Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Oscar Gonzo:
Lokerse Feesten, Patersholfeesten (Gent), Halfoogstfeesten (Opwijk), Stubnitz (Brugge)
Dour pour toujours!
How low can you go ?
OSCARITEITEN OP DOUR 2003
datum 16.07.2003
auteur Oscar Gonzo
rubriek Curiosa
Dag één na Planet Dour…over een crashlanding gesproken, dit moet de ground zero zijn van de after-dagen na een zwaar festival. Met alle moeite van de wereld proberen te achterhalen wat er de laatste vier dagen zich allemaal afspeelde voor m’n ogen, heel moeilijk, het lijkt allemaal één lange dag geweest te zijn, een dag waar de zon toevallig drie keer onderging en opkwam, en hoe! Voor een keer was het niet louter overmatig drank- en druggebruik die de modale Dourganger tegen het dek aan kwakte, maar wel de zon, die wel heel erg reprazent was de laatste dagen.
Na in de zinderende file gestaan te hebben van de rand van Gent tot ergens diep in Bergen waren Rukke Doemp, Freaky Punk en ik al danig uitgeput aangekomen in dat rare gat aan de rand van het land, ongeveer gelijktijdig met Pitrak en Soya. Ons grote geluk was dat we al meteen de rest van de gang troffen aan de overkant van de hekken, waar de Bende van Brakel en aanverwanten het kamp hadden opgeslagen, helemaal in het uiterste hoekje van de camping, maar wel lekker onder de bomen. Na onze tenten en rugzakken kogelslingergewijs naar de overkant gegooid te hebben, mits wat behulpzame acrobatie van Sisky, konden we fluitend, met den handen in den zakken, naar de ingang wandelen, waar mij meteen tebinnen schoot dat de persregistratie helemaal aan de andere kant van het dorp lag. Enfin, na een héle lange wandeling, een door zweet doordrenkt gevloek in beginners-Frans toch braafjes met het festivalbusje afgezet aan het terrein, met een bandje om m’n arm waar ik de volgende vier dagen geen enkel ander profijt uit zou halen, il faut le faire.
Niet van plan zijnde een schoonheidsprijs af te dwingen bij het opzetten van m’n tent maakte ik me daar bijzonder snel van af, om bij het naar binnen kijken meteen herinnerd te worden een voorval van het vorige jaar, toen Pitrak bij het betreden van de tent op een volle bus chocomelk ging staan en een metersverre explosie van chocomelk veroorzaakte, waarvan het merendeel in m’n tent terechtkwam. De beschrijving van hoe opgedroogde chocomelk er na één jaar aan de binnenkant van een tentzeil uitziet bespaar ik u liever.

De eerste passen op het terrein, trage start, de vodka-orange nog wat te slap gefabriceerd, daar is nog werk aan, even een glimps opvangen van Alec Empire goes electro, de allereerste joint paffen bij DJ Vadim & Russian Percussion, mooi maar te rustig, er moest en zou al vroeg gedanst worden, wat daarna toch even lukte bij de semi-live-set van ons aller Marky, de vingervlugge drum&bass dj uit Brazilië, ook al ging het wat ons betreft allemaal wat te traag, wat meneer goedmaakte door uren later nog een dj-setje te spelen, tot groot jolijt van allen, aangezien er iemand, naar ik vermoed dj Fabio, z’n kat gestuurd had. Tegen die tijd, het moet al voorbij één uur ‘s nachts geweest zijn, kon je geen pas meer zetten op dat hele enorme terrein of er werd gedanst, werkelijk overal waar je kwam of keek werden de beentjes vrolijkt gestrekt, typisch voor dag 1 van Dour, als King Beat regeert, en Vrouwe Dope als een woeste euforiegolf over het terrein en door de hoofden raast. Bijzonder memorabel was die nacht nog de set van onze favoriete Vetzak van het Jaar, Radioactive Man, die electro zo vet maakt dat ze om het uur de boxen moeten kuisen en het vervaarlijk glad begint te worden op de dansvloer, wat altijd wel leuke danspasjes oplevert, met de bende weer compleet, ook zo’n leuk randverschijnsel op Dour, je kan toekomen met een bende van 10 mensen, binnen het kwartier ben je zowat iedereen kwijt in de gekte, de volgende uren kom je elkaar tegen en passant, allen druk in de weer, om elkaar dan uren later weer in groep aan te treffen, de ene nog zatter of geflipter dan de andere, maar allen vollen bak in vorm.

Rond 5 uur ‘s morgens leek de handel daar zowat gedaan te zijn en zaten we met z’n allen onzin te verkopen op de bankjes van het centrale plein. Waarom weet ik niet maar er verdween een stuk van een pil in m’n mond, terwijl ik dan al dacht "om 5 uur ‘s morgens nog, waar is dat nou voor nodig ?". En inderdaad, écht nodig was het niet, op de camping zelf, bij de Leegfeesttent was het nog relatief kalm, de enkele scheve bekken konden hun energie enkel kwijt op muziek van de lokale radio, wat hen niet deerde, als het moet dan moet het, enkelen stonden zelfs te dansen op de tonen van het radionieuws. Gelukkig begon er rond acht uur iemand op een olievat te drummen, waar we dan met z’n allen rond gingen staan heupwiegen en proberen elkaar nog recht te houden in deze wereld die door een of andere komeetinslag plots scheef bleek te staan.
Later zelf maar aan de eigen tent gaan hangen, dikke toepen roken om toch op z’n minst in staat te geraken om me enkele uren neer te leggen in m’n chocotent, wat niet van een leien dakje ging, maar dat kan van meerdere mensen uit de groep gezegd worden, eentje heeft die nacht de tent niet teruggevonden, een ander moesten we bij armen en benen tot in haar tent dragen, en nog enkelen arriveerden ongeveer op het moment dat de eersten alweer opstonden.
Dat opstaan, een paar uur later, gebeurde in stijl, met een stevige slok sangria, en watermeloen die een dag of twee in Vodka gemarineerd was, voeg daar nog een joint of drie bij en je kan al raden dat de namiddag snel gevuld was, zonder dat daar voor de rest nog veel moeite voor gedaan moest worden. Sisky en Sharlo deden het op hun eigen manier, door een hele space cake, die ik voor de lol aan hen gaf ("om voor 200 euro te verkopen aan een doorflippende Duitser"), maar die zij tegen alle verwachtingen in, maar ook weer niet, meteen tot de laatste korrel achterovergooiden, de ene viel er van in slaap, de ander liep de hele dag lang gekke praat te verkopen, onbekenden belachelijk te maken en grappig heen en weer te zwalpen, maar voor de rest viel er niet veel verschil (voor en na cake) uit haar gedrag op te maken, "just another freak in the freak kingdom".

Nu goed, die tweede dag ging niet zo vlot, sommigen onder ons waren de nacht ervoor al zo zwaar doorgevlogen dat het de eerstvolgende dagen niet echt meer helemaal recht getrokken kon worden, ik niet in het minst. Van die hele vrijdagnamiddag dan ook maar één optreden gezien, dat van lo-fi cultfiguur en halve gare Daniel Johnston, die zo vals zong en dermate onmelodieus op z’n acoustische gitaar rammelde dat het pijn deed, ondertussen z’n lichtjes adolescente teksten neuzelend met een stem die absurd jongensachtig klinkt, zeker als je er het beeld bij krijgt van een zwaarlijvige, grijzende vijftiger. Hoe slecht het wel niet klonk, Johnston had iets, maar vraag me niet wat. En toen hadden we het wel weer eventjes gezien, terug naar de tent voor een siësta om zeven uur ‘s avonds, weer enkele uren liggen puffen, proberen een droge boterham te eten, daar een half uur mee bezig zijn, en dan maar aan de pastis beginnen, wat m’n hoofd toch een beetje wist op te klaren, "bevecht het kwaad met het kwaad", ik had het m’n moeder graag horen zeggen op zo’n moment, dan zou ik ook eens geluisterd hebben.

