduit over zijn moeder miss framboos en over haar minnaar van donderdag. Hijzelf droomt hardop over het nu al geplande huwelijk met zijn Marijke met pijpenkrulletjes. Als blijkt dat Joris Marijke gekust heeft, kan zelfs deze vriendschap dat even niet meer aan…
Zelfs als het gaat over afwezige vaders, demente grootouders of pesterijen op school blijft de voorstelling erg luchtig. Deze onderwerpen worden door de grappige tekst en de speelse acteerprestaties niet onnodig zwaar. Het is eerder ontroerend te zien hoe de twee jongetjes proberen om te gaan met hun problemen. Hoe ze toch kunnen genieten van het pianospel van de eenzame huilende buurman. De omgeving van Jan en Joris wordt scherp getypeerd. Hun imitatie van de verschillende kinderen en leerkrachten op school is gewoon hilarisch. Zoals Peggy die samen met haar moeder in de zetel zit om sms’jes naar elkaar te versturen, of de juf die het heeft over stopwoordjes, 'ja hé'. De voorstelling is een wervelend geheel van losse sketches, vol speelse invallen, subtiele taalspelletjes en pittige details. Jan heeft van alle 128 meisjes op school een foto en bijbehorend dossier, maar hij zegt 129 keer tegen Joris dat die zijn beste vriend is.
De kleine jongens uit de voorstelling zijn misschien niet zonderling omwille van de dingen waar ze zich mee bezig houden, de speelse creativiteit en aanstekelijke humor van de grote jongens maakt van hen een apart paar. Twee theaterdebutanten met een voorstelling die meteen voor het theaterfestival geselecteerd wordt. Dat schept verwachtingen voor hun toekomst.






