Crazy, postmodern, getikt, decadent, … allemaal mogelijkheden maar de artistiek leider van het jongstleden Tweetaktfestival is een mens van zijn tijd en eist eenzelfde open ingesteldheid van zijn publiek. Als we dan toch zo nodig wereldburgers moeten zijn, moeten we ons ook als wereldtoeschouwers opwerpen, lijkt de gedachtegang te zijn. Lijkt. Roel Verniers hanteert een iets bescheidener en tegelijkertijd meer diepgravende visie.
Hij wilde van zijn festival een plek van ontmoetingen maken. Ontmoetingen tussen jong en oud, tussen professionele theaterbeesten en nieuwsgierige theatertoeschouwers, tussen culturen, tussen kneuterige en veel minder kneuterige voorstellingen…
Resultaat: een uit zijn voegen barstend kleurrijk en zinderend festivalprogramma dat ook in een dito festivalsfeer vertaald werd. Smullen geblazen was de hoofdactiviteit van het festival. Ook dit mocht het publiek letterlijk en figuurlijk beleven.
Naast een verbazingwekkende resem krachtige voorstellingen, snedige tekstlezingen en een theatraal gonzende Statiestraat in Berchem waren er ook de Tweetakt.UIT parcours. Alle parcours kronkelden zich als wormen door Antwerpen, Vlaanderen en Europa. Tevens werd het spookdorpje Doel op zijn theatrale waarde getoetst evenals de Silvertoppen te Wilrijk. Verder testten sommige toeschouwers de geneugten van een Turks badhuis uit, terwijl anderen zich een half dagje bejaard waanden. De parcours lagen bezaaid met grote en kleine theatrale verrassingen. De idee “ontmoeting” werd in de meest extreme vorm doorgezet: men was een hele dag op schok met hetzelfde clubje, men ontdekte verborgen hoekjes, ontmoette de mensen ter plekke, proefde van hun keuken, nam een duikje in hun bad, … Het festival infiltreerde dus vrij letterlijk in gaststad Antwerpen en greep hiermee terug naar de roots van festival en theater: mensen samen brengen om te feesten, om van theater, een lekkere hap en elkaar te genieten.
Deze trajecten waren als het ware uit de hand gelopen vertelparcours waarachter een duidelijk statement verborgen ging. Naast de “traditionele” voorstellingen waarbij de focus op het theateraspect lag, waren er deze andere evenementen waarbij de nadruk op de ontmoeting lag. (Misschien zelfs onbewust in het kielzog van de Joodse filosoof Martin Buber die stelt dat alles ontmoeting is? Dat alles begint en eindigt bij ontmoeten?) Het festival wilde de mensen er in ieder geval toe aanzetten om een dag samen te beleven, niet alleen maar samen naar theater gaan. Ondanks onvermijdelijke kinderziektes bleken de parcours tot succesvolle trektochten uit te groeien waarbij bosjes Tweetakters zich al fietsend, varend of stappend kriskras een weg door Antwerpen baanden op naar een volgende (theater)ontmoeting en dat ging van Stella Den Haag, over Hanneke Pauwe, via Fabuleus, met een omweg langs een Waterhuis, in een Berenkuil naar o.m. Max De Reus of Pascale Platel. Dit rijtje kunstenaars voeg ik er even aan toe om aan te geven dat men zich niet vergreep aan het programmeren van losse flodders op locatie. Men koos degelijk voor theatertalent hoewel de noodwendigheid om dit talent op die locatie los te maken niet altijd even duidelijk bleek. Maar misschien hoefde dat ook niet? Ondergetekende vraagt zich ook niet constant af wat de noodwendige relatie is van buurvrouw Jeanine met de Contact GB waar de goede vrouwe om 10.09 u een kilo varkensgehakt overmeestert op het moment dat ik een rozijnenbrood uitzoek en we elkaar ontmoeten. De (kwaliteit van de) ontmoeting wordt gevormd door de combinatie van de locatie/de omgeving met de mensen die er aanwezig zijn, die er leven. Het grasduinen naar waterputdiepe, noodzakelijke linken tussen ruimte en spel is waarschijnlijk een (theater)wetenschappelijke vergroeiing waar men zich bijtijds eens van moet losweken.
