Regisseur Steven Soderbergh blijft maar doorgaan, zes films op minder dan drie jaar tijd. Hij begon aan zijn marathon in 2000 met The Limey, een prachtig gemonteerde film noir-achtige wraakfilm. Samen met het wat eenvoudiger Out of Sight in hetzelfde jaar betekende dit de bescheiden herlancering van zijn carričre en leidde ongetwijfeld tot een hernieuwd zelfvertrouwen, want in in ijltempo volgden Traffic, Erin Brokovich (2001), Ocean’s Eleven, Full Frontal (2002) en nu dus Solaris, een erg gewaagde stap in z’n carričre, en des te opmerkelijker aangezien grote namen als George Clooney (hoofdrol), James Cameron (producent) en het instituut 20th Century Fox zich achter het project schaarden. Desalniettemin werd Solaris een regelrechte flop in Amerika, wat niet te verwonderen valt, aangezien de film aanspoort tot nadenken, en laat dat nu net datgene zijn waar dat cowboyvolkje niet echt op zit te wachten dezer dagen. In Europa lijkt het allemaal wat vlotter te verlopen, wat ook weer niet zo hoeft te verwonderen, gezien de Europese wortels van Solaris. De film is gebaseerd op de gelijknamige cultroman van de Pool Stanislaw Lem (‘cult’ omdat iedereen het boek kent maar geen hond hem ooit gelezen heeft, ondergetekende hond inbegrepen), en dat boek in 1972 verfilmd werd door Andrei Tarkovski, Mr. Intellectualski himself. Nu moet ik bekennen dat ik die eerste versie nooit gezien heb, afgeschrikt door omschrijvingen als "wil lijken op 2001 A Space Odyssey, maar heeft meer weg van een knullige Russische versie van Star Trek, maar dan minder grappig en vooral véél langer".
Nu goed, ik zal hem een dezer wel eens een kans geven, want om eerlijk te zijn vond in Soderbergh’s Solaris best wel top, maar alleen een beetje te kort.
Waar gaat het eigenlijk over? Awel, het begint allemaal bij ene Dr. Chris Kelvin (Clooney), een psychiater die net z’n vrouw heeft verloren en daar merkbaar zwaar onder lijdt. Hij krijgt een boodschap van zijn oude vriend Gibarian, die al jarenlang onderzoek verricht op het ruimteschip Prometheus, dat rond de planeet Solaris cirkelt. Blijkbaar is er iets niet pluis aan boord, de bemanning wordt gek, ze weten niet hoe of waarom, maar niemand wil het schip verlaten om eraan te ontsnappen. Gibarian smeekt Kelvin om onmiddellijk de situatie te komen bestuderen. Na deze uiterst beknopte introductie op aarde vertrekken we de ruimte in, met een mooi gefilmde reis van enkele minuten, compleet met op 2001-achtige wijze rustig rondcirkelende ruimtetuigen en heerlijk zweverige muziek (over de hele lijn een prachtsoundtrack van Cliff Martinez). Eenmaal aan boord van Prometheus valt het Kelvin meteen op dat het een en ander niet klopt, er hangt bloed aan de muren, zijn vriend Gibarian vindt hij meteen in een lijkzak terug, naast het lijk van een andere onderzoeker, besmeurt onder het bloed. Even later treft hij de enige twee resterende bemannigsleden, de neurotische Snow, die door de omstandigheden compleet getikt is geworden, en dokter Gordon, die wel nog over haar verstand beschikt, maar haar slaapcabine niet meer durft te verlaten. Geen van beiden heeft een flauw benul van wat er aan de hand is, enkel dat een of andere kracht, uitgaande van de planeet Solaris, de bemannigsleden een na een de dood injaagt, middels psychologische terreur, iets wat Dr. Kelvin al snel ondervindt als hij de eerste keer gaat slapen, droomt van zijn dode vrouw, de liefde met haar bedrijft en de volgende ochtend naast haar wakkerwordt, niet als spook, maar als een concreet wezen dat kan voelen, spreken, aanraken en denken. Z’n eerste impulsieve reactie is een beetje erover, edoch begrijpbaar gezien de omstandigheden: hij flikkert haar de ruimte in. Maar de volgende nacht is ze daar weer en is Kelvin verloren.
Wat volgt is een voor science fiction te zijn verrassend verhaal van schuld, verloren liefde, reflecties over het begrip herinneringen en het bestaan van iets hogers dat al onze handelingen stuurt. Geen kattepis dus, maar ook weer niet zo overdreven dat nonkel Jos en tante Mariette er geen snars van zouden begrijpen. Het grootste deel van de rest van de film wordt gevuld met flashbacks van Kelvin en zijn ‘herboren’ dode vrouw Rheya. Elk hebben ze zo hun eigen herinneringen over hun relatie, Kelvin ziet enkel nog de mooie momenten, terwijl Rheya vooral beelden voor zich ziet van de aftakeling van hun relatie, en hoe die leidde tot haar zelfmoord, die Kelvin makkelijk had kunnen voorkomen. Of hoe de dood de herinnering aan de overledene vertekent, wat hier treffend getoond wordt aangezien de Rheya die Kelvin op het ruimteschip ziet eigenlijk een fantasie is van de vrouw die hij ooit had, een geďdealiseerde versie ervan. Tegelijk beseft Kelvin, geconfronteerd door de negatievere herinneringen van Rheya, dat hun relatie mede door zijn toedoen de dieperik in gegaan is, en hij ziet in deze ‘herrijzenis’ van zijn dode vrouw een unieke tweede kans, waardoor hij zich wanhopig aan haar vastklampt, ook al is zij slechts een geestesschim, en doordaar slaagt ook hij er niet in het ruimtestation te verlaten, hij kiest er voor om in zijn versie van het verleden te blijven hangen, eerder dan terug te keren naar de aarde en al zijn vervelende kantjes.
En wat is dan de rol van de mysterieuze planeet Solaris, die meermaals tussen de flashbacks door het beeld vult? Eigenlijk is Solaris een gigantisch brein, wat gesuggereerd wordt door z’n kleur en de hersenachtige plooien, het brein stuurt de levens van de mensen, manipuleert ze, maakt ze gek, doordat het een tastbare vorm geeft aan de menselijke behoeften en verlangens, in Kelvins’ geval dus zijn ‘herrezen’ echtgenote. In dit opzicht is Solaris een God, net zoals in het grote voorbeeld ‘2001’ de krachten achter ‘Jupiter and beyond’ de mensheid bijsturen zonder dat wij ons daar zelf van bewust zijn. Of, om het allemaal nog wat bekakter uit te drukken: de ‘levende’ planeet Solaris is eigenlijk een metafoor die de kijker in staat stelt vanop een afstand te reflecteren over zaken als het onderhouden van de communicatie binnen een relatie, de verschuivingen binnen begrippen als identiteit en herinneringen, en niets minder dan de algehele menselijke psyche. Kortom, een mooie, rustige meditatie over de ‘pijn van het zijn’, toevallig verpakt als een commerciële science fictionfilm.
In Amerika draaide het gros van de marketingcampagne rond het feit dat Clooney verschillende keren z’n blote kont liet zien. Dus dames, allen naar de cinema want George Clooney laat z’n kont zien. En neem misschien jullie venten mee, want misschien kunnen ze wel iets opsteken over de geweldige werking van dat bizarre labyrint dat het vrouwelijke denken heet te zijn. Maar meer dan waarschijnlijk ook weer niet. Ach ja…
Solaris Homesite






