VENGO
datum 01.02.2001
VENGO
‘Less is more’ plegen botergeile mannen in een lingeriewinkel wel eens te zeggen en dat heeft regisseur Tony Gadliff (GADJO DILO) alvast goed in zijn oren geknoopt.
Met zijn nieuwste film VENGO toont Gadliff dat een goeie film ook zonder groots verhaal kan en laat hij de atmosfeer voor zich spreken.
VENGO speelt zich af in het broeierige Andalusië: Caco probeert er zijn geestelijk gehandicapte neef Diego te beschermen tegen de Carraca-cklan. Caco’s broer, Mario, heeft immers een Carraca vermoord en de traditie eist dat bloed met bloed gewroken wordt. Aangezien Mario zelf het land is ontvlucht, is Diego als naaste familielid het geviseerde doelwit.
Doorheen dit sobere verhaaltje weeft Gadliff naadloos schitterende flamenco -en zigeunermuziek: in VENGO leven de mensen voor de muziek én de muziek leeft voor hen want de flamenco is het enige wat Caco nog op de been houdt sinds de dood van zijn dochter.
Wie in deze koude dagen verlangt naar zonniger oorden moet het niet ver zoeken: een Sphinxticketje voor VENGO doet wonderen. Handgeklap, keelgejank en snarengeronk doen je leden zinderenen het temperament vonkt van het scherm. De vurige tongen op een mooie Pinksterdag zijn koude pap vergeleken met deze film.