Hoewel…
Eén parcours had juist wél baat bij dit besef, bij het besef van de onvermijdelijk kruisbestuivende relatie tussen het spel en die bepaalde context waarin dit spel opgevoerd wordt.
Verniers wilde zijn publiek namelijk echt confronterende ontmoetingen laten ervaren, ontmoetingen tussen twee culturen waarbij de festivalgasten niet zomaar naar hun goedbedoelende koloniale gevoel kunnen grijpen terwijl ze in de zachte pluche van hun vertrouwde schouwburg naar die grappige bruintjes, witjes (of mokkaatjes) zitten te staren. Verniers besloot dat zijn publiek maar ter plekke de internationale voorstelling moest ontmoeten/bijwonen, zodat de toeschouwers onmiddellijk van de context konden proeven waarin de voorstelling gegroeid was.
Het hele idee groeide uit tot een Blind Date voor twaalf gelukkigen. Twaalf toeschouwers, waaronder de geestelijke moeder van deze tekst, waren zo zot om des morgends ten vijfden uure aan Berchem station de reisleiders (alias festivalorganisatoren Roel Verniers, Marc Verstappen en spindoctor Jessica Van der Sypt) op te wachten. In de auto werd het hen (onder begeleiding van allerlei verkeerde schlagers met hitsige hints voor de reizigers) steeds duidelijker dat de rit richting Zaventem ging.
Met het prachtgedicht van Hans Andreus “Heenreis/Terugreis” als klinkende afscheidskus zwaaiden Verniers en co de ietwat ontstelde en uitgelaten pupilletjes uit, allen met een reisbundel in de ene hand en een uitgebreid Tweetakt-overlevingspakket in de andere hand, richting Athene. … Even een voorstellinkje meepikken. Waarom niet??
Het Atheense toeterverkeer was de eerste spectaculaire performance waardoorheen de Blind Daters langzaam maar zeker de “Dark Room” van Fantasia 2002 binnenschuifelden. De voorstelling waarvoor men even was overgevlogen.
Maar dit overvliegen zélf was van essentieel belang als inleiding op de voorstelling. Niet alleen omdat een mens boven die wolken nu eenmaal zijn gedachten en geest kan openzetten, verruimen en laven aan die overrompelende schoonheid boven dat wattendek. Maar tevens omdat de hele tijd uitgekeken wordt naar het land en de voorstelling (zonder te weten welke performance men zou voorgeschoteld krijgen). Men bereidt zich werkelijk al genietend van het zonbeschenen panorama, al babbelend met de reisgenoten intens voor op wat komen gaat. Dat is een ontzettende luxesituatie. In het thuisland vliegt men vaak (minder letterlijk) de film- of theaterzaal binnen na snel iets gegeten te hebben en wetende dat men rushrush weer weg moet om nog gauw wat door te werken achter het computerscherm. Door deze trip verplichtte Verniers zijn publiekje om zich werkelijk over te geven aan het reisritme en de hele ervaring te ondergaan, de onwetendheid als een pluspunt te beschouwen. Daar droegen ook de reisbundel toe bij, waar gezonde gekte afgewisseld werd met literaire juweeltjes van o.a. Hans Andreus, Hella Haasse, Gust Gils en Leonard Nolens, en de minidiscs waarop de organisatoren hoopten hun reizigers een dagopdracht mee te geven. Wegens technische communicatiestoornissen bleven de discs jammer genoeg in Brussel achter.
Verniers nodigde de Blind Daters uit om zich werkelijk over te geven aan de verrassingen, aan de geplande ontmoetingen en deze vanuit een spontaniteit en kwiek vrolijk reishumeur op zich te laten inwerken. En het lukte, het lukte wonderwel.
