Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Peter Wullen:
Over 'De autist en de postduif' van Rodaan Al Galidi
Over 'Stil Alarm' van Krijn Peter Hesselink
Over 'getande raadsels' van Patrick Conrad
Over Lies Van Gasse, Maarten van den Berg en Hanz Mirck
Over de oorlogscanon van Geert Buelens
Angel, RM74, Ryoji Ikeda, Taylor Deupree, Christopher Willits, Thomas Fehlmann, Pulseprogramming...
SOUND FRICTION 12/02 (ELECTRONICS & BEYOND)
datum 26.12.2002
auteur Peter Wullen
rubriek Muziek
ANGEL, Nr. 1 > nr. 10 (Bip_Hop/Lowlands)
RM74, Instabil (Domizil/Staalplaat)

Op een moment dat je denkt dat alles bewezen is, slaan 2 gehaaide noise-adepten de handen in elkaar. Noem het project Angel en je hebt het concept voor een verrassende en intense confrontatie. Ilpo Väisänen is de ene helft van het Finse elektrocommando Pan Sonic. Hun laatste exploot Aaltopiiri dateert reeds van eind 2001. Väisänen en zijn compaan Vainio deden intussen elk hun soloding. Vainio houdt zich aan het strikte tik- en klikminimalisme van een label als Raster Noton. Väisänen ziet het iets breder en sloot een alliantie met Mego voor zijn elektroproject Asuma. Voor Angel vormt hij team met Mark Dresselhaus, de voorman van Schneider TM, die dit jaar indruk maakte met het poppy technoalbum Zoomer. De zelfgebouwde, analoge synth van Väisänen neemt het op deze onbewerkte Berlijnse liveregistratie uit 2000 op tegen de fucked-up gitaar van Dresselhaus. Na een minuut effectieve stilte gaat alles in relatieve rust van start met enkele haperende klikken en wat gitaargeruis. Vanaf track 2 en 3 trakteert het duo je op een verschroeiend noisefest. Het procédé is telkens hetzelfde. Väisänen bouwt met zijn typewritersynth een track op, die Dresselhaus met gierende gitaaruithalen aan stukken rijt. Het vergt enig uithoudingsvermogen om je door deze herrie heen te wringen. De geduldigen worden beloond want op track 7 komt de samenwerking tot wasdom. In pure Pan Sonic-stijl gooit Väisänen de boel open met een knetterende technotrack, waar de schrapende gitaren van Dresselhaus zich wellustig tegenaan schuren. Vanaf track 8 bouwt het tweetal de stomende climax weer crescendomatig op om op track 10 plots vrij abrupt tot stilstand te komen.
De experimentele producer Reto Mäder volgt op zijn nieuwe album Instabil net de omgekeerde weg. Hij geeft zijn bronnen slechts geleidelijk prijs. Na zijn baanbrekende samenwerking met het internationale project Ohne, is het meesterlijke Instabil zijn tweede cd voor het Zwitserse Domizil. Wat begint als schijnbaar ongestructureerde noise (‘Schlonder’, ‘Abligassen’ en ‘Flarorchsel’) ontaardt geleidelijk in een bizarre collectie piepende orgel- en pianodeunen, nonsensikale instrumentaaltjes en genekte kermismuziek. ‘Panaloptik’ draait rondjes in de manege tot je er suf van wordt. Op ‘Erolarchs’ probeert een atonaal orgel boven de herrie uit te stijgen. Op ‘Schamassel’ sluit een eenzaam pianomotiefje een alliantie met de harde schijf van Mäder’s computer.

ELFDE MIXER, Roel Meelkop/Frans de Waard/Jidai
JIDAI, Nova
THU 20, Live In Groningen
(Stichting Mixer/Staalplaat)

Voor zijn Mixer-reeks legde Martijn Tellinga van Stichting Mixer zich tot nu vooral toe op verrassende combinaties van een internationaal allegaartje van experimentele artiesten. Een gloednieuw pakketje Mixer-exploten is een bijna introvert onderonsje geworden van semi-ambitieuze Nederlandse muzikanten in de marge. De Japanner Jidai valt daarbij lichtjes uit de toon. Op de Elfde Mixer delen Roel Meelkop en Frans De Waard elk een plaatkant. Veteraan Meelkop heeft een eigen label (audio.nl) en maakt multimediainstallaties. Hij schildert met klanken en bevindt zich voortdurend op de grens van geluid en stilte. Hier herwerkt hij geluidsmateriaal dat opgenomen werd tijdens een workshop van Kapotte Muziek in de States in ’93. ‘(Workshop)’ bevat een weinig originele mix van elektronische instrumentatie en omgevingsgeluiden. Frans De Waard is de man achter Staalplaat en frontman van tal van experimentele muziekprojecten (onder meer Beequeen, Goem en Kapotte Muziek, e.a.). ‘Fragment’ is een uittreksel van de Amerikaanse tournee die Kapotte Muziek in ’93 aldaar ondernam. Waarom dit materiaal van een decennium geleden nu pas gereleaset wordt, is zeer de vraag. ‘Fragment’ kon ons alleen maar boeien omdat in het middenstuk een industrieel motief opdook. Elders klinkt het bloedsaai en voorbijgestreefd. Meelkop maakt samen met Jos Smolders, Sjac Van Bussel en Peter Duimelinks ook deel uit van het elektroakoestische ensemble THU20, dat zichzelf een musique concrète groep noemt. THU20 treedt zelden op en brengt relatief weinig materiaal uit. Derde Schijf uit ’99 was bijvoorbeeld 7 jaar in de maak. Live In Groningen is de registratie van een optreden tijdens het Casa Electronica-festival in Groningen. Het concert werd voor de cd opgedeeld in 4 delen. THU20 creëert een parallelle en vervreemdende akoestische en synthetische geluidswereld, die graag speelt met het bewustzijn van de luisteraar. Op track 3 komt alles plots samen in een gestoorde en bizarre mix van schrapende omgevingsgeluiden en tikkende computersounds. Da’s slechts schijn want zodra er ook maar enig gevoel van orde ontstaat, wordt die meteen weer ontbonden. Dat maakt het beluisteren van Live In Groningen niet makkelijk maar wel spannend.
Vreemde eend in de bijt in het pakket Mixer-releases is Jidai, een jonge Japanner, die graag speelt met hoge en lage tonen, met digitale distortie en met clickgeluiden. Zijn irritante laptopproject Nova werd om welke reden dan ook opgenomen in de cd-r reeks van Mixer. Ons werkte het schijfje eerder op de zenuwen. Het duurt trouwens een tijdje voor het Gameboy-geluid van Jidai volledig openbloeit. Hij kiest zijn geluiden uiterst perfectionistisch en zorgvuldig uit en werkt graag met stiltes. Maar Nova is een weinig beklijvende cd waar je vooral rustig bij kunt indommelen.

RYOJI IKEDA, Op.(Touch/Import)
Ryoji Ikeda dook ergens midden de jaren negentig uit het niets op met futuristische en strikt minimalistische technoalbums. De spaarse elektronica was een reactie op de exuberante informatie- en communicatieoverdaad in de handels- en uitgaanswijken van zijn thuisstad Tokyo. De zoektocht naar stilte leidde in ’97 tot het ultrasobere /- op Touch. In ’98 volgde dan 0°C, waarop de sound van Ikeda evolueerde tot een uitgepuurde symfonie voor morsesignalen. Na de dubbelaar Time/Space op Staalplaat verscheen in 2001 het dubbelalbum Matrix, het voorlopige eindpunt en de culminatie van zijn elektronisch pionierswerk. Matrix was de audiocomponent bij een installatie in het ICC in Tokyo. De luisteraar nam in een verduisterde als baarmoeder ingerichte kamer plaats in foetushouding om de geluiden letterlijk en figuurlijk fysiek tot zich te nemen. Het spelen met ruimte en tijd gaat verder op het sober aangeklede Op., Ikeda’s zesde solocd en zijn vierde album voor Touch. Grote verrassing hier want op Op. is de ijsman gesmolten. Het album bevat geen enkele elektronische sound! Ikeda ging aan de slag met een Belgisch strijkersensemble (op. 1) en een Japans strijkkwartet (op. 2 en op. 3). De afkorting ‘op.’ betekent inderdaad ‘opus’ in de zeer traditionele en klassieke zin van het woord. Is Ryoji Ikeda ineens een klassieke componist geworden? Niks is minder waar want in de toekomst wil hij zich nog steeds toeleggen op de elektronische muziek. ‘Op.’ werd onderverdeeld in 4 stukken: ‘op. 1’ voor 9 strijkers, ‘op. 2’ en ‘op. 3’ met Japans strijkerskwartet en als toetje een prototype van ‘op. 1’. Vermeldenswaard is dat ‘op. 1’ grotendeels tot stand kwam tijdens het ‘experience de vol #3’ festival in Mons met inbreng van het Musiques Nouvelles Ensemble onder leiding van Jean-Paul Dessy. Ikeda waagt zich als elektronisch artiest par excellence overigens op glad ijs door met een klassiek ensemble te werken. Hoe kun je de spaarzame en glaciale elektronica van zijn vorige albums evenaren met een klassieke score? De asentimentele computercomponist moet over de brug komen met zijn gevoelens wil hij de hort opgaan met oerklassieke instrumenten als altviolen, violen en cello’s. De eerste spaarzame akkoorden van ‘op. 1’ zorgen voor verwarring. Nauwelijks aangeslagen snaren en ultrahoge strijkersklanken creëren een spectraal klankenspectrum van zinderende overtonen en boventonen dat niet moet onderdoen voor het beste van componist Phill Niblock. ‘Op. 1’ muteert in een gevoelig en weemoedig en traag verglijden van hoge en lage tonen. De enige variatie vormen sobere en ritmische celloaanslagen. Uit de hypnotische meerlagige vioolklanken van ‘op. 3’ duikt plots een heldere schijnbaar achteloos uit de ether geplukte melodie op. Puike prestatie van Ikeda om, op een moment dat alle mogelijkheden uitgeput lijken, de elektronica tijdelijk te bannen en te experimenteren met klassieke, hedendaagse muziek. De enige kritische bedenking, die we hierbij formuleren, is dat je de volle klank van een strijkersensemble best in een concertzaal ondergaat. Het merkwaardige effect van de over- en boventonen gaat op cd-formaat immers grotendeels verloren.

SIXTOO, Outremont Mainline Runs Across The Sunset 12”(Vertical Form/Import)
Sixtoo is een Canadese alternatieve mc/dj/producer en graffiti-artiest. Hij vormt samen met Buck 65 de rapgroep The Sebutones. Ghettoblaster Rob aka Vaughn Robert Squire – zoals de man in werkelijkheid heet – is een lokale bekendheid in zijn geboorteplaats Halifax in de Canadese provincie Nova Scotia en onderhoudt nauwe banden met het Amerikaanse avanthoplabel Anticon (zie zijn album Work In Progress). Hij werkte tevens samen met rapper Hunk Sage Francis van de Non-Prophets. Met Sole schreef hij het nummer ‘Testimony’. Aan street credibility ontbreekt het deze blanke rapper niet. Hij is een getalenteerd artiest en webdesigner en onder zijn artiestennaam Seka durft hij al eens een trein te besmeuren met zijn graffitikunst. Deze 12” op Vertical Form is een voorproefje van zijn in februari 2003 te verschijnen album Antagonist Survival Ki’. ‘Outremont Mainline Across The Sunset’ is een trage shuffle doorheen Sixtoo’s jeugdjaren in de gelijknamige buurt. Let vooral op de leuke saxsolo tijdens ‘Cup Of Tea’ en het op een gitaarakkoord geënte, korte ‘Transfer Please, Perfect Wednesday’. Ziehier, een gast om zeker in de smiezen te houden.

TAYLOR DEUPREE, Stil.
CHRISTOPHER WILLITS, Folding, And The Tea
(12K/Staalplaat)

Moeilijk te definiëren welk effect de minimale geluidssculpturen van 12K-man Taylor Deupree op de luisteraar uitoefenen. ‘Snow/Sand’ bijvoorbeeld is niet meer dan een zich eindeloos herhalende, ruisende loop met één enkel fluctuerend ritmisch ijkpunt. ‘Recur’ drijft dan weer op een gedempte dubbeat en tikt verwoed als het binnenwerk van een kapotte klok. Minutieuze details dringen zich op. Water drupt met een glasheldere klank op kristal. ‘Temper’ tolt om zijn as als een roterende satelliet in de ruimte. Signalen zoeken het heelal af naar buitenaards leven. Of gaat het hier om een onderzeëer? In de onderwaterwereld van de titeltrack ‘Stil.’ gebeurt helemaal niks meer. Verdoezelde geluiden van de buitenwereld dringen nauwelijks door tot op deze diepte. Stil’ werd geïnspireerd door het oeuvre van de Japanse fotograaf Hiroshi Sugimoto. Zijn reeks ‘Seascapes’ combineert eindeloze herhaling met een feilloos en perfectionistisch gevoel voor detail en verandering. In tegenstelling tot Deupree’s vorige cd Occur – die gebaseerd was op eenmalige, onherhaalbare natuurgeluiden - wordt hier geëxperimenteerd met oneindige loops en met quasi stilte. De 4 tracks op het album zijn bovendien slechts relatief korte fragmenten van werken, die uren aan een stuk kunnen afgespeeld worden.
Een nieuwe artiest op 12K is de experimentele gitarist Christopher Willits. Hij studeerde aan het Mills College, onder meer bij Pauline Oliveros en bij Fred Frith. Willits exploreert het Deleuziaanse principe van de ‘fold’ of de plooi. Op Folding, And The Tea plakt hij melodische en geproceste gitaarlijnen op en over elkaar. Dat vouwen en terug opvouwen levert ritmische, licht tikkende Fennesz-achtige stukken op als ‘Or With The Tea’ of ‘Filtered Light’. Elders creëert hij pointillistische soundscapes als ‘Poa’ of ‘Scrims’. Willits speelt handig met variatie, repetitie en zichzelf organiserende geometrische structuren. Maar Folding, And The Tea klinkt over het algemeen net iets te braaf en te cerebraal om ons 16 nummers lang in de ban te houden.

THOMAS FEHLMANN, Visions From Blah(Kompakt/Lowlands)
FAIRMONT, Paper Stars, (Traum/Lowlands)
PULSEPROGRAMMING, Tulsa For One Second(Aesthetics)
Het beentje van de techno leek in 2002 behoorlijk afgeknaagd! Tussen de tonnen albums die dit jaar verschenen waren nauwelijks opvallende en interessante releases te bespeuren. Gevestigde techno- en elektroartiesten probeerden nieuwe wegen te bewandelen in een poging om het genre uit te diepen. Maar introspectie en diepgang rijmen niet noodzakelijk met dansvloer. De beste technoreleases (onder meer Sutekh’s Fell en o.s.t’s Seimlste) leenden zich meer tot ‘close listening’ dan tot frivole danspassen. Toch vielen hier tijdens de laatste weken van 2002 zowaar nog een drietal kwalitatief goede tot erg goede technoreleases in de bus. De eerste is Visions of Blah van ouwe rot Thomas Fehlmannn (zie Palais Schaumburg, The Orb,…), tevens zijn eerste cd op het Keulense label Kompakt. Fehlmann zet er tijdens de eerste drie tracks de pas goed in. ‘Streets of Blah’, ‘Superbock’ en ‘Rotenfaden’ bulken van de testosterone met hun pompende en stuwende tegendraadse beats. Het clicks’n’cuttende ‘Du Fehlst Mir’ golft zowaar op een mondharmonicamotiefje. ‘Rainbow Over Stadtautobahn’ haalt de mosterd nog maar eens bij Kraftwerk. De zweverige en fluffy tracks ‘Decke’ en ‘Luftikus’ (ook te horen op de uitstekende ‘Vertical Forms’ compilatie van begin vorig jaar) grijpen dan weer terug naar ’s mans verleden bij The Orb. Eén en al psychedelica en chillout ook op het afsluitende ‘Boheme Rouge’. Visions of Blah is – hoe kan het anders? - een verrassend en zeer verscheiden album van een doorwinterd en origineel technoartiest.
Het Keulense Traum heeft nog maar nauwelijks 10 releases op zijn actief maar is hier in korte tijd een huis van vertrouwen geworden. Het licht verteerbare Fairmont is het alias van Jakob Fairley, een technoartiest met rock- en popachtergrond uit het Canadese Toronto. Hij maakt muziek sinds ’95 en bracht reeds één en ander uit op het Canadese Dumb-Unit en op de Duitse labels Sender en Traum. Paper Stars van Fairmont, Fairley’s nieuwste project, bevat een soort melodieuze en poppy technosoul met occasionele vocale inbreng. Fairley neuriet zijn melodieën, maakt handig gebruik van inventieve baslijnen en technogrooves om een weinig opvallend concept boven het gros van het aanbod te verheffen. We waren vooral onder de indruk van de titeltrack ‘Paper Stars’ en van de originele, minimale techno van ‘Inside’. Leuke kennismaking met een nobele onbekende!
Ook van over de plas bereikt ons het peperdure en gehypte multimediaproject Pulseprogramming, dat muzikanten, designers en cineasten groepeert in een losvast collectief. De frontman van het ambitieuze Pulseprogramming is ene Marc Hellner, die ook betrokken is bij die andere Aesthetic-band L’Altra. Tekstschrijver van dienst is dichter Joel Craig. Het fraai verpakte Tulsa For One Second bevat 9 instrumentale en vocale poppy techno nummers. De degelijke en bekoorlijke tracks ‘Blooms Eventually’ (met vocale inbreng van Lindsay Anderson van L’Altra) en ‘Stylophone Purrs…’ konden ons nog aangenaam verrassen. Elders weegt het muzikaal geheel te licht en maakt het gezelschap pas op de plaats met te vlak geproduceerde techno, gericht op de chiquere discotheken, waar de vorm belangrijker is dan de inhoud.

VARIOUS, Wanna Buy A Craprak?
SAFETY SCISSORS VS. KIT CLAYTON, Ping Pong
242.PILOTS, Live In Brussels DVD
(Carpark/Import)

De taak van een muziekrecensent is soms ondankbaar. Zo moesten we ons de laatste maanden door een aantal halfslachtige Carpark-releases heen worstelen. En dat terwijl we toch wel een boontje hebben voor Todd Hyman en zijn crew. De laatste albums van Takagi Masakatsu, Ogurusu Norihide en Casino vs. Japan hadden te weinig om het lijf om ons lang te boeien. De eerder wisselvallige output van het New Yorkse label werd echter ruimschoots gecompenseerd door goede tot uitstekende albums van Greg Davis, Signer en Kit Clayton vs. Safety Scissors. Het voordeel van de twijfel dan maar? Geen kwaad woord immers over deze nieuwe Carpark-verzamelaar. Wanna Buy A Craprak? is een mooie en evenwichtige staalkaart van wat het label tegenwoordig in huis heeft. Het is een gevarieerd aanbod geworden. Relatief nieuwe artiesten (Dinky, Freescha) figureren naast bekendere namen (Jake Mandell, Kid606). Oud materiaal wordt afgewisseld met nog te verschijnen releases. ‘If My Heart Ran Away…’ van Kid606 werd geplukt van de Soccergirl ep uit ’98. Signer’s ‘Interior Dub’ was één van de betere nummers van zijn recente album Low Light Dreams. Meest opvallend op deze fraai verpakte collectie is de terugkeer van de verloren gewaande Jake Mandell, die met het nummer ‘Beartrap!’ aansluiting vindt bij een nieuwe lichting technoartiesten.
Eén van de merkwaardigste samenwerkingen van het jaar was die van Kit Clayton met Matthew Curry aka Safety Scissors. Zij deden het samen op het speelse The Ping Pong ep, een verzameling van 21 korte tot ultrakorte tracks. Alle geluiden werden opgenomen tijdens een partijtje tafeltennis. Dat Curry zelf zingt met een pingpongbal in de mond wordt hier handig verdoezeld met allerlei geavanceerde elektronica.
Carpark bracht in 2002 ook een aantal opgemerkte dvd’s uit. Live In Bruxelles van 242.Pilots was er één van. Hier vinden we een andere nobele bekende terug. De timide Kurt Ralske werd in de jaren tachtig plots bijna een popster als frontman van Ultra Vivid Scene, één van onze favoriete groepen uit die periode. Na het opdoeken van zijn band legde Ralske zich de laatste jaren toe op experimenten met videosoftware. Zijn project 242.Pilots telt in zijn rangen de Poolse muzikant en vj Lukasz Lysakowski, de Noorse videoartiest Hans Christian Gilje en de Britse componist Justin Bennett. Het trio improviseert met videofootage begeleid door de sobere soundtrack van Bennett, het Noorse trio Jazzkammer en Ralske zelf. De opnames gebeurden tijdens een performance in het Brusselse Le Petit Théâtre de Mercelis in februari 2002. De 3 videoartiesten bezitten elk een eigen distinctieve stijl. Lysakowski projecteert vooral virtuele, geometrische patronen. Gilje houdt het bij concrete beelden. Ralske zit daar ergens tussenin. Zoals bij elke improvisatie kent het liveconcert zijn goede momenten. Elders is het gewoon saai arty experiment waaruit alle spanning ontbreekt. Hopelijk wordt dit geen trend!
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie