Een gedeeltelijk en voorlopig antwoord op de eerste vraag vond ik in het programmaboekje van het 'ro theater' voor het komende seizoen. Cassiers wordt daarin ondervraagd door zijn collega-regisseur, Alize Zandwijk, en sommige van zijn antwoorden zijn als het ware metamorfosen van Proust's kunsttheorieën. Hij zegt o.a. het volgende: "Het gaat mij om een herdefiniëren van de werking van de zintuigen, hoe je als mens je eigen realiteit construeert." Dat laatste was volgens Proust de belangrijkste 'roeping' van een kunstenaar (en volgens Beuys bezit eenieder die potentie), nl. een eigen realiteit, een 'oorspronkelijke' wereld creëren die de ogen van de mensen zou openen, hen doet terugkeren tot hun 'moi profond' die onder vele, o.a. klasse-bewuste, lagen is begraven. Zodat het individuele en het 'algemene' in elkaar vloeien en elkaar opheffen. Was Proust een mysticus? Best mogelijk, maar hij was vooral op zoek naar de wetmatigheden die onze levens bepalen, de zich herhalende patronen die in de voorstelling van Cassiers duidelijk naar voor werden geschoven. Cassiers en zijn medewerkers hebben Proust en de theoretische bespiegelingen over zijn werk aandachtig bestudeerd en het resultaat daarvan werd soms iets te didactisch, maar alleen voor diegenen zoals ik die de context kennen. Maar dat neemt niet weg dat ook ik me liet bedwelmen door de poëzie van de tekst en de sterke vertolking ervan door de acteurs, het timbre van de verteller had m.i. zelf geen muzikale ondersteuning nodig. Hiermee bedoel ik niet dat de muziek overbodig was, voor Proust was muziek immers levensnoodzakelijk, wat Herman Gilis als Swann op een ontroerende manier duidelijk maakte aan het einde van de voorstelling. Daarenboven illustreert het, en dit bedoel ik positief, de thema's herhaling en herinnering. Muziek kan bovendien zo indringend zijn dat het een onuitsprekelijk genot veroorzaakt en ons volgens Proust van 'een eeuwigheidsbelevenis' laat proeven.Conclusie: Cassiers is, zoals Alain De Botton, ervan overtuigd dat we van de Marcel wel iets kunnen leren.
Waarom ben ik gaan kijken? Omdat Proust een virtuoos taalkunstenaar is en ik mezelf de vraag stelde of je zo'n werk wel op een podium kan zetten. Welke thema's en fragmenten kies je uit zo'n omvangrijke, oververzadigde brok literatuur? Het voordeel van dit werk is dat Proust het zelf beschouwde als een montage van fragmenten zonder lineaire plot, die de lezer of redacteurs van
literaire tijdschriften niks oplegt. In die zin is de 'recherche' een voorloper van Cortazar's hinkelspel:
'Rayuela'. Bovendien hief Proust in zijn werk de zogenaamde tegenstellingen op tussen 'creatieve'kunst en niet-creatieve kritiek (cf.Musil), creatie en kritiek waren volgens Marcel niet te scheiden, en daar kunnen een aantal pretentieuze 'kunstenaars' ook wel iets van leren.
Kan je al deze gelaagdheden in een theaterproductie aan bod laten komen? Nee, maar dat hoeft ook niet, je moet keuzes maken en Cassiers is daar mooi in geslaagd. Maar als ik naar het theater ga, wil ik vooral mensen op een podium iets zien doen en daarom vond ik het eerste deel (voor de pauze) iets teveel 'cinéma', hoewel het gros van de beelden 'in real time' werden gefilmd. Dit werd evenwel goedgemaakt na de pauze, waar we in het begin knap samenspel zagen en waar de podiumruimte mooi werd ingenomen zonder gefilmde beelden. Naar het einde toe werden de caleidoscopische lichtbeelden,
waarvan we de patronen ook zagen op de kostuums, m.i. weer iets te dominant. Ik snap de bedoeling
wel (Proust's werk als een optisch instrument), maar dat is m.i. weer iets te didactisch.
Al bij al een mooie, subtiele en intieme voorstelling. Ik zag alleen blije gezichten toen ik terug naar huis ging.






