"The cinema is an invention without a future"
Louis Lumière in 1896
Tijdens de jaren vijftig werden er heel veel heel saaie films gemaakt. Een bende Franse filmnerds kon het niet meer aan en lanceerde een tegenaanval. Ze hadden geen geld en maakten films met zo goed als geen materiaal, meestal betaald door papa en mama. Hun films waren erg klungelig, redelijk amateuristisch en soms naïef. Dat was vooral het gevolg van hun gebrek aan geld en ervaring, maar zijzelf noemden het een vorm van protest tegen de plastic-glamourfilms van die geldverslindende lopende band die men soms Hollywood noemt. En wat bleek? De film zou na de Nouvelle Vague nooit meer dezelfde zijn (wat niet helemaal waar is, er worden nog steeds erg saaie films gemaakt, alleen niet meer zoveel als vroeger, maar dat is een heel ander verhaal). Het geheim van de Nouvelle Vague was dat net op het moment dat dat jong Frans geweld jeuk in zijn handen begon te krijgen ("Er moet NU gefilmd worden!") er zich een revolutie voordeed op de markt van de filmapparatuur. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren technici erin geslaagd een camera te ontwikkelen die zo licht was dat je er over een heel slagveld mee kon rennen zonder doodgeschoten te worden (die beestachtige slachting is dus toch nog ergens goed voor gebleken). In de loop van de jaren vijftig werd deze apparatuur op de markt gegooid, met de bekende gevolgen.
De geschiedenis van de mensheid is een zich tot in het oneindige herhalende cirkel: de Mens werkt zichzelf door zijn eigen stomme schuld in de vernieling, de Mens bouwt alles weer onverstoorbaar op om even later alles weer even hard te vernielen. Waar gaat dit heen? Oh ja, film!
Een kleine veertig jaar nadat de Nouvelle Vague een frisse wind door het verdorde filmlandschap blies, stonden we weer nergens. De commerciële film op het einde van de eeuw is zo mogelijk saaier dan ooit te voren. Maar, opnieuw is er een technologische revolutie aan de gang: de digitale revolutie. Begin jaren tachtig, toen de videocamera massaal verspreid begon te raken, riepen filmprofeten in koor dat de totale democratisering van de film nabij was. Binnenkort zou iedereen die zich geroepen voelde tot de Film voor een appel en een ei aan de slag kunnen en filmgeschiedenis schrijven. Zo'n vaart liep het niet. De laatste jaren echter lijkt het allemaal veel sneller te gaan. Met de komst van de betaalbare en kwalitatief steeds sterker wordende digitale camera lijkt de grootste revolutie in de maak sinds de introductie van de draagbare camera na de Tweede Wereldoorlog. Ook andere technische, digitale nieuwigheden spelen in het voordeel van een democratische cinema. Sinds enkele jaren is het mogelijk digitale beelden te monteren op een gewone Pentiumcomputer (twee jaar terug moest men hiervoor nog voor veel geld een montagestudio huren). Programma's als Adobe Premiere, Final Cut Pro en Ulead brengen elk jaar eenvoudigere en gebruiksvriendelijkere versies uit van hun montageprogramma's. Dergelijke non-lineaire montage (dat wil zeggen computermontage) biedt de filmmaker een nooitgeziene vrijheid om zijn beelden te manipuleren en te structureren.
Daarnaast is er natuurlijk ook het Internet, een bijna kosteloze manier om wereldwijd promotie te voeren. Een recentere toepassing van het internet is terug te vinden op websites als iFilm, AtomFilms en Hi8 theater , platformen waar amateurfilmmakers hun digitale films kunnen vertonen via het internet. Gezien de - voorlopig nog - beperkte beeldkwaliteit en capaciteit van de computers is het nog niet aangewezen om in deze platforms de toekomst te zien van filmdistributie.
Eén ding is wel zeker: voor het eerst wordt - kleinschalige - filmproductie in principe voor iedere gedreven filmfanaat een mogelijkheid. De moderne, digitale filmmaker kan nu aan de slag gaan met een - relatief - minuscuul budget: 50 000 à 100 000 Belgische frank (geen flauw idee hoeveel Euro) voor een degelijke digitale camera, een goed montageprogramma voor maximum 5000 frank, een sterke computer en een internetaansluiting. Dit betekent dat de oude droom van regisseur Francis Ford Coppola eindelijk uitkomt: film wordt pas een echte, volwaardige kunstvorm als iedereen die films wil maken dat ook echt kan doen. Het materiaal moet even toegankelijk worden als pen en papier voor de schrijver of het instrument voor de muzikant. Met andere woorden: de digitale golf kan beginnen.
Ter illustratie van de impact die die digitale golf kan hebben op de traditionele manier waarop films gemaakt en verspreid worden, verwijs ik naar twee films die elk een zeer recente mijlpaal zijn in de geschiedenis van de filmproductie: The Last Broadcast (1998) en The Blair Witch Project (1999). Beide films vertonen verdacht veel gelijkenissen, er is zelfs een hele discussie gaande of de makers van The Blair Witch nu wel of niet The Last Broadcast hebben geplagieerd, maar deze discussie doet in dit artikel weinig ter zake (voor de geïnteresseerden: in het archief van het webmagazine The 11th Hour - Web Magazine zit een boeiend artikel over deze kwestie: 'Fact and Fiction, The Last Broadcast vs. Blair Witch' van Sarah Kendzior). Wat wel van belang is, is het feit dat beide films werden gemaakt met alle hierboven beschreven, amateuristische middelen en - in tegenstelling tot de films van duizenden amateur-filmmakers - veel aandacht kregen in de media en verrassende kassuccessen werden.
The Last Broadcast, een project van twee jonge Amerikaanse filmfanaten, Stefan Avalos en Lance Weiler , is een zogenaamde 'mockumentary', een fictieve documentaire over vier jonge televisiemakers die met hun camera's de bossen intrekken om een reportage te draaien over de legende van de 'Jersey Devil'. De volgende dag keert slechts één van hen terug, van twee anderen worden later de gruwelijk verminkte lijken gevonden, van de vierde blijft alleen een grote plas bloed over. De pas een jaar later teruggevonden en zwaar beschadigde laatste videotapes moeten, stap voor stap, de oplossing geven van het raadsel. Het verhaal mag dan wel niet zo nieuw zijn, de manier waarop de film tot stand kwam en verspreid werd zijn dit wel. Een maand nadat het idee voor de film tot stand kwam werd al begonnen met de opnames, in december 1996. Tegen de zomer van '97, nog geen acht maanden later, was de film voltooid. Het uiteindelijke budget van deze professioneel ogende film kwam neer op een onvoorstelbare 900 dollar (de makers zelf plaatsten hun film in de prijsklasse van een tweedehands wagen). "The first thing we got rid off was actors", zegt Stefan Avalos hierover. De opnames gebeurden met hulp van de familie en vriendenkring van de makers, met een goedkope digitale camera, in natuurlijke locaties en zonder artificieel licht, dus tot zover nog steeds niets nieuws. Het eerste revolutionaire aspect van The Last Broadcast is het feit dat het de allereerste langspeelfilm is die volledig werd gemonteerd op een gewone desktop-computer, met Adobe Premiere. Op die manier konden Avalos en Weiler een film maken, betaald met hun eigen centen, met een beeldkwaliteit die niet moet onderdoen voor de gemiddelde, makkelijk honderd keer duurdere film. In oktober 1998 schreven de twee filmmakers opnieuw geschiedenis door van The Last Broadcast, naast de eerste 'desktopfilm', nu ook de eerste film te maken die zonder tussenkomst van een distributeur in een aantal Amerikaanse bioscopen en op het internet 'live' vertoond werd, via satelliet. Deze stap, het elimineren van het anders voor onafhankelijke films zo frustrerende distributiesysteem, wordt algemeen beschouwd als een belangrijke doorbraak in de onafhankelijke filmproductie. Het invloedrijke mediablad Wired plaatste Stefan Avalos en Lance Weiler dan ook bij "the 25 people most likely to transform the entertainment industry".
Ongeveer gelijktijdig (maar net iets later) begonnen Daniel Myrick en Eduardo Sanchez, eveneens twintigers, te werken aan wat wel eens de meest rendabele film aller tijden zou kunnen worden, The Blair Witch Project. Het verhaal van de film is bijna identiek aan dat van The Last Broadcast: een 'mockumentary ' over drie jonge filmstudenten die de bossen intrekken om een documentaire te maken over de heks van Blair. Ze keren nooit meer terug. Een jaar later worden de videotapes van hun laatste dagen terug gevonden. De film is een montage van die tapes en toont hoe de drie steeds verder verdwalen in het bos, hoe ze bijna verhongeren, elkaar in de haren vliegen en elke nacht geplaagd worden door een onzichtbaar fenomeen dat zich in de bossen verschuilt. De film is van begin tot einde uiterst geloofwaardig, alles wat de kijker ziet, ziet het door het oog/de camera van de personages. De grens tussen fictie en non-fictie werd helemaal ten top gedreven doordat de drie acteurs zonder scenario en zonder de minste achtergrondinformatie, met twee camera's (een camcorder en een 35mm camera) en een taperecorder, de bossen in werden gestuurd. De filmmakers gaven hen bewust een foutieve kaart mee zodat ze verloren zouden lopen en hun voorraad eten zou uitgeput geraken, 's nachts beslopen ze het tentje van de acteurs en joegen hen de stuipen op het lijf met allerlei griezelige geluiden. De angstaanvallen en ruzies in de film zijn dus zo authentiek als ze maar kunnen zijn. Deze hoge mate van geloofwaardigheid werd zwaar uitgespeeld in de marketingcampagne: net zoals bij The Last Broadcast wou men de kijkers doen geloven dat alles echt gebeurd was. Net die marketingcampagne is, in het kader van dit artikel, het interessantste element van The Blair Witch Project. Meer dan een jaar voor de film verscheen werd de website van de film gelanceerd (www.blairwitch.com). Sterker nog: toen de site al duizenden bezoekers had gekregen, waren de eigenlijke opnames nog niet eens begonnen. De bezoeker van de site wordt aangespoord om te geloven dat in 1994 drie studenten verdwenen in de bossen van Maryland en dat een jaar later hun videotapes werden teruggevonden. Naast achtergrondinformatie over de drie jongeren kan men er ook - volledig verzonnen - 'bewijsmateriaal' vinden: getuigenissen van vrienden en betrokkenen, het dagboek van een van de studenten en een volledig historisch overzicht van vroeger gepleegde moorden, vermoedelijk door de heks van Blair. De website was zo overtuigend dat ze meteen uitgroeide tot een mythe onder internetfanaten, binnen een jaar tijd werd de Blair Witch-site een van de meest besproken en bezochte pagina's op het net. Dankzij deze 'hype' werd de aandacht getrokken van filmproducenten, die nu wel bereid waren om geld op tafel te leggen, zodat de film eindelijk kon gemaakt worden. Over het eigenlijke budget heerst veel onduidelijkheid, het wordt geschat tussen 10 000 en 50 000 dollar, alleszins opnieuw een peulenschil in vergelijking met de gemiddelde film. Toen de film eindelijk in de bioscoop kwam, in juli 1999, was de 'hype' al zo opgedreven dat een kassucces niet meer kon uitblijven. The Blair Witch Project werd een onmiddellijke hit in alle landen waar hij uitkwam, de voorlopige opbrengst van deze film, die nog geen half miljoen dollar kostte, wordt geschat op 180 miljoen dollar.
Het spreekt voor zich dat een dergelijke kosten/baten verhouding een harde slag in het gezicht van Hollywood is, waar films gemaakt worden voor meer geld dan Blair Witch opbracht en bijna niet genoeg geld opbrengen om uit de kosten te komen. Het valt nog af te wachten wat haar reactie zal zijn. De eerste tekenen wijzen al op een geleidelijke overstap naar de digitale cultuur: Disney introduceert de digitale filmprojectie met Tarzan, grote Hollywoodstudio's gaan in zee met internetproviders (bijvoorbeeld de veelbesproken Time Warner/America On Line fusie), montage gebeurt nu meer en meer non-lineair, etc.
Net zoals de Nouvelle Vague in de jaren vijftig en zestig de vastgeroeste filmindustrie wakkerschudde, zo lijkt nu ook de digitale golf hetzelfde te doen: een in megalomane budgetten en verlieslatende monsterproducties verzuipend Hollywood aantonen dat het ook met minder kan. En, net zoals de Nouvelle Vague niet had kunnen bestaan zonder enkele voorafgaande technologische vernieuwingen (vooral de draagbare camera en taperecorder), zo is ook de digitale golf, waar bijvoorbeeld ook Dogma 95 een belangrijk deel van uitmaakt, een kind van het digitale tijdperk.
Of, zoals filmhistoricus David A. Cook
concludeert in zijn overzicht van de filmgeschiedenis:
"film is in essentie een technische kunstvorm, de dynamiek en kracht van cinema volgt uit zijn technische evolutie. Elke technische vooruitgang leidt vroeg of laat tot een esthetische revolutie."
LINKS:
www.ifilm.com
www.hi8theater.com
www.atomfilms.com
www.blairwitch.com
www.tebweb.com/last broadcast
www.dogme95.dk






