MON CHERRIES: ASA-CHANG & JUN RAY, UN CADDIE RENVERSÉ DANS L’HERBE, DORINE_MURAILLE
De elektronische muziek neigt tegenwoordig steeds meer naar noise en industrial, in een blinde drift naar abstractie en deconstructie. Toch lijken sommige muzikanten nog kinderlijk en impulsief te spelen met de blokjes op hun computerscherm, importeren simpele akoestische geluiden in een digitale context –of omgekeerd- en vermengen exotische klanken en naïeve melodieën tot smeuïge potpourri’s. Die komen ons uit alle delen van de wereld toegewaaid: De Japanse componist Asa-Chang heeft met Jun Ray Sung Chang een niet te categoriseren maar uitermate boeiend werk afgeleverd en ook de recente platen van Dídac Lagarriga en Julien Locquet, respectievelijk uit Brazilië en Frankrijk kunnen ons bekoren.
The micro-geography of daily life provides a way of pluralising the self that a concentration on "identity" in the singular would miss. But it also continually finds evidence for the way that identity categories animate such a geography. To make claims for everyday life being in one place rather than another will avoid attending to the "movement of the daily", and it might be this movement, this continual drift of the daily, that is most difficult and most productive to register."
Ben Highmore,
Introduction: Questioning everyday life

Een van de opmerkelijkste platen die we de laatste tijd te horen kregen is ongetwijfeld
Jun Ray Sung Chang van Asa Chang & Junray. We proberen er nu al enkele maanden vat op te krijgen, aanvankelijk zonder al te veel succes: de muziek klinkt zo excentriek en exotisch dat we eigenlijk niet wisten of we het nu aandoenlijk of potsierlijk moesten vinden. Nu houden we ervan: de ongerijmdheid heeft een zweem van romantiek gekregen, de vreemde figuurtjes en bizarre arabesken die het muzikale spel doorkruisen blijken beminnelijk en drommels aanstekelijk te zijn.
Asa-Chang (°1963) is een autodidactische tabla-guru die het grootste deel van zijn professioneel leven doorbracht als producer, arrangeur en live-muzikant bij allerlei obscure Japanse popbands en als bandleader van het tien-koppige Tokyo Ska Paradise Orchestra, naar het schijnt de “allereerste Japanse skaband” – stel u voor. In de loop van de jaren negentig verdween hij een hele tijd uit de muziekscène van Tokyo, alvorens in 1998 verrassend uit te pakken met zijn eerste solo-ep
Tabla Magma Bongo op Tattoria sound, het label van pop-noise savant Cornelius. Dit hebbedingetje is nu, samen met het vorig jaar verschenen minialbum
Hana door het Britse kwaliteitslabel Leaf gecompileerd op
Jun Ray Sung Chang. Het is een al even uniek als ongrijpbaar samengaan van sonische gekheid en muziektechnische finesse. De muziek, zo stelt Asa-Chang, is opgenomen in de geest van ‘kidoairaku’, een Japans woord die het hele emotionele spectrum van de mensheid omvat, wat impliceert dat de muziek kan opgebouwd worden uit de meest uiteenlopende klanken en structuren: simpele akoestische gitaarakkoorden of psychotische beats zijn al even waarschijnlijk als, bijvoorbeeld, het geluid van een stofzuiger of een sitar. De composities zijn ontstaan uit de muzikale fricties tussen Asa-Chang zelf en Junray, een groep met een tweetal los-vaste muzikanten: U-Zhaan is een traditioneel opgeleide tablameester, gitarist Hidehiko Urayama produceert ook elektronische klanken en effecten, onder andere op de ‘Junray-tronics’, een zelfgebouwd instrument dat de vreemdste geluiden spuwt. Asa-Chang bespeelt een Indonesische 'Dandud' bongo, een simpele en goedkope soort tabla: "The bongo played in the style of a tabla looked cheap and even foolish, which is a style I like.", vertelt hij in een interview. Met behulp van wat elektronische manipulaties wordt de bongo in zijn handen een speels instrument, dat afwisselend cartoonesk en venijnig klinkt. De muziek is merkelijk ingebed in de Oosterse tradities, maar incorporeert heel wat meer invloeden: “We respect the Indian tradition but wanted to offer something back, something different, something that even Indians couldn’t do”. Zo wordt in het openingsnummer ‘Hana’