Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Evelyne Coussens:
De Queeste speelt Haarmann
Amateurisme troef in Super Séance, de eerste voorstelling van het kersverse Eland Nieuwe Stijl
Othello van Toneelgroep Amsterdam: sobere vormgeving, rijke taal
MEER MOET DAT NIET ZIJN
datum 07.06.2003
rubriek Podium
Weet u wat ik de laatste jaren het smartelijkst heb gemist in de theaterzalen? Ik zal u niet lang laten raden. Het is nochtans heel eenvoudig: tekst. Neen, ik bedoel dus niet de bazelende bucht van breedsprakerige babbelaars of –erger nog!- de klinkende kwatsch van kortademige kwebbelaars die haast wekelijks over m’n arme hoofdje wordt uitgestort. Ik heb het over échte tekst: zo’n monumentale zondvloed van woorden waarin ritme, klank, gevoel en inhoud samengaan, zo’n pure brok waardigheid en schoonheid die je bij de keel grijpt en je ernaar doet verlangen je ogen te sluiten, alle visuele prikkels te bannen en enkel nog maar te luisteren naar Taal met de grote T. Zo’n tekst die zijn tijd neemt en langzaam maar gestaag afwikkelt als een boekrol, tot het laatste woord dat moest gezegd worden, gezegd is. Zoiets.
Het snelle, het vluchtige (beeld?) heeft de laatste jaren een beetje de overhand gekregen op scène en daar is niets verkeerd mee, maar -voor het geval u het nog niet begrepen zou hebben- ik héb het gewoon een beetje voor wat ik in een lyrische bui als deze wel eens “verbale muziek” noem. Het recente gemis aan echte tekst drong pas goed tot me door terwijl ik naar Othello van Toneelgroep Amsterdam zat te kijken, een productie die op zijn gemak drie uur tijd vol maakt. En bovendien bijna volmaakt vol maakt, zou ik durven beweren- bijna. Maar laat ik beginnen bij het begin. Meer moet dat niet zijn Othello van Toneelgroep Amsterdam: sobere vormgeving, rijke taal Weet u wat ik de laatste jaren het smartelijkst heb gemist in de theaterzalen? Ik zal u niet lang laten raden. Het is nochtans heel eenvoudig: tekst. Neen, ik bedoel dus niet de bazelende bucht van breedsprakerige babbelaars of –erger nog!- de klinkende kwatsch van kortademige kwebbelaars die haast wekelijks over m’n arme hoofdje wordt uitgestort. Ik heb het over échte tekst: zo’n monumentale zondvloed van woorden waarin ritme, klank, gevoel en inhoud samengaan, zo’n pure brok waardigheid en schoonheid die je bij de keel grijpt en je ernaar doet verlangen je ogen te sluiten, alle visuele prikkels te bannen en enkel nog maar te luisteren naar Taal met de grote T. Zo’n tekst die zijn tijd neemt en langzaam maar gestaag afwikkelt als een boekrol, tot het laatste woord dat moest gezegd worden, gezegd is. Zoiets. Het snelle, het vluchtige (beeld?) heeft de laatste jaren een beetje de overhand gekregen op scène en daar is niets verkeerd mee, maar -voor het geval u het nog niet begrepen zou hebben- ik héb het gewoon een beetje voor wat ik in een lyrische bui als deze wel eens “verbale muziek” noem. Het recente gemis aan echte tekst drong pas goed tot me door terwijl ik naar Othello van Toneelgroep Amsterdam zat te kijken, een productie die op zijn gemak drie uur tijd vol maakt. En bovendien bijna volmaakt vol maakt, zou ik durven beweren- bijna. Maar laat ik beginnen bij het begin.

Het verhaal van Othello behoeft niet veel uitleg meer. Traditioneel wordt het stuk omschreven als het drama van een rechtschapen generaal en dolverliefde echtgenoot, die door de intriges van zijn onbetrouwbare vaandrig Jago tot zo’n ziekelijke jaloezie wordt gedreven dat hij zichzelf én zijn geliefden in het ongeluk stort. Maar er zit natuurlijk meer, veel meer achter het verhaal dan dat. En als men er eens goed over nadenkt is het verbluffend hoe griezelig actueel sommige thema’s zijn. U hoeft geen wonder van doorzicht te zijn om het anti-oorlogsmanifest dat het Kaaitheater aan elke programmabrochure had vastgehecht te linken aan de voortdurende oorlogsdreiging die Othello boven het hoofd hangt. Ook de niet aflatende ondertoon van racisme en vreemdelingenhaat waar de Moor aanvankelijk zo waardig mee omgaat krijgt een wrang bijsmaakje in het licht van bepaalde recente politieke ontwikkelingen. En natuurlijk…SEKS, ja, daar zaten we allemaal op te wachten. Liefde is immers een “vertakking van geilheid”, aldus Jago, en in het geval van een zwarte man en een blanke vrouw gaat het volgens sommigen zelfs om tegennatuurlijke geilheid. >br> 'Romance, where has thou gone', denk ik dan, maar ja, die Shakespeare was ook een verdomde realist.

Zware thema’s dus, die vragen om een waardige ver-taling. En die stáát er: Hafid Bouazza, die tevoren reeds The Massacre at Paris vertaalde voor Toneelgroep Amsterdam, levert goed werk. Maar ook Jan Versweyveld, die opnieuw tekent voor een samenwerking met regisseur Ivo Van Hove (zie onder meer Caligula en De Tramlijn die Verlangen heet) komt alle lof toe: de sobere en stijlvolle vormgeving laat de tekst ten volle spreken en het systeem met de glazen kooi is een vondst. Toneelgroep Amsterdam heeft geen special effects nodig om mij te blijven boeien met een verhaal dat ik nota bene van A tot Z ken. Het acteerwerk is al even uitstekend, maar van deze mensen had ik niets anders verwacht.
De spanning die de moord op Desdemona vooraf gaat (of heb ik nu iets verklapt?) wordt voortreffelijk opgebouwd. Het schrijnende beeld van de wanhopige Desdemona die smeekt om haar leven maar tegelijkertijd beseft dat haar verblinde echtgenoot vastbesloten is, vormt hét hoogtepunt van de voorstelling, mede door de schitterende manier waarop de naakte lichamen in scène worden gebracht.

Waarom is deze voorstelling dan slechts bijna volmaakt? Noem mij gerust een moeilijk persoontje, maar hier is het nodig dat ik mezelf even tegenspreek Want ondanks mijn lyrische lofzang op trage tekst verliest de voorstelling na de moord op Desdemona aan kracht. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar misschien is de afwikkeling van het drama wel net iets te… langdradig. Of laat ik het zo stellen: het is moeilijk om na zo’n sterke en aangrijpende scène niét in een anticlimax te belanden. De zelfmoord van Othello is niet half zo indrukwekkend als het tergend trage en wrede spel dat hij even tevoren met Desdemona heeft gespeeld. Daar had voor mij het doek mogen vallen. O heiligschennis! Toch. Men moet stoppen op een hoogtepunt, me dunkt. Maar wie ben ik?

Het strekt Toneelgroep Amsterdam zonder twijfel tot eer niet gezwicht te zijn voor de wetten van het management (time is money, knippen dus die handel), noch voor de wetten van de commercie (too much time is less money: wie wil er nu nog naar een stuk van drie uur gaan kijken?), maar het gezelschap slaagt er toch niet in de boog tot het einde toe gespannen te houden. In acht genomen dat het hier ook wel om een erg lange spanningsboog gaat, vergeef ik hen het laatste half uur gaarne. Knappe prestatie.
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie