Snuffelen op handen en voeten
HET LABYRINT VAN ENRIQUE VARGAS
datum 04.05.2003
Voorstellingen van de Columbiaanse antropoloog en theatermaker Enrique Vargas zijn eigenlijk geen voorstellingen. Het zijn ervaringen. Kijken doe je bijna niet, voelen, ruiken en horen des te meer. In zijn labyrint nemen Vargas en zijn medeplichtigen je bij de hand door een wereld waarvan je dacht dat die niet bestond.
Binnengaan in het labyrint is een hele bedoening. Je wordt vriendelijk verzocht je persoonlijke bezittingen af te geven en geduldig te wachten samen met een aantal lotgenoten. Vol ongeduld en met een lichte spanning in buik en hoofd wacht je op het moment. Nooit eerder was ondergetekende zenuwachtig voor het bekijken van een voorstelling. Voor de eerste maal voel ik een aangename stoot adrenaline, zonder eigenlijk te weten wat er komen zal.
Alvorens je het labyrint binnen mag, komt een geblinddoekte man op een fiets je halen. Tikkend met zijn wandelstok controleert hij het aantal deelnemers. De man anticipeert reeds op wat komen gaat: zonder ook maar een woord te zeggen, maakt hij duidelijk dat we niet op onze ogen zullen moeten vertrouwen. Het oog wordt niet helemaal uitgeschakeld, maar toch wel geminimaliseerd. Je zicht is niet langer het dominante zintuig. Vargas leert je opnieuw voelen.
‘Good luck’, fluistert de man me toe, alvorens hij me door de ingang duwt. De deur valt achter me dicht en ik kijk in het rond. Een kleine kamer met een meisje. Ik zie weinig, de schemering maakt mijn zicht wazig. Ik luister. Druppels, een mysterieus getik. Het geraas van buiten verstilt. Een meisje wijst me een krukje aan en vraagt me zonder woorden mijn schoenen en kousen uit te doen. Voelen doe je immers niet alleen met je handen maar ook met je voeten. Het meisje zet mijn voet op een blad papier en gaat tergend traag en aangenaam met haar potlood rond mijn voet. Minutieus vouwt ze het papiertje op en stopt ze het opnieuw in de envelop die ik kreeg net voor ik ondergedompeld werd in deze wereld. Ik heb nu mijn officiële papieren op zak en mag binnen.
Een exacte beschrijving van het labyrint is zinloos. Elke bezoeker beleeft de werkelijkheid op zijn of haar manier. Je dwaalt rond in je eigen fantasie, je herontdekt de verbeelding van het voelen. Als toeschouwer bevind je je in een hele bizarre, paradoxale situatie: je dwaalt rond in een fantasiewereld die niet alleen de jouwe is, maar die daarenboven geconstrueerd werd door een ander, namelijk door Vargas en zijn medewerkers. Het labyrint is geen voorstelling op zich, maar fungeert als een soort katalysator die je dingen laat ontdekken en voelen die je sinds lang vergeten was. Daarnaast is het labyrint een mooie metafoor voor het leven. Vargas herinnert je eraan dat ook het leven een zoeken is, dat je ook in de echte wereld op handen en voeten en tastend in het duister verder moet.
In het labyrint ben je alleen. Groepsgedrag is er niet. Wat je doet, is een autonome keuze. Voor de interpretatie kan je enkel terugvallen op je eigen zintuiglijke ervaring. Beslissingen neem je zelf, voelen doe je opnieuw met je eigen lichaam. Je trekt opnieuw op ontdekkingstocht en laat je verwonderen door kleine, eindeloos aangename sensaties. Het geruis van een kleed langs je hand, het geknars van schors onder je voeten, een exotische geur die je niet kan plaatsen. Vargas laat je zelfs op een briljante manier je gevoel voor evenwicht herontdekken. Je wordt tegen een plank geplaatst, je wordt met plank en al omgekanteld en rondgereden. Even weet je niet meer of je ligt of staat. Je buigt je hoofd en voelt de weerstand van de zwaartekracht. Liggen dus. Met eenvoudige middelen bezorgt het labyrint je een onvergetelijke ervaring.
Halfweg het labyrint kom ik in een kamer met spinnenwebben. Door de draden heen wenkt een meisje me. Ik ga vlak voor haar staan. Ze betast mijn handen als waren ze nieuw speelgoed. Ze legt mijn handen op haar schouder en gaat tergend traag met haar handen over mijn gezicht. Het lijkt of ze met haar handen de contouren van mijn gezicht probeert te vatten. Een aangename tinteling gaat door mijn hoofd en lijf. Onderhuidse zenuwen waarvan ik reeds lang het bestaan vergeten was, schieten in actie. Plots duwt ze me bij de schouders naar beneden en stroopt ze haar rokken op. Ze neemt mijn hand en lijkt die tussen haar benen te leiden. Het aangename gevoel verdwijnt en vertwijfeling maakt zich van me meester. Meegaan of toch maar braaf mijn hand terugtrekken? En plots zie ik het: de bank waar zij op zit, is eigenlijk de ingang naar een volgende kamer. Ik kruip tussen haar benen door de gang in en voel me een onnozelaar. Gelukkig is het aangenaam donker en ziet niemand het schaamrood op mijn wangen. Vargas zet je voortdurend op het verkeerde been, maar verontrusten doet hij niet. Het labyrint is geen shocktherapie, maar een aangename ervaring.
De Columbiaanse theatermaker slaagt erin elk zintuig, elke tastzenuw te prikkelen en heeft daar geen grootse middelen voor nodig. Een flinke scheut poëzie en een ongebreidelde verbeeldingskracht, meer heeft de man niet van doen om een eigen wereld op te wekken. In tijden van postmoderne ironie en metakritiek is het labyrint een mooi statement. Het werk van Vargas bewijst dat theater en bij uitbreiding kunst geen kille, intellectuele oefening hoeft te zijn, maar dat het in de eerste plaats een voelen is.
Enrique Vargas/Teatro de los Sentidos (Co). Productie: Time Festival. Coproductie: Teatro de los sentidos. Met Pascal Buyse, Griet Desutter, Siska De Groote, Tonica Loght, Veerle De Ridder, Katrijn De Steur, Martine Hoerée, Joke Mullie, Tanja Oostvogels, Pol Pauwels, Jullia Paz, Jowan Van ransbeeck.