Het groepje werd op een discusworp van de Acropolis het theater binnen geloodst, kreeg even wat informatie over de voorstellingen, wat smakelijke Griekse hapjes achter de kiezen en daar gingen ze, de donkere kamer in.
De gehele scène was in zwart glanzende folie verpakt. Samen met een holle soundscape en een drukdoende man in een door transparante plastiek afgescheiden centraal gelegen kamertje werd er een donkere, ietwat vreemd aandoende sfeer neergezet. De uitgekiende lichtregie vervolledigde dit minutieus geconstrueerde en ietwat gestileerde plaatje. Vooraan stonden een rij blikken dozen waaruit de actrices tijdens de voorstelling authentieke jeugdfoto’s (alias jeugdherinneringen) zouden opdiepen.
De voorstelling ontplooide zich als een meergelaagde creatie die uitnodigde tot weidse interpretatie. Aangezien de voorstelling deels in het Engels en deels in het Grieks werd gespeeld, kregen de uitgevlogen Tweetaktmussen slechts met mondjesmaat gegevens aangereikt die ze zelf aan de stilistische en uitgepuurde beelden konden linken. Door deze attenderende context en omstandigheden, voelde je als toeschouwer veel alerter kijken, veel vinniger nadenken tijdens het beleven van de voorstelling zélf. De beelden riepen zelfs herinneringen op aan klassieke Griekse beelden (de Griekse oerdrang tot aannemen van uitdagende en esthetisch aantrekkelijke verstilde poses) net door de keuze om zeer gestileerde en mooie, “bevroren” poses (fotoposes) aan te nemen. Het internationale troepje ging vooral aan het interpreteren, reflecteren en puzzelen met de woorden “I hate myself”, de beelden (bepruikte, poserende vrouwen, een geblinddoekte vrouw die een man fotografeert, het open en soms sterk emotioneel acteren binnen de gestileerde grenzen, …), de muziek en de gehele sfeer die deze componenten samen brouwden. De voorstelling was een bijzonder doordachte creatie die de foto als herinnering aan de kindertijd, aan zowel mooie als wrede verlangens van een kind, aan de ouders, geliefden, … profileert. Die herinneringen, die bevroren fotoposes werden scènisch vertaald door de choreografische bewegingen enerzijds en de soms sterk emotionele uitspraken of spelmomenten anderzijds.
De voorstelling beklijfde, ofschoon ze zélf als een herinnering aan de taal van Britse groepen als de Wooster Group of Forced Entertainment aandeed. Maar dat is een herinnering die de internationale kijkers hadden, niet zozeer de andere, Griekse, toeschouwers. Dit is een belangrijk besef: het feit dat deze voorstelling in Griekenland speelt en de confrontatie aangaat met een traditionelere, meer uitgesproken emotionele manier van theater creëren, maakt deze voorstelling tot een vreemde eend in de bijt in Griekse theatermiddens. De donkerte en somberte die van de voorstelling afstraalde, paste echter wonderwel in het desolate stadsbeeld waarin het theatertje gehuisvest ligt. Dit werd geen glamourvolle ontmoeting met een zonovergoten Athene maar een avontuurlijke botsing met een druilerig en vereenzaamd stadsdeel van Athene. Ontmoetingen ondergraven zo goed als altijd de verwachtingen…
Na de voorstelling werd het clubje via enkele steegjes, waar een degengevecht om een Griekse schone en een “bloemboeketkloppartij” tussen twee geliefden de wenkbrauwen de hoogte in stuwden, naar een Grieks restaurant getroond om aan een overvloedige en gewoonweg zinnenstrelende Mezze-tafel met de cast van “Dark Room” te verbroederen.
Vervolgens de auto in, het vliegtuig op en … dénken. Waarom? Wat hadden de reizigers in hun levensbagage gestopt daar in Athene?
De Blind Date stond oorspronkelijk in iets krachtiger, of beter: meer aan Antwerpen verbonden, boots. Men wilde de toeschouwers naar het theater van hun Marokkaanse overburen verschepen. De roots van die mensen ontmoeten, om die mensen dan nadien in de straat liever, met meer vertrouwen en goesting te ontmoeten. Maar praktische spaken in de wielen maakten dat uitje niet mogelijk. Daarom werd de Blind Date een compromis: het concept volledig uitwerken op een locatie die iets minder noodzakelijk aandoet. Deze trip kan dan ook als een (geslaagd!!) experiment gezien worden waarin zeker een groeipotentieel naar de toekomst toe huist.
Want de hele reis werd óók een fascinerende ontmoeting tussen een aantal Nederlandse jeugdtheaterprogrammatoren, een scenografe, een wereldreiziger, twee beeldende kunstenaressen, een journaliste, een Vlaamse theatermaakster en een theaterwetenschapster. Ze leerden elkaar wat beter achter het (professionele) alledaagse masker kennen, vonden ruim de tijd om ideeën uit te wisselen en gewoon te kletsen. De voorstelling was eigenlijk niet meer dan een intrigerende tussenpauze in hun getetter.
Dat maakte het hele ding zo bijzonder: Verniers wilde dat zijn publiek weer de smaak van ontmoetingen proefde en trok dit voor de Blind Date tot in het meest extreme door. Op een vliegtuig, in een rijdend sardienendoosje, al wandelend door een afgepeigerd stadsdeel, smikkelend tussen aangenaam gezelschap leer je elkaar kennen, aftasten, ontmoeten. Er stapten ’s avonds bevriende reisgenoten uit het vliegtuig die elkaar aanvoelen en een mooie herinnering delen, als een stevige brug als ze elkaar nog eens tegen het lijf lopen. Het eigenaardige was wel dat men in de rit naar Brussel het gemeenschappelijke gevoel weer netjes opborg. In Belgenland kan iedereen zich alleen redden, we zien elkaar nog wel eens…
Deze Blind Date kan als een veelbelovende proeve beschouwd worden waarbij echt kosten noch moeite gespaard werden om het selecte gezelschappetje de dag en de ontmoeting van hun leven te bezorgen. Het concept dat Verniers en co koesteren en misschien niet helemaal konden uitwerken, verdient veel meer dan weifelende blikken. Maar het verdient ook meer middelen zodat het alternatief niet moet uit de kast gehaald worden maar men werkelijk de ontmoeting kan organiseren die men wil op poten zetten. Daardoor zal er dan wel automatisch een hechtere link met het festival en de festivallocatie duidelijk worden. Anderzijds was de keuze voor Griekenland een danig onverwachte keuze waardoor dit net de verrassing extra onderstreepte. Marokko, Turkije, … zijn inderdaad vrij voorspelbare locaties. Maar dán zou men natuurlijk die voorspelbaarheid ter plaatse in verrassingen kunnen uitbouwen. Nu bleek de link met de festivalthuishaven dan ook vooral conceptueel sterk en werd vooral het ontmoeten zélf als nobele (en bereikte!) doelstelling gehanteerd. Maar de ontmoeting nadien aan de festivalplek knopen, was (jammer genoeg) moeilijker en minder boeiend. Hierdoor kwam er misschien een iets te abrupt einde aan een resem van ongelooflijk charmante en prikkelende ontmoetingen. Deze onvergetelijke ervaring, de rijkere intenties doen alvast uitkijken naar (veel) meer.
Verniers broedt als een uit de kluiten gewassen legkip op gouden festivaleieren. Zijn eerste Tweetaktkuiken is in ieder geval een hartveroverend diertje gebleken dat de nieuwsgierigheid naar zijn toekomstige broertjes en zusjes ferm aanspekt.
Wat gaan we hier nog allemaal meemaken met zo’n legexemplaar in het theaterkippenhok???
Wordt hopelijk nog een flinke tijd vervolgd…
www.tweetakt.be






