Maar nu ik deze ochtend terugkijk naar wat ik gisterenavond heb neergekrabbeld over Haarmann, het debuutstuk van de Duitse auteur Marius von Mayenburg dat door de “theatermakersgroep” (sic) de Queeste onder handen werd genomen, blijkt de opbrengst bedroevend mager te zijn. Nog geen half blaadje vol!
Dat kan een paar zaken betekenen: 1. De voorstelling heeft mij zozeer bij de keel gegrepen dat ik honderd minuten lang enkel naar de scène heb kunnen staren, in de ban van het verhaal, de pen nutteloos boven het dwaze notaboekje zwevend, of: 2. Er is daar op scène absoluut niks maar dan ook niks gebeurd dat ook maar enigszins mijn koude kleren heeft geraakt (en dat zou natuurlijk minder goed nieuws voor De Queeste zijn), of: 3. Ik weet eigenlijk niet goed wat te denken van deze Haarmann, ik balanceer een beetje tussen lof en afkeuring. We zullen zien. Raad u met me mee? Spannend, zo’n kwis!
Wat we te zien krijgen is het relaas van het proces tegen Fritz Haarmann, de Duitse psychopaat en massamoordenaar die gedurende de jaren twintig in Hannover naar eigen zeggen veertig jonge knapen misbruikte, de strot overbeet (letterlijk dan), zorgvuldig ontbeende en achteraf vrolijk verkocht per kilo. Hij werd als enige dader veroordeeld en terechtgesteld, hoewel een samenwerking met de jonge prostitué Hans Grans nooit werd uitgesloten. Haarmann wordt met het nodige gevoel voor humor onthoofd op 15 april 1925, om 6 u’s morgens, na zes sigaretten en een olijk ‘tot ziens’.Dansen op de slappe koord
Misschien vraagt u zich soms wel eens af hoe dat toch in z’n werk gaat, het schrijven van zo’n recensie. Wel, ik kan u bekennen dat het in mijn geval een vrij primitieve bedoening is: ik zit daar enkel gewapend met een klein onnozel notaboekje waarin ik tijdens de voorstelling min of meer op de tast verwoed zit te kriebelen. De half onleesbare woorddroedels die daar het resultaat van zijn verwerk ik dan achteraf in een aaneengeregen lapje tekst, eentje zoals dit hier.
Maar nu ik deze ochtend terugkijk naar wat ik gisterenavond heb neergekrabbeld over Haarmann, het debuutstuk van de Duitse auteur Marius von Mayenburg dat door de “theatermakersgroep” (sic) de Queeste onder handen werd genomen, blijkt de opbrengst bedroevend mager te zijn. Nog geen half blaadje vol!
Dat kan een paar zaken betekenen: 1. De voorstelling heeft mij zozeer bij de keel gegrepen dat ik honderd minuten lang enkel naar de scène heb kunnen staren, in de ban van het verhaal, de pen nutteloos boven het dwaze notaboekje zwevend, of: 2. Er is daar op scène absoluut niks maar dan ook niks gebeurd dat ook maar enigszins mijn koude kleren heeft geraakt (en dat zou natuurlijk minder goed nieuws voor De Queeste zijn), of: 3. Ik weet eigenlijk niet goed wat te denken van deze Haarmann, ik balanceer een beetje tussen lof en afkeuring. We zullen zien. Raad u met me mee? Spannend, zo’n kwis!
Wat we te zien krijgen is het relaas van het proces tegen Fritz Haarmann, de Duitse psychopaat en massamoordenaar die gedurende de jaren twintig in Hannover naar eigen zeggen veertig jonge knapen misbruikte, de strot overbeet (letterlijk dan), zorgvuldig ontbeende en achteraf vrolijk verkocht per kilo. Hij werd als enige dader veroordeeld en terechtgesteld, hoewel een samenwerking met de jonge prostitué Hans Grans nooit werd uitgesloten. Haarmann wordt met het nodige gevoel voor humor onthoofd op 15 april 1925, om 6 u’s morgens, na zes sigaretten en een olijk ‘tot ziens’.
De voorstelling begint met deze onthoofding en het proces -doorspekt met flarden uit het amoureuze leven van Haarmann- ontwikkelt zich aan de hand van flashbacks. Dit “the end is the beginning”-procédé lijkt misschien een beetje déja-vu, maar laten we eerlijk zijn: het werkt. Zonder de goed getimede afwisseling van verhoorscènes met “actie”scènes zou het geheel maar een dooie boel zijn (pun not intended).
De enscenering is intrigerend. Rondom de scène staan kapstokken opgesteld die beladen zijn met kleren. Haarmann zit in het midden op een soort executiestoel en de overige personages, die afwisselend vriendjes, buurvrouwen en ondervragers incorporeren, omringen hem van op een afstand. Dirk Tuypens zou moeten schitteren als Fritz Haarmann, maar zijn spel is net niet overtuigend genoeg om de labiele, psychotische en onvoorspelbare maniak (mens?) te belichamen die ik euh…in gedachten had. Het personage van Haarmann is subtieler dan de karikatuur die Tuypens bij momenten neerzet. Bij momenten, want soms heeft Tuypens wél de juiste toon te pakken –zoals in de scène waar een emotioneel ontredderde Haarmann jengelt als een kind. Op andere momenten gaat hij dan weer, balancerend op de rand van het overacteren, onherroepelijk de dieperik in.
Valentijn D’Haenens overtuigt wél over de hele lijn als de ogenschijnlijk onschuldige Hans Grans, die naar mate het stuk vordert toch niet zo zuiver op de graat blijkt te zijn. In feite is Grans de spilfiguur van het hele drama: door hem is Haarmann bezeten, voor hem offert hij alles op, hem alleen bemint de maniak die voor de rest zonder verpinken stelt dat “vrouwen toch geen menselijk gevoel hebben”. Haarmanns “beschermeling” kleedt hem letterlijk en figuurlijk uit, en dat voor een handvol kleren. Is Grans even schuldig als Haarmann? Het antwoord wordt ons na de voorstelling in een envelopje aangeboden, een originele vondst van De Queeste.
Maar dé man van de voorstelling is zonder twijfel Tom Kestens, die als oudgediende bij Das Pop de muziek voor Haarmann verzorgde en bij wijze van voorbereiding een middagje het slachthuis indook. Wat een muzikant niet allemaal lijden kan, maar het resultaat mag er zeker wezen: Kestens’ samples creëren het perfecte sfeerbehang, en het onweerstaanbare schlagermuziekje dat de voorstelling inleidt bewerkt een pseudo-komische vervreemding die de moraal van het verhaal in de verf zet. Die moraal is overduidelijk: de maatschappij is immuun geworden voor geweld, de mensen leven in hun eigen wereldje, afgescheiden van hun medemensen, en staan oogluikend toe hoe naast hun deur jongens in stukken worden gezaagd. Eén man wordt daarvoor gediaboliseerd, maar eigenlijk is de hele maatschappij stilzwijgend schuldig.
Dat brengt ons natuurlijk naadloos bij de actualiteit, en ja, daar komt Dutroux al om de hoek kijken, en Nihoul, en de fouten van ons gerechtelijke apparaat. Haarmann in een kogelvrij vest steken of samples van het –nochtans hartverscheurende- “Assassin!” gebruiken getuigt van weinig subtiliteit. Seen this, been there. Geef mij dan maar een Erik de Volder die met zijn Diep in het Bos precies dezelfde boodschap uitdraagt, maar oneindig veel fijngevoeliger. De Queeste is al te scheutig met de moraal en dat wordt nog eens onderstreept door de (goedbedoelde) Stop the War-boodschap die de acteurs bij het groeten brengen. Wat ons weer bij de vraag brengt of kunst/theater een maatschappijkritische boodschap mag of moet naar voren brengen. Maar dat is een debat voor een andere keer.
Alles hangt in deze voorstelling af van evenwicht. En de Queeste heeft dat evenwicht nog niet helemaal gevonden. De voorstelling brengt mij het ene moment in vervoering, om mij het volgende ogenblik opnieuw te ontgoochelen. U raadt het al: ik blijf met gemengde gevoelens zitten bij deze voorstelling. Had u op oplossing drie gegokt? Dan heeft u een trip naar Hannover gewonnen.
Enkele reis.






