Het recept van 'Zijde daar'? Om het op zijn De Volders uit te drukken "Men
neme enkele simpele personages", zijnde de gebroeders Willy, Freddy en
Jacky Meirsman, die samen een huis betrekken, en waarvan de laatste als
enige het geluk heeft met een vrouw bedeeld te zijn, "Julia" of ook wel
"Juliette" genoemd in het stuk. "Men voege daar aan toe enige onenigheid
over onnozelheden", doordeweekse vitterijen onder de huisgenoten over
bijvoorbeeld onbetaalde huur of huishoudelijke klusjes en ten slotte "Voegt
daar nog aan toe, bijvoorbeeld, maar kijkt wie ist er daar? Nen anderen! En
den dien versta mij wel?" Die "Nen anderen" slaat hier respectievelijk op
de vrijgezellen Willy en Freddy, die elk op hun beurt (de een al
doortastender en uitgekookter dan de ander) hun kans wagen bij de enige
dame in het gezelschap, en dit tot grote treurnis van Jacky, die
krampachtig zijn uitgebluste relatie probeert te reanimeren. Ook in dit
'vierhoeksdrama' is het uiteindelijk 'de liefde' (maar ook 'de goesting' en
'warmte') waar het allemaal om draait. Het hele gebeuren speelt zich af in
de "wreeë winter van drieenzestig" (een context die het isolement moet
benadrukken waar het viertal zich door de vrieskou in bevindt) en kent een
even tragische afloop als andere stukken van De Volder: Jacky wreekt zijn
onmacht door het vermoorden van concurrent Willy en speelt hierdoor ook
zijn geliefde kwijt. Samengevat: een familiedrama, ingegeven door passie,
waarover dagelijks in de krant te lezen valt, dit keer geserveerd op De
Volderiaanse wijze.
Deze eenvoudige verhaallijn klinkt veelbelovend en lijkt een zee aan
theatrale mogelijkheden te bieden, maar 'Zijde daar' haalt jammer genoeg
niet het niveau van De Volders vorige creaties. Hiervoor kunnen velerlei
redenen worden opgenoemd. Bijvoorbeeld dat de personages slechts collages
lijken te zijn van figuren uit vroegere producties en hierdoor weinig
verrassing herbergen. Dat die personages weinig zijn uitgepuurd en niet
radicaal genoeg zichzelf zijn. Dat ook op talig vlak de rechtlijnigheid
zoek is, 'wie spreekt nu welk idiolect'? Dat de dialogen het poetische
ritme missen waar vroegere producties hun sterkte aan ontleenden. Dat
'Zijde daar' ons slechts een povere glimlach ontlokt en niet de bulderlach
die het 'Onwaarschijnlijk normaal eindigend verhaal' bijvoorbeeld wel te
beurt viel. Dat ondanks een aantal sterke visuele momenten het geheel nogal
rommelig lijkt en de zorgvuldigheid en finesse mist waar we ons doorgaans
bij De Volder aan mogen verwachten. Dat het stuk, ondanks de tragische
historie, niet echt naar de keel grijpt, wat 'Regent en regentes'
bijvoorbeeld wel in hoge mate deed. Dat de acteerprestaties behalve in het
geval van Ineke Nijssen een redelijk niveau halen maar ons doen snakken
naar hoogstandjes uit het verleden. Johan Knuts bijvoorbeeld, die vroeger
soms gruwelijk prachtige rollen neerzette, is zelfs in dit stuk slechts een
lauwe afspiegeling van zichzelf. Enzovoort. En zo verder.
Er is in dit stuk dus heel wat dat ons heimwee doet krijgen naar betere
Ceremonia-tijden, maar ik vraag me af of een dergelijke opsomming wel zin
heeft. Waarom precies de machinaties in 'Zijde daar' geen elektriciteit
voortbrengen is moeilijk te achterhalen; theatraal vuurwerk is sterk
afhankelijk van het moment en van een aantal variabelen waar elke
speler-toeschouwer-situatie aan onderhevig is: de stemming van het publiek,
van de acteurs, van het tijdstip, de zaalsituatie, ? Ik heb het voorgevoel
dat 'Zijde daar' (dat niet met luide trom werd aangekondigd) uiteindelijk
ook geen hoogvlieger zal blijken op het De Volder-palmares, maar ik wil het
kleinood voorlopig krediet verlenen. Zoals wel vaker het geval is bij De
Volder dient de eerste speelreeks om groeipijnen weg te werken en misschien
krijgen we na de stroeve aanloop door een paar simpele maar doordachte
ingrepen binnen enkele weken een veel rijper stuk te zien.






