Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Michael Vergauwen:
Effe binnenwippen
Theater Zuidpool herneemt Arne Sierens' Colette (Mouchette)
“Voor mij een pakske cultuur met mayonaise. Om mee te nemen alstublieft.”
CULTUUR ALS MARKT
datum 02.09.2003
rubriek Curiosa
De cultuurmarkt in Antwerpen op de laatste zondag van de zomervakantie was een succes. Of dat is alvast wat de media ons willen doen geloven. Het spreekt voor zich dat de honderdduizend nieuwsgierige bezoekers en de lange rijen wachtenden voor de kleine theatertjes hierbij als enige indicatoren voor dit succes kunnen gelden. Maar geldt dit niet voor elke markt?
Het doet inderdaad een beetje raar, dat cultuur-shoppen. Al die cultuur ligt daar uitgestald in kraampjes, en de verkopers wenden alle middelen aan om potentiële klanten naar hun cultuurtempels te lokken. Laat u vooral niet misleiden: kunst gaat niet om het veranderen van de wereld of het openen van de ogen, cultuur is niet dat hoogste goed dat van ons ieder, kunstminnaar of –enaar, een beter mens maakt. Kunst is een product op een markt, op zoek naar wie haar kopen wil.

En daar lopen we dan, de ene illusie na de andere achterlatend, op die grote cultuurcorrecte Delhaize. Je hebt nog maar net de ene folder geopend, of drie nieuwe folders worden je vriendelijk agressief in je handen geduwd, terwijl een fanfare luidruchtig de aandacht trekt en met een spandoek duidelijk maakt dat hun theater is verhuisd. “Ons theater verhuist, u verhuist toch mee?” De geur van frieten lokt ons naar een kraam. Het is een gezelschap dat frietjes bakt met mayonaise of met ketchup. Werkelijk álle middelen zijn goed om een bepaald theatergezelschap bekend te maken (Maar welk gezelschap was het ook al weer?) Om de haverklap valt ook van alles te winnen. Hier win je een jaarabonnement voor een cultureel centrum, daar doe je mee aan een wedstrijd om kans te maken op de cataloog van een museum.

Maar gelukkig is er niet enkel de markt. Er is ook gezorgd voor een heuse programmatie. Een aantal kleine theaters zet immers de deuren wagenwijd open en zo kunnen we genieten van een reeks theatrale en muzikale toonmomenten. Jenny Tanghe in het Fakkeltheater. Dat willen we toch allemaal zien. Een man leidt haar in, vermeldt waar er kaarten voor de “echte” voorstelling te koop zijn, en Tanghe zwaait vrolijk naar het publiek en toont vervolgens hoe zij een theatertekst de eerste keer doorneemt. “De rest van de monoloog moet je maar zelf komen beluisteren”. An Nelissen laat vervolgens haar vagina even monologeren. “Maar als je wil weten hoe dit allemaal verder gaat, moet je maar komen kijken”. Maak hier je proefrit. Doe de test. Neem gerust een kijkje en koop. Niet tevreden, geld terug. U kijkt toch ook?

Of misschien overdrijven we wel. Want is de term ‘cultuurmarkt’ eigenlijk wel een contradictie in terminis? Is de culturele sector niet sowieso een markt, waar je het hele jaar door shopt en past en keurt en koopt en verkoopt. Is ook de culturele markt niet gesegmenteerd (voor elk wat wils, ieder zijn soort cultuurhuis)? Dus als de culturele sector – al is het niet ‘bij uitstek’ maar wel ‘sowieso’ – een markt is, is een “cultuurmarkt” zoals die in Antwerpen werd georganiseerd dan niet overbodig? Wie een blik bonen wil kopen, gaat toch ook rechtstreeks naar Delhaize (of moet er zoiets bestaan als een winkel waar je te weten komt dat men in Delhaize een blik bonen verkoopt?!)

Anderen beweren dan weer dat de cultuurmarkt juist nodig is voor wat dan de drempelverlaging wordt genoemd. Als de mens de cultuur niet opzoekt, dan gaat de cultuur maar zelf op zoek naar de mens (en dat het doel de middelen heiligt bleek alvast op voortreffelijke wijze op deze cultuurmarkt). Kunst moet in deze denkwijze toegankelijk worden en een markt kan inderdaad helpen om Jan met de Pet of Jozefien met de Sigaar naar een culturele tempel te lokken. Toch moet opgelet worden met deze redenering want op deze cultuurmarkt krijg je maar een heel klein deel van het grote culturele aanbod te zien. En het gaat dan nog vooral om culturele evenementen die sowieso bekend staan om de lage drempels. Een musical, of een monoloog van Jenny Tanghe. De leuze “een goed product verkoopt zichzelf” houdt natuurlijk geen steek, maar in de culturele sector moet je inderdaad een beetje moeite doen om het Betere Product te vinden. En daar kan ook een cultuurmarkt niet, en zelfs niet een beetje, bij helpen.

Maar alle gekheid op een stokje. We zouden te pessimistisch worden, want er waren zondag in Antwerpen ook – om maar iets te noemen – de gasten van Cream&Spices die ons trakteerden op een intens en ontroerend mooi stukje muziek (aanwezig publiek: 42 van de 100 000), én er was het grandioze Porror III van Ontroerend Goed (aanwezig publiek: 250 van de 100 000), én het regende de hele dag heerlijk, én er waren ongetwijfeld nog honderd en vijf kijk- en luistermomenten die wij net niet hebben gezien. Een mens zou er haast optimistisch van worden.

En zo zijn we, moe van al dat schoons, ’s avonds laat nog een frietje gaan eten in de N°1 (volgens elke Antwerpenaar hét Frietkot van hun metropool). Vroeg de frituurvrouw ons of we veel cultuur aan de man hadden gebracht die dag. “Nee mevrouw”, antwoordden we beleefd, “wij komen hier enkel verslag uitbrengen”. “Wel”, ging deze innemende dame verder, “schrijf maar dat in dees frituur nog de meeste cultuur te krijgen valt. Én de grootste cultuurschok”. Pijnlijk genoeg konden we haar geen ongelijk geven…
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie