Meest recente artikels:
Summerschool Kunstkritiek
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Summerschool Schrijverspodium
Review Dit is mijn vader
Meer artikels van Stoffel Debuysere:
interview met Phill Nilock, 'The Forgotten Minimalist'
Christian Fennesz op zoek naar de perfecte popsong.
interview met de Australische componist Oren Ambarchi
Vlucht naar het ongerijmde
MON CHERRIES: THE RED EGYPTIANS, THE PHENOMENOLOGICAL BOYS, REACHING QUIET
datum 20.12.2002
rubriek Muziek
We houden van muziek, laat daar geen twijfel over bestaan. We voelen ons zo nu en dan zelfs op ons gemak binnen de ons-kent-ons coterie van cultuurcriticasters, maar soms, onvermijdelijk wordt het ons wel eens teveel en moeten we weer met de voeten op de grond worden gezet. Een klein concert van een innemende groep als de Portables kan wonderen doen, bijvoorbeeld, een alcoholdieet in de bruinste kroegen van Vlaanderen ook wel, maar bovenal vinden we de ultieme relativering in de muziek zelf: in plaatjes als die van The Red Egyptians, The Phenomenological Boys of Reaching Quiet. Muziek kan ook gewoon prettig (gestoord) zijn, laat ons dat niet vergeten.

Analyzing humor is like dissecting a frog. Few people are interested and the frog dies of it.
E. B. White

Humor en muziek, het kan een mooie combinatie zijn, maar des te pijnlijker als de routine begint te dagen en humor een pose wordt. Het huilen stond ons wel eens dichter dan het lachen bij optredens van bijvoorbeeld The Residents of Ween, maar anderzijds zijn de guitige platen van Jonathan Richman of Violent Femmes gewoon onmogelijk kapot te krijgen. De laatste weken amuseren we ons te pletter met een LP van het Red Egyptians collectief, met de potsierlijke ondertitel Give you the heavy weigt flow wadada salt fish and dough. Het is een compilatie met obscure namen als Jean Carramouche, Lenny Costanza en Earl zinger, waar bij nader inzien slechts een man achter schuil gaat: de Brit Rob Ghallager, voorheen vast lid van de acid-jazz formaties Galliano en Two Banks of Four en illustere mc en dj in het Londense clubcircuit. Enkele jaren geleden stampte hij het Red Egyptian label uit de grond als vehikel van eigen, losse projecten, voornamelijk uitgegeven op blanco, ‘very limited’ 7”inches. Vorig jaar werd ook de LP Put Your Phazers On Stun Throw Your Health Food Skyward van alter ego Earl Zinger uitgebracht, een grappig en dynamisch allegaartje van stijlen en kwinkslagen, vonden we toen zelf. Blijkbaar waren we niet alleen in ons enthousiasme, want enkele maanden later zag de cd-versie -met extra tracks- het licht op !K7, het bewierookte thuislabel van onder andere Kruder&Dorfmeister, Terranova en Herbert. We houden van de muziek op het Red Egyptian label om dezelfde redenen waarom we bijvoorbeeld de eerste plaat van Money Mark koesteren: de warme, ludieke en haast naïeve wijsjes bruisen van de levenslust en speelplezier, wat enorm aanstekelijk werkt. Of zoals Ghallager zelf zegt: “what I quite enjoy with the Zinger stuff is that it just kind of like specializing in second hand cars. None of them are really polished and they’re a bit rusty. But you kind of get them out there and make sure there is enough petrol in there and send them off. So it’s not so much about genres or anything else. It’s just about getting the tune enough oxygen to get to the end but not a lot more then that”.
De muziek klinkt fris en impulsief maar is niet zozeer van een uitzonderlijk hoge kwaliteit, verre van: vaak drijven de tracks op een eenvoudig idee, zoals op ‘night and day’ of ‘nothing to do’, waar we zo de opnames kunnen bij voorstellen, in een kleurrijk decor van tot op de naad versleten sofa’s, rondslingerende Lp’s van Sade, Marvin Gaye of Lee ‘Scratch’ Perry en een niet te versmaden walm van kruidige geuren. “Well, you go out with a bag and you squeeze people till something good come out and you take it home with you. You find a bit of bass under a chair and some lyrics somewhere else, throw it into the computer and there you go”…het is net die ontspannen sfeer die ontwapenend werkt: wat kun je nu afdingen op muziek die duidelijk met tonnen amusement is gemaakt en bovendien best wel lekker klinkt? ‘Summers Queen’ met een mooie gastrol van Two Banks of Four zangeres Valerie etienne is opgebouwd rond simpele casio melodieën en krakkemikkige beats, maar het wérkt wel. Net als ‘This piece of Heaven’, dat wel iets heeft van een supermarkt-versie van een zoetige soulballad van The Stylistics of The Delfonics. We worden er wel effe mottig van, maar we moeten onze wiegende heupen en knikkende hoofd gelijk geven… trouwens, de groove heeft altíjd gelijk. Dat kan ook gezegd worden over ‘For all the girls i v loved’, volgens de absurde hoesnota’s de debuutsong van een zekere Angelo Hectic, die na wat opzoekingwerk niemand minder dan Gilles Peterson blijkt te zijn, Britse top-DJ en brein achter het Talkin’ Loud label. Zijn collage mag er best zijn: een lo-fi groove, keyboardriedels à la Money Mark en een Motown-koortje, meer is soms niet nodig om ons twee minuten uit de bol te laten gaan. Een ander hoogtepunt is ‘Can’t get you out of my bed’, naar het schijnt een obscure demotrack van een zeker Lenny Costanza, die in de jaren ’50 ooit nog loodgieter was van Frank Sinatra, in werkelijkheid horen we de doorrookte stembanden van Ghallager zelf in een voor de vuist gemaakte fake-jazzversie van Kylie’s ‘Can’t get you out of my head’: hilarisch. Verderop wordt ook Duran Duran’s ‘Girls on Film’ van een nieuw jasje voorzien, geraffeld en compleet overbodig eigenlijk, maar voor een keer zien we dat door de vingers, gewoon omdat het perfect past binnen Robb Ghallager’s muzikale denkwereld, net als indertijd de reggae cover van ‘song 2’ van Blur op de Earl Zinger plaat. “These kind of songs become almost the way you view time and I guess 'Song 2' is just the huge psycho-soundscape of the late nineties. I had to go and play it to Damon and see what he thought of it and he really loved it and said that it was almost more like he had heard the song originally before they recorded it. It's funny though, I never know where those ideas come from, it seemed pretty normal to do it but why would you consider it normal to do a rockers version of 'Song 2'? But somewhere in the mad scrambled thing that is Zinger's brain it seemed to make sense”.
Voor velen is de muziek die Rob Ghallager, Earl Zinger of hoe hij zich ook mag noemen op zijn eigen label uitbrengt niets meer dan muzikale masturbatie, dwaze mengsels van “self-important in-jokes” en “impotent rim-shot rhymes” (dixit Pitchfork ) en daar valt inderdaad wel wat voor te zeggen, maar na een overdosis van al te cleane ‘future-jazz’ die continu uit de luidsprekers van winkelcentra en cafetaria’s weergalmt, zorgt zijn muziek -uit dezelfde inspiratiebronnen geput- voor heel wat tegengas. Het is grappig en grof, het swingt en bovenal: het neemt zichzelf totaal niet au sérieux en dát, jongens en meisjes, gunt ons heel wat plezier.

Anything that is too stupid to be spoken is sung.
Voltaire


“Bij het overlopen van de catalogus van Het Duitse label Tomlab voelen we ons een beetje als kleine dreumels in een snoepwinkel. Het ziet er allemaal even heerlijk uit en alhoewel we denken alle ingrediënten te kennen, blijken de recepten altijd vers en verrassend”. Dit schreven we enkele maanden geleden nog naar aanleiding van de releases van uitstekende platen van Flim en The Books, maar blijkbaar raakt de voorraad fortune-cookies maar niet uitgeput. Ditmaal kregen we er eentje te pruimen van de Amerikaanse The Phenomenological Boys, met de vermakelijke boodschap Melody, Melody, Melody & More Melody. Over zijn herkomst kunnen we u niet veel vertellen, over de muziek al evenmin, tenzij dit: beeld u een dolle aflevering in van Southpark, van een soundtrack voorzien van Ween en het Japanse Pizzicato Five en u krijgt een vaag idee van de ongerijmde wereld die The Phenomenological Boys bewonen. De plaat opent met een bombastische aankondiging zoals in een ‘Saturday Night Live’ show: schelle blazers, uitbundig gejuich en applaus maken het publiek warm voor een uitzinnige freakshow. De toon is meteen gezet. En dan, tromgeroffel, een funky gitaarriff en een snoeperig stemmetje: “not the sort of girl who takes the time to complain / and that boy can make you bubble like he’s made from champagne / O, he’s long, and sweet and rough just like a stalk if sugarcane / … but he’s so dumb..”. Het lijkt wel een soulsong van een geniale liedjesbrouwer die toch maar met aandrang uit de catalogus van het Stax label geschrapt is, wegens “compleet krankjorum”. Wat volgt is zo mogelijks nog excentrieker: ‘Everything’ got a shade of green’ kon iets zijn van de Everly Brothers, die zich na het slikken van een aanzienlijk aantal microgrammen LSD middenin een aflevering van de Muppet Show wanen. ‘Will there be yodeling in Heaven’ komt zo uit een psychedelische versie van The Sound of Music, waarin de familie Trapp, uitgedost met kolossale lederhosen en dito bierpullen godganse dagen slijmerige liedjes kwelen. ‘I like what you like’ is een zonnig meezingertje, een afdragertje van The Beach boys, lijkt het wel, al hebben we die eigenlijk nooit eerder met een banjo of een melodica horen spelen… en nu we eraan denken: we zien Brian Wilson ook niet echt tapdansen of iets zingen in de trant van “If god was willing to make us work he’d stop to gamble in Alberkerque”.
Echt alle soorten referenties uit de geschiedenis van de popmuziek flitsen uitbundig voorbij: van silicone Britney Spears tunes tot aftandse blues à la White Stripes (het kostelijke ‘The Anti-Beard song’), alles gespeeld met een onvermoede technische kunde. Net als They Might Be Giants (herinnert u zich de culthit ‘Istanbul Not Constantinople’?) of de Japanse wonderboy Cornelius vermengen The Phenomenological Boys besmettelijke melodieën en een bizar gevoel voor humor tot een eclectisch allegaartje, dat voor de enen opgevat zal worden als kitsch, voor anderen zoals wijzelf als een heel aanstekelijk en animerend stukje muziek. Niets dan lof voor zotheid.

A little nonsense now and then is cherished by the wisest man.
Willy Wonka in Charlie and the Chocolate Factory van Roald Dahl

Ah, nostalgie… Beat Happening, Sebadoh, Guided By Voices, Pavement… deze en zovele andere groepen leverden de magische soundtrack bij onze puberteit, nu ruim tien jaar geleden Het waren, zo bleek later, de hoogdagen voor de zogenaamde ‘indie-pop’ en nog meer, de ‘lo-fi’, een term die verwees naar de –naar sommige normen- ondermaatse kwaliteit van het gebruikte opnamemateriaal. Grotendeels beïnvloed door de ‘Do-it-Yourself' mentaliteit van punk en garage-rock, begonnen jonge muzikanten hun probeersels thuis op te nemen op goedkope 4-trackrecorders om die mondjesmaat te verspreiden op tapes. Vrijwel ongehinderd door enige vorm van commercieel denken of opportunisme, werd vrijelijk geëxperimenteerd met vorm en inhoud, met klank en woorden, wat vaak intense muziek opleverde, aandoenlijk door oprechtheid of baldadigheid. Er was ook plaats voor naïviteit, zwarte humor of gewoon, klinkklare onzin, in de muziek van Daniel Johnston, The Frogs of de Butthole Surfers bijvoorbeeld.
We moeten onwillekeurig aan die muzikale periode denken bij het luisteren naar In the Shadow of the Living Room van Reaching Quiet. Niet dat er aan het oppervlak veel overeenkomsten zijn: het duo achter dit project, Why? en odd nosdam hebben immers hun roots in de hip-hop, bij acts als De la Soul, A Tribe Called Quest of The Pharcyde. Maar ze maken ook deel uit van een nieuwe, krachtige golf binnen de Amerikaanse hiphop-gemeenschap, voortgetrokken door het label Mush en het Californische Anticon collectief, die samen een grote familie lijken te vormen met getalenteerde mensen als Buck 65, Sole, Alias en Josh Martinez in hun midden. De grootste inspirator is wellicht Dose one (Adam Drucker), drijvende kracht achter projecten als Themselves, Deep Puddle Dynamics en -samen met Why? en Odd Nosdam- Greenthink en cLOUDDEAD. Why?: "A lot of what influenced me to make music was meeting Adam. He started playing me all these tapes by people who were all doing their own thing. I didn’t even know those people existed. He was listening to Company Flow and all that, and I never really got into that stuff too much, but it sparked something in my head. What Adam was doing too… doing stuff on 4 tracks… I didn’t even know you could do that shit, all by yourself…”.
De lo-fi en D.I.Y. mentaliteit herleeft, maar dan nu in de hip-hop, en daarmee samengaand een enthousiaste nieuwsgierigheid en toenadering naar andere vormen van muziek, zoals ‘post-rock’ en elektronische muziek. Why?, Odd Nosdam en co. luisteren tegenwoordig ook naar Hood, Boards of Canada of My Bloody Valentine en dat stemt ons héél hoopvol naar de toekomst toe. Hip-hop met een voorheen ongekende openheid, of zoals Why zegt: “I think what we do to a great extent IS hip-hop… at least how I see it. In the sense of an attitude. I mean, just the same way our shit is punk rock. It doesn’t SOUND like it. There are no heavy guitars or screaming, but it is punk rock in the sense of the attitude behind making the music. Like, ‘Fuck it I’m gonna do this myself. I don’t need to go into some studio and pay big bucks to make this record. I’m gonna make this record by myself.’ Maybe our shit is getting less and less “hip-hop” now, but it’s just a word, right?”.
Right! Het Reaching Quiet-project is in ieder geval het meest absurd klinkende hip-hop project dat we ooit hoorden, net als Gene en Dean Ween op hun eerste platen produceerden Why? en Odd Nosdam in hun slaapkamer een reeks onnavolgbare en nietsontziende muziekstukjes op krakkemikkige apparatuur. Het zijn op het eerste gehoor uiterst chaotische klankcollages: faux reclamejingles wisselen af met badkameraria’s en cartoon soundtracks, liefst nog opgehoopt in een twee minuten durend song. Het geheel, opgenomen in de periode 2000-2001, klinkt vaak maniakaal maar weggedoken in de kleine hoekjes schuilt schoonheid: in de twee delen van ‘She ain’t gonna call me back’, een tongue-in-cheeck liefdesverhaal met een mooi meezing-refrein, in het op cello-samples gebaseerde ‘The Moth’, waarin Why? zijn falsetto-stem haast gregoriaans klinkt of het Jonathan Richman-achtige ‘Split screen’. De twee muzikanten vullen elkaar mooi aan: Nosdam gelooft sterk in het idee "it's not what you have, but how you use it" en schildert met zijn analoge apparatuur bizarre, maar vaak bewogen klanken, Why? is een technisch heel beperkte muzikant, maar slaagt er in om met simpele instrumenten (bas, keyboard, gitaar en stem) enkele mooie melodieën in elkaar te haken, zoals ook in het met trieste piano-akkoorden gedrapeerde ‘Indecent proposal’ of in de fuzzy mini-elegie ‘Cabin Pressure’. Er wordt echter zelden meer dan een schets uitgetekend, alsof ze bang zijn om hun muziek uit te diepen en hardnekkig blijven relativeren tot pastiches - voor ieder briljant moment is er een stukje kinderachtige ongein. Maar toch vinden we het een beklijvende plaat, gewoon omdat de muzikale exuberantie er zo van druipt , Why: “It’s about seeing things… when you have those child-like eyes or ears. There is a very small window when I have that child-like sense. When I see the world in a different way… like when you’re on acid and suddenly everything is flipped upside-down and you realize how things really are… It enables you to make connections that you previously hadn’t seen, and then you write those things down. It’s about seeing things in a fresh way”.
Dat komt ook tot uiting in zijn lyrics, soms verbazingwekkend introspectief en intelligent, zoals in ‘Broken Crow’, waarin het ik-personage vanuit het desolate midwesten van de VS een boodschap opdraagt aan zijn broer in NY: "Cincinnati sucks in the winter you know that like the bump on the back of your neck it sucks the leaves from the trees / And by the time the snow is melting they always find four or five bodies hanging by belts from train trestles / or in empty parking lots slit wrists turning what's left of the snow into cherry Slushee / I know all beautiful places are prone to natural disaster/ but being swallowed by the earth in Manilla beats a slow death / in the Midwest". Het is een wrang relaas dat met zijn rauwe gitaarakkoorden en synths uitgroeit tot het hoogtepunt van de plaat. Met wat meer zelfvertrouwen kan de volgende plaat van Reaching Quiet constant dat niveau halen, daar zijn we heilig van overtuigd. Voorlopig moeten we het stellen met dit In the Shadow of the Living Room, soms grappig, soms wonderbaarlijk, altijd intrigerend maar al bij al halfslachtig. Ook in petto voor 2003: solo-albums van Why? en Odd Nosdam en nieuw werk van cLOUDDEAD. Zeg niet dat we u niet verwittigd hebben.

Happiness isn't good enough for me! I demand euphoria!
Calvin (Bill Watterson)


Various, The Red Egyptians (Give you the heavy weigt flow wadada salt fish and dough), Red Egyptian.
The Phenomenological Boys, Melody, Melody, Melody & More Melody, Tomlab
Reaching Quiet, In the Shadow of the Living Room , Mush
Reageer
Voornaam
Naam
Email
Reactie