Jan Kempenaers kreeg onlangs de vierjaarlijkse Prijs voor Fotografie van de provincie Antwerpen. De jury waardeerde zijn werk onder meer omwille van zijn strakke methodiek. Hij wordt wel eens de fotograaf van de leegte of van non-plaatsen genoemd omdat hij oog heeft voor alledaagse plekken die ons zo bekend zijn dat we ze niet meer zien. Het soort fotografie dat Kempenaers brengt lijkt in de eerste plaats in functie van de reproductie te staan. Maar de keuze van de beelden en de wijze waarop ze gepresenteerd zijn verraden zijn engagement en kritische blik waarmee hij de mens met zichzelf confronteert.
MUT(IL)ATIE heeft Doel en de havenuitbreiding als onderwerp, iets wat de laatste jaren nogal gevoelig ligt en dan ook de nodige emoties met zich mee bracht. De horizontale beelden die Kempenaers maakt ogen er evenwel op het eerste gezicht neutraal uit. Hij toont landschappen in de weinig in het oog springende kleuren die wij in België zo goed kennen vanuit een hoger standpunt. Het moment dat Kempenaers uitkiest is meestal dat waarop er geen mens te zien is. Zo creëert hij een doodse stilte. Meestal gaat hij heel subtiel te werk zodat van de politieke strijd eigenlijk weinig te merken is. Af en toe verlaat hij dit pad, zoals met de foto van een huis dat ingepakt is door slogans die opkomen tegen de onteigening van Doel. Maar ook dit oogt al dood en verlaten, alsof de strijd gestreden en verloren is.
De landschappen die Kempenaers fotografeert geven ons een gestructureerd overzicht van de ingreep van de mens in de natuur. Kempenaers richt zijn blik naar beneden en toont ons de menselijke inplantingen in de natuur. We krijgen een panoramisch overzicht en zien hoe de mens de natuur bespeelt en probeert te overmeesteren. De scherpte van het beeld geeft ons een overvloed aan details die tot kilometers ver te zien zijn waardoor het duidelijk wordt dat de ingrepen overal zijn, het is een constante strijd tussen mens en natuur. De keuze voor een grootbeeldcamera en het grote formaat van de foto's zorgt ervoor dat het beeld slechts in een geringe mate door het fototoestel beperkt wordt en geeft ons het gevoel dat we met onze eigen ogen kijken. Zo worden we in het gerepresenteerde beeld gezogen en wordt de aandacht van de representatie weggetrokken. De fotograaf heeft zich als het ware weggecijferd om plaats te maken voor wat we zien en niet zien.
De tentoonstelling in het Muhka loopt nog tot 29 april. Deze in het Provinciaal Museum voor Fotografie tot 25 februari.