Puur op het vlak van optredens kan ik de rest van vrijdag makkelijk samenvatten : bijna in een coma gevallen door iets te lang naar King Crimson en hun lang geleden bevlogen space age gitaarriffs te luisteren, even tussen een heel leger angstaanjagende zwartjassen gestaan die naar heel koude sombere muziek aan het kijken waren, wat het precies was weet ik niet meer, en daarna gelukkig nog het optreden van de dag gezien, misschien zelfs van het weekend, opnieuw een waanzinnig strakke Jaga Jazzist, die uiterst originele Noorse nu-jazz fanfare, die gerust elke week in m’n kamer mogen komen optreden, al was het maar omdat ze op plaat altijd zo mak klinken.

En tot daar mijn herinneringen van vrijdag, die ophielden ergens rond 2 uur ‘s nachts, en die terug begonnen op zaterdag rond 10 uur ‘s morgens, op de camping. Ongetwijfeld nog vanalles gezien aan de afterpartytent, veel uit m’n nek staan lullen door overmatige cake consumptie, en vooral wanstaltig veel pastis gedronken, van zo veel ben ik nog zeker, maar al de rest? Pure speculatie. Erger nog, ik kon me zaterdag niet eens herinneren dat ik überhaupt geslapen had, het gevoel, de zattigheid en extreme moeheid waren nog dezelfde, alleen bleek nu een nieuwe dag begonnen te zijn, iets wat ik me die hele zaterdag lang maar niet kon voorstellen, wat mij betrof was het nog steeds vrijdag. Het enige wat die twee dagen nog enigszins uitelkaar kon halen was de temperatuur. Daar in de koelte van de bomen op ons rustige campingplekje viel het niet zo op, maar eenmaal met een vriendin op weg om aan de andere kant koffie te gaan drinken, kwamen de echte zonneklappen. Dertig graden op Dour is iets wat ik niemand toewens, zelfs m’n ergste vijanden niet, of toch een paar dan. Het was echt onmenselijk, meteen teruggekeerd, m’n matje tussen twee windwerende tenten gelegd en verder liggen puffen voor een paar uur, dan weer een kleine zoektocht naar eten gemaakt, aangezien ik me net besefte de laatste 24u slechts één flauwe hamburger gegeten te hebben, bovenop een halve kilo stof. Onderweg botste ik compleet toevallig op Sativo, die daar onaangekondigd arriveerde, met z’n maat Wout, om eens deftig zijn verjaardag te komen vieren op Dour. En eentje om niet licht te vergeten denk ik.
En daarmee was de oude Partycrew van weleer nog eens tesamen op een weergaloos feest, allen behalve een, good old Flippe, die we temidden van al die onverantwoorde momenten moesten missen, vooral dan zijn onmenselijke feestenthousiame als het festivalseizoen weer daar is. Dat hij maar snel weer zichzelf wordt.

En toen was er dus zaterdagnacht. Bonte avond. En volle maan…op Dour…ik had het dagen op voorhand zien aankomen en voelde aan m’n tenen dat dit wel eens een gevaarlijke combinatie kon zijn. Ik wil niks weten van de invloeden van de galaxie op ons leven en welzijn, maar toch is het me de laatste jaren al vaak opgevallen dat een volle maan een extra, beestachtige impuls geeft aan de modale Feester, zo’n lekker dikke witte bol in de lucht.
Aan onze start zal het alleszins niet gelegen hebben, gewapend met 5 liter mojito, een halve liter vodka, 1 liter whisky-cola en een hoop space cake trokken we het terrein op, om al meteen vrolijk uit onzer daken te gaan tijdens Max Romeo ("de Max!") die lekker ouwe reggae en rocksteady te berde bracht, ideaal om de spiertjes los te gooien, en mojito te drinken, die overigens, zo bleek, een beetje straf was uitgevallen, wat zich snel liet merken aan ons overuitbundige en luidruchtige groepsgedrag.
En toch nog opvallend veel en vooral het ene na het andere steengoeie optreden gezien, met gitaren dan nog wel. Allereerst veel te laat The Melvins ontdekt, met de geflipte zanger met z’n grijzende afrokapsel en een soort jurk aan, terwijl de gemeen beukende riffs je om je oren knallen, en niet veel later werd er daar op hetzelfde podium nog een serieuze schep bovenop gedaan met het optreden van een van de duizend nieuwe bands van ex-Faith No More zanger Mike Patton, Tomahawk, toch wel dé podiumact van het festival, ik zou zo’n mens liever niet in huis hebben, met al z’n gedoe en geschreeuw, maar zet hem op een podium en je hebt vuurwerk, knap hoe die gast zichzelf ontpopt tot een ‘multimicrofonist’ en publieksmenner par excellence, het zette zelfs Pitrak aan tot een portie slamdancen, waarna al z’n een tijdje terug opgelopen wonden plots langs alle kanten openscheurden en meneer naar huis kon karren bij het ochtenduur, maar voor de rest, bééstig optreden.
En meteen daarna, met de vingers nog steeds in het duivelsteken geplooid ten hemel gericht kon er ons niets beters overkomen dan Hellfish vs. The DJ Producer, waar enkelen al dagenlang in mythische bewoordingen over spraken, op bijna fluisterende toon, en geheel terecht zo bleek, was me dat even een openbaring, eindelijk hardtek- en breakcoreklanken op Dour, en met succes, de tent stond goed vol, de meesten hadden waarschijnlijk nog nooit zoiets hards gehoord, maar ze gingen desalniettemin collectief uit hun dak op deze orkaan van machinevuurbeats, af en toe genadeloos gebroken door heerlijk noisy onderbrekingen, voor mezelf de laatst mogelijke dansinspanning, aangezien ik stilaan het gevoel kreeg van met ontzoolde voeten over hete kolen aan het lopen te zijn. En helaas, opnieuw moet ik bekennen dat hetgeen erna volgde niet meer zo vers in m’n geheugen zit, alhoewel het nog heel wat was ongetwijfeld, slechts hier en daar restten nog enkele flarden, vooral dan van die ongelofelijk zotte toestanden op de camping. Die lafbekken van de flikken mochten dan wel zware drugscontroles gedaan hebben aan de ingang van het festivalterrein, op de camping leek het er niet echt op dat die actie veel succes gekend had, wel in tegendeel, wat een scheve toestand was me dat daar, nog nooit zo’n massa bizar volk gezien op de afterparty…

Damn, die at random geheugenflitsen…ik herinner me een berg pluimen die voor de partytent lag, m’n zakken, broek en haar vol met pluimen, Rukke die met een drie liter zak rode wijn rondstrooide, ik die volgens mij vergeten was water bij de pastis te doen, Sativo die plots weer opdook, zo weg als een huis, een eindeloze stroom aan enorm grappige beelden die aan zo’n tempo op je afgevuurd wordt dat het onmogelijk is ze allemaal op te slaan, laat staan succesvol te beschrijven, zoals het allergrappigste wat we zagen op de camping, een gast die in een of andere hilarische trip zat en met een defect transistorradiootje aan het spelen was, er kwam alleen nog een lekker ritmisch geklop uit, met dit instrument had hij zichzelf voorgenomen om een onbekend koppel in hun iglotent de hele nacht wakker te houden door voortdurend met z’n kloppende radio rond de tent te sluipen, tok-tok-tok- even een minuutje alles afzetten en het koppel de kans geven te denken dat hij gestopt is, en dan weer gniffelend dichterbij sluipen, op het knopje drukken en…tok-tok-tok… en dat ging zo héél lang door, tot de gast in de tent, na een eeuwigheid van zacht gevloek en geweeklaag met een woeste beweging de rist opengooide en we allemaal wegstoven…wat later stonden Rukke en Freaky frisbee te spelen tussen de tenten, waarbij menig een stormkoord eraan moest geloven, of een van hen languit over een tent viel, terwijl ik onze buurman hoorde verzuchten "is dit nu nog een uur om de mensen wakker te houden?", wat op gelijk welke andere plek een gegronde vraag is om acht uur ‘s morgens, maar niet op Dour, komaan mensen, go with the flow, and the flow goes very low… Ach ja, een mens wil al wel eens vergeten dat er drie categoriën Dourgangers bestaan: diegenen die rustig wat optredentjes gaan bekijken en zodra dat gebeurd is gaan ze pitten; je hebt degenen die zich vier dagen lang volpompen met alle denkbare drugs en er één lange dag van maken ; en ten slotte zij die zich een heel lang weekend lang pampus zuipen, waartoe onze groep voornamelijk behoorde. Het nadeel van deze aanpak is dat je er veel minder herinneringen aan overhoudt, wie drie dagen en nachten na elkaar staat te hijsen, voor een groot deel in de volle zon, en ook nog eens de hele tijd space cake loopt te vreten, eindigt als een simpele dwaas die urenlang rondzwalpt en bij tijd en stond omver valt, en dat alles zonder nog iets te kunnen registreren.

