Yao startte zijn label in ’99 op onder de naam Juxiang Music. Bedoeling van Juxiang was om de Chinese avantgarde in kaart te brengen. Later werd het concept uitgebreid. Onder de naam Post-Concrète contacteerde Dajuin verschillende, experimentele artiesten van over de ganse wereld om hun werk uit te brengen via zijn productiehuis. Onder de artiesten vinden we een multinationaal allegaartje: zowel de Taiwanese Pei als de Canadese Sarah Peebles en de Oostenrijker Helmut Schäfer brachten albums uit op het platenlabel. In 2003 duikt Post-Concrète dieper in de Chinese avantgarde met een compilatie-cd en de reeks China Sound Unit.
Dajuin Yao: “Ja, Juxiang Music was de oorspronkelijke benaming voor mijn label. Het woord ‘Juxiang’ betekent ‘concreet’. Juxiang Music is dus de Chinese vertaling van de term ‘musique concrète’. Maar ik wou af van die Chinese connotatie. Ik wilde een universeler imago. Ik wou een geluid dat niet noodzakelijk Chinees is maar dat de notie van nationaliteit overstijgt. Een sound ook die niet gedomineerd wordt door Frans/Canadese musique concrète – zowel qua taal als qua ideologie. Ik vind dat geluidskunst meer emotioneel is dan akoestisch. Ook voor zogenaamde veldopnames geldt een menselijke en culturele benadering. Ik wil de dierenwereld niet horen maar de mensenwereld. Geluid kun je niet dwingen in een muzikaal keurslijf, zoals de traditionele musique concrète-theorie dat wel doet. Post-Concrète gaat in tegen het Schaeferiaanse dogma van ‘geluidsobjecten’ en ‘gereduceerd geluid’. Ik bepleit een terugkeer van het ‘geluid als geluid’ en ‘geluid als kunst’ en niet als iets dat noodzakelijk moet ‘klinken als muziek’.”
CHINA SOUND UNIT
Yao is dus niet geïnteresseerd in de manipulatie van geluiden als waren het ‘objecten’. De nadruk ligt op het ‘luisteren’ in tegenstelling tot het meer egocentrische ‘componeren/creëren’ van een label als empreintes DIGITALes. De centrale en latente filosofie van Post-Concrète is een nieuwe manier te vinden om over muziek na te denken. Laten we meteen alle misverstanden uit de weg ruimen. Post-Concrète is dus geen post-Musique Concrète!
“Wij gaan wel in tegen de al te dominante, esthetische visie van vele ‘natuuropnames’. Ik hou niet van wat Chris Watson en vele vele andere geluidsartiesten uitspoken. Ik hou ook al niet van het louter registreren van ‘omgevingsgeluiden’. We pleiten voor een terugkeer naar het geluid als louter geluid. Ik heb een diep respect voor geluid. Noem het maar een iconische attitude ten opzichte van geluid.” Yao groeide op in Taiwan. Zijn ouders zijn afkomstig van het Chinese vasteland. Hij studeerde aanvankelijk voor luchtvaartingenieur maar zijn brede, culturele interesse dreef hem naar de Engelse literatuur. Vervolgens trok hij naar de VS om er kunstgeschiedenis te studeren aan de Universiteit van Californië in Berkeley. In ’75 begon hij te experimenteren met geïmproviseerde muziek.
“Na mijn studies richtte ik mijn aandacht weer op het maken van muziek. Voordien legde ik me vooral toe op multimediapublicaties. Ik schreef ondermeer de beste multimediacursus om Mandarijns Chinees aan te leren. Ik deed nog heel wat andere zaken. Ik was bijvoorbeeld de eerste Chinees die serieus met webkunst bezig was. Ik werd daardoor een bekendheid in China. Mijn werk wordt nog steeds gebruikt aan universiteiten als voorbeeld van Chinese webkunst. Ik schrijf concrete poëzie. Ik verzorg experimentele radiouitzendingen. Ik publiceer nog steeds webkunst. Mijn voornaamste bezigheid blijft echter het componeren. Mijn activiteiten worden gebundeld op volgende websites: sinologic.com en www.dajuin.net .”
SUBBORG
Toen Yao in ’95 opnieuw geluidskunst begon te componeren, plaatste hij zich meteen op de voorgrond als voortrekker van een jonge, experimentele garde die vaste grond onder de voet probeerde te krijgen in het Chinese thuisland en daarbuiten. Wars van alle trends en afkerig van de dominantie van de voornamelijk Engelstalige media richtte hij zijn eigen label op. Volgens Yao is de situatie in China niet erg gunstig voor experimentele artiesten. Er bestaat wel een Chinese muzikale avantgarde waar we in het Westen voorlopig weinig informatie over krijgen. Maar de situatie van muzikanten in Beijing bijvoorbeeld lijkt chaotisch en onoverzichtelijk. Piraterij en illegaal kopiëren zijn er de norm. Technoclubs zijn voorbehouden voor de superrijken.
“Ik denk niet dat mijn werk past in de filosofie van een of ander Westers label. Een eigen label opstarten, was de enige optie en de enige manier om mijn werk uit te brengen. Er bestaat geen circuit van avantgarde artiesten in China. Wat je wel vindt, zijn mensen, die verspreid over gans China, hun eigen ding doen. Sommigen wonen in kleine steden. Ze kennen elkaar niet. Op mijn volgende release (China: The Sonic Avant Garde, pw) zal ik voor de eerste maal enkele van die mensen samenbrengen op één enkele compilatie. Ik ken alle experimentele artiesten in China en Taiwan. Ik heb een goede verstandhouding met hen. Ik ben immers de enige Chinese criticus van nieuwe/avantgarde/experimentele muziek. Ik verzorg het enige experimentele radioprogramma in China en Taiwan. Je kunt de uitzendingen volgen op www.subborg.com. In China zijn er niet veel critici van experimentele muziek. Maar ze bestaan wel! Ik publiceerde een lijst van namen van artiesten op de website van Post-Concrète. We zullen in de toekomst werk uitbrengen van de besten onder hen. De situatie van die artiesten kan makkelijk samengevat worden. Ze beschikken niet over geschikte apparatuur. Zij kunnen niet leven van hun muziek. Ze kunnen nergens optreden. Ze leven bijna anoniem in China en daarbuiten. Ik geef hen een podium. In april 2003 organizeer ik het allereerste experimentele muziekfestival in China. 12 artiesten en groepen treden op. De helft daarvan zijn Westerse artiesten, zoals Zbigniew Karkowski, Naut Humon, Francisco lopez, Randy Yau en anderen. De andere helft zijn experimentele artiesten uit China. De meesten zullen voor de eerste keer live optreden. Naast mijn eigen persoonlijke abstracte geluidskunst heb ik nog een ander project. In de lente van 2003 breng ik 3 cd’s uit in de reeks China Sound Unit. Met het Post-Concrete label wil ik 1 à 2 albums per maand uitbrengen, voornamelijk werk van internationale artiesten die zich op het scherp van de snee bevinden.”
Cinnabar Red Drizzle van Dajuin Yao (Juxiang Music)
De cd Cinnabar Red Drizzle van Dajuin Yao toont aan dat het mogelijk is om traditionele Chinese muziek toegankelijk te maken voor een breed publiek met de nieuwste computertechnologieën. Geen makkelijke opdracht om aan de clichés en aan de verlokkingen van het exotische te ontsnappen. Vele muzikanten gebruiken samples van Chinese instrumenten op een weinig originele, simplistische en repetitieve manier om een zeker oriëntalisme in hun werk op te roepen. Yao gebruikt de Chinese elementen nooit in het wilde weg. Hij gebruikt ze alleen als middel om zijn eigen gevoelens uit te drukken en om nieuwe artistieke wegen uit te zoeken. Een prachtvoorbeeld is ‘Endless Frustration’ waarop hij oud en saai traditioneel geluidsmateriaal (opera en traditionele Chinese ensemblemuziek) verwerkt tot iets heel dieps en persoonlijks. Een ander voorbeeld is het wondermooie ‘Words Without A Song’, waarop Jerlian Tsao een gedicht van Dajuin Yao voorleest met als enige achtergrond een tropische regenstorm.
Isolated Irritation van Helmut Schäfer (Post-Concrete 002)
Helmut Schäfer is een Oostenrijkse artiest die multimedia-installaties creëert en muziek maakt met de computer. Hij werkte samen met Ars Electronica, Touch, Graham Haynes en Zbigniew Karkowski. Isolated Irritation, de cd die hij onlangs uitbracht op Post-Concrète, bestaat uit 2 delen: een live-registratie van een optreden aan het Mills College in Californië en een remix van datzelfde livemateriaal. ‘Isolated Irritation’ is een frontale en knetterende aanval op het laatkapitalisme en het om zich heen grijpende consumentisme. Daar helpen geen lieve woorden, beelden of geluiden meer tegen, vindt Schäfer. Hij zoekt de directe confrontatie met de uitwassen van deze wereld door middel van een spijkerharde geluidstrip en een tochtje naar de sonische hel. Het finale eindpunt is het begrip ‘isolated irritation’: de artiest die louter voor zichzelf werkt en daarmee de irritatie opwekt van de machten die hem beheersen. Meer info over Helmut Schäfer op zijn website.
Ipatti – Tomorrow Will Take Care Of Itself van Pei (Post-Concrete 003)
Ipatti is een term ontleend aan het Boeddhisme. In de Dhamma – de officiële leer van Boeddha – vinden we de (paµ)ipatti terug, d.i. het praktische, toegepaste aspect van de Boeddhistische leer. Hoe kun je leven zonder je te laten leiden door gulzigheid, haat en desillusie? ‘Tomorrow will take care of itself’, luidt het antwoord van de Boeddhisten op alle mogelijke ellende, die je gewild of ongewild overkomt. Dat is meteen de centrale gedachte van de (paµ)ipatti en van Ipatti – Tomorrow Will Take Care Of Itself. De wereld, die achter deze titel verscholen ligt, behoort toe aan de mysterieuze Pei. Zij is een Taiwanese muzikante, die multimediale kunst en film studeerde in Australië. Aan het SCA in Sydney kwam ze in contact met moderne, digitale muziek. Daar kwamen de meeste tracks van haar ‘Ipatti’ cd ook tot stand. Ze bracht voordien al een aantal cdr’s uit, die ze zelf op kleine schaal verdeelde, en een aantal mp3’s, die je kunt vinden op de webstek van Post-Concrète. Pei kwam in contact met Dajuin Yao toen ze zijn muziekkritieken las op het New Music Web. Ze is naar eigen zeggen sterk beïnvloed door live jazz en minimale composities. Het zijn invloeden, die je op het eerste zicht niet zult terugvinden op haar eerste cd. Pei is vooral geïnteresseerd in de diepere lagen van de klanken, die haar omgeven, en die ze met haar computer ontleedt. Die huiskamervlijt leidt tot een album, dat je leidt van spaarzame pianoklanken tot explosieve, sonische exploraties en geluidsfragmenten waar je kinderstemmen en traditionele bamboefluiten in hoort.
108 – Walking Through Tokyo van Sarah Peebles (Post-Concrete 004)
Sarah Peebles is een Canadese componiste, die onlangs Insect Groove uitbracht op het Californische Cycling74. Insect Groove was een collectie van natuur- en insectengeluiden, traditionele Oosterse intrumenten (vooral shô en komungo, pw) en computergegeneerde klanken. Het contrast met het multimediaproject 108 – Walking Through Tokyo is echter groot! Hier bewandelt ze immers andere wegen. De cd werd opgenomen tijdens een trip naar Tokyo tussen december ’99 en begin januari 2000. 11 onbewerkte geluidsfragmenten proberen de sfeer van de Japanse hoofdstad te vatten omstreeks de millenniumwissel. De geluidsfragmenten zijn veelal beklemmend en ontregelend en schetsen het weinig verheffende maar bijzonder realistische beeld van een miljoenenmetropool in de wurggreep van het laatkapitalisme en de moderniteit. En dat is niet fraai! Van de groezelige kreten van een predikant aan de zuidingang van het Shinjuku station tot de krijsende treinen op de Sobu-lijn en de Pachinko-wandvideospelletjes in de Yotsuya buurt. Het moreel verval is overal hoorbaar, voelbaar en aanwezig. Het enige rustpunt op het album zijn de klokken aan de Nishi Nippori. 108 slagen - de Japanners tellen er evenveel als vleselijke lusten - leiden even na middernacht het begin in van het nieuwe millenium. Als je goed luistert, hoor je hier en daar toch nog de hartslag van het oude Japan doorheen het geroezemoes en het afgrijselijke gekrijs en lawaai. ‘108 – Walking Through Tokyo’ bevat een multimediabijlage met 40 mooie foto’s van Christie Pearson en een essay van Hiroshi Yoshimura.
meer informatie over de activiteiten en de releases van Post-Concrete op de zeer mooie website www.post-concrete.com






