Begrijp me niet verkeerd, Gangs of New York is een dijk van een film, briljant vormgegeven, met sets van een zelden geziene schaal, werkelijk oogverblindend, een fantastisch inzicht in een boeiend stuk Amerikaanse geschiedenis waar we lang nog niet genoeg van weten, een acteerprestatie van Daniel Day-Lewis, als Bill the Butcher, die een standbeeld in elke stad verdient, en prachtig gechoreografeerd en intens brutaal geweld, geweldig hoe dat bloed en die ledematen alle kanten uitvliegen, werkelijk geniaal. Maar…maar…maar…waar zit de ziel van de film? Waar is dat ene aangrijpende moment dat je meesleurt in het verhaal en je de volgende twee uur niet meer loslaat, waar zit de emotie ? Wel, ik heb er lang naar gezocht en het op geen enkel moment gevonden. Ik ben nooit echt in de film kunnen stappen, het rolde voorbij, zonder al te veel erg, maar echt diep ben ik nooit gegaan, zoals ik dat anders bij bijna elke film van Scorsese wel deed.
Een ding is duidelijk: Scorsese heeft zich vertild aan dit project, een film die zo’n monstrueuze verpakking heeft dat de inhoud door de bodem is gezakt. Gangs lijdt aan hetzelfde symptoom als al die mega-films, meestal periodefilms, die graag uitpakken met exuberante decors, historisch correcte details en peperdure special effects. Kijk naar mooie misbaksels als Titanic, of Gladiator, en nu dus ook Gangs of New York, en bedenk luidop "ze zijn schoon van ver, maar ver van schoon".
Niet dat Gangs geen inhoud bevat, wel integendeel, de film barst van de thema’s en historische informatie, maar alleen veel te veel om allemaal in een keer te verteren, zeker als je niet op z’n minst over een minimum aan achtergrondkennis beschikt ten aanzien van de vroege Amerikaanse geschiedenis. Gangs schetst niet alleen het ruige leven in de ruigste wijk van de stad, de notoire Five Points, waar ruwe gangs elkaar met knuppels en hakmessen te lijf gaan, en geweld een uit de hand gelopen hobby is. Gangs wil ons ook het een en het ander bijleren over hoe het ‘melting pot’-idee in New York is ontstaan, en hoeveel bloed het kostte alvorens de oorspronkelijke inwoners dat idee zagen zitten. Gangs vertelt verder over hoe corrupt de autoriteiten toen waren, hoe de verschillende brandweerkorpsen elkaar eerst te lijf gingen alvorens een brandend huis te plunderen en dan pas te beginnen met blussen, over hoe de armsten van de stad leefden, wat de verschillende gradaties van misdaad zijn, hoe m’n iemand succesvol met drie messteken traag kan doen doodbloeden (lang genoeg om de persoon in kwestie te doen nadenken over de vraag ‘waarom lig ik hier nu precies dood te bloeden?’), en dan leren we ook nog het een en het ander over klasseverschillen en de bijhorende rituelen, over racisme, nationalisme, slavernij en religie, en dat alles speelt zich dan ook nog eens af tegen de achtergrond van de Amerikaanse burgeroolog, een extreem bloederig conflict waarover wij hier in Europa bitter weinig weten, al was het maar omdat de Amerikanen niet al te happig zijn om er de sappige details van bloot te geven. Oh, en dan zou ik bijna vergeten dat er ook nog eens wraak-, vader-zoon- en driehoeksverhoudingsthema’s door dat alles zijn geweven, een mens zou het bijna vergeten tussen al de rest. Een dik belegde boterham met andere woorden, eentje die je onmogelijk met één hap in je mond krijgt.
Ik zou hier makkelijk nog een bak kritiek over de film kunnen gieten, maar ik wil eigenlijk geen mensen afschrikken om nog naar Gangs te gaan kijken. Want zelfs met al die tekortkomingen blijft het een visueel overdonderende rit. Vergeet de compleet misplaatste rollen van DiCaprio (zo’n flurk als ruige gangleider, kom nu!), en vooral Cameron Diaz (met alle beste wil van de wereld, in dat seutig snoetje zie ik echt niet de meest notoire dievegge en slet van Five Points) en let vooral niet op de werkelijk afgrijselijke muziek (als je dacht dat er in Titanic slechte muziek zat dan heb je dit nog niet gehoord, fuck, geef mij dan toch maar liever een lekkere schijf van Enya). Vergeet dat alles, zak goed achterover in de zetel en probeer die impressionante beeldenstroom te verteren zonder dat je kop ontploft. En vooral, boven al, kijk hoe Daniel Day-Lewis dat geweldige personage van Bill the Butcher neerzet, een man zo extreem gemeen dat je er alleen maar van kan gaan houden, elke seconde dat Day-Lewis in beeld verschijnt spat hij van het scherm, ook al doet hij niets anders dan even een wenkbrauw bewegen, alleen al de manier waarop hij even aan z’n snor krult is een Oscar waart, wat een wereldklasse. Spijtig dat de goede man, na tien jaar schoenen poetsen in Venetië, nu opnieuw het acteren heeft gelaten voor wat het is, een klasbak als hem missen we al te zeer in deze barre tijden.