En zodus kan ik met de beste wil in de wereld nog niet vertellen hoe de avond, of late ochtend geïndigd is, laat staan wanneer, ik kon alleen maar vaststellen dat ik opnieuw succesvol m’n tent bereikt had, of toch niet helemaal, ik lag er voor de helft in, beter dan Rukke, die lag er voor, sommigen werden wakker op plaatsen waarvan ze begot niet wisten hoe ze daar geraakt waren, en Sativo, die heeft z’n tent helemaal niet gezien die nacht, en is dan maar de berg van Dour gaan beklimmen.

En dan is het zondag. Finito…met enkele mede-crashers in een cirkel liggen, kurkdroge kruimels tabak spugen, warme witte wijn drinken, modderkeutels uit je neus vingeren, met kleren zo stijf dat ze gerust op hun eigen benen zouden kunnen staan en mogen gaan stemmen, en af en toe iets zeggen met gekraakte stem, zoals "morgen toch maar eens goed boek lezen denk ik…"
Achteraf spijt het me wel dat ik enkele optredens van die zondag gemist heb door totaal niet meer naar het terrein te gaan, zoals dat van Yo La Tengo, maar het bleek nu nog warmer te zijn dan de dagen ervoor, dodelijk gewoon, het enige wat we nog zagen zitten was de tent opbreken (in mijn geval heel letterlijk, de chocotent is no more), iedereen stamelend goeiendag zeggen en in die sauna op vier wielen naar huis rijden, naar de douche, het eten en het echte bed, en dan slapen voor 15 uur aan een stuk, en denken "goh, Dour is weer beestig geweest dit jaar, maf gezelschap, gezellige boel, veel meegemaakt en mezelf ziek gelachen, ik zou er me alleen nog wel iets van willen herinneren…" Volgend jaar toch maar eens voor een andere aanpak opteren. Wijsheid komt met de jaren, zoals het antwoord op de vraag "How low can you go?", "awel, ik denk Dour"

Mijn Dour Top Vijf (goed wetende dat ik met hoop en al 20 optredens van de 220 gezien heb):
1.Radioactive Man : Vet!
2.Jaga Jazzist: Respect voor de funky trombone-speler en de sexy tubaniste!
3.Tomahawk : rock n’ roll tot in je hol!
4.DJ Hellfish : zonder meer het betere aller pompwerk!
5.The Melvins : Strak!
Buiten categorie: Trash & Tradition, een collectief lokale wacko’s die ergens op een piepklein podiumpje naast het grote podium stonden, stevige carnavalsplaten over ‘couscous’ speelden en enkele honderden euforische mensen konden aanzetten tot veruit de meest anarchistische polonaise die ik ooit zag, en waar we met plezier aan meededen, Een Moment noemen ze zoiets. En zo is er mij toch iets bijgebleven.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie